Loading images...

Advertentie


Eindejaarstips 2010 2011

Het is bijna 2011. In dit artikel vindt u nog enkele laatste eindejaarstips die u eventueel kunt gebruiken om het jaar zo fiscaal gunstig mogelijk af te sluiten.

Eindejaarstips privé

Afschaffing aftrek verliezen op directe beleggingen in durfkapitaal
Vanaf 1 januari 2011 zijn verliezen op directe beleggingen in durfkapitaal niet langer aftrekbaar. In 2010 kunt u een verlies aan een beginnende ondernemer nog tot een maximumbedrag van € 46.984 aftrekken. Op grond van overgangsrecht blijven dergelijke verliezen aftrekbaar, mits de geldlening vóór 1 januari 2011 is verstrekt.

De afschaffing van deze persoonsgebonden aftrek kan niet meer worden verwerkt in de voorlopige aangifte IB 2011 (VA 2011). Hierdoor zullen belastingplichtigen in de voorlopige aanslag of de voorlopige teruggaaf 2011 ten onrechte een beroep doen op deze aftrekpost. Het gevolg is dat zij een te hoge teruggaaf inkomstenbelasting krijgen of te weinig inkomstenbelasting vooruitbetalen. Dit wordt pas bij de aangifte of definitieve aanslag IB 2011 vanaf april 2012 rechtgetrokken.

Afschaffing heffingskorting voor ideële beleggingsfondsen in box 3
Groene, sociaal-ethische, culturele fondsen en directe beleggingen in durfkapitaal in box 3 blijven tot maximaal € 55.145 vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing van 1,2% (4% x 30%). Maar de extra heffingskorting voor deze fondsen, van 1,3% van het in box 3 vrijgestelde (maximum)bedrag, wordt geleidelijk in 2011 (1%), 2012 (0,7%), 2013 (0,4%) en 2014 (0%) afgeschaft.

Verhoging assurantiebelasting
Het kabinet verhoogt de assurantiebelasting van 7,5% naar 9,7% per 1 maart 2011. Vanaf 1 januari 2015 wordt het tarief weer met 0,2% verlaagd tot 9,5%. Volgens overgangsrecht geldt het 9,7%-tarief voor premies die na 28 februari 2010 vervallen. De premie is verschuldigd op de premievervaldatum. De premievervaldatum is tevens de datum waarop de premie uiterlijk moet worden betaald. Als de premiebetaling vóór 1 maart 2011 ligt, maar de premievervaldatum na 28 februari 2011, dan is op deze premie het nieuwe tarief van 9,7% van toepassing.

Eigenwoningregeling en echtscheiding
Op 1 januari 2011 wordt een nieuw partnerbegrip ingevoerd. Tegelijkertijd wordt een onbedoelde uitwerking van dit begrip bij echtscheiding in het eigenwoningregime hersteld. In het oorspronkelijke voorstel zou de vertrokken partner in de periode voorafgaande aan het indienen van het echtscheidingsverzoek (zijn of haar deel van) de eigenwoningrente niet meer kunnen aftrekken, omdat ze niet meer op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven.

Dit gevolg vindt de wetgever ongewenst. Daarom wordt de echtscheidingsregeling zo aangepast dat, net als vóór 2011, de echtscheidingsregeling geldt vanaf het moment van duurzaam gescheiden leven.

Opname in verpleeghuis
Als één van de ongehuwd samenwonenden is opgenomen in een verpleeg- of verzorgingshuis, dan zijn ze geen fiscaal partner meer van elkaar, omdat ze niet langer gezamenlijk op hetzelfde adres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Daarom past de wetgever het nieuwe partnerbegrip zodanig aan dat zij toch fiscaal partner kunnen blijven, tenzij één van beiden de belastingdienst schriftelijk informeert dat zij geen partners meer willen zijn.

Tips voor onderneming en bv

Energie-investeringsaftrek
Het percentage van de energie-investeringsaftrek wordt verlaagd van 44% naar 41,5% per 1 januari 2011. In 2014 wordt weer teruggekeerd naar de huidige regeling.

Milieu-investeringsaftrek
De percentages van de milieu-investeringsaftrek van 40%, 30% en 15% worden verlaagd naar respectievelijk 36%, 27% en 13,5% per 1 januari 2011. Vanaf 1 januari 2014 wordt deze beperking weer teruggedraaid.

Willekeurige afschrijving milieu-investeringaftrek
De aanschaffings- en voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen die voor de VAMIL in aanmerking komen, kunnen in 2011 niet langer volledig, maar nog maar voor maximaal 75% vrij worden afgeschreven. In 2014 wordt weer teruggekeerd naar de huidige regeling.

S&O-afdrachtvermindering
In 2011 kunt u een S&O-afdrachtvermindering toepassen van 50% over de eerste € 220.000 aan loonkosten en 18% over het resterende loon, met een maximum van € 14 miljoen per kalenderjaar.

 

Bron: Jong & Laan

Waarom moet u reclame maken

Waarom moet u reclame maken ?

 

Onbekend maakt onbemind

Als een politicus onbekend is, dan wordt hij of zij niet gekozen. Is uw product onbekend, dan koopt de consument het niet. Simpel. Wilt u dus bemind worden dan zult u zich bekend moeten maken. Uit onderzoek blijkt dat succesvolle  organisaties constant op zoek zijn naar middelen om hun bedrijf of product onder de aandacht te plaatsen. Hiervoor hebben ze professionals in dienst of ze kopen de expertise bij een extern reclamebureau in.

De oude Romeinen merkten al dat als ze hun producten extra aandacht gaven, dit de verkoop stimuleerde. Door de tijd heeft dit zich verder ontwikkeld waardoor we nu ononderbroken met allerlei vormen van reclame worden geconfronteerd. We staan er mee op door het reclamespotje op de wekkerradio en gaan er mee slapen door het spotje op tv. In de loop der tijd heeft reclame zich zelfs zodanig breed geprofileerd dat het nog moeilijk is de mogelijke middelen en vormen te analyseren. .

Wat is het doel van uw reclame ?

Denkt u eraan aan reclame te doen, dan is bovenstaande vraag van cruciaal belang wil uw campagne succesvol zijn. U moet zich afvragen wat u met de actie wenst te bereiken zodat u de juiste vorm van de campagne kunt bepalen. Uw doel zou bijvoorbeeld kunnen zijn:

  1. De naambekendheid van uw product of onderneming vergroten
  2. Een onmiddellijke response boeken

Gaat u voor (1) dan gaat u voornamelijk op een langere termijn werken wat betekent dat herhaling belangrijk wordt waarbij het actiepunt van uw campagne een naam zal zijn: hetzij van uw product, hetzij van uw onderneming. In de campagne zult u deze naam dan ook in het groot willen profileren.

Gaat u voor (2) dan is het responsecijfer belangrijker dan de naam van het product of de onderneming wat dan weer betekent dat de boodschap van de campagne heel anders zal zijn en meer op koopstimuli zoals behoefte en begeerte afgestemd moet worden.

Kortom, reclame is niet zomaar reclame. Sta dan ook even stil bij het doel dat u met uw campagne wenst te bereiken.

 

Studio CC

Bron: Luco Claes

 

Vijf tips om de overlevingskansen van je bedrijf te vergroten

1.      Bepaal welke extra’s je te bieden hebt

Een klant koopt niet alleen een product, maar de totale beleving van het aanbod. Twee ondernemers kunnen hetzelfde product leveren met dezelfde extra’s voor dezelfde prijs en tóch verschillend zijn. Jouw aanbod omvat dus ook de sfeer en uitstraling van je bedrijf. Het maakt in één oogopslag duidelijk wat er gekocht kan worden.

 

2.      Verdiep je in de boekhouding

Denk je dat het mogelijk is het gedoe met geld en cijfers aan een ander over te laten?

Uiteindelijk ben jij verantwoordelijk voor het bedrijf en gaat het om jouw geld. Zorg dat je dus voldoende van de cijfers en de administratie begrijpt om zelf de verantwoording te kunnen dragen. Dit geldt zowel voor het maken van de begroting als voor de administratie

3.      Bekijk je organisatie zoals de klant dat doet

Kom je je de afspraken na? Voldoet de kwaliteit aan de belofte? Klopt de rekening? De (potentiële) klant heeft bepaalde verwachtingen van je bedrijf en zal deze – bewust of onbewust – altijd controleren. Hij besluit al snel of de verwachtingen kloppen of niet. Als je de dagelijkse organisatie goed voor elkaar hebt, is de kans op succes groter.

 

4.      Zet je sterke en zwakke kanten op een rijtje

In een klein bedrijf is het onderscheid tussen de ondernemer en de onderneming klein.

Jouw sterke en zwakke kanten zijn vaak ook de sterke en zwakke kanten van het bedrijf.

Denk eens rustig na over hoe je met je zwakke kanten omgaat. Daar ligt de echte ontwikkelingsmogelijkheid!

 

5.      Betaal belasting

Maak een goede inschatting van de te betalen belasting, zodat je globaal weet hoeveel je moet reserveren. Je zou de eerste niet zijn die voor verrassingen komt te staan en het bedrijf om die reden moet beëindigen. Door de extra aftrekposten betaal je als ondernemer minder belasting dan werknemers. Dit verschil wordt steeds kleiner als het inkomen stijgt.

 

Bront: Nieuw ondernemershandboek: Ik werk voor mezelf**


**Zo krijg je plezier in ondernemen. Het boek is een coproductie van Jobien Wind en Wim Korsten. “Het laat zien dat je een sterke positie in de markt kunt neerzetten als je durft te kiezen voor het unieke van jou en jouw bedrijf

Ik werk voor mezelf, doe-het-zelf ondernemingsplan kost € 19,95 en is vanaf 28 april verkrijgbaar via de boekhandel en www.de-eigen-zaak.nl, de website van coaching- en adviesbureau De Eigen Zaak in Arnhem.

 

Overtuigend presenteren/Elevator Pitch

Het is een kunst om zo kort en bondig mogelijk te kunnen uitleggen wat je doet, wat je product is en kan en wat daarvan de voordelen zijn. Hoe overtuig je iemand zo snel mogelijk?

Waar ben jij of je bedrijf goed in? Waar ben je uniek in op de markt? Naast de boodschap van het bedrijf gaat het om de propositie van het product of merk. Welke belofte doe je? En is die zo eenvoudig en eenduidig mogelijk?

 

Elevator Pitch

Bovenstaande vragen zijn vaak zo lastig te beantwoorden omdat er een keuze gemaakt dient te worden uit de (hopelijk) vele producteigenschappen en usp’s. De moeilijkheid is de essentie te bepalen en de juiste snaar te raken. Waar blinkt het product in uit in vergelijking met eventueel vergelijkbare producten? Belangrijk is heldere communicatie en de focus op één boodschap – de elevator pitch. Hierin vertel je je boodschap kort (30 seconden tot één minuut) aan de potentiële klant/investeerder. Deze minuut bevat wat je doet en voor wie, waarom je hier sterk in bent en wat de toegevoegde waarde is (what’s in it for me?). Vooral dat laatste is belangrijk om het gesprek in gang te zetten. Wat kun jij voor iemand betekenen? Het zakelijk contact moet door de ‘beperkte’ informatie kunnen inschatten of er een match is en of er een mogelijkheid tot samenwerken is.

Keep it simple, stupid

Het is natuurlijk mooi om als ondernemer vol passie uren te kunnen vertellen over je bedrijf, merk of product. Maar lukt het je ook om iemand te enthousiasmeren na één volzin? Het kunnen uitleggen wat je doet en wat je kunt betekenen geeft je ook houvast. Oefen voor jezelf en laat eens iemand beoordelen hoe je overkomt en of je boodschap helder is. Zorg dat de passie uit je gehele verhaal ook over komt in de korte boodschap. Bedenk ook hoe de boodschap over zou komen op een prospect of relatie en welke vragen dit zou kunnen oproepen. Is de boodschap uitnodigend of juist oninteressant? En is de boodschap makkelijk te volgen (oftewel opgebouwd volgens het KISS principe: Keep it simple, stupid)? Vermijd derhalve zoveel mogelijk jargon, zodat het voor iedereen eenvoudig te volgen is. 

Bron: Tanya Köhler

Confrontatiematrix

Nadat brainstormsessies, vragenrondes en andere inventarisaties zijn afgerond zijn er vaak grote lijsten met elementen gevormd.

Uit een onderzoek naar sterkte-zwakteanalyses die bij twintig productiebedrijven in het Verenigd Koninkrijk is uitgevoerd blijkt dat de gemiddelde SWOT-analyse veertig elementen oplevert. Een dergelijk aantal elementen wordt door een aantal organisatieadviseurs als teveel beschouwd. Volgens het Marketing Planning Centre Nederland zijn er bij de ideale SWOT-analyse van alle sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen uiteindelijk drie tot vijf elementen overgebleven voor de confrontatiematrix. Zonder een schifting is er namelijk de kans dat het overzicht verloren gaat en er geen verbanden worden herkend. De criteria om dit selectieproces te doorlopen gaan uit van het onderscheid met de concurrentie en de relevantie voor de klant of het klantsegment. Bijvoorbeeld worden er vragen gesteld als: “waarin blinkt de organisatie echt uit?” of “welke bedreigingen zijn echt relevant voor ons product / onze dienst?” De volgende grafiek geeft weer hoe de verschillende elementen worden geselecteerd:

SWOT-nl-prio-elementen.png

Nadat de schifting is gemaakt zijn er in het voorbeeld verderop in dit artikel de volgende twaalf elementen overgebleven:

  • Sterktes: productkennis van medewerkers, financiële positie en arbeidsmoraal medewerkers;
  • Zwaktes: locatie van de vestiging, klantvriendelijkheid en oud machinepark;
  • Kansen: stijgende markt van gadgets, patent op de Taurus-lijn en publiciteit over de branche;
  • Bedreigingen: toenemende concurrentie, kwaliteitspeil grondstoffen en stugge kredietmarkt.

In de verdere totstandkoming van de confrontatiematrix staan deze twaalf elementen tegenover elkaar in de volgende wisselwerking:

  • Sterktes – Kansen,
  • Sterktes – Bedreigingen,
  • Zwaktes – Kansen,
  • Zwaktes – Bedreigingen.

Bij een confrontatiematrix waarbij per dimensie van de SWOT drie elementen overblijven, zijn uiteindelijk 36 combinaties te maken: vier maal drie maal drie. Daarna volgt er een keuze uit de belangrijkste combinaties, kwesties (of issues) genoemd in het model.

Bron: Wikipedia

Merken worden te ver uitgerekt

Door ongebreidelde merkextensies verliezen merken aan focus en komen er minder groeiplatforms bij.

Door harmonisatie, sanering van merkportfolio’s en het toepassen van merk-extensiestrategieën wordt met minder merken een bredere variëteit aan producten en diensten aangeboden. Dat stelt Onno Maathuis, positioneerder, onderzoeker corporate branding aan de Erasmus Universiteit en bestuurslid van SWOCC, vast. Maathuis vindt dat geen goede zaak, om twee redenen.

De waarden van een sterk merk kunnen op een te introduceren product overgaan, onder de voorwaarde van een goede fit tussen het merk en het te introduceren product. Maar Maathuis ziet een probleem: ‘Er zijn 100.000 manieren om een fit te bedenken. Van boter naar brood, van brood naar ontbijtproducten, van ontbijtproducten naar voedingsmiddelen. Dan loopt het uit de hand.’ Goede merken worden volgens Maathuis herkend en gewaardeerd omdat ze niet alles voor iedereen proberen te zijn, maar een heldere scope en duidelijke betekenis hebben voor hun doelgroep.

Het tweede bezwaar dat Maathuis ziet is dat door merkextensie geen nieuwe potentiële groeiplatforms voor de toekomst worden gecreëerd; er komen geen merken bij. Wetenschappers schatten in dat nu al meer dan acht van elke tien productintroducties te kenmerken is als merkextensie. Maathuis concludeert dat het voor bedrijven kennelijk moeilijk is om weerstand te bieden aan de druk om de waarde van een merk uit te rekken. Hij noemt een recente introductie c.q. merkextensie als voorbeeld: Dove Men+Care. Een opvallende beweging vindt hij, juist omdat de ‘real beauty’ positionering van Dove voor vrouwen zo ver afstaat van een mannenlijn. Maathuis ziet een probleem van natuurkundige aard. De variëteit in doelgroepen én de variëteit in productaanbod wordt groter. Maar het aantal merken loopt terug. Maathuis verbaast zich ook over twee andere merkextensies van Unilever: Becel brood en Blue Band brood. Hij constateert dat men bij Unilever liever het domein tot buiten de productcategorie rekt, dan dat men er een nieuw broodmerk introduceert, dat de broodcategorie verder gaat ontwikkelen.

Maathuis is niet tegen merkextensies, want merken worden volgens hem ook sterker door productintroducties. Maar het gaat volgens de positioneringspecialist mis wanneer er sprake is van ongebreideld gebruik van merkextensies: ‘Het is niet goed om heel verschillende producten onder één merkplatform te hangen.’

Geslaagde merkextensies volgens Maathuis
KPN (Hi, XS4ALL, Digitenne)
V&D (La Place)
Sony (Vario)
Nintendo (Wii)
Shell (V-Power)

Minder geslaagde merkextensies volgens Maathuis
Blue Band (Goede Start! Brood)
Becel (Meergranen Volkoren)
Grand’Italia (sauzen, soepen, pesto, antipasti enzovoorts)
Rabobank (Rabo Mobiel)

Bron: Adformatie

Belastingplan 2010

Meer en makkelijker ondernemen. Dat is de focus van de

voorstellen in het Belastingplan 2010. “Ondernemers zijn de ruggengraat van de economische ontwikkeling. Ze zijn de motor achter werkgelegenheid, productiviteit en groei. Daarom zet ik voor
2010 stevig in op het eenvoudiger en aantrekkelijker maken van ondernemen”, aldus staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën.

Samen met ondernemers is gekeken waar verbeteringen mogelijk zijn en waar knelpunten kunnen worden weggenomen. Een greep uit de voorstellen:

  • Innovatiebox voor R&D. Voor innovatieve ondernemers wordt
    de octrooibox omgevormd tot een innovatiebox. Dit betekent dat
    winst die wordt behaald met onderzoek en ontwikkeling nog maar
    tegen 5 procent wordt belast. Ook worden de plafonds in de regeling
    geschrapt;
  • Liquiditeit vergroot. Om de liquiditeit van ondernemers in
    zwaar weer te vergroten, kunnen ze ervoor kiezen verliezen uit 2009
    en 2010 drie jaar terug te wentelen. En ook in 2010 kunnen
    afschrijvingen naar voren worden gehaald;
  • Winstvrijstelling omhoog. Voor MKB’ers wordt de
    winstvrijstelling met 1,5 procent verhoogd tot 12 procent. In deze
    regeling verdwijnt ook de eis dat je minimaal 1225 uur moet
    ondernemen (het urencriterium). Hierdoor wordt het aantrekkelijker
    om naast een baan ook te gaan ondernemen;
  • KIA sterk verruimd. Groei van ondernemingen wordt bevorderd
    door de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) met 29 procent te
    intensiveren;
  • Stimulering DGA. Voor de DGA wordt een pakket maatregelen
    voorgesteld, waaronder een uitbreiding van de doorschuiffaciliteit
    in de inkomstenbelasting en een versoepeling van de
    gebruikelijkloonregeling.
Bij het Belastingplan zit een aantal aparte wetten, waaronder
een vereenvoudigingswet en een wetsvoorstel uniformering
loonbegrip. Deze maken een slag in het terugdringen van
administratieve lasten en het opruimen van regels. De Jager: “Deze
‘anti-Kafkawetten’ zorgen voor een structurele lastenreductie van
ruim een half miljard euro door een aantal forse vereenvoudigingen.
Om één loonbegrip wordt al tientallen jaren geroepen, ik ben dan
ook zeer verheugd dat dit kabinet hierin een historische stap kan
zetten.”

De belangrijkste vereenvoudigingen liggen op het gebied van:

  • Nieuwe werkkostenregeling. Een vrijstelling van 1,5 procent van
    de fiscale loonsom vervangt 29 categorieën voor vrije vergoedingen
    en verstrekkingen door de werkgever (zoals werkkleding,
    kerstpakketten, fietsen e.d.);
  • Kleine banen. Banen van werknemers jonger dan 23 jaar met een
    lager loon dan de loongrens worden per 2010 vrijgesteld van
    premieheffing en bijdrage zorgverzekeringswet. Per 2011 wordt ook
    de loonheffing op nul procent gezet;
  • Uniformering loonbegrip. Er komt één loonbegrip voor
    loonbelasting, verschillende premies en de inkomensafhankelijke
    bijdrage zorgverzekeringswet. Voor werkgevers betekent dit een
    lastenreductie van 380 miljoen euro. Voor werknemers wordt de
    loonstrook korter, duidelijker en eenvoudiger.

Daarnaast zet De Jager onder andere in op:

  • Pakket btw-verlagingen, waaronder:
    - schilderen en stukadoren van huizen ouder dan twee jaar;
    - schoonmaakwerkzaamheden in huis;
    - educatieve moderne informatiedragers zoals cd-roms.
  • Steun in de rug voor de innovatieve auto-industrie, met
    bijvoorbeeld:
    - geen leasebijtelling op elektrische auto’s in 2010 en 2011
    - schrappen van motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s;
    - hogere korting van 700 euro op de aanschafbelasting van zuinige
    auto’s.

Meer informatie over bovenstaande, en nog veel meer maatregelen
staat op: www.minfin.nl/belastingplan2010

5 stappenplan voor omzetgroei

Klantcontact wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. “Ondernemers moeten sociaal kapitaal opbouwen”, stelt internetexpert Ton Wesseling. Een 5 stappenplan voor omzetgroei.

Een decennium is voorbij. Het begon op 1 januari 2000 met Y2K, daarna kwam de dotcom crash en een kredietcrisis. Het decennium eindigde met het volwassen worden van internet als communicatiekanaal. In de afgelopen tien jaar is het door internet en haar ontwikkelingen mogelijk geworden dat iedereen informatie kan publiceren en kan verspreiden en dat andersom deze informatie ook kan worden gevonden.

 

Vindbaarheid en relevantie

Door de verdere groei van mobiel internet, gebruiksvriendelijke wireless devices en de achterliggende platformen die applicatieontwikkeling en distributie ook veel toegankelijker hebben gemaakt, zal het komende decennium de eenvoud van publicatie, ongeacht de locatie, blijven toenemen. Ook de vindbaarheid van deze (geclusterde) informatie zal toenemen, maar de echte groei zal zitten en de relevantie van informatie.

Door de koppeling aan profielen zal informatie steeds vaker gebaseerd zijn op sociale context. Je kent de bron, hebt een gedeeld online contact of het medium wordt door deze contacten als betrouwbaar beoordeeld. Elke ondernemer zal er daardoor rekening mee moeten houden dat elke potentiële koper exact op de hoogte is van de mening van zijn sociale context over het bedrijf en diensten/producten van de ondernemer en zijn concurrenten.

 

Sociaal kapitaal

Door het volwassen worden van internet als communicatiekanaal staan we nu aan het begin van het opbouwen van sociaal kapitaal als belangrijkste marketinggoed. Of je nu streeft naar lage marge massa met een goedkoopste prijsstrategie zonder veel service of het zijn van de niche specialist met de duurdere prijs maar met kwaliteitsadvies: de mening van de bestaande klanten over de prijs / kwaliteit en service verhouding van je bedrijf zal steeds vaker doorslaggevend zijn in het maken van een keuzen door een potentiële koper. 
De winnaars op marketinggebied van het komende decennium zijn de ondernemers die direct of indirect waarde toevoegen aan het dagelijks leven van de klant en zijn sociale omgeving in relatie tot het product of de dienst die deze klant afneemt of wil afnemen. De koop moet worden gegund. Waar voorheen middels marketing nog een bijgestuurd beeld kon worden geschetst van een gunwaardig bedrijf, zal dit door de informatie publicatie vrijheid en vindbaarheid steeds minder goed mogelijk worden en zich zelfs tegen de bedrijven die dit blijven doen kunnen keren. Een eerlijk beeld door informatie transparantie.


Klantcontact opbouw
Behalve dat de basiszaken binnen een bedrijf goed moeten zijn, zoals de verhouding in prijs en kwaliteit en de structuur, cultuur en communicatie binnen het bedrijf, zal het bedrijf dichter tegen de klant aan moeten zitten. Luister naar de klant. Wie is hij, wat houdt hem bezig en hoe kan ik hem helpen? 
Het online communicatiekanaal is uitermate geschikt de stappen dichter naar de klant toe te maken, maar waar te beginnen als ondernemer? Hoe te participeren in het spel van online informatie met daarbij de uiteindelijke mogelijkheid tot het benutten van opgebouwd sociaal kapitaal?

 

Een 5 stappenplan:

  1. Zoek & Volg: gebruik zoekdiensten om te bepalen waar er enerzijds door uw doelgroep wordt gecommuniceerd en anderzijds over uw soort diensten en producten. Gebruik monitoring applicaties om deze communicatie te volgen en te leren waar over wordt gesproken. Probeer te begrijpen waar de behoeften liggen van uw (potentiële) klanten.
  2. Besta: creëer uw online aanwezigheid buiten uw eigen webdomein. Maak profielen aan op de websites die worden gebruikt door uw doelgroep en op de websites waar over uw type producten en/of dienstverlening wordt gesproken. Wees bij het aanmaken een herkenbaar persoon (of groep personen). Wees open en transparant. Dialogen vinden plaats tussen mensen. Laat zijn wie u bent, waar u woont en waarom u hier bent.
  3. Participeer: zonder participatie geen waardeopbouw. Help uw doelgroep, klanten en potentieel geïnteresseerden met hun vragen, wensen en problemen. Gun anderen een plezierig moment.
  4. Onderhoud: kies met zorg uw contacten, maar maak geen onderscheid in aandacht. Bij wederzijds contact is het van belang om de onstaande relatie te gaan onderhouden. Volg de betreffende personen met extra interesse en blijf hulp bieden.
  5. Onderneem: wees creatief met het opgebouwde netwerk aan contacten. Dit is de waardevolle eerste laag van contact met de nagenoeg volledig (potentiële) klantgroep. Bij deze mensen heeft u krediet opgebouwd. Zij zijn bereid om met u en uw bedrijf, producten en/of diensten iets moois te gaan doen. Vraag echter nooit meer dan u had gegeven.

 

Klantcontactstrategie en netwerkeffect

Vergeet niet dat je online strategie deel zal moeten uitmaken van de volledige contactstrategie met de klant en/of prospect. De stem van het bedrijf zal daarbij over alle communicatie kanalen gelijk moeten zijn. Twijfel ook zeker niet over de hoeveelheid aandacht die je geeft aan je basisnetwerk. Nodig ze gerust uit voor een rondleiding/dagje uit/denktank sessie. Contacten worden sterken wanneer ze over meerdere kanalen plaatsvinden (met name de combinatie online en real life). Daarbij hebben jouw basiscontacten immers zelf ook veel contacten en die contacten hebben ook weer contacten.. Met het huidige realtime web is daardoor de informatie die een klant of prospect zoekt via meerdere contactpunten alsnog razendsnel op de plaats van bestemming.

 

 

Bron: Ton Wesseling (Online Dialogue)

Zelf Starten, hoe begin ik?

Zelf starten begint met een idee. Dat idee werk je uit tot een concept. Dit is niets meer dan een kwestie van schrijven……..

 

1. Hoe begin ik?

Zelf starten begint met een idee. Dat idee werk je uit tot een concept. Dit is niets meer dan een kwestie van schrijven, waarbij je antwoord geeft op de volgende vragen:

  • Wie worden mijn klanten?
  • Wat wordt mijn product of dienst?
  • Wie worden mijn concurrenten?
  • Hoe ga ik mijn product of dienst bij de klant brengen?
  • Waarom kopen klanten het product bij mij en niet bij mijn concurrenten?
  • Hoe(veel) ga ik verdienen met mijn bedrijf?

2. Hoeveel geld moet ik minimaal verdienen met mijn bedrijf om rond te komen?

Stap 1:
Bepaal hoeveel geld je jaarlijks nodig hebt om van te leven. Dit is makkelijk uit te rekenen, door alle uitgaven voor levensonderhoud bij elkaar op te tellen: gas, licht, water, huur, kleding, verzekering, voeding, etcetera. Stel dat je uitkomt op 21.000 euro. Dan moet u dus 21.000 euro overhouden van uw bedrijf (als winst).

Stap 2:
De winst op jouw dienst of product wordt gevormd door de omzet minus de kosten van de omzet. Ook de vaste bedrijfskosten moet je van de omzet aftrekken. Denk aan huur, telefoonrekeningen, kosten voor promotie, verzekeringen en autokosten. Je houdt dan de nettowinst over.

Stap 3:
Van de nettowinst gaat nog belasting af. Twintig Procent is voor starters een redelijke aanname, mits je gebruik maakt van alle aftrekposten en startersfaciliteiten.

Stap 4:
Stel dat je 21.000 euro wilt overhouden. Hoeveel moet de omzet dan bedragen? 21.000 + 4.200 (20 procent belasting) + 14.000 (bedrijfskosten) = 39.200 euro. Daar bovenop komen nog de kosten voor het maken van het product of de dienst. De uitkomst is de omzet die je minimaal moet ‘verdienen’.

3. Hoeveel producten moet ik verkopen (of diensten leveren)?

Je kan vaak eenvoudig berekenen hoeveel je moet verkopen om de gewenste omzet te bereiken.

  • Trek van de verkoopprijs van het product de kosten af om het product / de dienst te maken.
  • Deel de gewenste omzet (zie daarvoor de berekening in de vorige vraag) door dit bedrag en je krijgt het aantal producten / diensten.
  • Bijvoorbeeld:
    Je gaat tafels verkopen. De verkoopprijs is 300 euro per stuk, maar de inkoopprijs en vervoerskosten bedragen 110 euro. De winst per tafel is dan 190 euro. De rekensom wordt dan: 39.200 : 190 = 206 tafels.

3. Hoeveel producten/diensten moet ik gemiddeld per week verkopen?

Ook dat is te berekenen. Stel je werkt vijf dagen per week. En je neemt vier weken vakantie per jaar. Dan heb je dus 48 weken om jouw product of dienst te verkopen.

We nemen weer de rekensom van de vorige vraag. Hierin moest je 206 tafels verkopen om voldoende winst te maken. 206 gedeeld door 48 is 4. Je moet dus elke week vier tafels verkopen.

4. Wat staat er in een ondernemingsplan?

Het ondernemingsplan moet passen bij jou en jouw bedrijf. Maar het moet ook passen bij de partij waarvoor je het plan schrijft. Is het plan voor jezelf of de bank?

In een ondernemingsplan staat in ieder geval het volgende:

  • Inleiding
  • Samenvatting
  • Persoonlijk: persoonsgegevens, opleiding, werkervaring. Maar ook jouw persoonlijke motivatie en doelstellingen. En een overzicht van jouw kwaliteiten; jouw sterke en minder sterke kanten.
  • De markt: wat ga je aanbieden? Plus een marktonderzoek: omgeving, klanten en concurrentie.
  • De marketingmix: product, prijs, plaats, promotie. Maar ook de omzetprognose.
  • Financieel plan: investeringsplan, financieringsplan, exploitatiebegroting, liquiditeitsbegroting.
  • Plan van aanpak.

5. Welke rechtsvorm kies ik voor mijn bedrijf?

Bij het starten van een onderneming is het van belang om vast te stellen hoe de aansprakelijkheid voor winst en verlies is geregeld. Maar ook wie de belastingen en sociale premies moet betalen. Dit alles is regel je door een rechtsvorm te kiezen. Er bestaan verschillende soorten. De meeste starters beginnen als eenmanszaak. Later kan je overgaan op een besloten vennootschap, beter bekend als een bv. Andere vormen zijn: maatschap, vennootschap onder firma (vof), commanditaire vennootschap (cv) en de Limited (Ltd).

Kijk voor een overzicht van de verschillende soorten rechtsvormen op de website van de Kamer van Koophandel.

6. Waar moet ik me aanmelden als starter?

Houd in ieder geval rekening met het volgende:

  1. Kamer van Koophandel
  2. Productschap en/of bedrijfschap
  3. Vergunningen
  4. Auteursrecht

1. Je moet je inschrijven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken (KvK).
Iedere ondernemer is verplicht om zich in te schrijven bij de KvK. Dus ook als je een eenmanszaak hebt of freelancer bent. Op de website van de KvK lees je hier alles over.

Als je je inschrijft bij de KvK wordt in het handelsregister jouw naam en de naam van jouw bedrijf opgenomen. Maar ook de vestigingsplaats van jouw bedrijf, de rechtsvorm en een korte bedrijfsomschrijving. Dit register is openbaar en dus door iedereen in te zien. Zodra je staat ingeschreven in het Handelsregister, worden jouw gegevens doorgespeeld aan andere overheidsinstanties, zoals de Belastingdienst.

2. In veel sectoren ben je ook verplicht om je aan te melden bij het productschap of bedrijfschap. Je betaalt dan een jaarlijkse bijdrage. Voor verschillende sectoren bestaan product- en bedrijfsschappen. Dit geldt in ieder geval voor: zuivel-, vis- en tuinbouwproducten, afbouw en onderhoud, agrarische groothandel, ambachten, detailhandel, bosschap en horeca en catering. Kijk in de branchewijzer bij de KVK bij welke product- en/of bedrijfsschappen je je moet inschrijven.

3. Misschien heb je vergunningen nodig? Dan moet je deze op tijd aanvragen.

  • Een bouwvergunning vraag je aan bij je gemeente. Op de website van het ministerie van VROM kan je nagaan of je een bouwvergunning moet aanvragen.
  • Een milieuvergunning vraag je aan bij je gemeente- of provinciebestuur.

4. Tenslotte moet je rekening houden met auteursrecht en dergelijke.

  • Reprorecht is een vergoeding voor het fotokopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken zoals kranten, tijdschriften en boeken.
  • Voor het draaien van muziek in een winkel of bedrijf moet meestal een vergoeding worden betaald aan Buma / Stemra en Sena. Voor het afspelen van films en televisieprogramma’s aan Videma.

Bron: CNV Zelfstandigen

Urencriterium

Het urencriterium is een van de eisen van de Belastingdienst om te bepalen of jij wel echt een zelfstandig ondernemer bent. Als je voldoet aan het urencriterium (1225 uur per jaar) dan heb je recht op aftrekposten.

Eisen urencriterium

Het urencriterium betekent dat jij per jaar minimaal 1225 uur aan de eigen onderneming moet besteden. Ook de tijd die het woon-werkverkeer naar de ‘zaak’ kost, wordt meegerekend. Evenals de tijd die je aan administratie besteedt en alle andere tijd die je gebruikt voor jouw bedrijf, zoals scholing, vergaderen, werving etc. Het gaat dus niet alleen om de uren die je kan factureren!

Daarnaast moet je meer dan de helft van jouw werkzame tijd aan het bedrijf besteden. Let op: deze eis geldt niet voor starters! Zij hoeven alleen 1.225 uur voor de onderneming te hebben gewerkt.
Voor starters vanuit de arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt een lager urencriterium: 800 uur.

Urenadministratie

Je moet natuurlijk wel kunnen aantonen aan de belastingdienst dat je werkelijk 1225 uur per jaar aan je bedrijf besteedt. Een goede urenadministratie is dus onmisbaar.

Uren bijhouden is niet alleen handig voor de belastingdienst. Voor jezelf is het ook handig om een overzicht te hebben van de tijd die je stopt in verschillende bedrijfszaken, zoals de projecten waar je aan werkt, het uitschrijven van facturen en de werving van opdrachten. Zo leer je hoeveel tijd je nodig hebt voor een bepaalde klus, maar ook of prive-zaken niet hebben te leiden onder het werk.

Bron: CNV Zelfstandigen