Merken worden te ver uitgerekt

Door ongebreidelde merkextensies verliezen merken aan focus en komen er minder groeiplatforms bij.

Door harmonisatie, sanering van merkportfolio’s en het toepassen van merk-extensiestrategieën wordt met minder merken een bredere variëteit aan producten en diensten aangeboden. Dat stelt Onno Maathuis, positioneerder, onderzoeker corporate branding aan de Erasmus Universiteit en bestuurslid van SWOCC, vast. Maathuis vindt dat geen goede zaak, om twee redenen.

De waarden van een sterk merk kunnen op een te introduceren product overgaan, onder de voorwaarde van een goede fit tussen het merk en het te introduceren product. Maar Maathuis ziet een probleem: ‘Er zijn 100.000 manieren om een fit te bedenken. Van boter naar brood, van brood naar ontbijtproducten, van ontbijtproducten naar voedingsmiddelen. Dan loopt het uit de hand.’ Goede merken worden volgens Maathuis herkend en gewaardeerd omdat ze niet alles voor iedereen proberen te zijn, maar een heldere scope en duidelijke betekenis hebben voor hun doelgroep.

Het tweede bezwaar dat Maathuis ziet is dat door merkextensie geen nieuwe potentiële groeiplatforms voor de toekomst worden gecreëerd; er komen geen merken bij. Wetenschappers schatten in dat nu al meer dan acht van elke tien productintroducties te kenmerken is als merkextensie. Maathuis concludeert dat het voor bedrijven kennelijk moeilijk is om weerstand te bieden aan de druk om de waarde van een merk uit te rekken. Hij noemt een recente introductie c.q. merkextensie als voorbeeld: Dove Men+Care. Een opvallende beweging vindt hij, juist omdat de ‘real beauty’ positionering van Dove voor vrouwen zo ver afstaat van een mannenlijn. Maathuis ziet een probleem van natuurkundige aard. De variëteit in doelgroepen én de variëteit in productaanbod wordt groter. Maar het aantal merken loopt terug. Maathuis verbaast zich ook over twee andere merkextensies van Unilever: Becel brood en Blue Band brood. Hij constateert dat men bij Unilever liever het domein tot buiten de productcategorie rekt, dan dat men er een nieuw broodmerk introduceert, dat de broodcategorie verder gaat ontwikkelen.

Maathuis is niet tegen merkextensies, want merken worden volgens hem ook sterker door productintroducties. Maar het gaat volgens de positioneringspecialist mis wanneer er sprake is van ongebreideld gebruik van merkextensies: ‘Het is niet goed om heel verschillende producten onder één merkplatform te hangen.’

Geslaagde merkextensies volgens Maathuis
KPN (Hi, XS4ALL, Digitenne) 
V&D (La Place) 
Sony (Vario) 
Nintendo (Wii) 
Shell (V-Power)

Minder geslaagde merkextensies volgens Maathuis
Blue Band (Goede Start! Brood) 
Becel (Meergranen Volkoren) 
Grand’Italia (sauzen, soepen, pesto, antipasti enzovoorts)
Rabobank (Rabo Mobiel)

 

Bron: Adformatie

Belastingplan 2010

Meer en makkelijker ondernemen. Dat is de focus van de

voorstellen in het Belastingplan 2010. “Ondernemers zijn de ruggengraat van de economische ontwikkeling. Ze zijn de motor achter werkgelegenheid, productiviteit en groei. Daarom zet ik voor
2010 stevig in op het eenvoudiger en aantrekkelijker maken van ondernemen”, aldus staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën.

Samen met ondernemers is gekeken waar verbeteringen mogelijk zijn en waar knelpunten kunnen worden weggenomen. Een greep uit de voorstellen:

  • Innovatiebox voor R&D. Voor innovatieve ondernemers wordt
    de octrooibox omgevormd tot een innovatiebox. Dit betekent dat
    winst die wordt behaald met onderzoek en ontwikkeling nog maar
    tegen 5 procent wordt belast. Ook worden de plafonds in de regeling
    geschrapt;
  • Liquiditeit vergroot. Om de liquiditeit van ondernemers in
    zwaar weer te vergroten, kunnen ze ervoor kiezen verliezen uit 2009
    en 2010 drie jaar terug te wentelen. En ook in 2010 kunnen
    afschrijvingen naar voren worden gehaald;
  • Winstvrijstelling omhoog. Voor MKB’ers wordt de
    winstvrijstelling met 1,5 procent verhoogd tot 12 procent. In deze
    regeling verdwijnt ook de eis dat je minimaal 1225 uur moet
    ondernemen (het urencriterium). Hierdoor wordt het aantrekkelijker
    om naast een baan ook te gaan ondernemen;
  • KIA sterk verruimd. Groei van ondernemingen wordt bevorderd
    door de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) met 29 procent te
    intensiveren;
  • Stimulering DGA. Voor de DGA wordt een pakket maatregelen
    voorgesteld, waaronder een uitbreiding van de doorschuiffaciliteit
    in de inkomstenbelasting en een versoepeling van de
    gebruikelijkloonregeling.
Bij het Belastingplan zit een aantal aparte wetten, waaronder
een vereenvoudigingswet en een wetsvoorstel uniformering
loonbegrip. Deze maken een slag in het terugdringen van
administratieve lasten en het opruimen van regels. De Jager: “Deze
‘anti-Kafkawetten’ zorgen voor een structurele lastenreductie van
ruim een half miljard euro door een aantal forse vereenvoudigingen.
Om één loonbegrip wordt al tientallen jaren geroepen, ik ben dan
ook zeer verheugd dat dit kabinet hierin een historische stap kan
zetten.”

De belangrijkste vereenvoudigingen liggen op het gebied van:

  • Nieuwe werkkostenregeling. Een vrijstelling van 1,5 procent van
    de fiscale loonsom vervangt 29 categorieën voor vrije vergoedingen
    en verstrekkingen door de werkgever (zoals werkkleding,
    kerstpakketten, fietsen e.d.);
  • Kleine banen. Banen van werknemers jonger dan 23 jaar met een
    lager loon dan de loongrens worden per 2010 vrijgesteld van
    premieheffing en bijdrage zorgverzekeringswet. Per 2011 wordt ook
    de loonheffing op nul procent gezet;
  • Uniformering loonbegrip. Er komt één loonbegrip voor
    loonbelasting, verschillende premies en de inkomensafhankelijke
    bijdrage zorgverzekeringswet. Voor werkgevers betekent dit een
    lastenreductie van 380 miljoen euro. Voor werknemers wordt de
    loonstrook korter, duidelijker en eenvoudiger.

Daarnaast zet De Jager onder andere in op:

  • Pakket btw-verlagingen, waaronder:
    - schilderen en stukadoren van huizen ouder dan twee jaar;
    - schoonmaakwerkzaamheden in huis;
    - educatieve moderne informatiedragers zoals cd-roms.
  • Steun in de rug voor de innovatieve auto-industrie, met
    bijvoorbeeld:
    - geen leasebijtelling op elektrische auto’s in 2010 en 2011
    - schrappen van motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s;
    - hogere korting van 700 euro op de aanschafbelasting van zuinige
    auto’s.

Meer informatie over bovenstaande, en nog veel meer maatregelen
staat op: www.minfin.nl/belastingplan2010

5 stappenplan voor omzetgroei

Klantcontact wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. “Ondernemers moeten sociaal kapitaal opbouwen”, stelt internetexpert Ton Wesseling. Een 5 stappenplan voor omzetgroei.

Een decennium is voorbij. Het begon op 1 januari 2000 met Y2K, daarna kwam de dotcom crash en een kredietcrisis. Het decennium eindigde met het volwassen worden van internet als communicatiekanaal. In de afgelopen tien jaar is het door internet en haar ontwikkelingen mogelijk geworden dat iedereen informatie kan publiceren en kan verspreiden en dat andersom deze informatie ook kan worden gevonden.

 

Vindbaarheid en relevantie

Door de verdere groei van mobiel internet, gebruiksvriendelijke wireless devices en de achterliggende platformen die applicatieontwikkeling en distributie ook veel toegankelijker hebben gemaakt, zal het komende decennium de eenvoud van publicatie, ongeacht de locatie, blijven toenemen. Ook de vindbaarheid van deze (geclusterde) informatie zal toenemen, maar de echte groei zal zitten en de relevantie van informatie.

Door de koppeling aan profielen zal informatie steeds vaker gebaseerd zijn op sociale context. Je kent de bron, hebt een gedeeld online contact of het medium wordt door deze contacten als betrouwbaar beoordeeld. Elke ondernemer zal er daardoor rekening mee moeten houden dat elke potentiële koper exact op de hoogte is van de mening van zijn sociale context over het bedrijf en diensten/producten van de ondernemer en zijn concurrenten.

 

Sociaal kapitaal

Door het volwassen worden van internet als communicatiekanaal staan we nu aan het begin van het opbouwen van sociaal kapitaal als belangrijkste marketinggoed. Of je nu streeft naar lage marge massa met een goedkoopste prijsstrategie zonder veel service of het zijn van de niche specialist met de duurdere prijs maar met kwaliteitsadvies: de mening van de bestaande klanten over de prijs / kwaliteit en service verhouding van je bedrijf zal steeds vaker doorslaggevend zijn in het maken van een keuzen door een potentiële koper. 
De winnaars op marketinggebied van het komende decennium zijn de ondernemers die direct of indirect waarde toevoegen aan het dagelijks leven van de klant en zijn sociale omgeving in relatie tot het product of de dienst die deze klant afneemt of wil afnemen. De koop moet worden gegund. Waar voorheen middels marketing nog een bijgestuurd beeld kon worden geschetst van een gunwaardig bedrijf, zal dit door de informatie publicatie vrijheid en vindbaarheid steeds minder goed mogelijk worden en zich zelfs tegen de bedrijven die dit blijven doen kunnen keren. Een eerlijk beeld door informatie transparantie.


Klantcontact opbouw
Behalve dat de basiszaken binnen een bedrijf goed moeten zijn, zoals de verhouding in prijs en kwaliteit en de structuur, cultuur en communicatie binnen het bedrijf, zal het bedrijf dichter tegen de klant aan moeten zitten. Luister naar de klant. Wie is hij, wat houdt hem bezig en hoe kan ik hem helpen? 
Het online communicatiekanaal is uitermate geschikt de stappen dichter naar de klant toe te maken, maar waar te beginnen als ondernemer? Hoe te participeren in het spel van online informatie met daarbij de uiteindelijke mogelijkheid tot het benutten van opgebouwd sociaal kapitaal?

 

Een 5 stappenplan:

  1. Zoek & Volg: gebruik zoekdiensten om te bepalen waar er enerzijds door uw doelgroep wordt gecommuniceerd en anderzijds over uw soort diensten en producten. Gebruik monitoring applicaties om deze communicatie te volgen en te leren waar over wordt gesproken. Probeer te begrijpen waar de behoeften liggen van uw (potentiële) klanten.
  2. Besta: creëer uw online aanwezigheid buiten uw eigen webdomein. Maak profielen aan op de websites die worden gebruikt door uw doelgroep en op de websites waar over uw type producten en/of dienstverlening wordt gesproken. Wees bij het aanmaken een herkenbaar persoon (of groep personen). Wees open en transparant. Dialogen vinden plaats tussen mensen. Laat zijn wie u bent, waar u woont en waarom u hier bent.
  3. Participeer: zonder participatie geen waardeopbouw. Help uw doelgroep, klanten en potentieel geïnteresseerden met hun vragen, wensen en problemen. Gun anderen een plezierig moment.
  4. Onderhoud: kies met zorg uw contacten, maar maak geen onderscheid in aandacht. Bij wederzijds contact is het van belang om de onstaande relatie te gaan onderhouden. Volg de betreffende personen met extra interesse en blijf hulp bieden.
  5. Onderneem: wees creatief met het opgebouwde netwerk aan contacten. Dit is de waardevolle eerste laag van contact met de nagenoeg volledig (potentiële) klantgroep. Bij deze mensen heeft u krediet opgebouwd. Zij zijn bereid om met u en uw bedrijf, producten en/of diensten iets moois te gaan doen. Vraag echter nooit meer dan u had gegeven.

 

Klantcontactstrategie en netwerkeffect

Vergeet niet dat je online strategie deel zal moeten uitmaken van de volledige contactstrategie met de klant en/of prospect. De stem van het bedrijf zal daarbij over alle communicatie kanalen gelijk moeten zijn. Twijfel ook zeker niet over de hoeveelheid aandacht die je geeft aan je basisnetwerk. Nodig ze gerust uit voor een rondleiding/dagje uit/denktank sessie. Contacten worden sterken wanneer ze over meerdere kanalen plaatsvinden (met name de combinatie online en real life). Daarbij hebben jouw basiscontacten immers zelf ook veel contacten en die contacten hebben ook weer contacten.. Met het huidige realtime web is daardoor de informatie die een klant of prospect zoekt via meerdere contactpunten alsnog razendsnel op de plaats van bestemming.

 

 

Bron: Ton Wesseling (Online Dialogue)

Zelf Starten, hoe begin ik?

Zelf starten begint met een idee. Dat idee werk je uit tot een concept. Dit is niets meer dan een kwestie van schrijven……..

 

1. Hoe begin ik?

Zelf starten begint met een idee. Dat idee werk je uit tot een concept. Dit is niets meer dan een kwestie van schrijven, waarbij je antwoord geeft op de volgende vragen:

  • Wie worden mijn klanten?
  • Wat wordt mijn product of dienst?
  • Wie worden mijn concurrenten?
  • Hoe ga ik mijn product of dienst bij de klant brengen?
  • Waarom kopen klanten het product bij mij en niet bij mijn concurrenten?
  • Hoe(veel) ga ik verdienen met mijn bedrijf?

2. Hoeveel geld moet ik minimaal verdienen met mijn bedrijf om rond te komen?

Stap 1:
Bepaal hoeveel geld je jaarlijks nodig hebt om van te leven. Dit is makkelijk uit te rekenen, door alle uitgaven voor levensonderhoud bij elkaar op te tellen: gas, licht, water, huur, kleding, verzekering, voeding, etcetera. Stel dat je uitkomt op 21.000 euro. Dan moet u dus 21.000 euro overhouden van uw bedrijf (als winst).

Stap 2:
De winst op jouw dienst of product wordt gevormd door de omzet minus de kosten van de omzet. Ook de vaste bedrijfskosten moet je van de omzet aftrekken. Denk aan huur, telefoonrekeningen, kosten voor promotie, verzekeringen en autokosten. Je houdt dan de nettowinst over.

Stap 3:
Van de nettowinst gaat nog belasting af. Twintig Procent is voor starters een redelijke aanname, mits je gebruik maakt van alle aftrekposten en startersfaciliteiten.

Stap 4:
Stel dat je 21.000 euro wilt overhouden. Hoeveel moet de omzet dan bedragen? 21.000 + 4.200 (20 procent belasting) + 14.000 (bedrijfskosten) = 39.200 euro. Daar bovenop komen nog de kosten voor het maken van het product of de dienst. De uitkomst is de omzet die je minimaal moet ‘verdienen’.

3. Hoeveel producten moet ik verkopen (of diensten leveren)?

Je kan vaak eenvoudig berekenen hoeveel je moet verkopen om de gewenste omzet te bereiken.

  • Trek van de verkoopprijs van het product de kosten af om het product / de dienst te maken.
  • Deel de gewenste omzet (zie daarvoor de berekening in de vorige vraag) door dit bedrag en je krijgt het aantal producten / diensten.
  • Bijvoorbeeld:
    Je gaat tafels verkopen. De verkoopprijs is 300 euro per stuk, maar de inkoopprijs en vervoerskosten bedragen 110 euro. De winst per tafel is dan 190 euro. De rekensom wordt dan: 39.200 : 190 = 206 tafels.

3. Hoeveel producten/diensten moet ik gemiddeld per week verkopen?

Ook dat is te berekenen. Stel je werkt vijf dagen per week. En je neemt vier weken vakantie per jaar. Dan heb je dus 48 weken om jouw product of dienst te verkopen.

We nemen weer de rekensom van de vorige vraag. Hierin moest je 206 tafels verkopen om voldoende winst te maken. 206 gedeeld door 48 is 4. Je moet dus elke week vier tafels verkopen.

4. Wat staat er in een ondernemingsplan?

Het ondernemingsplan moet passen bij jou en jouw bedrijf. Maar het moet ook passen bij de partij waarvoor je het plan schrijft. Is het plan voor jezelf of de bank?

In een ondernemingsplan staat in ieder geval het volgende:

  • Inleiding
  • Samenvatting
  • Persoonlijk: persoonsgegevens, opleiding, werkervaring. Maar ook jouw persoonlijke motivatie en doelstellingen. En een overzicht van jouw kwaliteiten; jouw sterke en minder sterke kanten.
  • De markt: wat ga je aanbieden? Plus een marktonderzoek: omgeving, klanten en concurrentie.
  • De marketingmix: product, prijs, plaats, promotie. Maar ook de omzetprognose.
  • Financieel plan: investeringsplan, financieringsplan, exploitatiebegroting, liquiditeitsbegroting.
  • Plan van aanpak.

5. Welke rechtsvorm kies ik voor mijn bedrijf?

Bij het starten van een onderneming is het van belang om vast te stellen hoe de aansprakelijkheid voor winst en verlies is geregeld. Maar ook wie de belastingen en sociale premies moet betalen. Dit alles is regel je door een rechtsvorm te kiezen. Er bestaan verschillende soorten. De meeste starters beginnen als eenmanszaak. Later kan je overgaan op een besloten vennootschap, beter bekend als een bv. Andere vormen zijn: maatschap, vennootschap onder firma (vof), commanditaire vennootschap (cv) en de Limited (Ltd).

Kijk voor een overzicht van de verschillende soorten rechtsvormen op de website van de Kamer van Koophandel.

6. Waar moet ik me aanmelden als starter?

Houd in ieder geval rekening met het volgende:

  1. Kamer van Koophandel
  2. Productschap en/of bedrijfschap
  3. Vergunningen
  4. Auteursrecht

1. Je moet je inschrijven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken (KvK).
Iedere ondernemer is verplicht om zich in te schrijven bij de KvK. Dus ook als je een eenmanszaak hebt of freelancer bent. Op de website van de KvK lees je hier alles over.

Als je je inschrijft bij de KvK wordt in het handelsregister jouw naam en de naam van jouw bedrijf opgenomen. Maar ook de vestigingsplaats van jouw bedrijf, de rechtsvorm en een korte bedrijfsomschrijving. Dit register is openbaar en dus door iedereen in te zien. Zodra je staat ingeschreven in het Handelsregister, worden jouw gegevens doorgespeeld aan andere overheidsinstanties, zoals de Belastingdienst.

2. In veel sectoren ben je ook verplicht om je aan te melden bij het productschap of bedrijfschap. Je betaalt dan een jaarlijkse bijdrage. Voor verschillende sectoren bestaan product- en bedrijfsschappen. Dit geldt in ieder geval voor: zuivel-, vis- en tuinbouwproducten, afbouw en onderhoud, agrarische groothandel, ambachten, detailhandel, bosschap en horeca en catering. Kijk in de branchewijzer bij de KVK bij welke product- en/of bedrijfsschappen je je moet inschrijven.

3. Misschien heb je vergunningen nodig? Dan moet je deze op tijd aanvragen.

  • Een bouwvergunning vraag je aan bij je gemeente. Op de website van het ministerie van VROM kan je nagaan of je een bouwvergunning moet aanvragen.
  • Een milieuvergunning vraag je aan bij je gemeente- of provinciebestuur.

4. Tenslotte moet je rekening houden met auteursrecht en dergelijke.

  • Reprorecht is een vergoeding voor het fotokopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken zoals kranten, tijdschriften en boeken.
  • Voor het draaien van muziek in een winkel of bedrijf moet meestal een vergoeding worden betaald aan Buma / Stemra en Sena. Voor het afspelen van films en televisieprogramma’s aan Videma.

Bron: CNV Zelfstandigen

Urencriterium

Het urencriterium is een van de eisen van de Belastingdienst om te bepalen of jij wel echt een zelfstandig ondernemer bent. Als je voldoet aan het urencriterium (1225 uur per jaar) dan heb je recht op aftrekposten.

Eisen urencriterium

Het urencriterium betekent dat jij per jaar minimaal 1225 uur aan de eigen onderneming moet besteden. Ook de tijd die het woon-werkverkeer naar de ‘zaak’ kost, wordt meegerekend. Evenals de tijd die je aan administratie besteedt en alle andere tijd die je gebruikt voor jouw bedrijf, zoals scholing, vergaderen, werving etc. Het gaat dus niet alleen om de uren die je kan factureren!

Daarnaast moet je meer dan de helft van jouw werkzame tijd aan het bedrijf besteden. Let op: deze eis geldt niet voor starters! Zij hoeven alleen 1.225 uur voor de onderneming te hebben gewerkt.
Voor starters vanuit de arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt een lager urencriterium: 800 uur.

Urenadministratie

Je moet natuurlijk wel kunnen aantonen aan de belastingdienst dat je werkelijk 1225 uur per jaar aan je bedrijf besteedt. Een goede urenadministratie is dus onmisbaar.

Uren bijhouden is niet alleen handig voor de belastingdienst. Voor jezelf is het ook handig om een overzicht te hebben van de tijd die je stopt in verschillende bedrijfszaken, zoals de projecten waar je aan werkt, het uitschrijven van facturen en de werving van opdrachten. Zo leer je hoeveel tijd je nodig hebt voor een bepaalde klus, maar ook of prive-zaken niet hebben te leiden onder het werk.

Bron: CNV Zelfstandigen

FNV zelfstandigen komt met crisisindex voor zelfstandigen

Er zijn veel veronderstellingen over het effect van de crisis op zelfstandigen, maar geen gegevens. U kunt meedoen en er voor zorgen dat het effect van de crisis op uw onderneming juist in beeld komt.

De komende tijd zal FNV Zelfstandigen bij elke nieuwsbrief aan leden vragen om de index in te vullen. Zo onstaat een monitor over het effect over een langere periode. Ook niet leden kunnen zich opgeven.

Bron en link naar index: FNV Zelfstandigen

Wijzigingen regels zzp’ers 2010

Utrecht, 9 april 2009 – Een jaar geleden heeft FNV Zelfstandigen een ‘top 10 hinderlijke regels’ voor zelfstandig ondernemers overhandigd aan Jan Kees de Jager, staatssecretaris van Financiën. In een jaar tijd is er, mede door druk van FNV Zelfstandigen, serieuze aandacht gekomen voor deze regels en heeft het kabinet diverse stappen genomen om regels voor zzp’ers te verbeteren en te vereenvoudigen.  

Belangrijke veranderingen zijn de sterk vereenvoudigde aanvraag voor de VAR en het verbeteren van de informatie over regels door de overheid. De top 10 van hinderlijke regels is vorig jaar samengesteld op basis van uitgebreide reacties van zo’n 500 zzp’ers. Hieruit kwamen de volgende 10 aanbevelingen voort: 

1. VAR: (minimum) aantal opdrachtgevers verminderen

2. Urencriterium voor de zelfstandigenaftrek naar rato

3. Wijzigen voorwaarden voor werkruimte aan huis

4. Eigen regels voor privégebruik bedrijfsauto

5. Aanbesteding toegankelijk maken voor zelfstandigen

6. Verlenging geldigheidsduur VAR                            

7. Verlaagd BTW-tarief voor meer diensten 

8. Rentevergoeding over betaalde belastingvoorschotten

9. Toegankelijke en betaalbare AOV

10. Stimuleren van een betere betalingsmoraal

Wat is er verbeterd?
Een belangrijke winstpunt is dat het kabinet en de Tweede Kamer een veel duidelijker beeld hebben van de problemen waar zzp’ers tegenaanlopen ten aanzien van bestaande regels. Dit heeft geleid tot diverse aanpassingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de VAR. Deze kan nu digitaal worden aangevraagd en bovendien wordt vanaf 2010 de geldigheidstermijn verlengd. Het kabinet heeft ook toegezegd zzp’ers beter te informeren over de regelgeving, zoals het VAR-criterium. Verder wil het kabinet duidelijke onrechtvaardigheid tegengaan; zo erkent het kabinet nu dat de regels voor rente onrechtvaardig zijn wat betreft het betalen van de inkomstenbelasting.

Tenslotte is de AOV in 2008 toegankelijker en betaalbaarder gemaakt; hierdoor kunnen starters zich zonder herkeuring via het UWV verzekeren. Bovendien heeft FNV Zelfstandigen samen met een partner een basisverzekering ontwikkeld die gedurende twee jaar uitkeert.

Welke verbeterpunten voor de toekomst zijn er nog?
Helaas hebben nog lang niet alle 10 aanbevelingen geresulteerd in concrete maatregelen. Voor een aantal specifieke situaties, zoals privégebruik van een bedrijfsauto en voorwaarden voor werkruimte aan huis, kijkt het kabinet naar oplossingen binnen het stimuleren van ondernemerschap in plaats van de huidige regels aan te passen. Dit doet men concreet door het onderzoeken of een verlaging van het BTW-tarief voor meer diensten mogelijk is en of in het volgende belastingplan het urencriterium kan worden losgelaten voor de MKB-winstvrijstelling. FNV Zelfstandigen is uiteraard voorstander van het stimuleren van ondernemerschap, maar benadrukt dat dit nog puur beloftes zijn die tot op heden nog niet zijn waargemaakt. Ook een specifieke fiscale facilitering voor scholing van zzp’ers is van groot belang. Tot nu toe kunnen zzp’ers de kosten van de opleiding aftrekken van de belasting, maar FNV Zelfstandigen raadt aan ook te kijken naar de gederfde uren van zzp’ers in de uren die zij aan scholing besteden.

Een ander belangrijk punt voor FNV Zelfstandigen is de wetgeving over aanbestedingsprojecten door de overheid en andere grote opdrachtgevers. Ondanks de inzet van FNV Zelfstandigen verandert de overheid de wetgeving betreft aanbestedingen voor zzp’ers niet, maar geeft alleen aan voornemens te zijn dit zelf beter te gaan aanpakken. FNV Zelfstandigen informeert en adviseert haar leden daarom nu zelf meer over aanbestedingsprojecten om hen toch ondersteuning op dit gebied te bieden. Ook het stimuleren van een betere betalingsmoreel is een aanbeveling die tot nu toe nog niet is aangepast, al heeft de overheid zelf wel beterschap beloofd voor haar eigen uitgezette opdrachten.

Linde Gonggrijp, directeur FNV Zelfstandigen: “Zelfstandigen moeten ongehinderd kunnen ondernemen zonder allerlei overbodige regels. Vaak zijn het maatregelen of ingrepen die niet vragen om grote investeringen van de overheid, maar juist om kleine ingrepen met grote effecten die zelfstandigen net dat beetje meer lucht geven. Deze wijzigingen zijn dan ook een eerste stap in de goede richting.”

Een uitgebreidere toelichting op deze punten is te vinden op de website van FNV Zelfstandigen www.fnvzzp.nl. 

Over FNV Zelfstandigen in Diensten Groen Handel ICT Industrie Vervoer en Zorg 

FNV Zelfstandigen is de belangenbehartiger voor zelfstandigen zonder personeel die als doelstelling heeft zonder winstoogmerk de belangen van de leden te behartigen.De vereniging doet dit door collectieve belangenbehartiging omtrent werk en inkomen, individuele belangenbehartiging rondom juridisch advies en incasso én het faciliteren van onderlinge contacten. Zij beoogt leden sociaal-economisch op de kaart te zetten als een derde groep onafhankelijke ondernemers met hun eigen identiteit ten opzichte van werkgevers en werknemers. FNV Zelfstandigen richt zich daarbij op de volgende sectoren: diensten, groen, handel, ICT, industrie, vervoer en zorg. FNV Zelfstandigen heeft ruim 12.000 leden en is een zelfstandige bond van de ruim 1,4 miljoen leden tellende FNV vakcentrale. Meer informatie is te vinden op www.fnvzzp.n

The crowd produces mostly crap

Crowdsourcen – laat het publiek uw problemen oplossen – is een populaire marketingterm. Maar heeft u er ook iets aan? “The crowd produces mostly crap.”

De titel van deze column komt regelrecht uit de mond van de bedenker van de term crowdsourcen, Jeff Howe. Het is al weer een tijdje geleden dat ik hem hoorde spreken en toen vertelde hij over die schoenen die hij die dag droeg. “‘gecrowdsourcte schoenen’, ontworpen door een meisje van 9 jaar. Het zijn schoenen die lijken op een Volvo en het is de vraag of ze zo mooi zijn.” Hij heeft er zo zijn twijfels bij. “Het is de vraag of je dat niet gewoon aan ontwerpers moet overlaten. “ Zo stelt hij.

Dat brengt mij op de vraag of je als ondernemer je logo/ huisstijl ook kunt of moet crowdsourcen? Ik heb daar mijn twijfels over.

Crowdsourcen?
Jeff Howe is de bedenker van de term crowdsourcen. Hij stelt dat je heel goed anderen kan vragen jouw problemen op te lossen, “the crowd knows more.” Als voorbeeld noemt hij succesvolle cases van IBM, NASA en Lego. Zij vragen mensen mee te denken over technische problemen. Crowdsourcen kan heel succesvol zijn, voor sommige vraagstukken. Maar is het ook bruikbaar voor naamgeving of design?

Bij Markeys hebben we het geprobeerd. In een creativecell ontwikkelden wij namen, maar wij openden de creatie nooit helemaal. Alleen geselecteerde creatieven konden meedeken en kregen daar een vooraf afgesproken vergoeding voor. Dit valt niet volledig binnen de regels van crowdsourcen, maar werkte wel. Er zijn ook verschillende voorbeelden van sites waar je een naam door het publiek kunt laten bedenken, zoals Namethis of Wordlab. Bij deze websites vliegen de namen vaak alle kanten op en dat komt het resultaat niet ten goede.

99designs
Een goede naam en/of design is afhankelijk van visie en een goed idee. De ‘grotere gedachte’ zoals dat in de scene ook wel wordt genoemd. Dit is meteen waar het misgaat bij betrekken van publiek bij design of naamgeving, zoals ik dat heb ervaren. Op 99designs.com staan vele voorbeeld van gecrowdsourced grafisch design en ik word er niet blij van. Er zit niet een unieke gedachte bij en dat is wel waar je naar op zoek bent.

Wees niet de middelmaat!
Bij het zien van de beelden op 99design.com moest ik denken aan Logorama.com. Waar je voor 59,- dollar een generiek, nietszeggend logo kunt aanschaffen. Het heeft veel weg van het principe van stockfotografie. Je maakt een foto en laat die voor een kleine vergoeding door jan en alleman gebruiken. De gebruikers hebben hierdoor een goedkoop, maar toch enigszins professioneel beeld. Wie een logo koopt bij Logorama kan daar elke wenselijke naam onder plakken. Van ieder logo zijn een aantal verschillende varianten te koop. De maker heeft hierdoor veel producten, lage kosten per product en een grote schare kopers. Dit levert de kopende partij natuurlijk niet iets unieks op. Maar je komt er de winter wel mee door. Eenzelfde gevoel kreeg ik bij het zien van de logo’s die voortkomen uit de crowdsource. Veel van hetzelfde, generieke logo’s en middelmatige fotografie. Als opdrachtgever degradeert je jezelf hiermee tot de middelmaat.

Crowdsoursen van je design is dan ook geen goede keuze. Voor goed en onderscheidend design is een nauwe relatie (chemie) tussen klant en designer nodig. Deze chemie kan eigenlijk alleen ontstaat als je elkaar recht in de ogen kunt kijken. Of heb ik het mis en kent u wel voorbeelden van namen of design die succesvol door het publiek zijn ontwikkeld?

Alef de Jong (Koeweiden Postma)

Merkmeerwaarde zorgt voor omzetstijging

Veel ondernemers bouwen een business, maar vergeten een merk te bouwen. En dat terwijl er een positieve relatie bestaat tussen merkoriëntatie en bedrijfsresultaat.

Deze week liep ik door een winkel met design meubels en accessoires. Ergens in een hoekje kwam oude lamp tegen met een merkwaardig groot prijskaartje. Ik las: “Is dit een Gispen? Indien ja, € 100,-. Zoniet, € 10,-.”

Ik schrijf regelmatig over marketing en branding en wat dat voor uw bedrijf kan doen. Maar zo’n duidelijk en eerlijk bewijs van merkmeerwaarde was ik nog niet tegen gekomen. Het merk Gispen geeft de lamp meerwaarde. In de loop der jaren heeft het designlabel zo’n naam opgebouwd dat mensen zomaar 1000% meer betalen voor een gewone lamp.

Een ander voorbeeld van merkmeerwaarde is de Pepsi proef. Jaren geleden deed Pepsi een proef om aan te tonen dat hun cola lekkerder was dan die van concurrent Coca Cola. Veel blindproevers kozen inderdaad voor Pepsi Cola. Wetenschappers hebben later de proef overgedaan en ontdekten dat er een verschil was tussen blindproeven en proeven met de merken in zicht. Coca Cola drinkers die deelnamen aan de proef met de flesjes in zicht maakte hun keuze met gebied in de hersenen waar emoties verwerkt worden. Het merk Coca Cola was zo sterk dat het het deel van de hersenen waar voedsel beoordeeld wordt niet bereikte.

Met andere woorden: Merken zorgen voor een emotionele binding tussen product en consument. Dit zorgt ervoor dat merken waarde krijgen. Emotionele binding zorgt voor trouwere klanten die bovendien meer willen betalen voor een product of dienst.

Merkoriëntatie

De voorbeelden van Gispen en Coca Cola staan niet op zichzelf. Onderzoek door SWOCC (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie) laat zien dat er een positieve relatie is tussen de mate van merkoriëntatie en bedrijfsresultaat. Gestructureerd aan je merk werken betaald zich dus uit. En dat geldt niet alleen voor grote, beursgenoteerde organisaties. Veel ondernemers bouwen een business, maar vergeten een merk te bouwen. Er is een groot verschil tussen het bouwen aan een sterk merk en het bouwen aan je onderneming. Wat goed is voor je business hoeft niet altijd goed te zijn voor je merk. 

Wat is een merk?

Een merk is een gevoel over en persoon, product of organisatie. Het gaat er daarbij dus niet om wat jij zegt dat het is, het gaat er om wat klanten zeggen dat het is. Uitgangspunt daarbij is dat je meerwaarde creëert voor je klanten. Het belangrijkste doel van een merk is zorgen dat meer klanten, voor meerdere jaren, vaker kopen en tegen een hogere prijs.

De meeste ondernemers investeren vooral in het bouwen van een business. Alle energie gaat naar het behalen van omzet, niet naar het ontwikkelen van een sterk merk. Onhandig. Sterke merken verkopen met minder inspanning meer. Bovendien vergroot een sterk merk de waarde van je onderneming. 

Hoe merkgeoriënteerd bent u?

SWOCC onderscheidt vier stadia: experts, gevorderden, beginners en sceptici:

  • Sceptici zijn het minst merkgeoriënteerd en investeren vooral in het binnenhalen van nieuwe klanten. Met merkontwikkeling houden zij zich niet bezig.
  • Experts bouwen het meest actief aan hun merk.

De verschillen tussen de ondernemerstypen hebben weerslag op de financiële prestaties. Experts hebben een betere netto omzet, bedrijfsresultaat, netto resultaat, betere bruto- en nettowinstmarge en een sterkere groei dan de andere drie groepen. Gevorderden doen het financieel beter dan de beginners en de beginners doen het op hun beurt weer beter dan de sceptici.

Het loont dus om goed na te denken over de presentatie van uw organisatie. Stel iemand binnen het MT aan die zich met de branding van uw organisatie bezig houdt. Hoewel het allemaal erg moeilijk en kostbaar klinkt, is het in feite niets meer dan dat u actief de signalen beheert die zorgen voor een positieve evaluatie.

Alef de Jong (Koeweiden Postma)

g

Fiscale veranderingen 2010

Het Kabinet heeft op Prinsjesdag, dinsdag 15 september, de fiscale plannen voor 2010 bekend gemaakt. De focus van het Belastingplan 2010 is “meer en makkelijker ondernemen” Staatssecretaris Jan Kees de Jager zegt het als volgt: “Ondernemers zijn de ruggengraat van de economische ontwikkeling. Ze zijn de motor achter werkgelegenheid, productiviteit en groei. Daarom zet ik voor 2010 stevig in op het eenvoudiger en aantrekkelijker maken van ondernemen”.

De fiscale plannen voor 2010 zijn opgenomen in diverse wetsvoorstellen: het Belastingplan 2010, het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2010, de Fiscale Onderhoudswet 2010, de Fiscale Vereenvoudigingswet 2010 en de Wet Uniformering Loonbegrip.
De belangrijkste voorstellen worden hieronder kort toegelicht. Een diepgaander beschouwing kunt u verwachten in het komende nummer van BelastingBelangen.

BEVORDEREN ONDERNEMERSCHAP / IB-ONDERNEMERS

1. Verhogen MKB-winstvrijstelling; afschaffen urencriterium
De MKB-winstvrijstelling wordt verhoogd van 10,5% naar 12%. Hierbij vervalt het urencriterium, zodat ook deeltijdondernemers en ondernemers met daarnaast een dienstbetrekking, van de MKB-winstvrijstelling gebruik kunnen maken.
De MKB-winstvrijstelling geldt voor de jaarlijkse winst én voor de stakingswinst. Het afschaffen van het urencriterium voor de MKB-winstvrijstelling maakt het aantrekkelijker om een onderneming te starten.

2. Zelfstandigenaftrek, gericht op winst
De zelfstandigenaftrek kan vanaf 2010 uitsluitend nog verrekend worden met winst uit onderneming, niet meer met andere inkomsten zoals loon of een VUT-uitkering. Als de zelfstandigenaftrek door deze aanscherping in een jaar niet verrekend kan worden, kan de aftrek alsnog verrekend worden met de winst uit onderneming in de negen daarop volgende jaren.
Een uitzondering geldt voor starters. Zij kunnen – net als thans – de zelfstandigenaftrek verrekenen met andere inkomsten.

3. Verruimen investeringsaftrek
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wordt verruimd. Het maximale percentage van de KIA gaat omhoog van 25% naar 28%. Onder de voorgestelde regeling bedraagt de maximale investeringsaftrek € 15.120, die bereikt wordt bij een investering van € 54.000 tot € 100.000. Het maximumbedrag van de KIA-investeringen wordt verhoogd tot € 300.000.
De budgetten voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA) worden aanzienlijk verruimd.

4. Verlenging willekeurige afschrijving
Om de liquiditeits- en financieringspositie van bedrijven te verbeteren, heeft het kabinet al eerder dit jaar – in het kader van het Crisispakket – een tijdelijke willekeurige afschrijving voor bedrijfsmiddelen ingevoerd. Met deze faciliteit kunnen de aangewezen bedrijfsmiddelen in twee jaar tijd, in 2009 en in 2010, met 2 x 50% worden afgeschreven.
Deze maatregel wordt met een jaar verlengd. Deze faciliteit geldt zowel voor ondernemers in de inkomsten- als vennootschapsbelasting.

BEVORDEREN ONDERNEMERSCHAP / VPB-ONDERNEMERS


1. Verruiming verliesverrekening
De achterwaartse verliesverrekening – de carry-back – wordt tijdelijk verruimd. Voorgesteld wordt om de achterwaartse verliesverrekening voor de belastingjaren 2009 en 2010 weer op drie jaar te stellen, de termijn zoals die tot 2007 van toepassing was. Een verlies uit 2009 kan dan verrekend worden met winsten uit 2006, 2007 en 2008, een verlies uit 2010 met winsten uit 2007, 2008 en 2009. De verruimde carry-back wordt op verzoek verleend.
Keerzijde van de medaille is dat de verruimde carry-back ten koste gaat van de voorwaartse verliesverrekening. Bij een carry-backtermijn van drie jaar wordt de termijn van de voorwaartse verliesverrekening ingekort tot zes jaren. Voor de extra carry-back geldt een plafond van € 10 miljoen verlies per jaar.

2. Versoepeling regime deelnemingsvrijstelling
De deelnemingsvrijstelling is per 1 januari 2007 ingrijpend herzien. Sinds 2007 is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing als de dochtervennootschap kwalificeert als een zogenaamde laagbelaste beleggingsdeelneming. Dit is het geval als de dochtervennootschap in het land van vestiging is onderworpen aan een belasting van minder dan 10% én haar bezittingen voor meer dan 50% bestaan uit vrije beleggingen. Beide criteria zijn complex geregeld, waardoor in concrete situaties bijna zelden zekerheid kan worden gegeven of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.
Het kabinet stelt voor om de voorwaarden voor de laagbelaste beleggingsdeelneming belangrijk te versoepelen. Kern van deze versoepelde regeling is dat er een oogmerktoets wordt ingevoerd: er is geen sprake van een laagbelaste beleggingsdeelneming als de moedervennootschap de aandelen in de dochtervennootschap niet als belegging houdt. Doel van de versoepelingen is dat straks vaker dan nu de deelnemingsvrijstelling van toepassing zal zijn op een belang van ten minste 5% in de buitenlandse dochtervennootschap. Dat is goed nieuws voor het Nederlandse bedrijfsleven dat investeert in buitenlandse dochtervennootschappen.

3. Van octrooibox naar innovatiebox
De vennootschapsbelasting kent een bijzonder regime voor opbrengsten uit octrooien, patenten, en dergelijke, en uit immateriële activa die opkomen uit speur- en ontwikkelingswerk (S&O-werk) waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven. Deze opbrengsten worden belast tegen 10%. De regeling is ingewikkeld opgezet met allerlei beperkende voorwaarden, plafonds, bedoeld om de octrooibox financieel beheersbaar te houden. Zo geldt een plafond van viermaal de voortbrengingskosten en daarnaast voor de zgn. S&O-activa een absoluut maximum van € 400.000.
Het kabinet stelt voor om deze octrooibox een ruimer bereik te geven. Het tarief wordt verlaagd naar 5% en de plafonds worden geschrapt. Hierdoor wordt de octrooibox – die zal worden omgedoopt tot innovatiebox – met name aantrekkelijker voor software en bedrijfsgeheimen, die óf niet octrooieerbaar zijn óf bedrijven vanwege de gevoelige bedrijfsinformatie niet laten octrooieren.
In de nieuwe regeling wordt vastgelegd dat het tarief van 5% uitsluitend geldt voor de positieve voordelen . Daardoor kunnen verliezen uit de innovatiebox volledig tegen het gewone VPB-tarief van 25,5% in aanmerking worden genomen.

4. Vereenvoudiging verpakkingenbelasting
De drempel voor de belastingplicht voor de verpakkingenbelasting wordt verhoogd van 15.000 kilo naar 50.000 kilo. Dat betekent dat bedrijven die minder dan 50.000 kilo verpakking in het economisch verkeer brengen vanaf 2010 niet meer belastingplichtig zijn voor de verpakkingenbelasting. Deze versoepeling wordt gecompenseerd in de tarieven: die gaan met ruim 8% stijgen.

DE DIRECTEUR-GROOTAANDEELHOUDER IN 2010


1. Doorschuiven AB-claim bij schenking en vererving van AB-aandelen
Bij het schenken en vererven van aanmerkelijk-belangaandelen is de schenker/erflater 25% inkomstenbelasting verschuldigd over de meerwaarde van de aandelen. De wet biedt sinds jaar en dag de mogelijkheid om bij vererving van AB-aandelen deze 25%-heffing door te schuiven naar degenen die de aandelen erven. Bij schenking van AB-aandelen kent de wet momenteel géén doorschuiffaciliteit. De Invorderingswet kent voor deze situatie wél de mogelijkheid van uitstel van betaling van de verschuldigde belasting voor een periode van maximaal tien jaar. Het kabinet vindt het onevenwichtig dat er wel een doorschuiffaciliteit bij overlijden is, en geen doorschuiffaciliteit voor schenkingen. Een gevolg daarvan kan zijn dat de bedrijfsopvolging bij BV’s wordt uitgesteld tot bij overlijden, en dat is vanuit economisch oogpunt niet wenselijk. Het kabinet stelt daarom voor om ook bij schenking van AB-aandelen een doorschuiffaciliteit in te voeren.
De doorschuifregeling gaat uitsluitend gelden voor aandelen in een BV die een materiële onderneming drijft: de faciliteit blijft beperkt tot het ondernemingsvermogen in de BV. De AB-claim die toerekenbaar is aan het beleggingsvermogen in de BV moet bij schenking of vererving direct worden afgerekend. De eis dat de BV een materiele onderneming moet drijven gaat gelden bij schenking én bij vererving van AB-aandelen. De huidige doorschuifregeling bij overlijden kent die voorwaarde niet. DGA’s met een AB in een beleggingsvennootschap moeten er dan ook rekening mee houden dat de AB-claim bij hun overlijden niet meer kan worden doorgeschoven. Zij kunnen die afrekening slechts voorkomen door in de beleggings-BV een (nieuwe) materiële onderneming te starten of door te emigreren.
Om de pijn van de aangescherpte doorschuiffaciliteit bij vererving te verzachten, komt er een tegemoetkoming voor de situatie waarin binnen twee jaren na de vererving van de AB-aandelen, waarbij de AB-claim over het beleggingsvermogen in de vennootschap is afgerekend, de BV dat beleggingsvermogen (deels) als dividend uitkeert. Dat dividend blijft, op verzoek, onbelast, mits dat wordt afgeboekt op de verkrijgingsprijs van de door vererving verkregen aandelen.
Het kabinet heeft aangekondigd dat er voor de verzwaarde doorschuifregeling bij overlijden een bescheiden overgangsmaatregel zal worden getroffen. Deze ziet op holding-BV’s die vóór 2010 de aandelen in één of meer werkmaatschappijen hebben overgedragen tegen een vordering op de koper. Die vordering wordt dan als ondernemingsvermogen aangemerkt, zodat in geval van overlijden de doorschuifregeling (toch) van toepassing is.

2. Uitstel van betaling over AB-inkomen versoepeld
De Invorderingswet kent de mogelijkheid van uitstel van betaling van de verschuldigde AB-heffing als de AB-houder bij de overdracht van zijn aandelen geen contanten verkrijgt. Denk aan de schenking van AB-aandelen, of de verkoop tegen een vordering. De uitstelregeling gaat vervallen bij schenking van AB-aandelen: door de invoering van de doorschuiffaciliteit zoals hiervoor vermeld is de regeling overbodig. Voor andere situaties –vooral de overdracht van aandelen waarbij de koper de koopsom schuldig blijft – zal de uitstelregeling worden verruimd: de beperking tot de familiekring komt te vervallen.

3. TBS-pand belastingvrij naar de BV
Het kabinet wil DGA’s in 2010 eenmalig de mogelijkheid te bieden om een pand dat zij aan hun BV verhuren (TBS-pand) belastingvrij in te brengen in een BV. Bij een recht-toe, recht-aan overdracht van het pand aan de BV is de DGA inkomstenbelasting verschuldigd over de meerwaarde van het pand én kost die overdracht 6% overdrachtsbelasting over de werkelijke waarde van dat pand. Het kabinet is bereid die heffingen onder voorwaarden eenmalig in 2010 achterwege te laten. De DGA kan zijn TBS-pand inbrengen in de BV waaraan hij dat ter beschikking stelt, maar ook aan een ander, nieuw opgerichte BV. De eenmalige inbrengfaciliteit geldt uitsluitend voor onroerende zaken, niet voor andere vermogensbestanddelen die de DGA aan zijn BV ter beschikking stelt. Wel zijn er nadere voorwaarden verbonden aan deze eenmalige vrijstelling.
Specifiek voor de vrijstelling van de overdrachtsbelasting geldt als voorwaarde dat de TBS-situatie al vóór 1 september 2009 bestond. Voorts gelden voor deze vrijstelling twee voorwaarden: de DGA moet zijn belang van 90% of meer in het aandelenkapitaal van de BV tenminste drie jaren behouden, én de BV moet ten minste drie jaren na de inbreng in het bezit blijven van de ingebrachte onroerende zaak.

4. Invoering TBS-vrijstelling
Het kabinet wil het effectieve tarief voor de TBS-regeling verminderen. Voorgesteld wordt om in de TBS-regeling een faciliteit in te voeren die soortgelijk is aan de MKB-winstvrijstelling. Voorgesteld wordt om 12% van het TBS-resultaat vrij te stellen.

5. HIR en KER ook in de TBS
Voorgesteld wordt om de herinvesteringsreserve (HIR) en de kostenegalisatiereserve (KER) vanaf 2010 ook toe te staan bij toepassing van de TBS-regeling.

6.Gebruikelijk loon tot € 5.000 per jaar: fictief-loonregeling vervalt
Het kabinet erkent dat de fictief-loonregeling tot onevenredig zware administratieve lasten leidt als het gebruikelijke loon erg laag is. In dergelijke situaties verricht de DGA nauwelijks werkzaamheden voor zijn BV (bijvoorbeeld bij een beleggings-BV), en moet er toch een loonadministratie worden opgezet en elke maand weer aangifte loonheffingen worden gedaan. Het kabinet stelt voor om de fictief-loonregeling (binnen de loonbelasting) te laten vervallen als het gebruikelijk loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar.

Financiën heeft, tegelijk met het Belastingplan 2010, bekend gemaakt, dat het gebruikelijk loon in 2009 of 2010 lager kan worden vastgesteld als zich in die jaren aanzienlijke omzetdalingen voordoen.

7. Versoepeling pensioen in eigen beheer en loondervingstamrechten
De DGA mag zijn pensioen in eigen beheer, binnen de eigen BV opbouwen. Onder de huidige wettelijke regeling moet die BV in Nederland gevestigd zijn en moet de BV de pensioenverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting tot het binnenlands ondernemingsvermogen rekenen. Die vereisten lijken in strijd met het EU-recht. Vandaar dat voorgesteld wordt voortaan ook eigen-beheerlichamen die zijn gevestigd in een andere lidstaat van de EU toe te staan als pensioenverzekeraar van de DGA. Deze wetgeving zal eveneens gaan gelden voor ontslagvergoedingen, die kunnen worden ondergebracht bij een BV.

WERKGEVERS EN WERKNEMERS


1. Naar een uniform loonbegrip
De grondslagen voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de premieheffing werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet worden geüniformeerd. Daardoor treedt er een aanzienlijke besparing aan administratieve lasten op bij werkgevers, wordt de loonaangifteketen bij de Belastingdienst en het UWV efficiënter, én het loonstrookje van de werknemer wordt een stuk eenvoudiger. De uniformering moet ingaan per 1 januari 2011.
Het wetsvoorstel Uniformering loonbegrip omvat de volgende voorstellen:
– afschaffen van het werknemersdeel van de ww-premie;
– de bijdrage in de levensloopregeling wordt aftrekbaar voor de
premieheffing werknemersverzekeringen;
– de bijtelling voor privé-gebruik van de auto van de zaak wordt onder
de premieheffing werknemersverzekeringen gebracht;
– de werkgeversvergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage
Zorgverzekeringswet wordt afgeschaft.

2. Naar een werkkostenregeling
Het merendeel van de 29 (gedeeltelijk) onbelaste vergoedingen en verstrekkingen die werkgevers aan hun werknemers kunnen verstrekken, gaat vervallen. Hiervoor in de plaats komt een werkkostenregeling, op grond waarvan de werkgever de werknemer maximaal 1,5% van zijn loonsom belastingvrij kan vergoeden.
Daarnaast blijft een beperkt aantal vergoedingen bestaan dat net als nu altijd belastingvrij kan worden verstrekt. Denk aan reiskosten, tijdelijke verblijfkosten, cursussen en dergelijke, etc. Voor verstrekkingen (in natura) geldt hetzelfde. Hieraan verandert niets met dien verstande dat een verhuiskostenvergoeding alleen nog maar belastingvrij zal zijn als er sprake is van een bedrijfsverplaatsing. Andere verhuiskostenvergoedingen vallen onder de nieuwe 1,5%-regeling.
De tweede categorie omvat vergoedingen van zaken die werkplek-gerelateerd zijn. Denk aan consumpties onder werktijd, mobiele telefoon, etc. Deze kunnen geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld. Als de werkgever deze verstrekt geldt hetzelfde: ze worden op nihil gewaardeerd of er wordt een lagere waarde vastgesteld.
Vergoedt of verstrekt de werkgever meer dan 1,5% van de loonsom, dan is de werkgever over dat meerdere een eindheffing van 80% verschuldigd. De werkgever mag, als dat met de werknemer is afgesproken, de vergoeding of verstrekking ook als loon benoemen en gewoon loonbelasting inhouden. In dat laatste geval zijn ook premies werknemersverzekeringen verschuldigd.
Voor de auto van de zaak en het verstrekken of ter beschikking stellen van woonruimte blijven de huidige regels gelden.
Omdat deze nieuwe regels ingaan op 1 januari 2011, moeten werkgevers vóór die datum nieuwe afspraken met hun werknemers.

3. Uitbreiding afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk
Het bedrag waarover Afdrachtvermindering S&O kan worden verkregen gaat éénmalig (voor het jaar 2010) verder omhoog. De maximale loongrens gaat omhoog van € 150.000 naar € 220.000.

4. Vereenvoudiging heffingskortingen
Met ingang van 1 januari 2011 worden de doorwerkbonus en de arbeidskorting samengevoegd in een (nieuwe) doorwerkbonus, die neerkomt op een verhoogde arbeidskorting voor de belastingplichtige die vanaf een bepaalde leeftijd doorwerkt.

5. Auto van de zaak
Voor een auto van de zaak blijft de huidige regeling voor de bijtelling voor het privé-gebruik van toepassing. Als de auto van de zaak op jaarbasis meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, geldt in beginsel een bijtelling van 25% van de cataloguswaarde. Voor bestelbussen die wisselend door werknemers worden gebruikt en voor oldtimers gelden afwijkende regels. De bijtelling bedraagt 20% voor zuinige auto’s en 14% voor zeer zuinige auto’s. Voor elektrische auto’s (auto’s met een CO2 uitstoot van 0 gram per kilometer) bedraagt de bijtelling in 2010 en 2011 0%. Voor de jaren 2012, 2013 en 2014 zal de bijtelling 7% gaan bedragen.

6. Vrijstelling kleine baan
Voor jongeren tot 23 jaar met ‘een kleine baan’verdwijnt de inhoudingsplicht. De premieheffing wordt per 1 januari 2010 afgeschaft. Eveneens verdwijnt vanaf 2010 de verplichting deze werknemers een inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet te verstrekken. De inhouding van de loonbelasting/premie volksverzekeringen wordt per 2011 afgeschaft. Wat onder een kleine baan wordt verstaan is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer. De loonbedragen waarbij een dienstbetrekking als kleine baan wordt aangemerkt verschillen per leeftijd.

7. Uitbreidingen afdrachtvermindering onderwijs
De afdrachtverminderingen onderwijs (loonkostensubsidies die onder andere van toepassing zijn als de werknemer een bepaalde opleiding volgt) worden uitgebreid. De afdrachtvermindering onderwijs die geldt als een werknemer een opleiding volgt om het startkwalificatieniveau te behalen, wordt opgerekt.
Daarnaast komt er een afdrachtvermindering onderwijs bij. Deze bedraagt € 500 per werknemer die in 2010 gaat beginnen met een ‘serieuze’ opleiding, die relevant is voor zijn huidige of toekomstige functie bij de werkgever. De afdrachtvermindering is alleen van toepassing op werknemers die in 2010 met een dergelijke opleiding beginnen en geldt vooralsnog ook alleen voor 2010. Als voorwaarde geldt daarnaast dat de werkgever tenminste 50% van de opleidingskosten draagt. De afdrachtvermindering is niet van toepassing als (met uitzondering van de afdrachtvermindering voor EVC-procedures) ten aanzien van de opleiding één of meer van de andere afdrachtverminderingen van toepassing zijn.

8. Loon in, loon over
Als een inhoudingsplichtige met betrekking tot verstreken loontijdvakken binnen het kalenderjaar loon verstrekt, mag de inhoudingsplichtige dat loon (overeenkomstig een door hem bestendig gevolgde gedragslijn) aan de desbetreffende loontijdvakken toerekenen, zo nodig door middel van het indienen van correctieberichten. Dat loon wordt voor de berekening van de inhouding gerekend tot het loon van het desbetreffende loontijdvak en wordt geacht in die tijdvakken te zijn genoten. Deze goedkeuring blijft ook gelden voor 2010.

OVERDRACHTSBELASTING


1. Vervallen monumentenvrijstelling overdrachtsbelasting
De vrijstelling voor de verkrijging van Rijksmonumenten vervalt per 1 januari 2010. Dat is opmerkelijk, omdat Financiën eerder dit jaar – na een uitspraak van de belastingrechter – de monumentenvrijstelling heeft verruimd tot de verkrijging van Rijksmonumenten door natuurlijke personen.

OMZETBELASTING


1. Aanpassen reikwijdte integratieheffing
De Wet op de omzetbelasting 1968 kent een zogenaamde integratieheffing op goederen die in het eigen bedrijf vervaardigd zijn, indien deze goederen door de ondernemer (deels) voor vrijgestelde prestaties gebruikt. De integratieheffing is een fictieve levering. Bij beleidsbesluit is onder voorwaarden goedgekeurd dat de integratieheffing voor bepaalde sectoren buiten toepassing kan blijven. Het gaat dan onder andere om woningcorporaties, ziekenhuizen en verzorgingstehuizen.
Dit keuzerecht blijkt in strijd te zijn met de Europese BTW-richtlijn. Het kabinet heeft daarom besloten dit beleidsbesluit per 1 januari 2010 in te trekken. Deze intrekking gaat gepaard met een redelijke overgangsregeling.

2. Schilder- en stukadoorswerk
Voor schilder- en stukadoorswerkzaamheden geldt het lage BTW-tarief van 6%, mits de werkzaamheden worden uitgevoerd aan woningen van 15 jaar of ouder. Dit verlaagde tarief wordt structureel gemaakt en verruimd. Het lage tarief is vanaf 2010 van toepassing op werkzaamheden aan woningen van twee jaar en ouder. Deze versoepeling zal met terugwerkende kracht tot 15 september 2009 in werking treden.

FORMEEL RECHT


1. Boetebeleid aangepast
De maximale verzuimboete voor het niet, niet tijdig of niet volledig doen van aangifte voor een aanslagbelasting wordt verhoogd van € 1.134 naar € 4.920. Met ingang van 1 januari 2009 zijn deze verzuimboetes in beginsel gefixeerd op een vast percentage van 20% van het maximumbedrag voor de inkomstenbelasting en 50% voor de vennootschapsbelasting.
Voorgesteld wordt om een verzuimboete in te voeren voor het niet, gedeeltelijk niet, of niet tijdig betalen van een aanslagbelasting. Deze verzuimboete kan worden opgelegd voor verzuimen die zijn begaan op of na 1 januari 2011. Als een aanslagbelasting (gedeeltelijk) niet of niet tijdig wordt betaald, is dit een verzuim waarvoor een boete kan worden opgelegd naar een maximumbedrag van € 4.920. Deze boetes zullen niet via een geautomatiseerd systeem opgelegd worden, maar uitsluitend in situaties waarin sprake is van het stelselmatig niet betalen van belastingschulden.

2. Startdatum heffingsrente
Als startdatum voor de berekening van de heffingsrente voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting gaat voortaan weer de eerste dag na het einde van het belastingjaar gelden. Dat is een grote vereenvoudiging ten opzichte van de huidige situatie, waarbij een startpunt geldt van 1 juli van het belastingjaar zelf.

3. Uitbreiding navorderingsbevoegdheid inspecteur
Voorgesteld wordt dat de inspecteur de verschuldigde belasting kan navorderen als de belastingaanslag, ten gevolge van een fout, voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar onjuist is vastgesteld ofwel een aanslag achterwege is gebleven. Daarbij kan het zowel gaan om een fout van de inspecteur bij het verwerken van de aanslag als een fout van de belastingplichtige bij het elektronisch invullen van de aangifte. In één oogopslag moet het voor de belastingplichtige duidelijk zijn dat de aanslag onjuist is. Het gaat er om dat de belastingplichtige met een gemiddelde kennis van en inzicht in het fiscale recht, moet kunnen onderkennen dat de aanslag onjuist is.
Navordering op grond van dit kenbaarheidvereiste is alleen mogelijk gedurende twee jaren na het opleggen van de belastingaanslag, dan wel het besluit geen aanslag op te leggen.

4. Uitbreiding naheffingsbevoegdheid inspecteur
Voorgesteld wordt om de naheffingsbevoegdheid van de inspecteur uit te breiden. Naheffing zal mogelijk zijn in alle gevallen waarin een verzoek van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige ten grondslag ligt aan de vrijstelling of de vermindering van belasting, of de teruggaaf van belasting.

5. Schriftelijke melding betalingsonmacht
In de Invorderingswet 1990 zal worden vastgelegd dat de melding betalingsonmacht voortaan schriftelijk moet plaatsvinden. Dat kan zowel een papieren als een digitale melding zijn. De bestuurder kan gebruikmaken van een meldingsformulier dat te downloaden is vanaf de website van de Belastingdienst.

ALGEMEEN – PRIVÉ


1. Eigen woning: herleving renteaftrek na tijdelijke verhuur
Huiseigenaren die onlangs een nieuwe woning hebben gekocht, hebben soms grote problemen met de verkoop van hun ‘oude’ woning. Dan kan financiële problemen veroorzaken: de dubbele financieringslasten op de nieuwe én de oude woning, kunnen problematisch zijn. De wet staat een renteaftrek op de oude woning toe, ook al wordt die niet meer als eigen woning benut, en wel gedurende ten hoogste twee jaren na het betrekken van de nieuwe woning. Voor die renteaftrek gelden diverse voorwaarden. Zo is het niet toegestaan om de woning te verhuren.
Financiën keurt nu alsnog goed dat wanneer de huiseigenaar zijn ‘oude ‘woning tijdelijk gaat verhuren, hem dat geen inkorting van de renteaftrek op die woning oplevert. Als de oude woning tijdelijk wordt verhuurd en de verhuurm wordt weer beëindigd, dan herleeft de renteaftrek op deze woning. De rente kan dan nog als aftrekpost worden opgevoerd gedurende resterende periode van de maximaal twee jaar extra renteaftrek. Deze maatregel geldt uitsluitend voor de belastingjaren 2010 en 2011. Ook als de woning al in 2008 of 2009 is verhuurd.

2. Vereenvoudiging eigenwoningregeling
De bijleenregeling wordt op drie punten vereenvoudigd. Het betreft het uitbreiden van de renteaftrek over de meegefinancierde kosten, het afschaffen van de goedkoperwonenregeling en het beperken van de eigenwoningreserve van vijf naar drie jaar.

3. Stroomlijning partnerbegrip
In de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) wordt een basispartnerbegrip opgenomen. In de afzonderlijke heffingswetten kan het basispartnerbegrip worden uitgebreid of kunnen de voorwaarden worden aangevuld. De keuzeregeling voor de inkomstenbelasting vervalt daarbij. Het partnerbegrip voor de inkomstenbelasting en toeslagen wordt geharmoniseerd. Om voor de uitvoering voldoende tijd beschikbaar te hebben, worden het uniforme partnerbegrip en de daarmee samenhangende wijzigingen per 1 januari 2011 ingevoerd.

4. Vereenvoudiging box 3
Voorgesteld wordt om in box 3 één peildatum in te voeren. Onder de huidige wettelijke regeling gelden twee peildata om het voordeel uit sparen en beleggen in box 3 te bepalen: 1 januari en 31 december. Voorstel is om per 2011 nog maar één peildatum te hanteren: 1 januari van het kalenderjaar.
Op basis van de huidige wettekst kunnen partners voor box 3 per vermogensbestanddeel een keuze maken in de onderlinge verdeling daarvan. Het kabinet stelt voor om de verdeling voortaan alleen mogelijk te maken voor de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (= de gemiddelde rendementsgrondslag van de belastingplichtige en zijn partner, verminderd met het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner).
De waarde van box 3-woningen wordt gesteld op de WOZ-waarde (in plaats van de waarde in het economisch verkeer). Voor woning in verhuurde staat (die onder de huurbescherming vallen, dus niet vakantiewoningen) wordt de WOZ-waarde gecorrigeerd, rekening houdende met de waardedrukkende werking van de verhuur. Ook erfpachtcanons kunnen in mindering worden gebracht op de WOZ-waarde (voor box 3).
Het kabinet introduceert een vrijstelling van contant geld en daaraan gelijk te stellen vermogensrechten van € 500 per belastingplichtige (€ 1.000 voor partners).

5. Persoonsgebonden aftrek en schulden in box 3
De Hoge Raad heeft in een recente procedure beslist dat voor giften in de vorm van een lijfrente een dubbele aftrek geldt. De gift zelf is als persoonsgebonden aftrekpost aftrekbaar in box 1, en de verplichting om die gift ook in de resterende (vier) jaren te doen is aftrekbaar in box 3. Hetzelfde geldt ten aanzien van alimentatieverplichtingen. Het kabinet vindt deze dubbele aftrek niet wenselijk, en gaat de wet op dit punt per 31 december 2009 wijzigen. Door dit ingangstijdstip is de schuld dit jaar al niet meer aftrekbaar.

6. Banksparen uitgebreid
Op 1 januari 2008 is het mogelijk geworden lijfrenten bij een bankinstelling onder te brengen en fiscaal gefacilieerd te sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Het Belastingplan 2010 stelt een uitbreiding van het banksparen voor, door het mogelijk te maken een goudenhanddrukstamrecht (ontslagvergoeding) en ook het sparen voor de uitvaart (box 3) onder te brengen bij een bankinstelling.

7. Schenkings- en successierecht
Vanaf 1 januari 2010 kunnen belastingaanslagen voor het successierechten in box 3 in aftrek worden gebracht. Ook wordt er vanaf die datum heffingsrente berekend over successierechten wanneer de aangiftetermijn van acht maanden is verstreken.

8. Vereenvoudiging lijfrenten/pensioenen
De terugwentelingstermijn voor lijfrentepremies komt te vervallen. Deze terugwenteling is overbodig aangezien alle benodigde gegevens voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek tegenwoordig tijdig beschikbaar zijn. De terugwentelingstermijn blijft wel bestaan voor lijfrentepremies bij staking van een onderneming en/of de omzetting van de oudedagsreserve.
Daarnaast wordt voorgesteld een termijn in de wet op te nemen, waarbinnen een begunstigde na expiratie van een lijfrentecontract een keuze heeft gemaakt over de uitvoering van zijn lijfrente.

FISCALE VERGROENING


In het kader van de fiscale vergroening worden per 1 januari 2010 weer vele maatregelen voorgesteld. Met name voor wat betreft auto’s. Vermeldenswaard zijn de volgende maatregelen:

– een hogere BPM-korting van € 700 voor zuinige auto’s;
– de invoering van een nihiltarief voor zeer zuinige auto’s in de MRB;
– een intensivering van investeringsfaciliteiten voor zeer zuinige auto’s;
– een verlaging bijtelling privégebruik voor nulemissieauto’s;
– een verlenging vrijstelling voor nulemissie in de BPM;
– een stimulans voor Euro-6 dieselpersonenauto’s in de BPM.

Hans Zwagemaker (BelastingBelangen)

Advertentie