Confrontatiematrix

Nadat brainstormsessies, vragenrondes en andere inventarisaties zijn afgerond zijn er vaak grote lijsten met elementen gevormd. Uit een onderzoek naar sterkte-zwakteanalyses die bij twintig productiebedrijven in het Verenigd Koninkrijk is uitgevoerd blijkt dat de gemiddelde SWOT-analyse veertig elementen oplevert. Een dergelijk aantal elementen wordt door een aantal organisatieadviseurs als teveel beschouwd. Volgens het Marketing Planning Centre Nederland zijn er bij de ideale SWOT-analyse van alle sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen uiteindelijk drie tot vijf elementen overgebleven voor de confrontatiematrix. Zonder een schifting is er namelijk de kans dat het overzicht verloren gaat en er geen verbanden worden herkend. De criteria om dit selectieproces te doorlopen gaan uit van het onderscheid met de concurrentie en de relevantie voor de klant of het klantsegment. Bijvoorbeeld worden er vragen gesteld als: “waarin blinkt de organisatie echt uit?” of “welke bedreigingen zijn echt relevant voor ons product / onze dienst?” De volgende grafiek geeft weer hoe de verschillende elementen worden geselecteerd:

 

SWOT-nl-prio-elementen.png

 

Nadat de schifting is gemaakt zijn er in het voorbeeld verderop in dit artikel de volgende twaalf elementen overgebleven:

  • Sterktes: productkennis van medewerkers, financiële positie en arbeidsmoraal medewerkers;
  • Zwaktes: locatie van de vestiging, klantvriendelijkheid en oud machinepark;
  • Kansen: stijgende markt van gadgets, patent op de Taurus-lijn en publiciteit over de branche;
  • Bedreigingen: toenemende concurrentie, kwaliteitspeil grondstoffen en stugge kredietmarkt.

In de verdere totstandkoming van de confrontatiematrix staan deze twaalf elementen tegenover elkaar in de volgende wisselwerking:

  • Sterktes – Kansen,
  • Sterktes – Bedreigingen,
  • Zwaktes – Kansen,
  • Zwaktes – Bedreigingen.

Bij een confrontatiematrix waarbij per dimensie van de SWOT drie elementen overblijven, zijn uiteindelijk 36 combinaties te maken: vier maal drie maal drie. Daarna volgt er een keuze uit de belangrijkste combinaties, kwesties (of issues) genoemd in het model.

 

Bron: Wikipedia

Merken worden te ver uitgerekt

Door ongebreidelde merkextensies verliezen merken aan focus en komen er minder groeiplatforms bij.

Door harmonisatie, sanering van merkportfolio’s en het toepassen van merk-extensiestrategieën wordt met minder merken een bredere variëteit aan producten en diensten aangeboden. Dat stelt Onno Maathuis, positioneerder, onderzoeker corporate branding aan de Erasmus Universiteit en bestuurslid van SWOCC, vast. Maathuis vindt dat geen goede zaak, om twee redenen.

De waarden van een sterk merk kunnen op een te introduceren product overgaan, onder de voorwaarde van een goede fit tussen het merk en het te introduceren product. Maar Maathuis ziet een probleem: ‘Er zijn 100.000 manieren om een fit te bedenken. Van boter naar brood, van brood naar ontbijtproducten, van ontbijtproducten naar voedingsmiddelen. Dan loopt het uit de hand.’ Goede merken worden volgens Maathuis herkend en gewaardeerd omdat ze niet alles voor iedereen proberen te zijn, maar een heldere scope en duidelijke betekenis hebben voor hun doelgroep.

Het tweede bezwaar dat Maathuis ziet is dat door merkextensie geen nieuwe potentiële groeiplatforms voor de toekomst worden gecreëerd; er komen geen merken bij. Wetenschappers schatten in dat nu al meer dan acht van elke tien productintroducties te kenmerken is als merkextensie. Maathuis concludeert dat het voor bedrijven kennelijk moeilijk is om weerstand te bieden aan de druk om de waarde van een merk uit te rekken. Hij noemt een recente introductie c.q. merkextensie als voorbeeld: Dove Men+Care. Een opvallende beweging vindt hij, juist omdat de ‘real beauty’ positionering van Dove voor vrouwen zo ver afstaat van een mannenlijn. Maathuis ziet een probleem van natuurkundige aard. De variëteit in doelgroepen én de variëteit in productaanbod wordt groter. Maar het aantal merken loopt terug. Maathuis verbaast zich ook over twee andere merkextensies van Unilever: Becel brood en Blue Band brood. Hij constateert dat men bij Unilever liever het domein tot buiten de productcategorie rekt, dan dat men er een nieuw broodmerk introduceert, dat de broodcategorie verder gaat ontwikkelen.

Maathuis is niet tegen merkextensies, want merken worden volgens hem ook sterker door productintroducties. Maar het gaat volgens de positioneringspecialist mis wanneer er sprake is van ongebreideld gebruik van merkextensies: ‘Het is niet goed om heel verschillende producten onder één merkplatform te hangen.’

Geslaagde merkextensies volgens Maathuis
KPN (Hi, XS4ALL, Digitenne)
V&D (La Place)
Sony (Vario)
Nintendo (Wii)
Shell (V-Power)

Minder geslaagde merkextensies volgens Maathuis
Blue Band (Goede Start! Brood)
Becel (Meergranen Volkoren)
Grand’Italia (sauzen, soepen, pesto, antipasti enzovoorts)
Rabobank (Rabo Mobiel)

Bron: Adformatie

Belastingplan 2010

Meer en makkelijker ondernemen. Dat is de focus van de

voorstellen in het Belastingplan 2010. “Ondernemers zijn de ruggengraat van de economische ontwikkeling. Ze zijn de motor achter werkgelegenheid, productiviteit en groei. Daarom zet ik voor
2010 stevig in op het eenvoudiger en aantrekkelijker maken van ondernemen”, aldus staatssecretaris Jan Kees de Jager van Financiën.

Samen met ondernemers is gekeken waar verbeteringen mogelijk zijn en waar knelpunten kunnen worden weggenomen. Een greep uit de voorstellen:

  • Innovatiebox voor R&D. Voor innovatieve ondernemers wordt
    de octrooibox omgevormd tot een innovatiebox. Dit betekent dat
    winst die wordt behaald met onderzoek en ontwikkeling nog maar
    tegen 5 procent wordt belast. Ook worden de plafonds in de regeling
    geschrapt;
  • Liquiditeit vergroot. Om de liquiditeit van ondernemers in
    zwaar weer te vergroten, kunnen ze ervoor kiezen verliezen uit 2009
    en 2010 drie jaar terug te wentelen. En ook in 2010 kunnen
    afschrijvingen naar voren worden gehaald;
  • Winstvrijstelling omhoog. Voor MKB’ers wordt de
    winstvrijstelling met 1,5 procent verhoogd tot 12 procent. In deze
    regeling verdwijnt ook de eis dat je minimaal 1225 uur moet
    ondernemen (het urencriterium). Hierdoor wordt het aantrekkelijker
    om naast een baan ook te gaan ondernemen;
  • KIA sterk verruimd. Groei van ondernemingen wordt bevorderd
    door de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) met 29 procent te
    intensiveren;
  • Stimulering DGA. Voor de DGA wordt een pakket maatregelen
    voorgesteld, waaronder een uitbreiding van de doorschuiffaciliteit
    in de inkomstenbelasting en een versoepeling van de
    gebruikelijkloonregeling.
Bij het Belastingplan zit een aantal aparte wetten, waaronder
een vereenvoudigingswet en een wetsvoorstel uniformering
loonbegrip. Deze maken een slag in het terugdringen van
administratieve lasten en het opruimen van regels. De Jager: “Deze
‘anti-Kafkawetten’ zorgen voor een structurele lastenreductie van
ruim een half miljard euro door een aantal forse vereenvoudigingen.
Om één loonbegrip wordt al tientallen jaren geroepen, ik ben dan
ook zeer verheugd dat dit kabinet hierin een historische stap kan
zetten.”

De belangrijkste vereenvoudigingen liggen op het gebied van:

  • Nieuwe werkkostenregeling. Een vrijstelling van 1,5 procent van
    de fiscale loonsom vervangt 29 categorieën voor vrije vergoedingen
    en verstrekkingen door de werkgever (zoals werkkleding,
    kerstpakketten, fietsen e.d.);
  • Kleine banen. Banen van werknemers jonger dan 23 jaar met een
    lager loon dan de loongrens worden per 2010 vrijgesteld van
    premieheffing en bijdrage zorgverzekeringswet. Per 2011 wordt ook
    de loonheffing op nul procent gezet;
  • Uniformering loonbegrip. Er komt één loonbegrip voor
    loonbelasting, verschillende premies en de inkomensafhankelijke
    bijdrage zorgverzekeringswet. Voor werkgevers betekent dit een
    lastenreductie van 380 miljoen euro. Voor werknemers wordt de
    loonstrook korter, duidelijker en eenvoudiger.

Daarnaast zet De Jager onder andere in op:

  • Pakket btw-verlagingen, waaronder:
    - schilderen en stukadoren van huizen ouder dan twee jaar;
    - schoonmaakwerkzaamheden in huis;
    - educatieve moderne informatiedragers zoals cd-roms.
  • Steun in de rug voor de innovatieve auto-industrie, met
    bijvoorbeeld:
    - geen leasebijtelling op elektrische auto’s in 2010 en 2011
    - schrappen van motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s;
    - hogere korting van 700 euro op de aanschafbelasting van zuinige
    auto’s.

Meer informatie over bovenstaande, en nog veel meer maatregelen
staat op: www.minfin.nl/belastingplan2010

5 stappenplan voor omzetgroei

Klantcontact wordt de komende jaren alleen maar belangrijker. “Ondernemers moeten sociaal kapitaal opbouwen”, stelt internetexpert Ton Wesseling. Een 5 stappenplan voor omzetgroei.

Een decennium is voorbij. Het begon op 1 januari 2000 met Y2K, daarna kwam de dotcom crash en een kredietcrisis. Het decennium eindigde met het volwassen worden van internet als communicatiekanaal. In de afgelopen tien jaar is het door internet en haar ontwikkelingen mogelijk geworden dat iedereen informatie kan publiceren en kan verspreiden en dat andersom deze informatie ook kan worden gevonden.

 

Vindbaarheid en relevantie

Door de verdere groei van mobiel internet, gebruiksvriendelijke wireless devices en de achterliggende platformen die applicatieontwikkeling en distributie ook veel toegankelijker hebben gemaakt, zal het komende decennium de eenvoud van publicatie, ongeacht de locatie, blijven toenemen. Ook de vindbaarheid van deze (geclusterde) informatie zal toenemen, maar de echte groei zal zitten en de relevantie van informatie.

Door de koppeling aan profielen zal informatie steeds vaker gebaseerd zijn op sociale context. Je kent de bron, hebt een gedeeld online contact of het medium wordt door deze contacten als betrouwbaar beoordeeld. Elke ondernemer zal er daardoor rekening mee moeten houden dat elke potentiële koper exact op de hoogte is van de mening van zijn sociale context over het bedrijf en diensten/producten van de ondernemer en zijn concurrenten.

 

Sociaal kapitaal

Door het volwassen worden van internet als communicatiekanaal staan we nu aan het begin van het opbouwen van sociaal kapitaal als belangrijkste marketinggoed. Of je nu streeft naar lage marge massa met een goedkoopste prijsstrategie zonder veel service of het zijn van de niche specialist met de duurdere prijs maar met kwaliteitsadvies: de mening van de bestaande klanten over de prijs / kwaliteit en service verhouding van je bedrijf zal steeds vaker doorslaggevend zijn in het maken van een keuzen door een potentiële koper. 
De winnaars op marketinggebied van het komende decennium zijn de ondernemers die direct of indirect waarde toevoegen aan het dagelijks leven van de klant en zijn sociale omgeving in relatie tot het product of de dienst die deze klant afneemt of wil afnemen. De koop moet worden gegund. Waar voorheen middels marketing nog een bijgestuurd beeld kon worden geschetst van een gunwaardig bedrijf, zal dit door de informatie publicatie vrijheid en vindbaarheid steeds minder goed mogelijk worden en zich zelfs tegen de bedrijven die dit blijven doen kunnen keren. Een eerlijk beeld door informatie transparantie.


Klantcontact opbouw
Behalve dat de basiszaken binnen een bedrijf goed moeten zijn, zoals de verhouding in prijs en kwaliteit en de structuur, cultuur en communicatie binnen het bedrijf, zal het bedrijf dichter tegen de klant aan moeten zitten. Luister naar de klant. Wie is hij, wat houdt hem bezig en hoe kan ik hem helpen? 
Het online communicatiekanaal is uitermate geschikt de stappen dichter naar de klant toe te maken, maar waar te beginnen als ondernemer? Hoe te participeren in het spel van online informatie met daarbij de uiteindelijke mogelijkheid tot het benutten van opgebouwd sociaal kapitaal?

 

Een 5 stappenplan:

  1. Zoek & Volg: gebruik zoekdiensten om te bepalen waar er enerzijds door uw doelgroep wordt gecommuniceerd en anderzijds over uw soort diensten en producten. Gebruik monitoring applicaties om deze communicatie te volgen en te leren waar over wordt gesproken. Probeer te begrijpen waar de behoeften liggen van uw (potentiële) klanten.
  2. Besta: creëer uw online aanwezigheid buiten uw eigen webdomein. Maak profielen aan op de websites die worden gebruikt door uw doelgroep en op de websites waar over uw type producten en/of dienstverlening wordt gesproken. Wees bij het aanmaken een herkenbaar persoon (of groep personen). Wees open en transparant. Dialogen vinden plaats tussen mensen. Laat zijn wie u bent, waar u woont en waarom u hier bent.
  3. Participeer: zonder participatie geen waardeopbouw. Help uw doelgroep, klanten en potentieel geïnteresseerden met hun vragen, wensen en problemen. Gun anderen een plezierig moment.
  4. Onderhoud: kies met zorg uw contacten, maar maak geen onderscheid in aandacht. Bij wederzijds contact is het van belang om de onstaande relatie te gaan onderhouden. Volg de betreffende personen met extra interesse en blijf hulp bieden.
  5. Onderneem: wees creatief met het opgebouwde netwerk aan contacten. Dit is de waardevolle eerste laag van contact met de nagenoeg volledig (potentiële) klantgroep. Bij deze mensen heeft u krediet opgebouwd. Zij zijn bereid om met u en uw bedrijf, producten en/of diensten iets moois te gaan doen. Vraag echter nooit meer dan u had gegeven.

 

Klantcontactstrategie en netwerkeffect

Vergeet niet dat je online strategie deel zal moeten uitmaken van de volledige contactstrategie met de klant en/of prospect. De stem van het bedrijf zal daarbij over alle communicatie kanalen gelijk moeten zijn. Twijfel ook zeker niet over de hoeveelheid aandacht die je geeft aan je basisnetwerk. Nodig ze gerust uit voor een rondleiding/dagje uit/denktank sessie. Contacten worden sterken wanneer ze over meerdere kanalen plaatsvinden (met name de combinatie online en real life). Daarbij hebben jouw basiscontacten immers zelf ook veel contacten en die contacten hebben ook weer contacten.. Met het huidige realtime web is daardoor de informatie die een klant of prospect zoekt via meerdere contactpunten alsnog razendsnel op de plaats van bestemming.

 

 

Bron: Ton Wesseling (Online Dialogue)

Zelf Starten, hoe begin ik?

Zelf starten begint met een idee. Dat idee werk je uit tot een concept. Dit is niets meer dan een kwestie van schrijven……..

 

1. Hoe begin ik?

Zelf starten begint met een idee. Dat idee werk je uit tot een concept. Dit is niets meer dan een kwestie van schrijven, waarbij je antwoord geeft op de volgende vragen:

  • Wie worden mijn klanten?
  • Wat wordt mijn product of dienst?
  • Wie worden mijn concurrenten?
  • Hoe ga ik mijn product of dienst bij de klant brengen?
  • Waarom kopen klanten het product bij mij en niet bij mijn concurrenten?
  • Hoe(veel) ga ik verdienen met mijn bedrijf?

2. Hoeveel geld moet ik minimaal verdienen met mijn bedrijf om rond te komen?

Stap 1:
Bepaal hoeveel geld je jaarlijks nodig hebt om van te leven. Dit is makkelijk uit te rekenen, door alle uitgaven voor levensonderhoud bij elkaar op te tellen: gas, licht, water, huur, kleding, verzekering, voeding, etcetera. Stel dat je uitkomt op 21.000 euro. Dan moet u dus 21.000 euro overhouden van uw bedrijf (als winst).

Stap 2:
De winst op jouw dienst of product wordt gevormd door de omzet minus de kosten van de omzet. Ook de vaste bedrijfskosten moet je van de omzet aftrekken. Denk aan huur, telefoonrekeningen, kosten voor promotie, verzekeringen en autokosten. Je houdt dan de nettowinst over.

Stap 3:
Van de nettowinst gaat nog belasting af. Twintig Procent is voor starters een redelijke aanname, mits je gebruik maakt van alle aftrekposten en startersfaciliteiten.

Stap 4:
Stel dat je 21.000 euro wilt overhouden. Hoeveel moet de omzet dan bedragen? 21.000 + 4.200 (20 procent belasting) + 14.000 (bedrijfskosten) = 39.200 euro. Daar bovenop komen nog de kosten voor het maken van het product of de dienst. De uitkomst is de omzet die je minimaal moet ‘verdienen’.

3. Hoeveel producten moet ik verkopen (of diensten leveren)?

Je kan vaak eenvoudig berekenen hoeveel je moet verkopen om de gewenste omzet te bereiken.

  • Trek van de verkoopprijs van het product de kosten af om het product / de dienst te maken.
  • Deel de gewenste omzet (zie daarvoor de berekening in de vorige vraag) door dit bedrag en je krijgt het aantal producten / diensten.
  • Bijvoorbeeld:
    Je gaat tafels verkopen. De verkoopprijs is 300 euro per stuk, maar de inkoopprijs en vervoerskosten bedragen 110 euro. De winst per tafel is dan 190 euro. De rekensom wordt dan: 39.200 : 190 = 206 tafels.

3. Hoeveel producten/diensten moet ik gemiddeld per week verkopen?

Ook dat is te berekenen. Stel je werkt vijf dagen per week. En je neemt vier weken vakantie per jaar. Dan heb je dus 48 weken om jouw product of dienst te verkopen.

We nemen weer de rekensom van de vorige vraag. Hierin moest je 206 tafels verkopen om voldoende winst te maken. 206 gedeeld door 48 is 4. Je moet dus elke week vier tafels verkopen.

4. Wat staat er in een ondernemingsplan?

Het ondernemingsplan moet passen bij jou en jouw bedrijf. Maar het moet ook passen bij de partij waarvoor je het plan schrijft. Is het plan voor jezelf of de bank?

In een ondernemingsplan staat in ieder geval het volgende:

  • Inleiding
  • Samenvatting
  • Persoonlijk: persoonsgegevens, opleiding, werkervaring. Maar ook jouw persoonlijke motivatie en doelstellingen. En een overzicht van jouw kwaliteiten; jouw sterke en minder sterke kanten.
  • De markt: wat ga je aanbieden? Plus een marktonderzoek: omgeving, klanten en concurrentie.
  • De marketingmix: product, prijs, plaats, promotie. Maar ook de omzetprognose.
  • Financieel plan: investeringsplan, financieringsplan, exploitatiebegroting, liquiditeitsbegroting.
  • Plan van aanpak.

5. Welke rechtsvorm kies ik voor mijn bedrijf?

Bij het starten van een onderneming is het van belang om vast te stellen hoe de aansprakelijkheid voor winst en verlies is geregeld. Maar ook wie de belastingen en sociale premies moet betalen. Dit alles is regel je door een rechtsvorm te kiezen. Er bestaan verschillende soorten. De meeste starters beginnen als eenmanszaak. Later kan je overgaan op een besloten vennootschap, beter bekend als een bv. Andere vormen zijn: maatschap, vennootschap onder firma (vof), commanditaire vennootschap (cv) en de Limited (Ltd).

Kijk voor een overzicht van de verschillende soorten rechtsvormen op de website van de Kamer van Koophandel.

6. Waar moet ik me aanmelden als starter?

Houd in ieder geval rekening met het volgende:

  1. Kamer van Koophandel
  2. Productschap en/of bedrijfschap
  3. Vergunningen
  4. Auteursrecht

1. Je moet je inschrijven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken (KvK).
Iedere ondernemer is verplicht om zich in te schrijven bij de KvK. Dus ook als je een eenmanszaak hebt of freelancer bent. Op de website van de KvK lees je hier alles over.

Als je je inschrijft bij de KvK wordt in het handelsregister jouw naam en de naam van jouw bedrijf opgenomen. Maar ook de vestigingsplaats van jouw bedrijf, de rechtsvorm en een korte bedrijfsomschrijving. Dit register is openbaar en dus door iedereen in te zien. Zodra je staat ingeschreven in het Handelsregister, worden jouw gegevens doorgespeeld aan andere overheidsinstanties, zoals de Belastingdienst.

2. In veel sectoren ben je ook verplicht om je aan te melden bij het productschap of bedrijfschap. Je betaalt dan een jaarlijkse bijdrage. Voor verschillende sectoren bestaan product- en bedrijfsschappen. Dit geldt in ieder geval voor: zuivel-, vis- en tuinbouwproducten, afbouw en onderhoud, agrarische groothandel, ambachten, detailhandel, bosschap en horeca en catering. Kijk in de branchewijzer bij de KVK bij welke product- en/of bedrijfsschappen je je moet inschrijven.

3. Misschien heb je vergunningen nodig? Dan moet je deze op tijd aanvragen.

  • Een bouwvergunning vraag je aan bij je gemeente. Op de website van het ministerie van VROM kan je nagaan of je een bouwvergunning moet aanvragen.
  • Een milieuvergunning vraag je aan bij je gemeente- of provinciebestuur.

4. Tenslotte moet je rekening houden met auteursrecht en dergelijke.

  • Reprorecht is een vergoeding voor het fotokopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken zoals kranten, tijdschriften en boeken.
  • Voor het draaien van muziek in een winkel of bedrijf moet meestal een vergoeding worden betaald aan Buma / Stemra en Sena. Voor het afspelen van films en televisieprogramma’s aan Videma.

Bron: CNV Zelfstandigen

Urencriterium

Het urencriterium is een van de eisen van de Belastingdienst om te bepalen of jij wel echt een zelfstandig ondernemer bent. Als je voldoet aan het urencriterium (1225 uur per jaar) dan heb je recht op aftrekposten.

Eisen urencriterium

Het urencriterium betekent dat jij per jaar minimaal 1225 uur aan de eigen onderneming moet besteden. Ook de tijd die het woon-werkverkeer naar de ‘zaak’ kost, wordt meegerekend. Evenals de tijd die je aan administratie besteedt en alle andere tijd die je gebruikt voor jouw bedrijf, zoals scholing, vergaderen, werving etc. Het gaat dus niet alleen om de uren die je kan factureren!

Daarnaast moet je meer dan de helft van jouw werkzame tijd aan het bedrijf besteden. Let op: deze eis geldt niet voor starters! Zij hoeven alleen 1.225 uur voor de onderneming te hebben gewerkt.
Voor starters vanuit de arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt een lager urencriterium: 800 uur.

Urenadministratie

Je moet natuurlijk wel kunnen aantonen aan de belastingdienst dat je werkelijk 1225 uur per jaar aan je bedrijf besteedt. Een goede urenadministratie is dus onmisbaar.

Uren bijhouden is niet alleen handig voor de belastingdienst. Voor jezelf is het ook handig om een overzicht te hebben van de tijd die je stopt in verschillende bedrijfszaken, zoals de projecten waar je aan werkt, het uitschrijven van facturen en de werving van opdrachten. Zo leer je hoeveel tijd je nodig hebt voor een bepaalde klus, maar ook of prive-zaken niet hebben te leiden onder het werk.

Bron: CNV Zelfstandigen

FNV zelfstandigen komt met crisisindex voor zelfstandigen

Er zijn veel veronderstellingen over het effect van de crisis op zelfstandigen, maar geen gegevens. U kunt meedoen en er voor zorgen dat het effect van de crisis op uw onderneming juist in beeld komt.

De komende tijd zal FNV Zelfstandigen bij elke nieuwsbrief aan leden vragen om de index in te vullen. Zo onstaat een monitor over het effect over een langere periode. Ook niet leden kunnen zich opgeven.

Bron en link naar index: FNV Zelfstandigen

Wijzigingen regels zzp’ers 2010

Utrecht, 9 april 2009 – Een jaar geleden heeft FNV Zelfstandigen een ‘top 10 hinderlijke regels’ voor zelfstandig ondernemers overhandigd aan Jan Kees de Jager, staatssecretaris van Financiën. In een jaar tijd is er, mede door druk van FNV Zelfstandigen, serieuze aandacht gekomen voor deze regels en heeft het kabinet diverse stappen genomen om regels voor zzp’ers te verbeteren en te vereenvoudigen.  

Belangrijke veranderingen zijn de sterk vereenvoudigde aanvraag voor de VAR en het verbeteren van de informatie over regels door de overheid. De top 10 van hinderlijke regels is vorig jaar samengesteld op basis van uitgebreide reacties van zo’n 500 zzp’ers. Hieruit kwamen de volgende 10 aanbevelingen voort: 

1. VAR: (minimum) aantal opdrachtgevers verminderen

2. Urencriterium voor de zelfstandigenaftrek naar rato

3. Wijzigen voorwaarden voor werkruimte aan huis

4. Eigen regels voor privégebruik bedrijfsauto

5. Aanbesteding toegankelijk maken voor zelfstandigen

6. Verlenging geldigheidsduur VAR                            

7. Verlaagd BTW-tarief voor meer diensten 

8. Rentevergoeding over betaalde belastingvoorschotten

9. Toegankelijke en betaalbare AOV

10. Stimuleren van een betere betalingsmoraal

Wat is er verbeterd?
Een belangrijke winstpunt is dat het kabinet en de Tweede Kamer een veel duidelijker beeld hebben van de problemen waar zzp’ers tegenaanlopen ten aanzien van bestaande regels. Dit heeft geleid tot diverse aanpassingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de VAR. Deze kan nu digitaal worden aangevraagd en bovendien wordt vanaf 2010 de geldigheidstermijn verlengd. Het kabinet heeft ook toegezegd zzp’ers beter te informeren over de regelgeving, zoals het VAR-criterium. Verder wil het kabinet duidelijke onrechtvaardigheid tegengaan; zo erkent het kabinet nu dat de regels voor rente onrechtvaardig zijn wat betreft het betalen van de inkomstenbelasting.

Tenslotte is de AOV in 2008 toegankelijker en betaalbaarder gemaakt; hierdoor kunnen starters zich zonder herkeuring via het UWV verzekeren. Bovendien heeft FNV Zelfstandigen samen met een partner een basisverzekering ontwikkeld die gedurende twee jaar uitkeert.

Welke verbeterpunten voor de toekomst zijn er nog?
Helaas hebben nog lang niet alle 10 aanbevelingen geresulteerd in concrete maatregelen. Voor een aantal specifieke situaties, zoals privégebruik van een bedrijfsauto en voorwaarden voor werkruimte aan huis, kijkt het kabinet naar oplossingen binnen het stimuleren van ondernemerschap in plaats van de huidige regels aan te passen. Dit doet men concreet door het onderzoeken of een verlaging van het BTW-tarief voor meer diensten mogelijk is en of in het volgende belastingplan het urencriterium kan worden losgelaten voor de MKB-winstvrijstelling. FNV Zelfstandigen is uiteraard voorstander van het stimuleren van ondernemerschap, maar benadrukt dat dit nog puur beloftes zijn die tot op heden nog niet zijn waargemaakt. Ook een specifieke fiscale facilitering voor scholing van zzp’ers is van groot belang. Tot nu toe kunnen zzp’ers de kosten van de opleiding aftrekken van de belasting, maar FNV Zelfstandigen raadt aan ook te kijken naar de gederfde uren van zzp’ers in de uren die zij aan scholing besteden.

Een ander belangrijk punt voor FNV Zelfstandigen is de wetgeving over aanbestedingsprojecten door de overheid en andere grote opdrachtgevers. Ondanks de inzet van FNV Zelfstandigen verandert de overheid de wetgeving betreft aanbestedingen voor zzp’ers niet, maar geeft alleen aan voornemens te zijn dit zelf beter te gaan aanpakken. FNV Zelfstandigen informeert en adviseert haar leden daarom nu zelf meer over aanbestedingsprojecten om hen toch ondersteuning op dit gebied te bieden. Ook het stimuleren van een betere betalingsmoreel is een aanbeveling die tot nu toe nog niet is aangepast, al heeft de overheid zelf wel beterschap beloofd voor haar eigen uitgezette opdrachten.

Linde Gonggrijp, directeur FNV Zelfstandigen: “Zelfstandigen moeten ongehinderd kunnen ondernemen zonder allerlei overbodige regels. Vaak zijn het maatregelen of ingrepen die niet vragen om grote investeringen van de overheid, maar juist om kleine ingrepen met grote effecten die zelfstandigen net dat beetje meer lucht geven. Deze wijzigingen zijn dan ook een eerste stap in de goede richting.”

Een uitgebreidere toelichting op deze punten is te vinden op de website van FNV Zelfstandigen www.fnvzzp.nl. 

Over FNV Zelfstandigen in Diensten Groen Handel ICT Industrie Vervoer en Zorg 

FNV Zelfstandigen is de belangenbehartiger voor zelfstandigen zonder personeel die als doelstelling heeft zonder winstoogmerk de belangen van de leden te behartigen.De vereniging doet dit door collectieve belangenbehartiging omtrent werk en inkomen, individuele belangenbehartiging rondom juridisch advies en incasso én het faciliteren van onderlinge contacten. Zij beoogt leden sociaal-economisch op de kaart te zetten als een derde groep onafhankelijke ondernemers met hun eigen identiteit ten opzichte van werkgevers en werknemers. FNV Zelfstandigen richt zich daarbij op de volgende sectoren: diensten, groen, handel, ICT, industrie, vervoer en zorg. FNV Zelfstandigen heeft ruim 12.000 leden en is een zelfstandige bond van de ruim 1,4 miljoen leden tellende FNV vakcentrale. Meer informatie is te vinden op www.fnvzzp.n

The crowd produces mostly crap

Crowdsourcen – laat het publiek uw problemen oplossen – is een populaire marketingterm. Maar heeft u er ook iets aan? “The crowd produces mostly crap.”

De titel van deze column komt regelrecht uit de mond van de bedenker van de term crowdsourcen, Jeff Howe. Het is al weer een tijdje geleden dat ik hem hoorde spreken en toen vertelde hij over die schoenen die hij die dag droeg. “‘gecrowdsourcte schoenen’, ontworpen door een meisje van 9 jaar. Het zijn schoenen die lijken op een Volvo en het is de vraag of ze zo mooi zijn.” Hij heeft er zo zijn twijfels bij. “Het is de vraag of je dat niet gewoon aan ontwerpers moet overlaten. “ Zo stelt hij.

Dat brengt mij op de vraag of je als ondernemer je logo/ huisstijl ook kunt of moet crowdsourcen? Ik heb daar mijn twijfels over.

Crowdsourcen?
Jeff Howe is de bedenker van de term crowdsourcen. Hij stelt dat je heel goed anderen kan vragen jouw problemen op te lossen, “the crowd knows more.” Als voorbeeld noemt hij succesvolle cases van IBM, NASA en Lego. Zij vragen mensen mee te denken over technische problemen. Crowdsourcen kan heel succesvol zijn, voor sommige vraagstukken. Maar is het ook bruikbaar voor naamgeving of design?

Bij Markeys hebben we het geprobeerd. In een creativecell ontwikkelden wij namen, maar wij openden de creatie nooit helemaal. Alleen geselecteerde creatieven konden meedeken en kregen daar een vooraf afgesproken vergoeding voor. Dit valt niet volledig binnen de regels van crowdsourcen, maar werkte wel. Er zijn ook verschillende voorbeelden van sites waar je een naam door het publiek kunt laten bedenken, zoals Namethis of Wordlab. Bij deze websites vliegen de namen vaak alle kanten op en dat komt het resultaat niet ten goede.

99designs
Een goede naam en/of design is afhankelijk van visie en een goed idee. De ‘grotere gedachte’ zoals dat in de scene ook wel wordt genoemd. Dit is meteen waar het misgaat bij betrekken van publiek bij design of naamgeving, zoals ik dat heb ervaren. Op 99designs.com staan vele voorbeeld van gecrowdsourced grafisch design en ik word er niet blij van. Er zit niet een unieke gedachte bij en dat is wel waar je naar op zoek bent.

Wees niet de middelmaat!
Bij het zien van de beelden op 99design.com moest ik denken aan Logorama.com. Waar je voor 59,- dollar een generiek, nietszeggend logo kunt aanschaffen. Het heeft veel weg van het principe van stockfotografie. Je maakt een foto en laat die voor een kleine vergoeding door jan en alleman gebruiken. De gebruikers hebben hierdoor een goedkoop, maar toch enigszins professioneel beeld. Wie een logo koopt bij Logorama kan daar elke wenselijke naam onder plakken. Van ieder logo zijn een aantal verschillende varianten te koop. De maker heeft hierdoor veel producten, lage kosten per product en een grote schare kopers. Dit levert de kopende partij natuurlijk niet iets unieks op. Maar je komt er de winter wel mee door. Eenzelfde gevoel kreeg ik bij het zien van de logo’s die voortkomen uit de crowdsource. Veel van hetzelfde, generieke logo’s en middelmatige fotografie. Als opdrachtgever degradeert je jezelf hiermee tot de middelmaat.

Crowdsoursen van je design is dan ook geen goede keuze. Voor goed en onderscheidend design is een nauwe relatie (chemie) tussen klant en designer nodig. Deze chemie kan eigenlijk alleen ontstaat als je elkaar recht in de ogen kunt kijken. Of heb ik het mis en kent u wel voorbeelden van namen of design die succesvol door het publiek zijn ontwikkeld?

Alef de Jong (Koeweiden Postma)

Merkmeerwaarde zorgt voor omzetstijging

Veel ondernemers bouwen een business, maar vergeten een merk te bouwen. En dat terwijl er een positieve relatie bestaat tussen merkoriëntatie en bedrijfsresultaat.

Deze week liep ik door een winkel met design meubels en accessoires. Ergens in een hoekje kwam oude lamp tegen met een merkwaardig groot prijskaartje. Ik las: “Is dit een Gispen? Indien ja, € 100,-. Zoniet, € 10,-.”

Ik schrijf regelmatig over marketing en branding en wat dat voor uw bedrijf kan doen. Maar zo’n duidelijk en eerlijk bewijs van merkmeerwaarde was ik nog niet tegen gekomen. Het merk Gispen geeft de lamp meerwaarde. In de loop der jaren heeft het designlabel zo’n naam opgebouwd dat mensen zomaar 1000% meer betalen voor een gewone lamp.

Een ander voorbeeld van merkmeerwaarde is de Pepsi proef. Jaren geleden deed Pepsi een proef om aan te tonen dat hun cola lekkerder was dan die van concurrent Coca Cola. Veel blindproevers kozen inderdaad voor Pepsi Cola. Wetenschappers hebben later de proef overgedaan en ontdekten dat er een verschil was tussen blindproeven en proeven met de merken in zicht. Coca Cola drinkers die deelnamen aan de proef met de flesjes in zicht maakte hun keuze met gebied in de hersenen waar emoties verwerkt worden. Het merk Coca Cola was zo sterk dat het het deel van de hersenen waar voedsel beoordeeld wordt niet bereikte.

Met andere woorden: Merken zorgen voor een emotionele binding tussen product en consument. Dit zorgt ervoor dat merken waarde krijgen. Emotionele binding zorgt voor trouwere klanten die bovendien meer willen betalen voor een product of dienst.

Merkoriëntatie

De voorbeelden van Gispen en Coca Cola staan niet op zichzelf. Onderzoek door SWOCC (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie) laat zien dat er een positieve relatie is tussen de mate van merkoriëntatie en bedrijfsresultaat. Gestructureerd aan je merk werken betaald zich dus uit. En dat geldt niet alleen voor grote, beursgenoteerde organisaties. Veel ondernemers bouwen een business, maar vergeten een merk te bouwen. Er is een groot verschil tussen het bouwen aan een sterk merk en het bouwen aan je onderneming. Wat goed is voor je business hoeft niet altijd goed te zijn voor je merk. 

Wat is een merk?

Een merk is een gevoel over en persoon, product of organisatie. Het gaat er daarbij dus niet om wat jij zegt dat het is, het gaat er om wat klanten zeggen dat het is. Uitgangspunt daarbij is dat je meerwaarde creëert voor je klanten. Het belangrijkste doel van een merk is zorgen dat meer klanten, voor meerdere jaren, vaker kopen en tegen een hogere prijs.

De meeste ondernemers investeren vooral in het bouwen van een business. Alle energie gaat naar het behalen van omzet, niet naar het ontwikkelen van een sterk merk. Onhandig. Sterke merken verkopen met minder inspanning meer. Bovendien vergroot een sterk merk de waarde van je onderneming. 

Hoe merkgeoriënteerd bent u?

SWOCC onderscheidt vier stadia: experts, gevorderden, beginners en sceptici:

  • Sceptici zijn het minst merkgeoriënteerd en investeren vooral in het binnenhalen van nieuwe klanten. Met merkontwikkeling houden zij zich niet bezig.
  • Experts bouwen het meest actief aan hun merk.

De verschillen tussen de ondernemerstypen hebben weerslag op de financiële prestaties. Experts hebben een betere netto omzet, bedrijfsresultaat, netto resultaat, betere bruto- en nettowinstmarge en een sterkere groei dan de andere drie groepen. Gevorderden doen het financieel beter dan de beginners en de beginners doen het op hun beurt weer beter dan de sceptici.

Het loont dus om goed na te denken over de presentatie van uw organisatie. Stel iemand binnen het MT aan die zich met de branding van uw organisatie bezig houdt. Hoewel het allemaal erg moeilijk en kostbaar klinkt, is het in feite niets meer dan dat u actief de signalen beheert die zorgen voor een positieve evaluatie.

Alef de Jong (Koeweiden Postma)

g

Advertentie