Interbrand liet 350 Nederlandse marketeers ondervragen en kwam tot de conclusie dat het merendeel van de Nederlandse brandmanagers niet beschikt over de elementaire tools en informatie die nodig zijn om sterke merken te bouwen.
Phoef, die zit…
Aanleiding van het onderzoek was de signalering dat Nederlandse merken dalen in waarde, in tegenstelling tot merken in vrijwel alle andere Europese landen.
De onderzoekers vroegen 350 Nederlandse branding- en marketingprofessionals in een uitgebreide ‘health check’ naar de huidige staat van branding in Nederland. De onderzoekers concluderen een gebrekkig inzicht in de waarde van de eigen merken, het keuzeproces van de klant en de betrokkenheid van de eigen organisatie bij het merkconcept.
‘Bij de 10e editie van ons Best Global Brands?onderzoek, signaleerden wij een zorgelijke trend: Nederlandse merken dalen in waarde, terwijl de merkwaarde in vrijwel alle andere Europese landen stijgt. We wilden uitzoeken hoe dat komt’, aldus Josh Feldmeth, Managing Director van Interbrand Amsterdam.
Een opmerkelijke conclusie die uit de onderzoeksresultaten naar voren komt, is dat 83 procent van de Nederlandse brandmanagers vindt dat hun merk grote invloed uitoefent op de aanschafbeslissingen van de klant, terwijl bijna de helft van deze managers (47 procent) geen gebruik maakt van de basisgereedschappen van het vak:
*Slechts 37 procent kan de merken financieel waarderen of het rendement op investeringen in merken en marketing meten
*Slechts 53 procent ondervraagt de klanten over het merk
*Slechts 44 procent ondervraagt de eigen medewerkers over het merk
Bron: Teo van Vught
Bij het schrijven van een persbericht komt heel wat kijken. De ondernemer moet zich verplaatsen in de positie van de journalist. Als het bericht goed geschreven is, zal de journalist sneller geneigd zijn het bericht te gebruiken. In dit artikel lees je meer over het opstellen van een persbericht.
Een persbericht is geen advertentie
Bij het schrijven van het persbericht moet je je verplaatsen in de rol van journalist. Wat is de nieuwswaarde van je bericht? Waarom is het interessant voor de doelgroep van het medium? Het is belangrijk om te onthouden dat een persbericht geen advertentie is, maar een nieuwsbericht. Probeer echte reclametaal te vermijden. Houd je aan de feiten, formuleer helder en blijf to-the-point.
Begin je persbericht duidelijk: geef aan dat het om een persbericht gaat. Schrijf daarom ‘Persbericht’ bovenaan je bericht. Vermeld ook de datum en de plaats.
Het persbericht bestaat uit de volgende onderdelen:
Bron: MKB Nederland
Als u weet wie uw concurrenten zijn en hoe zij op de klantbehoefte inspelen, kunt u bepalen hoe u zich onderscheidt van de concurrentie. Dat kan zijn door de producten die u levert, door uw imago of door uw communicatie met de klant.
Zet alle gegevens in een tabel. Wat zijn de sterke en zwakke punten van uw bedrijf en uwconcurrenten?
| prijs | kwaliteit | assortiment | locatie | service | bekendheid | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Fietsenwinkel A | ++ | + | - | – | + | + |
| Rijwielhandel B | – | ++ | ++ | – | - | ++ |
| Fietsenmaker C | + | + | + | ++ | - | – |
| Uw eigen bedrijf | ++ | ++ | + | - | + | – |
Uit bovenstaand voorbeeld blijkt dat uw bedrijf uitblinkt in prijs en kwaliteit. U scoort het minst op naamsbekendheid. U kunt kijken hoe Rijwielhandel B dit aanpakt. Maakt deze winkel veel reclame? Of bestaat dat bedrijf simpelweg al 80 jaar? Zo weet u waar u staat ten opzichte van uw concurrenten en hoe u uw positie verbetert.
Bron: KvK
Het nieuwe ministerie van Economische Zaken, Innovatie en Landbouw heeft een lijst van huidige en toekomstige economische topgebieden van Nederland opgesteld. Het gaat om de sectoren water, voedsel, tuinbouw, high tech, life sciences, chemie, energie, logistiek en creatieve industrie.
Om deze topgebieden te ondersteunen werkt de overheid aan relevante vestigings- en ondernemingscondities voor de topgebieden, waaronder regeldruk, aanbestedingsbeleid, duurzaamheid, fiscaliteit, hoofdkantoren, onderzoek en innovatie, exportbevordering en financiering. De komende jaren kunt u dus een aantal versimpelingen voor het zakendoen verwachten. Zo is bijvoorbeeld al de regeling ‘aanbesteding vergemakkelijken voor kleine ondernemers’ onder behandeling bij de Tweede Kamer.
Het innovatiebeleid zal erop gericht zijn dat bedrijven bijdragen aan een beter milieu en winst maken door op dit gebied nieuwe producten te ontwikkelen en hun export te vergroten. Bent u al zo’n groene ondernemer, dan kunt u zich als koploper profileren.
Veel aandacht is er voor de Nederlandse agrofoodsector. Die is onderdeel van de oplossing voor de (inter)nationale uitdagingen rondom voedselzekerheid, armoedebestrijding, energie, water, klimaat, vrede en stabiliteit. Er zullen gerichte investering in innovatieve verduurzaming in de agrofood-, tuinbouw- en visserijsector plaatsvinden. Werkt u in de agrofoodsector en zit u nog niet aan tafel bij het ministerie? Misschien tijd om eens contact op te nemen?
Als agrarier heeft u bij dit kabinet de kans om uw inkomen te verhogen, door het leveren van diensten aan de gemeenschap (landschap en natuur- en voor bovenwettelijke maatschappelijke prestaties (zoals diergezondheid, dierenwelzijn, milieu- en waterbeheer).
Op het gebied van energie blijft de regering inzetten op energietransitie. Hoe verder u al bent op het gebied van duurzame energie, hoe minder u te maken krijgt met uitbreiding van strenge eisen aan CO2-intensieve sectoren, scherpe milieu-eisen aan producten en emissie-eisen aan transportmiddelen. Hier valt competitieve voordelen te halen.
De inspanning van de overheid binnen de watersector zijn gericht op vergroting van de waterveiligheid en de kwaliteit van oppervlaktewater wordt verbeterd, met name in stedelijke gebieden. Kunt u daar aan bijdragen? Of heeft u expertise op het gebied van zeehavens en de verduurzaming daarvan? Wellicht komt u in aanmerking voor subsidie.
U had missschien niet gedacht, dat ontwikkelingssamenwerking uw bedrijf kansen zou bieden. Maar de Nederlandse overheid wil dat er een sterke uitbreiding plaatsvindt van de mogelijkheden voor het bedrijfsleven binnen ontwikkelingssamenwerking, met name op een aantal specialistische thema’s. Bent u een bedrijf met een specialisatie in watermanagement en landbouw, dan liggen er kansen. Maar ook als u een specialist bent op het gebied van veiligheid, klimaat, gezondheidszorg en energie wil de Nederlandse overheid uw expertise inzetten.
Nederland wil verder bijdragen aan de ontwikkeling van de private sector in ontwikkelingslanden, door ondersteuning van een gunstig ondernemingsklimaat, inclusief goed werkende (arbeids-)markten en een deugdelijke publieke infrastructuur. Maar er liggen ook kansen voor bedrijven die gespecialiseerd zijn in financiële sectorontwikkeling (SME’s, verzekeringen, sparen).
Het onderwerp partnerschappen is hot. Dus zijn veel van de kansen die de Nederlandse overheid voor het bedrijfsleven voor ogen heeft, in de vorm van subsidieregelingen voor partnerschappen gegoten. Met die regelingen wil Nederland inzetten op de toegevoegde waarde die het Nederlandse bedrijfsleven heeft in innovatieve technologie op prioritaire thema’s en daaraan verwante terreinen als energie, milieu en gezondheidszorg.
Er zijn verschillende subsidiefondsen beschikbaar op het gebied van milieu, duurzaamheid, energie en innovatie:PSI: Het Private Sector Investeringsprogramma is een programma van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken / Ontwikkelingssamenwerking, gericht op de ondersteuning van vernieuwende investeringsprojecten in opkomende markten.
Samenwerkingsverbanden van bedrijven, onderzoeksinstellingen, overheidsorganisaties en non-profitorganisaties kunnen subsidie aanvragen voor projecten Wereldwijd Werken met Water.
WBSO. Als u uw proces innoveert of technisch nieuwe producten of programmatuur ontwikkelt dan kan deWBSO u helpen. De WBSO is een fiscale stimuleringsregeling die een deel van de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O), vergelijkbaar met Research and Development (R&D), compenseert
De faciliteit Ontwikkelingsrelevante Infrastructuurontwikkeling (ORIO) draagt bij aan de ontwikkeling, de implementatie (bouw en/of renovatie en/of uitbreiding) en exploitatie van publieke infrastructuur in ontwikkelingslanden.
Met de EIA wil de overheid het Nederlandse bedrijfsleven aansporen tot energiebesparing en toepassing van duurzame energie.
Voor meer internationale subsidies kijkt u bij de EVD.
Verder zijn er verschillende subsidieprogramma’s beschikbaar rondom Milieu & Technologie, Milieu en leefomgeving en energie en klimaat
| Bron, auteur: | Jolein Baidenmann |
Overtuigd dankzij alle voordelen, subsidies en (gratis)mogelijkheden die Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen voor jouw bedrijf biedt, kies ook jij voor duurzaam ondernemen. Maar de abstractheid van het onderwerp schrikt je af. Nergens voor nodig, want met het stappenplan van ondernemerinbusiness.nl wordt ook jouw onderneming MVO.
Er is geen enkel bedrijf te vinden dat helemaal niets aan MVO doet. Alleen zijn veel bedrijven zich niet bewust van hun MVO-activiteiten. Houd daarom een nulmeting waarbij je precies opschrijft bij welke bedrijfsaspecten – klein en groot – al duurzaam gewerkt wordt. Betrek alle afdelingen en bedrijfsonderdelen bij dit vooronderzoek en houd de Triple P (people, planet en profit) in je achterhoofd. Door dit lijstje op te stellen krijg je inzicht op welke punten je al goed bezig bent, waar de quickwins zitten en waar bijvoorbeeld nog een flinke investering nodig is om echt duurzaam te kunnen ondernemen.
Hoe maatschappelijk verantwoord moet jouw bedrijf worden? Pas als je die vraag hebt beantwoord, kun je gericht op zoek gaan naar duurzame oplossingen binnen en buiten jouw bedrijf. Antwoord op die vraag vind je door jezelf de volgende dingen af te vragen:
Nu je een globaal beeld hebt van de mogelijkheden en beperkingen om over te stappen op duurzaam ondernemen, is het tijd om de specifieke doelen te bepalen. Probeer zo concreet mogelijk te zijn. Er zijn wat voorbeelden te vinden van algemene (gratis) initiatieven die je kunt ontplooien, maar uiteindelijk zijn er oneindig veel mogelijkheden waar je jouw eigen invulling aan kunt geven. Maak vooral gebruik van de bestaande kennis. Informeer bij instanties en bedrijven die al verder zijn met MVO. Misschien heeft een concullega nog wel een kant en klaar actieplan liggen wat je grotendeels kunt toepassen op jouw bedrijf. Op branchegerichte thema’s en actieplannen vind je bijvoorbeeld bij MVO Nederland. Door gebruik te maken van de bestaande kennis bespaar je een hoop tijd en geld.
De volgende stap om je bedrijf te verduurzamen is door de in stap 3 opgestelde doelen om te zetten in doelstellingen die je verwerkt in het actieplan. Geef per doelstelling aan wie het moeten oppakken en uitvoeren, wat ervoor nodig is (materiaal en kennis) en wanneer het voltooid moet zijn.
Draagvlak is een belangrijk element om iets succesvol door te voeren in een bedrijf. Zo ook bij duurzaam ondernemen. Je creëert voldoende draagvlak door:
Welke doelstellingen zijn op tijd behaald en welke niet? Heeft iedere doelstelling het gewenste effect bereikt? Wat is er eventueel mis gegaan en waardoor komt dat? Kijk waar er bijgestuurd moet worden en of het actieplan moet worden aangepast. Communiceer de uitkomst van deze evaluatie binnen de organisatie en vraag of werknemers en andere betrokkenen willen meedenken om het proces van duurzaam ondernemen nog verder te verbeteren. Vertel tot slot ook zeker over de successen en positieve resultaten en reacties van de omgeving. Dat motiveert iedereen om ermee door te gaan.
Wanneer je actieplan zo goed als voltooid is, is het tijd om aan de buitenwereld bekend te maken dat jij tegenwoordig voor duurzaamheid gaat. Niet eens om erover op te scheppen, maar om duidelijk te maken aan (nieuwe) klanten dat jouw bedrijf tegenwoordig bewust nadenkt over de toekomst en het milieu. Ideeën om aan de buitenwereld te laten weten dat jij voor MVO gaat, zijn:
| Bron, auteur: | Mariska Habets |
De meeste voorstellen die ik iedere dag toegezonden krijg door idealistische zakenlui die de grote uitdagingen van de moderne wereld (zoals de opwarming van de aarde en de bescherming van het milieu) aan willen pakken, getuigen wel van veel verbeelding, maar vereisen enorme investeringen en vele jaren onderzoek en ontwikkeling voordat ze überhaupt geïmplementeerd kunnen worden.
In de laatste twee-driehonderd jaar hebben veel regeringen steeds weer grote sommen geld vrijgemaakt om mensen te enthousiasmeren oplossingen te vinden voor de meest urgente technische problemen van hun tijd. Mijn favoriete voorbeeld is de zogenaamde Longitude Prize, de Lengtegraadprijs – een beloning van 20.000 pond die in 1714 werd uitgeloofd door de Britse regering teneinde wetenschappers en zeevaarders te stimuleren naar een preciezere manier te zoeken om de positie van schepen te bepalen oost of west ten opzichte van een bepaald vast punt op de aardbol. Meer dan tien uitvinders hebben in de daarop volgende 50 jaar in dit kader een beurs gekregen voor hun bijdragen aan de oplossing van het probleem; de grote winnaar blijft natuurlijk John Harrison, de uitvinder van de marinechronometer.
Vandaag de dag zijn de meeste uitdagingen zo gecompliceerd dat zij inderdaad enorme investeringen vereisen van tijd, inspanning en kapitaal. De Ansari Space X Prize, met zijn 10 miljoen dollar de grootste beloning in haar soort in de geschiedenis, werd in 2004 gewonnen door het bedrijf Scaled Composites, waar ingenieur Burt Rutan de leiding had; Scaled Composites kreeg de prijs voor de bouw en lancering van het SpaceShipOne – een ruimtevliegtuig dat binnen veertien dagen twee keer passagiers 100 kilometer boven de aarde kon brengen. De teams die de 10 miljoen wilden winnen, besteedden gezamenlijk uiteindelijk meer dan 100 miljoen dollar.
Achteraf gezien bleek de prijs dus de katalysator te zijn voor de oprichting van een commerciële en particuliere ruimtevaartsector. Ik was daar zo van onder de indruk dat Virgin Group ging investeren in een nieuw ruimtevaarttoerisme, Virgin Galactic; we sloten met Scaled Composites een overeenkomst voor de bouw van een lanceringsysteem en een ruimtevaartuig waarmee we ons idee vorm konden geven. We maakten dus gebruik van een prijswinnend concept voor onze onderneming, iets wat al met al toch een groot commercieel risico met zich mee bracht. Virgin Galactic en ook andere particuliere bedrijven deden voortaan mee aan de ruimterace – een tak waar tot dan toe alleen overheidsinstellingen elkaar beconcurreerden.
Klimaatverandering heeft in potentie de kracht om hele ecosystemen te vernietigen en dus het leven van miljarden mensen te beïnvloeden. Het is de verantwoordelijkheid van de zakenwereld en van ondernemers bij te dragen aan de oplossing, omdat juist de industrie historisch gezien steeds deel van het probleem is geweest. We namen in 2007 dan ook de beslissing te starten met het project Virgin Earth Challenge om het uitvinden van technologieën te bevorderen die het broeikaseffect kunnen tegengaan, en met name koolstofdioxide uit de atmosfeer kunnen halen.
De winnaar moest komen met een veilig, uitvoerbaar en commercieel haalbaar ontwerp om de door de mens geproduceerde gassen direct uit de lucht te kunnen halen en wel in een hoeveelheid van 1 miljard ton per jaar. Om een betere indruk te krijgen van dat getal: de totale uitstoot van koolstofdioxide door menselijke activiteiten loopt per jaar op tot ongeveer 8 miljard ton.
We ontvingen meer dan 2500 ideeën en bijdragen vanuit de hele wereld, uiteenlopend van geweldig optimistische concepten tot voorstellen van gerenommeerde wetenschappers die bezig waren met nieuwe technologieën voor koolstofopslag. Geen van de ideeën zal binnen afzienbare tijd een commercieel succes zijn; er ligt nog een hoop werk voor ons als we op dit gebied duurzaam succesvol willen worden. Zoals een van de wetenschappers tegen ons team van Earth Challenge zei: tot op de dag van vandaag komt geen van de investeringen in het onderzoek naar opvang en opslag van koolstof in aanmerking voor de prijs van 25 miljoen.
8 miljard ton – al die energiecentrales, fabrieken, auto’s, schepen, vliegtuigen en ook al die veestapels, enzovoort (de lijst is te lang om op te sommen), die ieder jaar weer al die CO2 de lucht in blazen – van die 8 weer 1 miljard eraf halen is zeer ambitieus, maar niet onmogelijk. Overal in onze samenleving moeten in ons alledaagse leven een hoop fundamentele veranderingen doorgevoerd worden om de uitstoot van CO2 te reduceren. De bedrijven van Virgin beginnen bij zichzelf en pakken zelf de problemen rond duurzaamheid en duurzame productie op en speuren in elk proces naar mogelijkheden om te verminderen, om dubbel te gebruiken en om anders te hergebruiken.
Onze prijs zal alleen maar effectief zijn wanneer zij onderdeel is van een veel breder systeem waarin ontwikkelingen op dit gebied worden ondersteund en waarin geprofiteerd kan worden van de eurekamomenten van anderen en van de reeds goed opererende systemen. Via het Virgin Green Fund investeren we substantieel in de ondersteuning van pioniers op het gebied van biobrandstoffen, zonne-energie en energiebesparende technologieën. We hebben ook voor financiële ondersteuning gezorgd van de Carbon War Room; deze denktank voor duurzame energie helpt oplossingen aandragen voor bedrijven die de broeikasgassen trachten te reduceren en stimuleert investeerders terug te gaan naar groene, schone technologieën.
Deze aanstaande transformatie van onze samenleving vormt een van de allergrootste uitdagingen voor het bedrijfsleven in de komende honderd jaar. Dit vergt geduld, maar ook doorzettingsvermogen en vasthoudendheid; je moet anticiperen op wat er gaat komen en die situatie goed inschatten, maar je moet ook goed gebruik maken van de situatie waarin je je bevindt. De prijs die we uitloven en onze inspanningen op dit gebied zijn onderdeel van onze strategie voor deze toekomst. Hoe ziet jouw bijdrage eruit?
Bron: Richard Branson
Snel een basis in de klantenkring opbouwen. Dat is kortweg gezegd mijn advies aan startende bedrijven. Voorkom dus een valse start en kom goed voorbereid uit de startblokken. Een goed advies is goud waard. Maak daar gebruik van, want een buitenstaander is niet emotioneel gebonden en ziet de zaken daardoor scherper.
De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) van 2011 kunt u vanaf 1 september dit jaar weer aanvragen. Ook al doet u het ieder jaar, het blijft toch een beetje ingewikkeld.
Bij deze vijf vragen op het aanvraagformulier moet u extra opletten.
2a: Soort werkzaamheden
U bent timmerman én grafisch vormgever. Dat kan best, maar dan heeft u twee afzonderlijke VAR’s nodig. Met twee VAR’s haalt u alleen moeilijker het aantal benodigde uren en opdrachtgevers. U bent klusjesman én u legt tuinen aan? Dat kan weer wel met één VAR, bijvoorbeeld onder de noemer ‘verrichten van diverse klussen (reparatie, onderhoud en aanleg) in en om het huis’.
2c: Type VAR
Opdrachtgevers willen er zeker van zijn dat ze voor u geen werknemerspremies hoeven in te houden. Daarvoor heeft u een VAR-wuo (winst uit onderneming) of een VAR-dga (directeurgrootaandeelhouder) nodig. Bij vraag 2c op het aanvraagformulier moet worden aangegeven hoe u als ondernemer uw inkomsten beoordeelt. Het lijkt simpel, maar gaat vaak fout. Wie aankruist ‘Als loon uit dienstbetrekking’ of ‘Als resultaat uit overige werkzaamheden’, krijgt niet de goede VAR. In het eerste geval krijgt u een VAR-loon en moeten opdrachtgevers premies inhouden. In het tweede geval krijgt u een VAR-row (resultaat uit overige werkzaamheden) en weten opdrachtgevers niet waar ze aan toe zijn. Als 2c fout ingevuld is, geeft de Belastingdienst geen VAR-wuo of VAR-dga, zelfs niet als uit de andere antwoorden blijkt dat iemand ondernemer is.
2e: Aantal opdrachtgevers
Veel mensen denken dat een ondernemer voor minimaal drie opdrachtgevers per jaar moet werken. Maar dit is geen verplichting. Het gaat namelijk niet om het aantal opdrachtgevers, maar uw ondernemersrisico. Dat betekent dat u werkt voor eigen rekening en risico. Bijvoorbeeld dat u niet doorbetaald wordt bij ziekte (3c) en dat u risico loopt als de opdrachtgever ontevreden is (2i).
2l: Detachering, uitzending, bemiddeling
Werken via een bemiddelingsbureau is geen probleem. Maar als u minstens de helft van de tijd via een uitzend- of detacheringsbureau werkt, bekijkt de Belastingdienst uw VAR-aanvraag kritisch. De Belastingdienst beschouwt werken via uitzend- of detacheringsbureaus meestal als een loondienstverband, dus dan krijgt u geen VAR-wuo. Of dat terecht is, hangt van de situatie af. Betaalt het uitzend- of detacheringsbureau u elke maand automatisch, of stuurt u facturen? Wordt u doorbetaald tijdens ziekte en vakantie? Wat gebeurt er als er te weinig werk is? Kortom, het draait altijd om het ondernemersrisico.
3e: Heel lang bij één opdrachtgever
Als u maandenlang (bijna) fulltime voor één opdrachtgever werkt en geen andere opdrachten hebt, lijkt het soms of u werknemer bent. De kans op een VAR-wuo is dan klein. Toch zijn er zelfstandigen die langdurig (bijna) fulltime voor één opdrachtgever werken en wel een VAR hebben. Er spelen immers meer factoren een rol bij de aanvraag. Misschien kunt u de opdrachten laten uitvoeren door iemand anders (2g). Misschien werft u nieuwe opdrachten via reclame (4b). Of misschien investeert u wel in nieuw gereedschap en materiaal (4f ).
“Het gaat om het totale beeld”
Bijna iedereen die een VAR-aanvraag invult, twijfelt bij sommige vragen. Vindt de Belastingdienst u wel een echte ondernemer als u aankruist dat u geen reclame maakt? Krijgt u wel een VAR-wuo als u aangeeft dat u jaarlijks minder dan 2.500 euro investeert? “Daar hoeven ondernemers zich geen zorgen over te maken”, zegt Roel Masselink van Platform Zelfstandige Ondernemers, “De Belastingdienst kijkt niet naar het antwoord op die ene vraag. Het gaat om het totale beeld. Mijn advies aan ondernemers is: denk na over wat u wilt gaan doen in 2011. Hoe ziet uw onderneming er in dat jaar uit? Vul vervolgens met dát plaatje in uw hoofd de VAR-aanvraag in. De VAR gaat immers niet over vandaag, maar over uw verwachtingen voor het komende jaar.”
De aanvraag
Een nieuwe VAR kan worden aangevraagd op www.belastingdienst.nl. Wie over 2008, 2009 en 2010 een VAR heeft gekregen, ontvangt in september automatisch een VAR over 2011. Werkgevers die zelfstandige inschakelen kunnen informatie over de VAR vinden op www.belastingdienst.nl of www.antwoordvoorbedrijven.nl.
Bron: KvK
Belastingplan 2011: Ondernemerschap en innovatie
Ondernemers zijn de motor van economische groei, werkgelegenheid en productiviteit. In het Belastingplan 2011 is daarom een aantal maatregelen opgenomen om ondernemerschap en innovatie te stimuleren.
1. Verlaging tarief vennootschapsbelasting
Het algemene tarief van de vennootschapsbelasting wordt met ingang van 1 januari 2011 met een half procent verlaagd tot 25%. Voor het zogenoemde ‘MKB-tarief’ van 20% is de grens van € 200.000 aan winst niet langer tijdelijk, maar definitief.
Tarief per 2011
Winst tot € 200.000 20%
Winst boven € 200.000 25%
2. Verbetering liquiditeitspositie ondernemingen
De liquiditeitspositie van het bedrijfsleven krijgt een flinke impuls door een drietal maatregelen:
• Verlenging verruiming achterwaartse verliesverrekening:
De tijdelijke verruiming van de achterwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting wordt met een jaar verlengd. Deze maatregel gold al in 2009 en 2010, en gaat dus ook gelden voor het jaar 2011. De verruiming houdt in dat een onderneming de mogelijkheid krijgt om verliezen drie jaar terug te wentelen in plaats van één jaar. In ruil hiervoor wordt de voorwaartse verliesverrekening van negen jaar ingekort tot zes jaar. Voor de extra verrekeningsjaren geldt een plafond van maximaal € 10 miljoen per jaar.
• Btw-kwartaalaangifte definitief:
Ondernemers kunnen sinds juli 2009 kiezen om de aangifte en afdracht van btw per kwartaal te doen in plaats van per maand. Deze tijdelijke maatregel wordt structureel gemaakt. Ondernemers kunnen dus ook in de toekomst hun btw-aangifte per kwartaal blijven doen.
• Verlenging regeling versnelde afschrijving:
De tijdelijke regeling voor versnelde afschrijving op investeringen in bedrijfsmiddelen wordt met een jaar verlengd. Dit betekent dat ook investeringen die gedaan worden in 2011 in twee jaar kunnen worden afgeschreven.
3. Stimuleren speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)
Werkgevers kunnen een afdrachtvermindering van loonbelasting krijgen voor werknemers die speur- en ontwikkelingswerk verrichten. In deze fiscale stimuleringsregeling verdwijnen de tijdelijke crisismaatregelen, maar tegelijkertijd wordt de regeling ten opzichte van de oorspronkelijke opzet uit 2008 op diverse punten blijvend verruimd. In 2011 kan de werkgever een afdrachtvermindering van 50% toepassen op het totale S&O-loon tot een grens van € 220.000. Voor het meerdere geldt een afdrachtvermindering van 18%. Het plafond (het maximumbedrag aan afdrachtvermindering) bedraagt voor 2011 € 14 miljoen.
4. Uitbreiding innovatiebox
Met ingang van 2011 is het voordeel van de innovatiebox (een tarief van 5% in de vennootschapsbelasting) ook van toepassing op winst uit innovatieve activiteiten in de periode tussen de aanvraag en het verkrijgen van een octrooi.
5. Versoepeling werkkostenregeling
De werkkostenregeling, die in 2011 van kracht wordt, wordt op verzoek van werkgevers op een aantal punten versoepeld:
• Werkkleding met een groot bedrijfslogo wordt – anders dan oorspronkelijk de bedoeling was – op nihil gewaardeerd en komt daarmee niet ten laste van het forfait.
• Vakliteratuur en de inschrijfkosten van beroepsregisters worden toegevoegd aan de gerichte vrijstellingen die niet ten koste gaan van het forfait.
Bron: Rijksoverheid
Adverteerders en bureaus denken niet hetzelfde over wat een campagne succesvol maakt.Bureaus zoeken het meestal in de creativiteit, terwijl adverteerders vooral kijken naar zaken als doelgroepgerichtheid en consistentie met eerdere campagnes.
Wat maakt een campagne succesvol? Tien dimensies die kenmerkend zijn voor effectieve reclame. De Duitse Art Directors Club vroeg McKinsey om de belangrijkste factoren te bepalen die geslaagde reclame kenmerken. Daar rolden de volgende tien punten uit:
1 originaliteit
2 duidelijkheid
3 overtuigingskracht
4 ambachtelijke kwaliteit
5 de want-to-see-again-factor
6 relevantie
7 verschil met de concurrentie
8 consistentie met eerdere campagnes
9 geloofwaardigheid
10 activerende werking
De nummers 1 t/m 5 hebben vooral te maken met creativiteit en liggen goed bij de reclamebureaus. Ze geven aan dat die toch ergens goed voor zijn
. De nummers 6 t/m 10 zijn in trek bij de adverteerders. McKinsey adviseert in ieder geval om bij een nieuwe campagne alle tien de punten langs te gaan. Op die manier voorkom je dat een campagne naar de ene of de andere kant overhelt en wellicht te origineel of te saai wordt.
Bron: Werben & Verkaufen