Merkenmanagement
Merkenmanagement
Op 22 december wordt het Indie Brands Event georganiseerd, een dag waar creatieve merken als Oggu, VANMOOF en John Altman centraal staan. Wat maakt een merk een indie brand?
Nederland telt er meer dan je denkt: indie brands (afgeleid van ‘independent brands’). Van de dertig merken in het recent verschenen boek Indie Brands, 30 independent brands that inspire and tell a story van Anneloes van Gaalen, komen er acht uit Nederland. Denk aan namen als WeTransfer,Johnny Loco en John’s Phone. Ze komen allen overeen op dezelfde kenmerken: ze zijn onafhankelijk opgezet, en besteden veel aandacht aan creativiteit, marketing en storytelling.
Indie brands worden opgezet in alle vrijheid, zowel qua geld – omdat ze niet worden gefund door grote investeerders of multinationals – als qua creativiteit. Vaak zijn de merken bedacht door oud-reclameprofessionals, die nu eens met volledige creatieve vrijheid een product of dienst willen maken, zonder begrenzingen die worden opgelegd door corporate klanten. Zoals Arnaud van der Vecht van fietsenmerk Johnny Loco het zegt: “Een reclamebureau runnen is leuk, maar dat kun je ook nog doen als je vijftig bent. Ik wilde betrokken zijn en mijn handen vuil maken.”
Dat levert veel vrijheid op in de keuzes die je kunt maken als ondernemer, zo blijkt uit het verhaal van theemerk Mr. Jones. Oprichter David Holscher: “We houden ons aan één gouden regel: als één van ons er geen zin in heeft, doen we het niet. Commercieel gezien zou het logisch zijn om ook koffie te gaan doen, bijvoorbeeld, maar dat willen we allebei niet. We willen focussen op één ding en dat heel goed doen.”
De grote commerciële vrijheid betekent niet dat de ondernemers de commerciële kant vergeten: ook zij willen geld verdienen en hun product tot een succes maken. “Ons merk is een bedrijf, geen hobby”, stelt Nalden, de oprichter van filesharing service WeTransfer. “We investeren al ons spaargeld in dit bedrijf en het moet slagen. Indie zijn betekent niet dat je niet kunt genieten van commercieel succes.” Dat is in het geval van WeTransfer goed gelukt: ondanks dat de ondernemers een rustige opbouw hadden voorzien voor hun bedrijf, verwerkte het in 2010 9 miljoen transfers en 150 miljoen in 2011.
De merken in Indie Brands hebben stuk voor stuk een bijzonder verhaal, vaak ontstonden ze uit persoonlijke overtuiging of door toevallige ontmoetingen. Zo liepen Arnaud van der Vecht en Frank Spackler, oprichters van Johnny Loco, hun muze tegen het lijf op een treinstation in Barcelona. “Hij was heel relaxed, had eenbeach cruiser fiets bij zich en vertelde alles over zijn vakantie in Barcelona. Bleek dat wij druk waren geweest om alles uit de Lonely Planet af te lopen, terwijl hij het echte Barcelona had gezien. Hij had rustig aan gedaan, genoten van een paar tapas en rondgehangen met de locals. Die man weigerde mee te doen aan derat race. Dat inspireerde ons zo erg dat we gingen nadenken over het opzetten van een merk dat datzelfde relaxte gevoel uitstraalde.”
Christiaan Maats van sneakermerk OAT was er heilig van overtuigd dat ook schoenen duurzaam gemaakt konden worden, bij voorkeur biologisch afbreekbaar. In zijn afstudeeronderzoek ondervroeg hij allerlei leveranciers naar hun producten, waaruit bleek dat die geen idee hadden of hun producten biologisch afbreekbaar waren. “Als ik vroeg of een bepaald materiaal niet giftig was, antwoordden ze dat het aansloot op de EU-norm. Als ik vroeg of ik het in de grond kon stoppen, werden ze stil. Ze wisten het simpelweg niet.” Daarom besloot Maats zelf duurzame sneakers te gaan ontwikkelen, waar hij in slaagde na een lange zoektocht – de onderdelen moet hij halen uit Roemenië, Italië en Nederland.
Nog zo’n voorbeeld van een bijna toevallig ontstaan merk is Tony’s Chocolonely. Het idee daarvoor ontstond uit de reportageserie die gemaakt werd door tv-programma Keuringsdienst van Waarde. Eveline Raijmans: “We hadden het gevoel dat we nog niet klaar waren na onze verslaggeving over kinderslavernij, daarom besloten we om een bedrijf op te zetten om echte slaafvrije chocolade te gaan maken.”
De indie brands in Van Gaalens boek bewijzen dat je niet per se geld hoeft te steken in dure advertentiecampagnes om bekend te worden. Ze pakken creatieve methoden aan, zoals Gummo, dat voor de promotie van de John Altman producten een boekje met kooktips en zelfhulptips lanceerde. En de makers van Zarb besloten hun champagnemerk in verschillende ‘collecties’ uit te brengen, net als modemerken doen. Roland van der Vorst: “We kregen daar veel media-aandacht mee met weinig of geen marketingbudget, wat aantoont dat pr en design een merk echt kunnen maken.”
Soms kan die slimme pr ook problemen opleveren: indie brands zijn over het algemeen kleine bedrijven, die niet zo makkelijk om kunnen gaan met hypes. Bij John’s Phone verkochten ze op een gegeven moment 55 telefoons per uur, terwijl hun businessplan maar was berekend op honderd telefoons per week. “Opeens moet je meer producten in de winkel zien te krijgen en meer telefoons uit China importeren”, vertelt Hein Mevissen. “Maar dat zijn natuurlijk luxeproblemen.”
Op 22 december wordt het Indie Brands Event gehouden in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam, waar de ondernemers achter o.a. Oggu, John Altman en Vanmoof als spreker optreden. Je kunt kaarten kopen voor de hele dag (17,50 euro, 13.00-22.00) of alleen de avond (10 euro). Ook wordt er een markt georganiseerd met producten van de indie brands.
Bron: Sprout
Door ongebreidelde merkextensies verliezen merken aan focus en komen er minder groeiplatforms bij.
Door harmonisatie, sanering van merkportfolio’s en het toepassen van merk-extensiestrategieën wordt met minder merken een bredere variëteit aan producten en diensten aangeboden. Dat stelt Onno Maathuis, positioneerder, onderzoeker corporate branding aan de Erasmus Universiteit en bestuurslid van SWOCC, vast. Maathuis vindt dat geen goede zaak, om twee redenen.
De waarden van een sterk merk kunnen op een te introduceren product overgaan, onder de voorwaarde van een goede fit tussen het merk en het te introduceren product. Maar Maathuis ziet een probleem: ‘Er zijn 100.000 manieren om een fit te bedenken. Van boter naar brood, van brood naar ontbijtproducten, van ontbijtproducten naar voedingsmiddelen. Dan loopt het uit de hand.’ Goede merken worden volgens Maathuis herkend en gewaardeerd omdat ze niet alles voor iedereen proberen te zijn, maar een heldere scope en duidelijke betekenis hebben voor hun doelgroep.
Het tweede bezwaar dat Maathuis ziet is dat door merkextensie geen nieuwe potentiële groeiplatforms voor de toekomst worden gecreëerd; er komen geen merken bij. Wetenschappers schatten in dat nu al meer dan acht van elke tien productintroducties te kenmerken is als merkextensie. Maathuis concludeert dat het voor bedrijven kennelijk moeilijk is om weerstand te bieden aan de druk om de waarde van een merk uit te rekken. Hij noemt een recente introductie c.q. merkextensie als voorbeeld: Dove Men+Care. Een opvallende beweging vindt hij, juist omdat de ‘real beauty’ positionering van Dove voor vrouwen zo ver afstaat van een mannenlijn. Maathuis ziet een probleem van natuurkundige aard. De variëteit in doelgroepen én de variëteit in productaanbod wordt groter. Maar het aantal merken loopt terug. Maathuis verbaast zich ook over twee andere merkextensies van Unilever: Becel brood en Blue Band brood. Hij constateert dat men bij Unilever liever het domein tot buiten de productcategorie rekt, dan dat men er een nieuw broodmerk introduceert, dat de broodcategorie verder gaat ontwikkelen.
Maathuis is niet tegen merkextensies, want merken worden volgens hem ook sterker door productintroducties. Maar het gaat volgens de positioneringspecialist mis wanneer er sprake is van ongebreideld gebruik van merkextensies: ‘Het is niet goed om heel verschillende producten onder één merkplatform te hangen.’
Geslaagde merkextensies volgens Maathuis
KPN (Hi, XS4ALL, Digitenne)
V&D (La Place)
Sony (Vario)
Nintendo (Wii)
Shell (V-Power)
Minder geslaagde merkextensies volgens Maathuis
Blue Band (Goede Start! Brood)
Becel (Meergranen Volkoren)
Grand’Italia (sauzen, soepen, pesto, antipasti enzovoorts)
Rabobank (Rabo Mobiel)
Bron: Adformatie
Veel ondernemers bouwen een business, maar vergeten een merk te bouwen. En dat terwijl er een positieve relatie bestaat tussen merkoriëntatie en bedrijfsresultaat.
Deze week liep ik door een winkel met design meubels en accessoires. Ergens in een hoekje kwam oude lamp tegen met een merkwaardig groot prijskaartje. Ik las: “Is dit een Gispen? Indien ja, € 100,-. Zoniet, € 10,-.”
Ik schrijf regelmatig over marketing en branding en wat dat voor uw bedrijf kan doen. Maar zo’n duidelijk en eerlijk bewijs van merkmeerwaarde was ik nog niet tegen gekomen. Het merk Gispen geeft de lamp meerwaarde. In de loop der jaren heeft het designlabel zo’n naam opgebouwd dat mensen zomaar 1000% meer betalen voor een gewone lamp.
Een ander voorbeeld van merkmeerwaarde is de Pepsi proef. Jaren geleden deed Pepsi een proef om aan te tonen dat hun cola lekkerder was dan die van concurrent Coca Cola. Veel blindproevers kozen inderdaad voor Pepsi Cola. Wetenschappers hebben later de proef overgedaan en ontdekten dat er een verschil was tussen blindproeven en proeven met de merken in zicht. Coca Cola drinkers die deelnamen aan de proef met de flesjes in zicht maakte hun keuze met gebied in de hersenen waar emoties verwerkt worden. Het merk Coca Cola was zo sterk dat het het deel van de hersenen waar voedsel beoordeeld wordt niet bereikte.
Met andere woorden: Merken zorgen voor een emotionele binding tussen product en consument. Dit zorgt ervoor dat merken waarde krijgen. Emotionele binding zorgt voor trouwere klanten die bovendien meer willen betalen voor een product of dienst.
Merkoriëntatie
De voorbeelden van Gispen en Coca Cola staan niet op zichzelf. Onderzoek door SWOCC (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie) laat zien dat er een positieve relatie is tussen de mate van merkoriëntatie en bedrijfsresultaat. Gestructureerd aan je merk werken betaald zich dus uit. En dat geldt niet alleen voor grote, beursgenoteerde organisaties. Veel ondernemers bouwen een business, maar vergeten een merk te bouwen. Er is een groot verschil tussen het bouwen aan een sterk merk en het bouwen aan je onderneming. Wat goed is voor je business hoeft niet altijd goed te zijn voor je merk.
Wat is een merk?
Een merk is een gevoel over en persoon, product of organisatie. Het gaat er daarbij dus niet om wat jij zegt dat het is, het gaat er om wat klanten zeggen dat het is. Uitgangspunt daarbij is dat je meerwaarde creëert voor je klanten. Het belangrijkste doel van een merk is zorgen dat meer klanten, voor meerdere jaren, vaker kopen en tegen een hogere prijs.
De meeste ondernemers investeren vooral in het bouwen van een business. Alle energie gaat naar het behalen van omzet, niet naar het ontwikkelen van een sterk merk. Onhandig. Sterke merken verkopen met minder inspanning meer. Bovendien vergroot een sterk merk de waarde van je onderneming.
Hoe merkgeoriënteerd bent u?
SWOCC onderscheidt vier stadia: experts, gevorderden, beginners en sceptici:
De verschillen tussen de ondernemerstypen hebben weerslag op de financiële prestaties. Experts hebben een betere netto omzet, bedrijfsresultaat, netto resultaat, betere bruto- en nettowinstmarge en een sterkere groei dan de andere drie groepen. Gevorderden doen het financieel beter dan de beginners en de beginners doen het op hun beurt weer beter dan de sceptici.
Het loont dus om goed na te denken over de presentatie van uw organisatie. Stel iemand binnen het MT aan die zich met de branding van uw organisatie bezig houdt. Hoewel het allemaal erg moeilijk en kostbaar klinkt, is het in feite niets meer dan dat u actief de signalen beheert die zorgen voor een positieve evaluatie.
Alef de Jong (Koeweiden Postma)
Sommige innovaties zijn zo nieuw dat ze niet binnen een bestaande productgroep vallen. Zo’n innovatie moet een naam hebben – anders kan de consument het product of de dienst niet plaatsen. Hoe kies je die?
Innovaties hebben een grotere kans van slagen als ze een naam dragen die de consument kan plaatsen. Mensen delen instinctief alles in hokjes, of geven het een plaats tussen vergelijkbaren zaken. Komen we iets tegen dat we niet kennen of herkennen, dan proberen we het te duiden door het te vergelijken met iets dat we wel kennen. Dat is niet vreemd, want op die manier maken we de complexe wereld iets overzichtelijker. Als je dat weet, dan kun je daar ook gebruik van maken.
De koets zonder paarden
Mensen kunnen beter met nieuwe innovaties overweg als ze het ergens mee kunnen vergelijken. Zo ging het met de eerste auto ook. Nadat de mensen zich jarenlang met de koets hadden verplaatst kwamen er talloze innovaties die zorgden dat je sneller van A naar B kon dan met een koets. Het ene vervoersmiddel zag er nog gekker uit dan het andere, maar geen van allen werd een succes. Tot dat er iets werd uitgevonden dat erg op een koets leek. Dit vervoersmiddel, kreeg de naam ‘koets zonder paarden’ of ‘ijzeren koets”. Door de vorm kon men het voertuig thuisbrengen en werd het geaccepteerd.
De categorie waarin we iets plaatsen heeft een grote invloed op hoe mensen de fundamentele eigenschappen van iets beoordelen. De eigenschappen van de categorie geven aan wat we kunnen verwachten en ook hoe we de innovatie kunnen gebruiken. Afhankelijk van de aanwijzigen die gegeven worden door naam, vorm of inhoud kunnen mensen één zelfde ding in verschillende categorieën plaatsen.
Op het moment dat je een innovatie op de markt wilt brengen kun je hiervan gebruik maken. Dit betekent dat, door gebruik te maken van vergelijkingen, een verband te leggen is tussen de sterke punten van de innovatie en de verwachting. De connectie tussen het bekende en de innovatie kan onder andere gelegd worden door de naam. Het gaat daarbij niet om de merknaam, maar om de soort, of categorie naam. De naam die je geeft aan een bepaald product moet iets duidelijk maken over wat het product kan of doet.
Segway
Problemen met innovaties doen zich voor als mensen het niet in een categorie kunnen plaatsen. Dat gebeurde ook bij de introductie van Segway. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk hoe we dit voertuig moeten noemen. Zelf hebben ze het over een ‘elektrisch aangedreven zelfbalancerend persoonsvervoermiddel’. Een hele mond vol. In de verschillende media kom je dan ook andere termen tegen, zoals yuppenstep en gemotoriseerde tweewielstep.
Het feit dat niet te duiden is wat het is en wat de eigenschappen van het vervoersmiddel zijn heeft er aan bij gedragen dat pas begin dit jaar een kamerbesluit genomen is over het toelaten van de Segway op de Nederlandse wegen.
Ondertussen zien we steeds vaker een Segway op de Nederlandse wegen, of op beurzen, maar er is nog steeds niet een echt gemakkelijke soortnaam voor bedacht. Het risico hiervan is dat de merknaam Segway kan verworden tot soortnaam.
Bron: Alef de Jong (Koeweiden Postma)