{"id":436,"date":"2012-11-12T09:05:09","date_gmt":"2012-11-12T08:05:09","guid":{"rendered":"http:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/?p=436"},"modified":"2012-11-12T10:22:21","modified_gmt":"2012-11-12T09:22:21","slug":"bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/","title":{"rendered":"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD &#8211; PVDA 29 oktober 2012"},"content":{"rendered":"<p>Bruggen slaan<\/p>\n<p>Regeerakkoord VVD &#8211; PvdA<\/p>\n<p>29 oktober 2012<\/p>\n<p><!--more--><\/p>\n<p>29\/10\/2012 1<\/p>\n<p><strong>Bruggen slaan<\/strong><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>VVD en PvdA delen een onverwoestbaar geloof in de toekomst, een rotsvast vertrouwen<\/p>\n<p>in wat Nederlanders samen voor elkaar kunnen krijgen en de diepe overtuiging dat ons<\/p>\n<p>land de komende jaren een stabiel en daadkrachtig kabinet nodig heeft om hiervoor<\/p>\n<p>kracht en energie vrij te maken.<\/p>\n<p>Als volkspartijen met steun in brede lagen van de bevolking zien wij het als onze<\/p>\n<p>opdracht om bruggen te slaan. Tussen Den Haag en de samenleving. Tussen stad en<\/p>\n<p>landelijk gebied. Tussen rijk en arm. Tussen jong en oud. Tussen hoog- en<\/p>\n<p>laagopgeleiden. Tussen mensen die in elke verandering een uitdaging zien en mensen die<\/p>\n<p>vooral bezorgd naar veranderingen kijken. Deze coalitie wil de onderlinge<\/p>\n<p>verbondenheid, het optimisme en de kracht van Nederland versterken.<\/p>\n<p>Dit regeerakkoord weerspiegelt onze zoektocht naar het beste van twee werelden. Wij<\/p>\n<p>hebben ons niet laten verlammen door verschillen of het tegenhouden van plannen van de<\/p>\n<p>ander; wij zoeken inspiratie in wat ons bindt. Het land heeft samenwerking nodig en daar<\/p>\n<p>vroeg de kiezer op 12 september om.<\/p>\n<p>Dus reiken wij elkaar de hand en halen we het beste uit elkaar. Dat maakt grote<\/p>\n<p>hervormingen en noodzakelijke doorbraken mogelijk: in de zorg, op de woningmarkt, op<\/p>\n<p>de arbeidsmarkt, in het buitenlands beleid en op energiegebied. Hervormingen en<\/p>\n<p>doorbraken waardoor Nederland sterker uit de crisis kan komen.<\/p>\n<p>De ene partij is beducht voor een overheid die in de weg loopt. De andere partij vreest<\/p>\n<p>een overheid die mensen in de steek laat. Samen kiezen we voor een overheid die mensen<\/p>\n<p>niet in de eerste plaats als consument ziet, maar als burgers die de ene keer zelfstandig, de<\/p>\n<p>andere keer samen de toekomst van Nederland vormgeven. Een betrouwbare overheid die<\/p>\n<p>kansen biedt en grenzen stelt; die optimaal beschermt en minimaal belemmert.<\/p>\n<p>Wij zijn ervan overtuigd dat het goed is voor onze samenleving en onze burgers om<\/p>\n<p>ruimte te maken voor initiatief en ondernemerschap. En wij weten dat het verstandig en<\/p>\n<p>sociaal is om er te zijn voor mensen, die niet mee kunnen komen. Ieder mens is allereerst<\/p>\n<p>zelf verantwoordelijk voor succes in het leven en de mogelijkheden daartoe willen wij zo<\/p>\n<p>groot mogelijk maken. Maar nooit zullen wij de ogen sluiten voor de mensen die het<\/p>\n<p>zonder extra zetje in de rug niet kunnen redden.<\/p>\n<p>Wij willen Nederland sterker uit deze crisis laten komen. Met een solide beleid: dus<\/p>\n<p>brengen wij de overheidsfinanci\u00ebn op orde en stimuleren wij innovatie en duurzame<\/p>\n<p>technologie. En op een sociale manier: dus verdelen wij de lasten eerlijk en richten wij<\/p>\n<p>onze collectieve voorzieningen zo in dat ze ook voor latere generaties toegankelijk<\/p>\n<p>blijven. We investeren extra in onderwijs en stellen hogere kwaliteitseisen aan leraren en<\/p>\n<p>schoolleiders. Ook dat is solide en sociaal.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 2<\/p>\n<p>Een sterke economie heeft baat bij een hoge kwaliteit van dienstverlening door de<\/p>\n<p>overheid. Dat kan alleen als we vakmanschap meer ruimte en waardering geven. Mensen<\/p>\n<p>in de voorste linie van het onderwijs, in de zorg en bij de politie moeten trots kunnen zijn<\/p>\n<p>op hun werk en zich gesteund weten door hun leidinggevenden. Vertrouwen, ruimte en<\/p>\n<p>voldoende tijd zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. Niet toegeven aan de reflex om<\/p>\n<p>op elk incident te reageren met nieuwe regelgeving. Bewezen vakmanschap belonen met<\/p>\n<p>minder verantwoording en controle. Het loongebouw moet zo in elkaar zitten dat echte<\/p>\n<p>vakmensen voor promotie niet hoeven te vluchten in managementfuncties.<\/p>\n<p>Werk blijft de snelste route naar een goed inkomen en economische zelfstandigheid. Dat<\/p>\n<p>moet lonen. En werk moet fatsoenlijk zijn. Dus verkleinen wij de verschillen tussen<\/p>\n<p>flexibel en vast werk. Na ontslag staat alles in het teken van het vinden van nieuw werk.<\/p>\n<p>We accepteren niet dat mensen onnodig thuis zitten en spreken daar zowel hen als de<\/p>\n<p>werkgevers op aan.<\/p>\n<p>Ook voor de integratie van nieuwkomers in Nederland is werk van het grootste belang.<\/p>\n<p>Daarom stellen wij hoge eisen aan mensen die uit vrije wil naar Nederland komen: een<\/p>\n<p>opleiding, beheersing van de taal, een gedegen voorbereiding en het vermogen om hier<\/p>\n<p>economisch zelfstandig te kunnen leven. Maar wie dat doet en zijn of haar bijdrage levert<\/p>\n<p>aan de toekomst van ons allemaal, is en blijft welkom.<\/p>\n<p>Een sociale samenleving is een veilige samenleving. Een samenleving waarin bewoners<\/p>\n<p>en ondernemers zich gesteund weten door het gezag. Met politie die zichtbaar is op straat<\/p>\n<p>om duidelijke regels effectief te handhaven.<\/p>\n<p>Europa heeft ons vrede, veiligheid en welvaart gebracht. Als het Europa goed gaat, gaat<\/p>\n<p>het ons goed. Veel van onze werkgelegenheid en welvaart wortelt in een Europese markt<\/p>\n<p>waar Nederlandse ondernemers hun producten en diensten slijten. Van de euro hebben we<\/p>\n<p>veel profijt gehad en het einde van de euro zou grote onzekerheden voor onze economie<\/p>\n<p>en welvaart met zich mee brengen. We zijn bereid elkaar te helpen om de Europese Unie<\/p>\n<p>en de euro te versterken, maar niet tot elke prijs. Steun dient hand in hand te gaan met<\/p>\n<p>bewezen inspanningen van landen om hun financi\u00eble problemen op te lossen en hun<\/p>\n<p>economie\u00ebn te versterken.<\/p>\n<p>Wij gaan aan de slag. Met passie voor ons mooie land en met hart voor de mensen. Met<\/p>\n<p>een open oog voor de wereld om ons heen. Met gevoel voor urgentie, maar ook met<\/p>\n<p>energie voor jaren en idee\u00ebn die aan \u00e9\u00e9n kabinetsperiode niet genoeg hebben. We gaan<\/p>\n<p>aan de slag door kansen te pakken, problemen op te lossen en bruggen te slaan.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>Mark Rutte Diederik Samsom<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 3<\/p>\n<p>Inhoudsopgave<\/p>\n<p>I. Nederland uit de crisis: solide en sociaal\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026. 4<\/p>\n<p>II. Sociale zekerheid en inkomensbeleid\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026. 5<\/p>\n<p>III. Duurzaam groeien en vernieuwen\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026&#8230; 8<\/p>\n<p>IV. Nederland in Europa\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u202613<\/p>\n<p>V. Nederland in de wereld\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u202614<\/p>\n<p>VI. Van goed naar excellent onderwijs\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026..16<\/p>\n<p>VII. Zorg dichtbij\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026.20<\/p>\n<p>VIII. Veiligheid en justitie\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u202626<\/p>\n<p>IX. Immigratie, integratie en asiel\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026..29<\/p>\n<p>X. Woningmarkt\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u202632<\/p>\n<p>XI. Arbeidsmarkt\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u202633<\/p>\n<p>XII. Ruimte en mobiliteit\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026.37<\/p>\n<p>XIII. Bestuur\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026..40<\/p>\n<p>BIJLAGE A &#8211; Financieel kader\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026.43<\/p>\n<p>BIJLAGE B \u2013 Begrotingsregels\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u2026\u202679<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 4<\/p>\n<p><strong>I. Nederland uit de crisis: solide en sociaal<\/strong><\/p>\n<p>Het financieel en sociaal-economisch beleid van dit kabinet kent drie onlosmakelijk met<\/p>\n<p>elkaar verbonden pijlers: de schatkist op orde brengen, eerlijk delen en werken aan<\/p>\n<p>duurzame groei. Samen dragen ze onze welvaart en ons welzijn. De offers die de<\/p>\n<p>komende jaren worden gevraagd zijn groot en komen bovenop eerder beleid dat ook al tot<\/p>\n<p>forse offers van burgers en bedrijven leidt. Op maatschappelijk draagvlak voor de door<\/p>\n<p>ons voorgestane bezuinigingen mogen we alleen rekenen als we rechtvaardige keuzes<\/p>\n<p>maken en perspectief bieden op houdbare overheidsfinanci\u00ebn en een duurzame, gezonde<\/p>\n<p>economie.<\/p>\n<p>Nederland heeft er in Europa steeds op aangedrongen dat landen hun zaken op orde<\/p>\n<p>hebben en zich aan afspraken houden. Een gedegen begrotingsbeleid is ook in ons eigen<\/p>\n<p>belang, versterkt onze positie in Europa en maakt het makkelijker bij een onverhoopte<\/p>\n<p>volgende crisis klappen op te vangen. Het wekt vertrouwen bij degenen van wie we geld<\/p>\n<p>lenen, waardoor we minder rente hoeven te betalen. Dat stelt ons op termijn in staat de<\/p>\n<p>lasten te verlagen of meer te investeren in essenti\u00eble maatschappelijke voorzieningen als<\/p>\n<p>onderwijs, onderzoek, innovatie en duurzaamheid. Ook voorkomen we op deze manier<\/p>\n<p>dat lasten onnodig doorschuiven naar volgende generaties.<\/p>\n<p>\u2022 Met de maatregelen vermeld in bijlage A besparen we netto 16 miljard, conform de<\/p>\n<p>aanbeveling van de Studiegroep Begrotingsruimte.<\/p>\n<p>\u2022 Op grond van de effecten van het regeerakkoord (inclusief basispad) stijgt de mediane<\/p>\n<p>koopkracht van mensen met een inkomen tot modaal met gemiddeld 0,2 procent per<\/p>\n<p>jaar. De mediane koopkracht van mensen met meer dan drie keer modaal daalt met<\/p>\n<p>gemiddeld 0,6 procent per jaar.<\/p>\n<p>\u2022 Bij de budgettaire verwerking van dit akkoord zijn de bedragen leidend.<\/p>\n<p>Ombuigingen worden geboekt op het betreffende begrotingshoofdstuk,<\/p>\n<p>intensiveringen worden aangehouden op de aanvullende post. De uitgaven- en<\/p>\n<p>inkomstenkaders worden aan het begin van de kabinetsperiode gebaseerd op het<\/p>\n<p>uitgaven- en lastenbeeld uit bijlage A.<\/p>\n<p>\u2022 We houden vast aan het trendmatig begrotingsbeleid met een strikte scheiding tussen<\/p>\n<p>inkomsten en uitgaven. De begrotingsregels zijn opgenomen in bijlage B.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 5<\/p>\n<p><strong>II. Sociale zekerheid en inkomensbeleid<\/strong><\/p>\n<p>Wie kan werken, hoort niet van een uitkering afhankelijk te zijn. Wie buiten eigen schuld<\/p>\n<p>toch niet aan het werk komt, heeft de zekerheid van een uitkering op tenminste het<\/p>\n<p>bestaansminimum. Dat willen wij zo houden. Daarom bestrijden we actief misbruik en<\/p>\n<p>fraude en worden alle regelingen zo ingericht, dat ze houdbaar en toegankelijk blijven nu<\/p>\n<p>de vergrijzing toeneemt en de beroepsbevolking daalt.<\/p>\n<p>Iedereen zal naar vermogen moeten bijdragen om de rekening van de crisis te betalen.<\/p>\n<p>Dat betekent dat er sprake is van een inkomensbeeld waarbij meer wordt gevraagd<\/p>\n<p>naarmate het inkomen hoger is. Daarnaast bestrijden wij de armoedeval. Werken moet<\/p>\n<p>lonen en daarom wordt het verschil tussen uitkering en inkomen uit werk vergroot door<\/p>\n<p>lagere belastingen voor werkenden. De financiering van de zorg verandert: premies en<\/p>\n<p>eigen risico worden inkomensafhankelijk. We gaan meer geld uittrekken voor<\/p>\n<p>armoedebestrijding.<\/p>\n<p>\u2022 De AOW-leeftijd wordt geleidelijk verhoogd tot 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021 en<\/p>\n<p>vervolgens gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting.<\/p>\n<p>\u2022 Voor mensen die per 1-1-2013 deelnemen aan een VUT- of prepensioenregeling en<\/p>\n<p>zich niet hebben kunnen voorbereiden op de AOW leeftijdsverhoging wordt een<\/p>\n<p>overbruggingsregeling ontworpen. De regeling geldt voor deelnemers met een<\/p>\n<p>inkomen tot 150 procent van het wettelijk minimumloon en kent een partner- en<\/p>\n<p>vermogenstoets (exclusief eigen woning en pensioenvermogen). Mocht invoering per<\/p>\n<p>1 januari 2013 op praktische bezwaren stuiten, dan krijgt de regeling terugwerkende<\/p>\n<p>kracht tot die datum. Met de pensioenfondsen bespreken we de mogelijkheid ter<\/p>\n<p>overbrugging pensioen naar voren te halen.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt een doorwerkbonus voor werknemers van 61 tot 65 jaar met een laag<\/p>\n<p>inkomen. Hiermee kan een werknemer die doorwerkt, sparen om de financi\u00eble<\/p>\n<p>gevolgen van de stijging van de AOW-leeftijd vanaf 2013 op te vangen. Wanneer in<\/p>\n<p>2021 de AOW-leeftijd 67 is kunnen degenen die doorwerken tot 65,5 jaar gemiddeld<\/p>\n<p>anderhalf jaar eerder met pensioen zonder er financieel op achteruit te gaan. De<\/p>\n<p>doorwerkbonus geldt voor werknemers met een inkomen vanaf 90 procent van het<\/p>\n<p>wettelijk minimumloon, is maximaal van 100 tot 120 procent en stopt bij een<\/p>\n<p>inkomen van 175 procent van het wettelijk minimumloon.<\/p>\n<p>\u2022 De uitkering op basis van de algemene ouderdomswet (AOW) voor samenwonende<\/p>\n<p>AOW-ers wordt gelijkgetrokken met die van gehuwden.<\/p>\n<p>\u2022 De bezuiniging op de AOW-tegemoetkoming aan personen die een onvolledige<\/p>\n<p>AOW- uitkering hebben, wordt teruggedraaid.<\/p>\n<p>\u2022 De partnertoeslag voor AOW gerechtigden wordt per 1 juli 2014 ingeperkt. AOWgerechtigden<\/p>\n<p>die samen met hun partner (die nog niet AOW gerechtigd is) een<\/p>\n<p>totaalinkomen hebben van meer dan 50.000 (exclusief AOW) ontvangen niet langer<\/p>\n<p>de partnertoeslag.<\/p>\n<p>\u2022 De huishoudinkomenstoets wordt vervangen door een huishouduitkeringstoets. Dit<\/p>\n<p>voorkomt dat binnen een huishouden sprake kan zijn van stapeling van uitkeringen,<\/p>\n<p>waardoor de inkomsten hoger zijn dan bij de buurman of buurvrouw die aan het werk<\/p>\n<p>is. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat het wel loont om aan het werk te gaan door dit<\/p>\n<p>loon niet te verrekenen met de uitkeringen in het huishouden.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 6<\/p>\n<p>\u2022 Om het activerende karakter van de bijstand te vergroten, geldt de arbeids- en reintegratieplicht<\/p>\n<p>en de plicht tot tegenprestatie naar vermogen voortaan voor iedereen.<\/p>\n<p>Er zijn geen categoriale ontheffingen meer. Een individuele ontheffing heeft een<\/p>\n<p>tijdelijke karakter en betreft alleen de arbeidsverplichting. Permanente ontheffing van<\/p>\n<p>de arbeids- en re-integratieverplichting bestaat alleen nog voor mensen die volledig<\/p>\n<p>en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.<\/p>\n<p>\u2022 We bekijken of door toepassing van het urencriterium in inkomensregelingen m\u00e9\u00e9r<\/p>\n<p>werken beter kan gaan lonen.<\/p>\n<p>\u2022 In de WWB leggen we vast dat gemeenten een bijstandsuitkering drie maanden<\/p>\n<p>moeten stoppen als de sollicitatieplicht niet wordt nageleefd. Hervatting vindt slechts<\/p>\n<p>plaats na een verzoek van betrokkene.<\/p>\n<p>\u2022 Om de naleving van WWB-verplichtingen te verbeteren wordt de handhaving strikter.<\/p>\n<p>De arbeidsverplichtingen en de duur en hoogte van de bijbehorende sancties worden<\/p>\n<p>ge\u00fcniformeerd. Ernstige misdragingen tegen ambtenaren die de regelingen uitvoeren,<\/p>\n<p>leiden tot onmiddellijke stopzetting van de uitkering. Dit gaat gelden voor de hele<\/p>\n<p>sociale zekerheid.<\/p>\n<p>\u2022 De individuele bijzondere bijstand voor daadwerkelijk gemaakte kosten wordt<\/p>\n<p>verruimd. Extra aandacht is er voor gezinnen met kinderen, werkenden met een laag<\/p>\n<p>inkomen en ouderen met een klein pensioen. De mogelijkheden voor bijzondere<\/p>\n<p>bijstand in de vorm van een aanvullende zorgverzekering of een pas voor culturele,<\/p>\n<p>maatschappelijke en sportvoorzieningen worden ruimer. Het is belangrijk dat<\/p>\n<p>kinderen uit gezinnen met een laag inkomen kunnen sporten. Daarom wordt de<\/p>\n<p>subsidie aan Jeugdsportfonds Nederland verlengd en de Sportimpuls verhoogd.<\/p>\n<p>Mensen die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen zonder zicht op<\/p>\n<p>verbetering, krijgen op individuele basis een toeslag. Categoriale bijzondere bijstand<\/p>\n<p>voor aannemelijke kosten wordt beperkt. Voor dit hele pakket wordt structureel 100<\/p>\n<p>miljoen vrijgemaakt.<\/p>\n<p>\u2022 Voor nieuwe gevallen wordt de maximale duur van een nabestaandenuitkering<\/p>\n<p>beperkt tot een jaar. In dat jaar kunnen zij met behulp van bestaande instrumenten een<\/p>\n<p>baan zoeken. Er is geen re-integratieplicht.<\/p>\n<p>\u2022 We hervormen en versoberen de kindregelingen. Oogmerk is het stelsel te<\/p>\n<p>vereenvoudigen, de arbeidsparticipatie te verhogen en inkomensondersteuning te<\/p>\n<p>bieden waar die het hardste nodig is. De negen kindregelingen worden teruggebracht<\/p>\n<p>tot maximaal vier. Twee zijn in samenhang gericht op inkomensondersteuning<\/p>\n<p>(Algemene Kinderbijslagwet en Wet Kindgebonden Budget) en twee op<\/p>\n<p>participatiebevordering (inkomensafhankelijke combinatiekorting en<\/p>\n<p>kinderopvangtoeslag).<\/p>\n<p>\u2022 De arbeidskorting neemt toe met een bedrag dat oploopt tot 500 euro per werkende<\/p>\n<p>per jaar in 2017.<\/p>\n<p>Er zijn weinig of geen landen waar de oudedagsvoorziening zo solide en sociaal geregeld<\/p>\n<p>is als in ons land. Wij richten ons beleid met betrekking tot de AOW en de aanvullende<\/p>\n<p>pensioenen er op deze voorzieningen ook voor de jonge generaties veilig te stellen. Dat<\/p>\n<p>houdt in dat wij de noodzakelijke maatregelen nemen om \u2013nu het aantal ouderen snel<\/p>\n<p>groeit en de beroepsbevolking licht zal gaan krimpen- de betaalbaarheid oftewel de<\/p>\n<p>houdbaarheid van de AOW en de aanvullende pensioenen te kunnen garanderen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 7<\/p>\n<p>\u2022 Het is een maatschappelijk aanvaarde norm dat met veertig jaar werken iedereen<\/p>\n<p>redelijk in staat moet zijn om een pensioen bij elkaar te sparen van 70 procent van het<\/p>\n<p>gemiddeld verdiende loon. Het Witteveen-kader, de wettelijke regeling waarbij<\/p>\n<p>fiscaal aantrekkelijk sparen voor het pensioen mogelijk wordt gemaakt, wordt op deze<\/p>\n<p>norm gebaseerd. Dit leidt tot een verlaging van het opbouwpercentage met -0,4%.<\/p>\n<p>\u2022 Met het inkomen boven 100.000 (drie keer modaal) kan niet langer fiscaal gunstig<\/p>\n<p>pensioen worden opgebouwd.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 8<\/p>\n<p><strong>III. Duurzaam groeien en vernieuwen<\/strong><\/p>\n<p>De positie van Nederland in de top 5 van de meest concurrerende economie\u00ebn moet de<\/p>\n<p>komende jaren verankerd en versterkt worden. Ons land heeft daarvoor een uitstekende<\/p>\n<p>uitgangspositie met zijn innovatieve bedrijven en excellente kennisinstellingen. Een<\/p>\n<p>compacte, krachtige overheid die haar zaken financieel op orde heeft, kan in belangrijke<\/p>\n<p>mate bijdragen aan de versterking van die positie.<\/p>\n<p>Nederland komt sterker uit de crisis door de goede keuzes te maken. Keuzes voor<\/p>\n<p>hervormingen, ombuigingen en ambitie. De innovatiekracht van het bedrijfsleven, de<\/p>\n<p>kennisinstellingen en de overheid zal optimaal worden gericht op de transitie naar een<\/p>\n<p>duurzame economie en groene groei, mede met het oog op versterking van het<\/p>\n<p>concurrentievermogen van de Nederlandse economie. Wij zorgen er voor dat de overheid<\/p>\n<p>daarbij een betrouwbare partner is die weet wat ze wil bereiken, besluitvaardig is en in<\/p>\n<p>staat vast te houden aan de ingeslagen koers.<\/p>\n<p>De succesvolle samenwerking tussen bedrijfsleven, wetenschappelijke instellingen,<\/p>\n<p>regio&#8217;s en overheid, in het kader van het topsectorenbeleid, wordt voortgezet en in het<\/p>\n<p>nieuwe financi\u00eble kader ingepast.<\/p>\n<p>\u2022 Via NWO blijft 275 miljoen beschikbaar voor programmatisch onderzoek voor de<\/p>\n<p>topsectoren, waarbij de publiek-private samenwerking voor excellent fundamenteel<\/p>\n<p>onderzoek wordt voortgezet.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt 150 miljoen extra beschikbaar voor versterking van het fundamenteel<\/p>\n<p>onderzoek, waarvan 50 miljoen door herprioritering. Een substantieel deel zetten we<\/p>\n<p>in om te kunnen meedingen voor extra middelen uit het Europese<\/p>\n<p>onderzoeksprogramma Horizon 2020.<\/p>\n<p>\u2022 Door verschuiving maken we 110 miljoen vrij om samenwerking tussen bedrijven en<\/p>\n<p>kennisinstellingen verder te stimuleren. Hier staat tegenover dat generieke (fiscale)<\/p>\n<p>subsidies worden verlaagd.<\/p>\n<p>\u2022 De verschillen in belastingheffing tussen ondernemers en werknemers zijn de<\/p>\n<p>afgelopen jaren toegenomen. Om meer evenwicht te bereiken wordt een winstbox<\/p>\n<p>ingevoerd in 2015.<\/p>\n<p>We willen met bedrijfsleven en onderwijsinstellingen een Techniekpact 2020 afsluiten.<\/p>\n<p>Daarin wordt uitgegaan van het wederzijdse belang van bedrijven en<\/p>\n<p>onderwijsinstellingen en de ambities die de sector voor zichzelf formuleert. In het<\/p>\n<p>Techniekpact komen tenminste afspraken over de volgende onderwerpen:<\/p>\n<p>\u2022 Transparantie door onderwijsinstellingen en bedrijven voor leerlingen en studenten<\/p>\n<p>over de loopbaanperspectieven.<\/p>\n<p>\u2022 Het beschikbaar stellen van voldoende stageplekken.<\/p>\n<p>\u2022 Verbeteren van de doorstroom door praktisch ingestelde leerlingen een verkorte route<\/p>\n<p>door het beroepsonderwijs te bieden.<\/p>\n<p>\u2022 Verkennen van mogelijkheden voor aanpassing van de bekostiging van instellingen<\/p>\n<p>voor middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en\/of van meer cofinanciering door<\/p>\n<p>bedrijfsleven, waaronder een investeringsfonds voor moderne apparatuur en middelen<\/p>\n<p>voor techniekopleidingen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 9<\/p>\n<p>\u2022 We verminderen de schooluitval in het technisch onderwijs door betere structurering<\/p>\n<p>van dat onderwijs en intensievere begeleiding.<\/p>\n<p>\u2022 Het aantal kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven wordt sterk gereduceerd en<\/p>\n<p>taken worden ondergebracht bij de Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven.<\/p>\n<p>We kiezen voor een realistische, ambitieuze groene groeistrategie, waarin ruimte en<\/p>\n<p>zekerheid verankerd worden. Ons land heeft alles in huis om een betekenisvolle bijdrage<\/p>\n<p>te leveren aan de snelle ontwikkeling van nieuwe energiebronnen als zon, wind, biomassa<\/p>\n<p>en geothermie: hoogwaardige chemie, een innovatieve agrarische sector, grote havens en<\/p>\n<p>een sterke energiesector. Die ontwikkeling is noodzakelijk vanuit het perspectief van<\/p>\n<p>klimaatverandering en eindige grondstoffen en is tevens een uitdaging voor innovatieve<\/p>\n<p>ondernemingen. Een groot aantal veelbelovende \u2018biobased\u2019 initiatieven is de laatste jaren<\/p>\n<p>al tot stand gekomen. Deze \u2018biobased economy\u2019 kan een van de pijlers vormen voor<\/p>\n<p>groene groei. We willen \u2013 met een breed draagvlak in parlement en samenleving \u2013 een<\/p>\n<p>stabiel en ambitieus beleid voor de lange termijn neerzetten. In internationaal verband<\/p>\n<p>zal getracht worden daar zoveel mogelijk landen bij te betrekken, ook om zo de kansen<\/p>\n<p>voor het Nederlandse bedrijfsleven te vergroten.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland zet in op een ambitieus internationaal klimaatbeleid. Nieuwe internationale<\/p>\n<p>doelstellingen voor de jaren 2020, 2030 en verder moeten technologische vooruitgang<\/p>\n<p>aanjagen en ecologisch evenwicht voor de toekomst veilig stellen. Wij streven<\/p>\n<p>internationaal naar een volledig duurzame energievoorziening in 2050.<\/p>\n<p>\u2022 We kiezen voor een aandeel duurzame energie in 2020 van 16 procent. Om innovatie<\/p>\n<p>te stimuleren, wordt een optimale mix ingezet van subsidies (SDE+) en mogelijk ook<\/p>\n<p>de leveranciersverplichting en bijmengverplichtingen. De concurrentiepositie van de<\/p>\n<p>energie-intensieve sectoren en de werkgelegenheidseffecten worden daarbij in het oog<\/p>\n<p>gehouden. Voor de aan het eind van deze kabinetsperiode optredende<\/p>\n<p>lastenverzwaring komt een compensatie. In 2016 wordt de voortgang beoordeeld en<\/p>\n<p>over het vervolg besloten.<\/p>\n<p>\u2022 Energiebesparing krijgt prioriteit. De aanpak van de Green Deals wordt uitgebreid<\/p>\n<p>met ten minste een besparingsdeal met energiebedrijven en woningbouwcorporaties<\/p>\n<p>voor een versnelling in het verduurzamen van de bestaande woningen. Ook voor<\/p>\n<p>kantoren, scholen en andere gebouwen wordt energiebesparing via energiebedrijven<\/p>\n<p>op deze wijze bevorderd. Het kabinet zal dit ondersteunen door waar mogelijk<\/p>\n<p>belemmeringen in wet- en regelgeving weg te nemen.<\/p>\n<p>\u2022 Het kleinschalig, duurzaam opwekken van (zonne-)energie waarvoor geen<\/p>\n<p>rijkssubsidie wordt ontvangen, wordt fiscaal gestimuleerd door invoering van een<\/p>\n<p>verlaagd tarief in de eerste schijf van de energiebelasting op elektriciteit die<\/p>\n<p>afkomstig is van co\u00f6peraties van particuliere kleinverbruikers, aan deze verbruikers<\/p>\n<p>geleverd wordt en in hun nabijheid is opgewekt. Deze wordt lastenneutraal<\/p>\n<p>gefinancierd door een generieke verhoging van het reguliere tarief in de eerste schijf<\/p>\n<p>van de energiebelasting.<\/p>\n<p>\u2022 Om de kostprijs van windenergie op zee versneld omlaag te brengen zal het kabinet<\/p>\n<p>samen met energiebedrijven en de Nederlandse offshore industrie initiatieven nemen<\/p>\n<p>om de innovatie in deze veelbelovende sector te stimuleren. Met netbeheerders wordt<\/p>\n<p>verkend hoe de benodigde transportinfrastructuur voor elektriciteitswinning op zee tot<\/p>\n<p>stand kan komen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 10<\/p>\n<p>\u2022 Elektrisch vervoer biedt veel kansen voor Nederland. Met netbeheerders,<\/p>\n<p>energiebedrijven en lokale overheden worden afspraken gemaakt over de<\/p>\n<p>laadinfrastructuur om de groei van elektrische mobiliteit verder te stimuleren.<\/p>\n<p>\u2022 Biomassa moet zo hoogwaardig mogelijk worden ingezet (\u2018cascadering\u2019) en de<\/p>\n<p>duurzame productie en herkomst van biomassa gegarandeerd.<\/p>\n<p>\u2022 Het kabinet streeft naar een circulaire economie en wil de (Europese) markt voor<\/p>\n<p>duurzame grondstoffen en hergebruik van schaarse materialen stimuleren.<\/p>\n<p>\u2022 De agrarische sector is een belangrijke economische motor. Nederland is de tweede<\/p>\n<p>exporteur van agrarische producten ter wereld. Boeren en tuinders verdienen dus de<\/p>\n<p>ruimte om te ondernemen en een fatsoenlijke beloning voor hun bijdragen aan het<\/p>\n<p>cultuurlandschap en de natuur.<\/p>\n<p>Een effectieve borging van publieke belangen moet samengaan met ruimte voor<\/p>\n<p>vernieuwing. Daarom gaan we met kracht door met het verminderen van regeldruk en<\/p>\n<p>kiezen we voor een samenhangende aanpak in de verschillende sectoren op het terrein<\/p>\n<p>van ordening, sturing en toezicht.<\/p>\n<p>\u2022 We koersen aan op een structurele verlaging per 2017 met 2,5 miljard (ten opzichte<\/p>\n<p>van 2012) van de regeldruk voor bedrijven, professionals en burgers. Daartoe wordt<\/p>\n<p>een verband gelegd tussen het invoeren van nieuwe regels en het laten vervallen van<\/p>\n<p>bestaande regels.<\/p>\n<p>\u2022 We gaan ook de minder meetbare, maar zeer merkbare regeldruk verminderen door<\/p>\n<p>met belanghebbenden in tenminste vijftien regeldichte sectoren en domeinen de<\/p>\n<p>ervaren problemen te verkennen en concrete oplossingen te vinden. Sectoren als<\/p>\n<p>chemie, logistiek, agri &amp; food, life sciences, de bouw, (jeugd)zorg, onderwijs en<\/p>\n<p>politie zullen hier deel van uitmaken.<\/p>\n<p>\u2022 De wettelijke winkelsluiting op zondag wordt opgeheven. Het is aan gemeenten om<\/p>\n<p>desgewenst nadere regels te treffen.<\/p>\n<p>\u2022 We gaan de vormgeving van toezicht waar nodig herbezien \u2013 ook in samenwerking<\/p>\n<p>met de medeoverheden \u2013 om met behoud van effectiviteit de toezichtlasten te<\/p>\n<p>verminderen.<\/p>\n<p>\u2022 De dienstverlening door overheden moet beter. Bedrijven en burgers kunnen uiterlijk<\/p>\n<p>in 2017 zaken die ze met de overheid doen \u2013 zoals het aanvragen van een vergunning<\/p>\n<p>\u2013 digitaal afhandelen. Er komt een eenmalige gegevensuitvraag voor ondernemers die<\/p>\n<p>gebruik maken van het Ondernemingsdossier om bedrijfsgegevens uit te wisselen met<\/p>\n<p>de overheid.<\/p>\n<p>\u2022 Er komen tien publiek-private doorbraakprojecten, ondermeer gericht op het<\/p>\n<p>vergroten van het gebruik en de kennis van ICT door het midden- en kleinbedrijf, in<\/p>\n<p>de topsectoren en in sectoren als onderwijs en zorg.<\/p>\n<p>\u2022 Door de ordening en de governance te verbeteren kunnen de belangrijke bijdragen die<\/p>\n<p>woningcorporaties, pensioenfondsen, zorginstellingen, scholen en spoorbedrijven aan<\/p>\n<p>de welvaart en het welzijn in ons land leveren, vergroot worden. Het kabinet zal<\/p>\n<p>hiertoe voorstellen doen.<\/p>\n<p>Ondernemers hebben ruimte nodig om te groeien. Die kan verkregen worden door<\/p>\n<p>vernieuwing via ICT en vermindering van regeldruk en nalevingskosten, maar vooral ook<\/p>\n<p>door betere toegang tot krediet en kapitaal.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 11<\/p>\n<p>\u2022 De Garantie Ondernemingsfinanciering wordt structureel gemaakt, met een<\/p>\n<p>garantieplafond van 400 miljoen per jaar. Zo blijven ondernemers in staat<\/p>\n<p>bankleningen aan te trekken en bankgaranties te verkrijgen.<\/p>\n<p>\u2022 Om kleine, startende ondernemers beter te kunnen helpen zal het kredietplafond van<\/p>\n<p>de microfinancieringsorganisatie Qredits worden verhoogd van 50.000 tot 150.000<\/p>\n<p>euro. Er zal met Qredits en de banken een afspraak worden gemaakt om dit te<\/p>\n<p>bewerkstelligen.<\/p>\n<p>\u2022 We maken binnen het bestaande Innovatiefonds MKB+ ruimte om meer<\/p>\n<p>risicodragend vermogen aan jonge innovatieve bedrijven te kunnen verstrekken.<\/p>\n<p>\u2022 Nieuwe alternatieve financieringsvormen zoals kredietunies, crowdfunding en MKBobligaties<\/p>\n<p>zullen worden ondersteund via promotie, wegnemen van belemmeringen in<\/p>\n<p>de regelgeving en door de inzet van kennis en bestaande instrumenten.<\/p>\n<p>Een gezonde financi\u00eble sector is onmisbaar voor het functioneren van onze economie.<\/p>\n<p>Maar als bankiers te grote risico\u2019s nemen, kan dat onze economie ook grote schade<\/p>\n<p>toebrengen. Die ervaring hebben we en dat willen we niet nog eens meemaken. Daarom<\/p>\n<p>zetten we de fundamentele hervorming van de bankensector door, zodat banken weer een<\/p>\n<p>positieve bijdrage kunnen leveren aan het herstel van de re\u00eble economie.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt een verplichte bankierseed met strenge sancties bij overtreding.<\/p>\n<p>\u2022 Niet alleen topbankiers worden door de Autoriteit Financi\u00eble Markten en de<\/p>\n<p>Nederlandsche Bank gescreend, ook bankmedewerkers verantwoordelijk voor<\/p>\n<p>transacties met hoge risico\u2019s.<\/p>\n<p>\u2022 Producten die niet in het belang zijn van de klant mogen niet worden verkocht. De<\/p>\n<p>zorgplicht van banken wordt wettelijk verankerd.<\/p>\n<p>\u2022 Op basis van het advies van de onlangs ingestelde commissie structuur Nederlandse<\/p>\n<p>banken komen er voorstellen om spaartegoeden van burgers beter te beschermen<\/p>\n<p>tegen risicovol bankieren.<\/p>\n<p>\u2022 Tussen 2013 en 2018 worden de kapitaaleisen voor banken (Basel III) geleidelijk<\/p>\n<p>verhoogd om de kans op financi\u00eble crises fors te verkleinen. We halen het groeipad<\/p>\n<p>voor de additionele buffers voor systeemrelevante banken (SIFI) naar voren om<\/p>\n<p>risico\u2019s verder in te perken. Dat doen we verantwoord op basis van een risicoinschatting<\/p>\n<p>en een internationale vergelijking, mede met het oog op de<\/p>\n<p>concurrentiepositie.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland steunt de stapsgewijze totstandkoming van een Europese bankenunie. Er<\/p>\n<p>dient zo snel mogelijk sprake te zijn van effectief Europees bankentoezicht en<\/p>\n<p>opschoning van balansen. Onder strikte voorwaarden kan daarbij directe bankensteun<\/p>\n<p>uit het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM) aan de orde zijn. Sluitstuk is een<\/p>\n<p>gemeenschappelijke resolutiemechanisme en een Europees depositogarantiestelsel.<\/p>\n<p>\u2022 Voor organisaties die (mede) met publiek geld zijn gefinancierd, is het verboden te<\/p>\n<p>speculeren met complexe financi\u00eble producten zoals derivaten. Verzekeren tegen<\/p>\n<p>renterisico\u2019s is wel toegestaan. Toezicht hierop vindt plaats bij de jaarlijkse<\/p>\n<p>accountantscontrole.<\/p>\n<p>\u2022 In Europa is een versterkte samenwerking op gang gekomen met het oog op een<\/p>\n<p>mogelijke heffing op de financi\u00eble sector. Nederland zal zich hierbij aansluiten op<\/p>\n<p>voorwaarde dat onze pensioenfondsen hiervan gevrijwaard blijven, er geen<\/p>\n<p>disproportionele samenloop is met de huidige bankenbelasting en de inkomsten<\/p>\n<p>terugvloeien naar de lidstaten.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 12<\/p>\n<p>\u2022 ABN AMRO kan pas terug naar de markt als de financi\u00eble sector stabiel is. Er moet<\/p>\n<p>voldoende interesse zijn in de markt, de onderneming moet er klaar voor zijn en<\/p>\n<p>zoveel mogelijk van de totale investering van de Staat moet terugverdiend kunnen<\/p>\n<p>worden. Tegen deze achtergrond onderzoeken we ook andere opties dan een volledige<\/p>\n<p>beursgang.<\/p>\n<p>\u2022 De hoogte van de maximale variabele beloning binnen de financi\u00eble sector wordt<\/p>\n<p>wettelijk vastgelegd op 20 procent van de vaste beloning.<\/p>\n<p>\u2022 Om misbruik, fraude, constructies en witwassen effectiever aan te kunnen pakken,<\/p>\n<p>krijgen belastingdienst en de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst \/ Economische<\/p>\n<p>controledienst meer capaciteit.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 13<\/p>\n<p><strong>IV. Nederland in Europa<\/strong><\/p>\n<p>Europa is van groot belang voor onze vrede, veiligheid en welvaart. We verdienen er ons<\/p>\n<p>geld; onze banen zijn er voor een groot deel van afhankelijk. De interne markt is de kern<\/p>\n<p>van de Europese samenwerking. Daarnaast versterken we door samen te werken onze<\/p>\n<p>geopolitieke positie ten opzichte van opkomende en gevestigde machten elders in de<\/p>\n<p>wereld. Ook voelen vele Europeanen zich verbonden door de idealen van democratie,<\/p>\n<p>rechtstaat en gelijke behandeling. Langs deze assen geeft Nederland invulling aan zijn rol<\/p>\n<p>in Europa.<\/p>\n<p>Als het goed gaat met Europa gaat het goed met Nederland. Een crisis in Europa voelt<\/p>\n<p>Nederland heftiger dan veel andere landen. Daarom hebben we belang bij een sterk<\/p>\n<p>Europa dat zo snel mogelijk de crisis overwint.<\/p>\n<p>\u2022 Landen gaan zelf over hun eigen beleid maar voor het voortbestaan van de euro is het<\/p>\n<p>van cruciaal belang dat alle landen financieel-economisch sterker worden en daarbij<\/p>\n<p>naar elkaar toegroeien. Om economische onbalans te voorkomen, houden landen<\/p>\n<p>elkaar effectief aan afspraken en worden controlemechanismen waar nodig versterkt.<\/p>\n<p>\u2022 Landen hebben de verantwoordelijkheid hun begroting op orde te brengen en hun<\/p>\n<p>economie te versterken. Als er sprake is van steun moet die hand in hand gaan met<\/p>\n<p>hun inzet voor een gestaag herstel. Structurele steun van landen die hun<\/p>\n<p>verantwoordelijkheid wel nemen richting landen die deze verantwoordelijkheid niet<\/p>\n<p>nemen, kan niet aan de orde zijn.<\/p>\n<p>\u2022 De interne markt wordt verder versterkt. Effectieve maatregelen om de noodzakelijke<\/p>\n<p>groei in Europa te versterken, worden bevorderd en ondersteund. Protectionisme is in<\/p>\n<p>strijd met de Europese gedachte. De inrichting van de (semi-)publieke sector en<\/p>\n<p>sociale zekerheid is primair een verantwoordelijkheid van lidstaten.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland steunt de stapsgewijze totstandkoming van een Europese bankenunie. Er<\/p>\n<p>dient zo snel mogelijk sprake te zijn van effectief Europees bankentoezicht en<\/p>\n<p>opschoning van balansen. Onder strikte voorwaarden kan daarbij directe bankensteun<\/p>\n<p>uit het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) aan de orde zijn. Sluitstuk is een<\/p>\n<p>gemeenschappelijke resolutiemechanisme en een Europees depositogarantiestelsel.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland vraagt de Europese Commissie te inventariseren, op basis van het beginsel<\/p>\n<p>van subsidiariteit, welke beleidsterreinen kunnen worden overgedragen aan nationale<\/p>\n<p>overheden en zal zelf ook voorstellen doen.<\/p>\n<p>\u2022 Toetreding van lidstaten wordt getoetst aan de hand van de Kopenhagen criteria.<\/p>\n<p>\u2022 De positie van de Eurocommissaris voor economische en monetaire zaken zal verder<\/p>\n<p>versterkt moeten worden.<\/p>\n<p>\u2022 Het in onderling overleg uit het gemeenschappelijk arrangement treden (Schengen,<\/p>\n<p>Eurozone, Europese Unie) moet mogelijk zijn.<\/p>\n<p>\u2022 De ontwikkeling van de Europese begroting dient in lijn te zijn met de ontwikkeling<\/p>\n<p>van nationale begrotingen. Nederland steunt geen voorstellen voor een substanti\u00eble<\/p>\n<p>verruiming, terwijl nationale lidstaten bezuinigen.<\/p>\n<p>\u2022 Door verlaging van landbouw- en cohesiebudgetten wordt de Europese begroting<\/p>\n<p>gemoderniseerd ten gunste van investeringen in innovatie en duurzaamheid.<\/p>\n<p>\u2022 De lasten tussen Europese lidstaten moeten eerlijk worden verdeeld. Voor Nederland<\/p>\n<p>betekent dit ten minste voortzetting van de eerder afgesproken correctie van 1 miljard.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 14<\/p>\n<p>\u2022 Een betere verantwoording over de besteding van Europees geld blijft voor ons<\/p>\n<p>prioriteit houden.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 15<\/p>\n<p><strong>V. Nederland in de wereld<\/strong><\/p>\n<p>Nederland kent van oudsher een sterke internationale ori\u00ebntatie, zowel omdat het in ons<\/p>\n<p>belang is als uit overtuiging. Nederlanders en Nederlandse bedrijven hebben grote<\/p>\n<p>belangen in het buitenland. Het buitenlands beleid is gericht op het behartigen en<\/p>\n<p>beschermen daarvan en bevordert de internationale rechtsorde en de mensenrechten. De<\/p>\n<p>allerarmsten staan centraal bij ontwikkelingssamenwerking. Onze krijgsmacht moet in<\/p>\n<p>staat blijven in internationaal verband de veiligheid van ons land te garanderen en bij te<\/p>\n<p>dragen aan vrede en veiligheid in de wereld. Zij moet hiertoe beschikken over eenheden<\/p>\n<p>en materieel van hoge kwaliteit. Zo dienen we internationale stabiliteit, veiligheid en<\/p>\n<p>welvaart.<\/p>\n<p>\u2022 In bilaterale- en multilaterale samenwerking en contacten bevorderen we<\/p>\n<p>mensenrechten, duurzaamheid en goede arbeidsomstandigheden en krijgt energie- en<\/p>\n<p>grondstoffenzekerheid bijzondere aandacht.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland zet zich in voor een effectieve werking van internationale organisaties.<\/p>\n<p>\u2022 Waar mogelijk draagt Nederland bij aan vrede en veiligheid in het Midden-Oosten en<\/p>\n<p>benut daarbij de goede banden met zowel Isra\u00ebl als de Palestijnse autoriteit.<\/p>\n<p>\u2022 We besparen op het postennetwerk, vooral door samenwerking in EU-verband en met<\/p>\n<p>andere (Europese) landen.<\/p>\n<p>\u2022 De Dienst Buitenlandse Zaken gaat per 1 januari 2013 vallen onder de Algemene<\/p>\n<p>Bestuursdienst.<\/p>\n<p>\u2022 De minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de co\u00f6rdinatie van het<\/p>\n<p>buitenlandse beleid, inclusief de Europese agenda van het kabinet. De voorbereiding<\/p>\n<p>van de Europese Raad vindt plaats onder regie van de minister-president.<\/p>\n<p>Er komt een minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op het<\/p>\n<p>ministerie van Buitenlandse Zaken. Hiermee wordt het belang van samenhang tussen<\/p>\n<p>beide beleidsterreinen bevestigd. Dit geldt bijvoorbeeld voor het vergroten van de<\/p>\n<p>mogelijkheden van het midden- en klein bedrijf om te investeren in zich ontwikkelende<\/p>\n<p>landen, en ook voor het cre\u00ebren van nieuwe coalities tussen bedrijven, NGO\u2019s en<\/p>\n<p>particulieren zoals die om HIV\/AIDS in Afrika te bestrijden. Het belang van de 3Dbenadering<\/p>\n<p>(defense, diplomacy, development) bij internationale crisisbeheersingsoperaties<\/p>\n<p>en vredesmissies komt tot uiting in een nieuw budget voor internationale<\/p>\n<p>veiligheid.<\/p>\n<p>\u2022 Om kansen te cre\u00ebren voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen werken we<\/p>\n<p>actief aan de versterking van internationale economische relaties en blijft<\/p>\n<p>economische diplomatie een zware component in het werk van ambassades en<\/p>\n<p>consulaten.<\/p>\n<p>\u2022 De versterkte samenhang tussen buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking<\/p>\n<p>krijgt onder meer vorm door het in samenwerking met het bedrijfsleven ontwikkelen<\/p>\n<p>van een revolverend fonds van 750 miljoen dat in de jaren 2014-2016 vanuit de<\/p>\n<p>begroting van Ontwikkelingssamenwerking wordt gevoed. Hieruit kunnen<\/p>\n<p>investeringen in ontwikkelingslanden worden ondersteund, in het bijzonder die van<\/p>\n<p>het midden- en kleinbedrijf.<\/p>\n<p>\u2022 Het belang van vredes- en crisisbeheersingsoperaties voor ontwikkelingslanden wordt<\/p>\n<p>onderstreept door vanaf 2014 een nieuw structureel budget voor Internationale<\/p>\n<p>29\/10\/2012 16<\/p>\n<p>Veiligheid in te stellen van 250 miljoen, dat ter beschikking komt voor de dekking<\/p>\n<p>van uitgaven verbonden aan internationale veiligheid, die nu nog drukken op de<\/p>\n<p>begroting van Defensie. De minister voor Buitenlandse Handel en<\/p>\n<p>Ontwikkelingssamenwerking is verantwoordelijk voor de aanwending, in<\/p>\n<p>overeenstemming met de minister van Defensie.<\/p>\n<p>\u2022 Met het oog op het financieren van bovenstaand fonds en budget en als bijdrage aan<\/p>\n<p>het oplossen van de algemene financi\u00eble problematiek wordt gekort op de begrotingen<\/p>\n<p>van Ontwikkelingssamenwerking en Defensie, oplopend tot respectievelijk 1 miljard<\/p>\n<p>en 250 miljoen in 2017.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland zet zich binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en<\/p>\n<p>Ontwikkeling (OESO) in voor modernisering van de criteria voor officieel erkende<\/p>\n<p>ontwikkelingshulp.<\/p>\n<p>\u2022 De prioriteiten op het terrein van ontwikkelingssamenwerking blijven<\/p>\n<p>watermanagement, voedselzekerheid, veiligheid en rechtsorde, seksuele en<\/p>\n<p>reproductieve gezondheid en rechten. Hetzelfde geldt voor de doorsnijdende thema\u2019s:<\/p>\n<p>gender, milieu (inclusief de internationale klimaatdoelstellingen uit Kopenhagen) en<\/p>\n<p>goed bestuur.<\/p>\n<p>\u2022 Voor een bijdrage aan internationale crisisbeheersingsoperaties is een<\/p>\n<p>volkenrechtelijk mandaat vereist of dient sprake zijn van een humanitaire<\/p>\n<p>noodsituatie. Verzoeken daartoe worden overwogen in het perspectief van onze<\/p>\n<p>internationale verantwoordelijkheid en nationale belangen.<\/p>\n<p>\u2022 Bij internationale missies naar landen in conflict moeten veiligheid, ontwikkeling en<\/p>\n<p>diplomatie hand in hand gaan.<\/p>\n<p>\u2022 De oorspronkelijke voornemens met betrekking tot de vervanging van de F16 zijn<\/p>\n<p>niet uitvoerbaar zonder aanpassing hiervan of herprioritering binnen het totale<\/p>\n<p>Defensiebudget. De minister van Financi\u00ebn verzoekt de Algemene Rekenkamer een<\/p>\n<p>onderzoek in te stellen naar de ontwikkeling van de financi\u00eble perspectieven ten<\/p>\n<p>aanzien van de aanschaf en exploitatie van de vervanger van de F16 en de<\/p>\n<p>informatievoorziening daarover in de afgelopen periode. De minister van Defensie<\/p>\n<p>ontwikkelt, in overleg met de minister van Buitenlandse Zaken en uitgaande van het<\/p>\n<p>beschikbare budget, een visie op de krijgsmacht van de toekomst. Ook in de toekomst<\/p>\n<p>zal de krijgsmacht de verplichtingen in NAVO- verband gestand moeten kunnen doen<\/p>\n<p>en in staat zijn in internationaal verband een bijdrage te leveren aan<\/p>\n<p>crisisbeheersingsoperaties. Mede op basis van beide rapportages zal het kabinet eind<\/p>\n<p>2013 een beslissing nemen over de vervanging van de F16. Gelet op het rapport van<\/p>\n<p>de Algemene Rekenkamer ter zake zetten we de ontwikkel- en testprogramma\u2019s<\/p>\n<p>conform de MOU\u2019s voort.<\/p>\n<p>\u2022 De missie in Afghanistan (Kunduz) wordt afgemaakt en conform planning afgerond<\/p>\n<p>in 2014.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 17<\/p>\n<p><strong>VI. Van goed naar excellent onderwijs<\/strong><\/p>\n<p>Onderwijs en wetenschap in Nederland zijn van hoog niveau, maar onze ambitie reikt<\/p>\n<p>verder: wij willen tot de top vijf van de wereld gaan horen. De kwaliteit van de man of<\/p>\n<p>vrouw voor de klas of in de collegezaal is daarbij van doorslaggevende betekenis. En die<\/p>\n<p>kwaliteit staat of valt met opleiding en selectie van leraren en van directeuren en<\/p>\n<p>bestuurders die hun medewerkers stimuleren, belonen en zo nodig sanctioneren. Dit zijn<\/p>\n<p>de mannen en vrouwen van wie we het moeten hebben: in hen willen we investeren.<\/p>\n<p>Zo kan onderwijs het beste uit kinderen en studenten halen. Talent meer uitdagen en<\/p>\n<p>achterstanden verkleinen, ook als je geboren bent in een migrantenfamilie, een gezin met<\/p>\n<p>een laag inkomen of deelneemt aan het speciaal onderwijs. Het belang dat wij hechten<\/p>\n<p>aan goed onderwijs, wordt onderstreept door het feit dat wij onderwijs buiten de<\/p>\n<p>bezuinigingen hebben weten te houden en er in deze crisistijd zelfs in investeren.<\/p>\n<p>\u2022 Met het onderwijsveld willen wij tot afspraken komen over verbetering van de<\/p>\n<p>kwaliteit van leraren en schoolleiders. Over betere begeleiding van startende docenten<\/p>\n<p>en bijscholing van bestaande docenten en schoolleiders. Over professionalisering van<\/p>\n<p>het personeelsbeleid met behulp van de Onderwijsinspectie. Over terugdringing van<\/p>\n<p>het aantal onbevoegde docenten. Het oordeel van de Onderwijsinspectie over scholen<\/p>\n<p>zal zich ook gaan uitstrekken tot de categorie\u00ebn \u201cgoed\u201d en \u201cexcellent\u201d. Onderdeel van<\/p>\n<p>het akkoord is dat scholen die hun kwaliteit op orde hebben, minder hoeven te<\/p>\n<p>verantwoorden dan scholen die slecht scoren. Scholen gaan publieke verantwoording<\/p>\n<p>afleggen over behaalde resultaten en gebruikte middelen.<\/p>\n<p>Andere elementen die we betrekken bij te sluiten akkoorden:<\/p>\n<p>&#8211; Het zo effectief mogelijk benutten van kostbare onderwijstijd.<\/p>\n<p>&#8211; Modernisering van de huidige wettelijke onderwijstijdnorm.<\/p>\n<p>&#8211; De ouderenregeling (BAPO) afbouwen om ruimte te cre\u00ebren voor moderne<\/p>\n<p>arbeidsvoorwaarden.<\/p>\n<p>&#8211; Het versneld voldoen aan gewenste beloningscodes.<\/p>\n<p>&#8211; Vanaf 2017 is voor dit pakket ruim 340 miljoen beschikbaar, op voorwaarde dat<\/p>\n<p>het lukt de arbeidsvoorwaarden te moderniseren.<\/p>\n<p>\u2022 De eisen rond lerarenopleidingen worden aangescherpt en een groter deel van dit<\/p>\n<p>onderwijs moet in de praktijk plaatsvinden.<\/p>\n<p>\u2022 De eisen van bekwaamheid uit het Lerarenregister en de bijscholingsplicht van<\/p>\n<p>docenten worden met ingang van 2017 wettelijk verankerd.<\/p>\n<p>\u2022 De mogelijkheden om slecht functionerende docenten aan te pakken, nemen toe nu de<\/p>\n<p>rechtspositie van ambtenaren in overeenstemming zal worden gebracht met die van<\/p>\n<p>andere werknemers.<\/p>\n<p>\u2022 Het participatie- en vervangingsfonds wordt gemoderniseerd, zodat goed werkgeverschap<\/p>\n<p>beter kan worden beloond.<\/p>\n<p>\u2022 In het onderwijs zal een stofkamoperatie plaatsvinden, zodat het aantal administratieve<\/p>\n<p>verplichtingen en voorschriften voor verantwoording kan verminderen.<\/p>\n<p>\u2022 Er komen normen die borg moeten staan voor de menselijke maat in het onderwijs en<\/p>\n<p>voor minder overhead. De bekostiging wordt daarop ge\u00ebnt en deze normen zijn ook<\/p>\n<p>leidend bij fusies.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 18<\/p>\n<p>\u2022 In krimpgebieden moeten alle vormen van samenwerking mogelijk zijn. Denominatie<\/p>\n<p>noch fusietoets mag daarbij in de weg staan.<\/p>\n<p>\u2022 Het leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) en het praktijkonderwijs (PRO)<\/p>\n<p>worden doelmatiger en gaan vallen onder het gebudgetteerde stelsel van<\/p>\n<p>samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs.<\/p>\n<p>\u2022 Consultatiebureaus gaan doelgroepkinderen voor wat betreft risico op taalachterstand<\/p>\n<p>toetsen en doorverwijzen. Het beschikbare extra geld voor Vroeg en voorschoolse<\/p>\n<p>educatie zal in het licht van bovenstaande worden aangewend.<\/p>\n<p>\u2022 In het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) gaan we door met actieplan \u2018Focus op<\/p>\n<p>vakmanschap\u2019, maar op een verantwoord tijdpad. Daarbij betrekken we inkorting en<\/p>\n<p>intensivering van de opleidingen en een sterk vereenvoudigde kwalificatiestructuur.<\/p>\n<p>\u2022 Er komen minder opleidingen en uitstroomprofielen zodat de kwaliteit in het MBO<\/p>\n<p>kan toenemen. Kleine opleidingen worden in principe be\u00ebindigd.<\/p>\n<p>\u2022 Er is 250 miljoen beschikbaar om te intensiveren in het MBO, gekoppeld aan<\/p>\n<p>prestatieafspraken met instellingen. Volle roosters, uitdagende opleidingen, voldoende<\/p>\n<p>aandacht voor de basisvaardigheden taal\/rekenen en een sterke praktijkori\u00ebntatie<\/p>\n<p>dragen bij aan meer kwaliteit.<\/p>\n<p>\u2022 De langstudeerdersboete voor studenten wordt afgeschaft.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt een sociaal leenstelsel in het hoger beroeps- en universitair onderwijs voor de<\/p>\n<p>basisbeurs in de bachelor- en in de masterfase. Dit geldt voor nieuwe studenten met<\/p>\n<p>ingang van september 2014. De aanvullende beurs blijft buiten het sociale leenstelsel,<\/p>\n<p>om de toegankelijkheid van het onderwijs te garanderen.<\/p>\n<p>\u2022 De openbaarvervoerkaart voor studenten wordt een kortingkaart in 2015, die ook<\/p>\n<p>beschikbaar komt voor scholieren in het MBO. Vervoerskosten vallen (tot een zeker<\/p>\n<p>maximum) onder het sociaal leenstelsel.<\/p>\n<p>\u2022 De opbrengsten van de maatregelen in de studiefinanciering worden ge\u00efnvesteerd in<\/p>\n<p>het onderwijs en onderzoek.<\/p>\n<p>\u2022 Voor het compenseren van onbedoelde effecten van het vrijgeven van het collegegeld<\/p>\n<p>voor een tweede studie is 20 miljoen beschikbaar.<\/p>\n<p>\u2022 De verstrekking van gratis schoolboeken wordt teruggedraaid. Het huidig systeem van<\/p>\n<p>inkoop van boeken door scholen kan in stand blijven. Een deel van de besparing<\/p>\n<p>wordt teruggeven in inkomensondersteuning. De maatregel levert per saldo 185<\/p>\n<p>miljoen op.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt 150 miljoen extra beschikbaar voor versterking van het fundamenteel<\/p>\n<p>onderzoek, waarvan 50 miljoen door herprioritering.<\/p>\n<p>\u2022 In lijn met de motie Van Haersma Buma wordt 256 miljoen uit het gemeentefonds<\/p>\n<p>overgeheveld naar de scholen ten behoeve van hun huisvesting.<\/p>\n<p>\u2022 Het beleid gericht op bekostiging op basis van kwaliteit wordt voortgezet.<\/p>\n<p>\u2022 Toelating tot het hoger onderwijs vindt plaats op basis van een daarvoor kwalificerend<\/p>\n<p>diploma. Selectie aan de poort blijft toegestaan voor University colleges, studies waar<\/p>\n<p>het aantal aanmeldingen het aantal opleidingsplaatsen overstijgt en voor opleidingen<\/p>\n<p>met bijzondere toelatingseisen, zoals in de kunsten.<\/p>\n<p>\u2022 Bestuur, beheer en beloningen bij instellingen van hoger onderwijs worden in overleg<\/p>\n<p>met de sector versneld op orde gebracht.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 19<\/p>\n<p>Emancipatie en gelijke behandeling<\/p>\n<p>Iedereen moet iets van zijn of haar leven kunnen maken, ongeacht geslacht,<\/p>\n<p>seksuele geaardheid, afkomst, religie, levensovertuiging of handicap. Dat vraagt<\/p>\n<p>van iedereen een bijdrage: van individuen zelf, sociale partners, overheden,<\/p>\n<p>levensbeschouwelijke groepen en etnische gemeenschappen. De overheid kan<\/p>\n<p>anderen alleen met overtuiging aanspreken als zij zelf het goede voorbeeld geeft.<\/p>\n<p>\u2022 Nieuwe \u2018weigerambtenaren\u2019 worden niet aangesteld. De algemene wet gelijke<\/p>\n<p>behandeling wordt aangepast naar Europees model. De \u2018enkele feitconstructie\u2019<\/p>\n<p>verdwijnt uit de wet. Scholen mogen homoseksuele leraren niet ontslaan en<\/p>\n<p>homoseksuele leerlingen niet weigeren of wegsturen vanwege hun seksuele<\/p>\n<p>voorkeur. Op scholen zal ook voorlichting worden gegeven over &#8216;seksuele<\/p>\n<p>diversiteit&#8217;. Het wetsvoorstel lesbisch ouderschap treedt zo spoedig mogelijk in<\/p>\n<p>werking. Daardoor verbetert de juridische positie van lesbische ouders en hun<\/p>\n<p>kinderen.<\/p>\n<p>\u2022 Bestrijding van homofoob geweld blijft een prioriteit voor politie en Openbaar<\/p>\n<p>Ministerie.<\/p>\n<p>\u2022 De sterilisatie-eis met betrekking tot offici\u00eble geslachtsregistratie zal worden<\/p>\n<p>geschrapt uit de wet.<\/p>\n<p>\u2022 Het kabinet zet zich actief in om nog bestaande loonverschillen tussen mannen<\/p>\n<p>en vrouwen voor gelijke arbeid weg te nemen.<\/p>\n<p>\u2022 Het kabinet bestrijdt alle vormen van onderdrukking van vrouwen. Geweld in<\/p>\n<p>afhankelijkheidssituaties is onaanvaardbaar en wordt opgespoord en bestraft.<\/p>\n<p>Dat geldt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, genitale verminking,<\/p>\n<p>eerwraak, prostitutie en mensenhandel. Op schijnhuwelijken wordt strenger<\/p>\n<p>gecontroleerd. Gedwongen huwelijken worden strafbaar en herhaalde<\/p>\n<p>huwelijksmigratie gaan we tegen.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland zal het verdrag van de Verenigde Naties voor de rechten van<\/p>\n<p>gehandicapten ratificeren, onder de voorwaarde dat hieruit volgende<\/p>\n<p>verplichtingen geleidelijk ten uitvoer kunnen worden gebracht.<\/p>\n<p>Kunst en Cultuur<\/p>\n<p>Kunst en cultuur zijn van grote waarde voor de samenleving. Nederland heeft een naam<\/p>\n<p>hoog te houden in kunst en cultuur. Nederlandse ontwerpers, modemakers, dj&#8217;s en<\/p>\n<p>architecten veroveren de wereld. Beeldende kunst, dans, opera en musicals trekken een<\/p>\n<p>groot publiek. Instellingen en kunstenaars ontpoppen zich als cultureel ondernemer en<\/p>\n<p>boren nieuw publiek en nieuwe middelen aan. Het overheidsbeleid richt zich vooral op<\/p>\n<p>een sterke basisinfrastructuur, talentontwikkeling en internationale bekendheid van onze<\/p>\n<p>topkunst.<\/p>\n<p>\u2022 Cultuur moet toegankelijk blijven. De BTW-verhoging voor podium- en beeldende<\/p>\n<p>kunsten gaat definitief niet door.<\/p>\n<p>\u2022 We ondersteunen en stimuleren cultureel ondernemerschap en nieuwe<\/p>\n<p>financieringsvormen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 20<\/p>\n<p>\u2022 De cultuurkaart CJP voor jongeren blijft behouden. Culturele instellingen richten hun<\/p>\n<p>educatie op deze groep.<\/p>\n<p>\u2022 Talentontwikkeling wordt gestimuleerd via het Fonds voor de podiumkunsten en<\/p>\n<p>cultuureducatie.<\/p>\n<p>\u2022 Gesubsidieerde culturele instellingen hanteren de Code culturele diversiteit.<\/p>\n<p>\u2022 Het onderwijs en de cultuursector bundelen krachten ten behoeve van cultuureducatie<\/p>\n<p>in het basis- en voortgezet onderwijs.<\/p>\n<p>Media<\/p>\n<p>Centraal in het mediabeleid staat het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en<\/p>\n<p>hoogwaardig aanbod, toegankelijk voor alle lagen van de bevolking. Het bestaande beleid<\/p>\n<p>wijzigen we op een aantal punten.<\/p>\n<p>\u2022 De regionale omroepen worden niet langer gefinancierd door de provincies, maar<\/p>\n<p>door het Rijk. Het budget wordt overgeheveld van het provinciefonds naar de<\/p>\n<p>mediabegroting. Door samenwerking en integratie van taken met de landelijke<\/p>\n<p>publieke omroep is een besparing mogelijk.<\/p>\n<p>\u2022 We heroverwegen het eerder aangekondigde mediafonds. Het Stimuleringsfonds voor<\/p>\n<p>de Pers blijft bestaan.<\/p>\n<p>\u2022 De zogenaamde \u2018artikel 2.42 omroepen\u2019 worden &#8211; zoals eerder besloten &#8211;<\/p>\n<p>ondergebracht bij omroeporganisaties. Dat maakt het schrappen van de hiermee<\/p>\n<p>samenhangende uitgaven mogelijk.<\/p>\n<p>\u2022 De landelijke publieke omroep krijgt daarnaast een extra taakstelling. Deze kan onder<\/p>\n<p>meer worden gerealiseerd door de eigen inkomsten te vergroten, onnodige uitgaven<\/p>\n<p>aan ledenwerving te voorkomen en door de voorgenomen koppeling tussen<\/p>\n<p>ledenaantallen en budgetten van omroepverenigingen los te laten en te vervangen<\/p>\n<p>door systeem met A- en B-licentie. Toetreding van nieuwe omroepen blijft mogelijk.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 21<\/p>\n<p><strong>VII. Zorg dichtbij<\/strong><\/p>\n<p>Goede zorg en, nog belangrijker, goede gezondheid is niet alleen een zaak van de<\/p>\n<p>overheid. Succes boeken we alleen door samen te werken. Dat begint bij preventie en een<\/p>\n<p>gezonde levensstijl. Natuurlijk zijn mensen hiervoor in de eerste plaats zelf<\/p>\n<p>verantwoordelijk, maar wij willen dit ondersteunen. Daarnaast kiezen wij de komende<\/p>\n<p>kabinetsperiode voor een drietal andere prioriteiten. Allereerst willen wij de kwaliteit<\/p>\n<p>van de geleverde zorg verder verbeteren. We doen dit door het inzicht in de geleverde<\/p>\n<p>kwaliteit te verbeteren, praktijkvariatie te verminderen en zinloos medisch handelen tegen<\/p>\n<p>te gaan. Kwaliteitsverhoging gaat in de zorg gelukkig vaak samen met kostenverlaging;<\/p>\n<p>daar ligt een tweede prioriteit. Wij drukken de stijging van de kosten door de hoeveelheid<\/p>\n<p>geleverde zorg beter te beheersen, overbehandeling tegen te gaan, stringent pakketbeheer<\/p>\n<p>in te voeren, overcapaciteit te verminderen en verspilling te bestrijden. Een derde<\/p>\n<p>prioriteit betreft het bevorderen van (regionale) samenwerking tussen zorgaanbieders.<\/p>\n<p>Dure, complexe en acute zorg willen we concentreren; minder complexe zorg organiseren<\/p>\n<p>we dichter bij de mensen. Beide is goed voor kwaliteit \u00e9n kosten.<\/p>\n<p>Binnen het stelsel van curatieve zorg gaan we nieuwe accenten leggen op meer<\/p>\n<p>samenwerken in plaats van enkel concurreren, op het wegnemen van perverse<\/p>\n<p>volumeprikkels en de introductie van inkomensafhankelijke financiering. De sleutelrol<\/p>\n<p>van verzekeraars blijft in stand. In 2015 zijn zij volgens plan volledig risicodragend.<\/p>\n<p>\u2022 Financiering van zorg wordt in hoofdzaak inkomensafhankelijk. De zorgtoeslag<\/p>\n<p>verdwijnt. Voor 2017 gaan we uit van een nominale premie van 400, daarna blijft de<\/p>\n<p>verhouding tussen de nominale en inkomensafhankelijke premie constant. Het<\/p>\n<p>bestaande eigen risico wordt budgettair neutraal omgezet in een inkomensafhankelijk<\/p>\n<p>eigen risico. De zorgkosten blijven gelijk verdeeld tussen werkgevers en werknemers.<\/p>\n<p>\u2022 Met behulp van convenanten houden we het zorgstelsel binnen maatschappelijk en<\/p>\n<p>politiek wenselijke bandbreedtes. Met verzekeraars sluiten we een convenant over<\/p>\n<p>preventie en het bevorderen van een gezonde levensstijl. Na 2014 zetten we het<\/p>\n<p>hoofdlijnenakkoord voort met instellingen voor medisch specialistische zorg,<\/p>\n<p>vrijgevestigde medisch specialisten, huisartsen en instellingen voor geestelijke<\/p>\n<p>gezondheidszorg. Daarbij wordt de kostenstijging verder gedrukt van 2,5 naar 2<\/p>\n<p>procent (huisartsen naar 2,5 procent). We willen de kans op inzet van het macro<\/p>\n<p>beheersingsinstrument zo klein mogelijk maken en bekijken daarom of het mogelijk is<\/p>\n<p>de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vooraf te laten toetsen of het door de<\/p>\n<p>verzekeraars gecontracteerde volume past binnen het begrotingskader zorg.<\/p>\n<p>\u2022 Concentratie van voorzieningen zorgt vaak voor een hogere kwaliteit tegen lagere<\/p>\n<p>kosten. Verzekeraars zijn er verantwoordelijk voor dat dit doel bereikt wordt, door<\/p>\n<p>selectiever te contracteren op basis van heldere kwaliteitscriteria. Daarom wordt de<\/p>\n<p>basisverzekering beperkt tot naturapolissen; de restitutiepolis gaat naar de<\/p>\n<p>aanvullende verzekering.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 22<\/p>\n<p>\u2022 Het naast elkaar bestaan van verschillend gefinancierde spoedeisende hulpposten<\/p>\n<p>(SEH\u2019s) en huisartsenposten (HAP\u2019s) zorgt voor volumeprikkels die bijdragen aan<\/p>\n<p>overbehandeling en verspilling. Om dit tegen te gaan wordt de ingezette beweging<\/p>\n<p>richting concentratie en specialisatie van SEH\u2019s voortgezet en zullen deze worden<\/p>\n<p>ge\u00efntegreerd met de HAP\u2019s. Huisartsenzorg moet altijd bereikbaar zijn. Mensen die<\/p>\n<p>zich zonder verwijzing van een huisarts melden bij de SEH, betalen een eigen<\/p>\n<p>bijdrage van 50 euro. Uiteindelijk zullen deze voorzieningen onder regie van de<\/p>\n<p>verzekeraars in \u00e9\u00e9n bekostigingssysteem met de huisartsen worden ondergebracht. Dit<\/p>\n<p>systeem gaat uit van populatiegebonden bekostiging en biedt ruimte voor aanvullende<\/p>\n<p>beloningsafspraken met verzekeraars. Die afspraken zijn gericht op het vervangen van<\/p>\n<p>tweedelijnszorg door de eerste lijn, het ontmoedigen van onnodige doorverwijzingen<\/p>\n<p>en het bevorderen van chronische zorg in de eerste lijn. Voor nieuwe aanbieders blijft<\/p>\n<p>ruimte. Dit pakket van maatregelen legt het fundament voor een structuur van sterke<\/p>\n<p>eerste- en anderhalvelijnszorg, dicht bij de mensen en met de huisarts in een<\/p>\n<p>sleutelrol. Ook wordt op deze manier onnodig gebruik van dure ziekenhuiszorg<\/p>\n<p>ontmoedigd.<\/p>\n<p>\u2022 Met verzekeraars sluiten we een convenant af gericht op concentratie van acute zorg,<\/p>\n<p>omdat dit leidt tot hogere kwaliteit van zorg. Ook de top-referente zorg die op dit<\/p>\n<p>moment door academische ziekenhuizen wordt verleend, wordt geconcentreerd.<\/p>\n<p>\u2022 Zorgverzekeraars worden in 2017 financieel verantwoordelijk voor de Geestelijke<\/p>\n<p>GezondheidsZorg (GGZ). Dit vergt vervanging van de kostenverevening achteraf<\/p>\n<p>door een goede vereveningssystematiek vooraf, een deugdelijke productstructuur en<\/p>\n<p>goede kwaliteitsmeting. Langdurige geestelijke gezondheidszorg kan dan ook<\/p>\n<p>overgeheveld worden naar de zorgverzekeringswet. Om afwenteling te voorkomen<\/p>\n<p>wordt de bestaande eigen bijdrage in de eerste lijn budgettair neutraal omgezet in een<\/p>\n<p>procentuele eigen bijdrage voor alle GGZ-kosten in eerste en tweede lijn gezamenlijk.<\/p>\n<p>Dit resulteert in een lagere eigen bijdrage in de eerste lijns GGZ.<\/p>\n<p>\u2022 Vanaf 2015 gaan we investeren in extra wijkverpleegkundigen met een bedrag dat<\/p>\n<p>oploopt tot minimaal 250 miljoen in 2017. Dit financieren we met middelen die we<\/p>\n<p>vrijspelen bij medische zorg in de tweede lijn (substitutie). Zo bevorderen we dat<\/p>\n<p>meer zorg dicht bij de mensen thuis wordt geleverd.<\/p>\n<p>\u2022 De mogelijkheid om winst uit te keren in de zorg zal zo ingeperkt worden dat het<\/p>\n<p>alleen interessant is voor investeerders met een langetermijnperspectief.<\/p>\n<p>Winstuitkering is alleen mogelijk bij surpluswinst boven 20 procent solvabiliteit en<\/p>\n<p>alleen bij winst uit reguliere exploitatie. Zorgverzekeraars krijgen de mogelijkheid<\/p>\n<p>een minderheidsbelang bij zorgaanbieders te verwerven.<\/p>\n<p>\u2022 Het rapport van de commissie-Meurs is leidraad bij het inkomensbeleid gericht op<\/p>\n<p>medisch specialisten. Het fiscale ondernemersvoordeel voor medisch specialisten<\/p>\n<p>vervalt in 2015, als het specialistenhonorarium integraal onderdeel is van het<\/p>\n<p>ziekenhuisbudget en het beheersmodel medisch specialisten verdwijnt. De vorming<\/p>\n<p>van mega- of regiomaatschappen wordt ontmoedigd.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 23<\/p>\n<p>\u2022 Publiek toegankelijke informatie over kwaliteit is van groot belang voor verzekeraars,<\/p>\n<p>pati\u00ebnten, pati\u00ebntenverenigingen, de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de<\/p>\n<p>Nederlandse Zorgautoriteit. Lopende initiatieven worden met kracht doorgezet,<\/p>\n<p>eventueel ondersteund door convenanten. Het Kwaliteitsinstituut krijgt<\/p>\n<p>doorzettingsmacht als de voortgang stokt. We verplichten aanbieders van zorg om bij<\/p>\n<p>de declaratie ook informatie te geven die nodig is om vast te kunnen stellen dat<\/p>\n<p>kwaliteit geleverd is. Het gros van deze informatie, bijvoorbeeld voortkomend uit<\/p>\n<p>klinische registraties, bestaat reeds maar moet nog ontsloten worden. Vanzelfsprekend<\/p>\n<p>wordt hierbij recht gedaan aan de bestaande privacy regelingen.<\/p>\n<p>In de langdurige en welzijnszorg willen we de komende periode een omslag maken naar<\/p>\n<p>meer maatwerk, meer zorg in de buurt, meer samenwerking tussen de verschillende<\/p>\n<p>aanbieders maar ook naar houdbaar gefinancierde voorzieningen, zodat ook latere<\/p>\n<p>generaties er nog gebruik van kunnen maken. Dit betekent dat maximaal aansluiting<\/p>\n<p>gezocht zal worden bij wat mensen nodig hebben en wat gemeenten in staat zijn te doen.<\/p>\n<p>Ook richten wij de voorzieningen scherper op beschikbaarheid voor mensen, die zich uit<\/p>\n<p>eigen middelen geen alternatief kunnen veroorloven. Daarbij geven wij prioriteit aan zorg<\/p>\n<p>met een medisch karakter boven zorg met een niet-medisch karakter, omdat mensen bij<\/p>\n<p>die laatste vorm van zorg vaker (maar niet altijd) op alternatieven in eigen kring kunnen<\/p>\n<p>terugvallen.<\/p>\n<p>\u2022 De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt omgevormd tot een een<\/p>\n<p>nieuwe landelijke voorziening waarin de intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg<\/p>\n<p>(vanaf ZZP 5) landelijk wordt georganiseerd met een budgetgrens middels de<\/p>\n<p>contracteerruimte. De voorziening krijgt daarbij een centraal beleidskader, zowel zorg<\/p>\n<p>in natura als pgb\u2019s maken deel uit van de voorziening. Zowel inkoop als<\/p>\n<p>indicatiestelling komt hier terecht. De bestaande regionale structuur van zorginkoop<\/p>\n<p>met budgetplafond wordt vooralsnog gehandhaafd, terwijl de indicatie wordt beperkt<\/p>\n<p>tot degenen die het echt nodig hebben. De besparing ontstaat door het terugdringen<\/p>\n<p>van regionale variatie en spreiding in tariefstelling. Het gebruik van<\/p>\n<p>persoonsgebonden budgetten heeft juist bij deze zorg overigens geleid tot zorg op<\/p>\n<p>maat en institutionele innovaties. Dat willen we verder bevorderen.<\/p>\n<p>\u2022 Voor verbetering van verpleegkundige zorg buiten instellingen zijn al veel goede<\/p>\n<p>idee\u00ebn ontwikkeld, onder meer door de Sociaal Economische Raad en in de Agenda<\/p>\n<p>voor de Zorg. Wij sluiten daarbij aan. Extramurale verpleging wordt in 2017 van de<\/p>\n<p>AWBZ overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) en valt daar onder het<\/p>\n<p>zelfde systeem van populatiegebonden bekostiging als de huisartsenzorg. De<\/p>\n<p>indicatiestelling vervalt. Zo verdwijnen schotten, bevorderen we wijkverpleging,<\/p>\n<p>ontmoedigen we overbehandeling en stimuleren we een sterke eerste lijn waar de<\/p>\n<p>huisarts integraal deel van uitmaakt.<\/p>\n<p>\u2022 Gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van<\/p>\n<p>ondersteuning, begeleiding en verzorging. De aanspraken worden beperkt,<\/p>\n<p>dienstverlening wordt versoberd en meer gericht op waar ze het hardste nodig is en<\/p>\n<p>gaat vallen onder de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). De aanspraken op<\/p>\n<p>huishoudelijke hulp worden vervangen door een maatwerkvoorziening voor degenen<\/p>\n<p>die het echt nodig hebben en het niet uit eigen middelen kunnen betalen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 24<\/p>\n<p>\u2022 De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het<\/p>\n<p>organiseren van zorg dicht bij mensen maakt beperking, vereenvoudiging en<\/p>\n<p>decentralisatie mogelijk van regelingen als compensatie eigen risico, de aftrek<\/p>\n<p>specifieke zorgkosten en de wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.<\/p>\n<p>Hieruit wordt een nieuwe gemeentelijke voorziening gefinancierd met een omvang<\/p>\n<p>van ruim 750 miljoen.<\/p>\n<p>\u2022 De gemeenten wordt een zeer ruime beleidsvrijheid gegeven met betrekking tot de<\/p>\n<p>concrete invulling van deze gedecentraliseerde voorzieningen.<\/p>\n<p>De afgelopen jaren hebben grote groepen medewerkers in de (semi-)collectieve sector<\/p>\n<p>hun bijdrage aan het herstel van de overheidsfinanci\u00ebn geleverd,doordat de groei in hun<\/p>\n<p>arbeidsvoorwaarden afgeremd werd met de zogeheten \u201cnullijn\u201d. De medewerkers in de<\/p>\n<p>zorg zijn hier tot nu toe uitgezonderd van geweest. Het is dus redelijk van hen een<\/p>\n<p>bijdrage te vragen. Voorts nemen de stijgende collectieve zorguitgaven een steeds groter<\/p>\n<p>aandeel in de collectieve uitgaven in; binnen de collectieve zorguitgaven nemen de<\/p>\n<p>personele uitgaven een dominante positie in. Het beheersen van deze uitgaven is dan ook<\/p>\n<p>van toenemend belang om adequaat te kunnen reageren op verslechteringen van het<\/p>\n<p>EMU-saldo. Het vigerende convenant voor de overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling<\/p>\n<p>in de zorg (OVA), waarin geregeld is hoe de overheid de jaarlijkse bijdrage<\/p>\n<p>voor de arbeidskosten voor de zorg vaststelt, heeft momenteel geen mogelijkheid om af te<\/p>\n<p>wijken. Dat is wel mogelijk in de overige delen van de collectieve sector. In het recente<\/p>\n<p>verleden zijn werkgevers bereid geweest om af spraken te maken over de incidentele<\/p>\n<p>loonontwikkeling. Het kabinet zal nu in gesprek gaan met de zorgsector, met als<\/p>\n<p>uitgangspunt een meer gelijke behandeling tussen de verschillende onderdelen van de<\/p>\n<p>collectieve sector. In dit overleg zal het kabinet er tevens op aandringen om, binnen de<\/p>\n<p>beschikbare middelen, ruimte vrij te maken (100 miljoen) voor het verbeteren van de<\/p>\n<p>arbeidsmarktpositie van specifieke groepen zorgmedewerkers. Eind 2013 beoordeelt het<\/p>\n<p>kabinet de voortgang op beide punten. Om ervan verzekerd te zijn dat per 1 januari 2016<\/p>\n<p>daadwerkelijk stappen gezet kunnen worden, zet het kabinet per onmiddellijk de<\/p>\n<p>procedure in gang om het OVA-convenant met ingang van die datum op te schorten.<\/p>\n<p>Voortschrijdende mogelijkheden, toenemend zelfbewustzijn bij burgers en defini\u00ebring<\/p>\n<p>van nieuwe ziekten leiden tot nieuwe medisch-ethische vragen. Om deze vragen op<\/p>\n<p>zorgvuldige wijze te beantwoorden is een brede maatschappelijke discussie nodig.<\/p>\n<p>Leidend is het beginsel van zelfbeschikking, altijd in samenhang met menselijke<\/p>\n<p>waardigheid, goede zorg en beschermwaardigheid van het leven.<\/p>\n<p>\u2022 Er is geen aanleiding om de grens voor het uitvoeren van abortus aan te passen.<\/p>\n<p>\u2022 De maatschappelijke discussie over het vrijwillige levenseinde zal worden<\/p>\n<p>voortgezet en kan leiden tot aanpassing van wet- en regelgeving.<\/p>\n<p>\u2022 Embryoselectie is toegestaan op medische gronden.<\/p>\n<p>\u2022 Het oordeel over een actief donorregistratiesysteem wordt aan de Kamer<\/p>\n<p>overgelaten.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 25<\/p>\n<p>Ouders zijn er voor verantwoordelijk hun kinderen veilig en gezond te laten opgroeien.<\/p>\n<p>Wanneer de ontwikkeling van kinderen ernstig in gevaar komt, moet de overheid tijdig<\/p>\n<p>ingrijpen. Dat is in het verleden ondanks toenemende budgetten niet altijd gebeurd. De<\/p>\n<p>jeugdzorg zal daarom de komende jaren sterk worden verbeterd. Tegelijkertijd zullen de<\/p>\n<p>fors gestegen uitgaven voor jeugdzorg en geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd<\/p>\n<p>worden teruggebracht.<\/p>\n<p>De jeugdzorg wordt in 2015 gedecentraliseerd naar gemeenten. De decentralisatie omvat<\/p>\n<p>alle onderdelen: de jeugdzorg die nu een verantwoordelijkheid is van de provincie, de<\/p>\n<p>gesloten jeugdzorg onder regie van Volksgezondheid Welzijn en Sport, de jeugd-GGZ<\/p>\n<p>die onder de ZVW valt, de zorg voor lichtverstandelijk gehandicapten jongeren op basis<\/p>\n<p>van de AWBZ en de jeugdbescherming en jeugdreclassering van Veiligheid en Justitie.<\/p>\n<p>Deze decentralisatie wordt geco\u00f6rdineerd op het ministerie van VWS.<\/p>\n<p>\u2022 \u201cE\u00e9n gezin, \u00e9\u00e9n plan, \u00e9\u00e9n regisseur\u201d is het uitgangspunt bij de decentralisaties in het<\/p>\n<p>sociale domein: bij de wet werken naar vermogen, de algemene wet bijzondere<\/p>\n<p>ziektekosten, de wet maatschappelijke ondersteuning en de jeugdhulpverlening. Dit<\/p>\n<p>vergt ook \u00e9\u00e9n budget en \u00e9\u00e9n verantwoordelijke van overheidszijde. Er komt een einde<\/p>\n<p>aan de praktijk waarbij vele hulpverleners langs elkaar heen werken bij de<\/p>\n<p>ondersteuning van \u00e9\u00e9n gezin.<\/p>\n<p>\u2022 Consultatiebureaus worden verplicht kinderen voor wie taalachterstand dreigt, door te<\/p>\n<p>verwijzen naar vroeg- en voorschoolse educatie. Sluitende samenwerking tussen<\/p>\n<p>gemeenten en scholen moet waarborgen dat achterstanden spoedig mogelijk en in<\/p>\n<p>ieder geval voor het eind van de basisschoolperiode zijn weggewerkt.<\/p>\n<p>\u2022 Om de effecten van Jeugdzorg te kunnen beoordelen worden prestatiegegevens<\/p>\n<p>aangeleverd en openbaar.<\/p>\n<p>\u2022 De decentralisatie moet ertoe bijdragen dat de eigen kracht, het sociale netwerk en de<\/p>\n<p>voorzieningen in een gemeente beter worden benut. Het accent zal steeds liggen op<\/p>\n<p>participatie in de samenleving.<\/p>\n<p>\u2022 We versnellen de professionalisering van de jeugdzorg, inclusief opleidingseisen,<\/p>\n<p>beroepscodes en tuchtrecht.<\/p>\n<p>\u2022 De nieuwe Jeugdwet waarborgt de gemeentelijke beleidsvrijheid. Elementaire<\/p>\n<p>kwaliteitswaarborgen voor cli\u00ebnten blijven wettelijk verankerd.<\/p>\n<p>\u2022 De voorgenomen eigen bijdrage in de jeugdzorg wordt niet ingevoerd.<\/p>\n<p>Sport brengt mensen bij elkaar en is van groot maatschappelijk belang. Kinderen<\/p>\n<p>verwerven belangrijke sociale vaardigheden. Voldoende en veilig sporten houdt jonge en<\/p>\n<p>oude mensen fitter en gezonder. We willen dat meer mensen kunnen sporten en bewegen<\/p>\n<p>in hun eigen omgeving. Er zijn nog veel mogelijkheden om de openbare ruimte beter te<\/p>\n<p>benutten.<\/p>\n<p>\u2022 We bevorderen samenwerking van gemeenten, bedrijven, scholen en<\/p>\n<p>sportverenigingen.<\/p>\n<p>\u2022 Met gemeenten willen we bevorderen dat er bij de aanleg van nieuwe wijken<\/p>\n<p>voldoende ruimte voor sport en bewegen is.<\/p>\n<p>\u2022 Het kabinet streeft naar meer gymlesuren per week in het primair onderwijs.<\/p>\n<p>\u2022 Topsportevenementen kunnen waardevol zijn voor de Nederlandse economie en<\/p>\n<p>hebben een positieve uitstraling naar de breedtesport. Het binnenhalen en organiseren<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 26<\/p>\n<p>van de Olympische Spelen brengt echter veel financi\u00eble risico\u2019s met zich mee.<\/p>\n<p>Hiervoor is weinig draagvlak in de samenleving in een tijd van crisis en<\/p>\n<p>bezuinigingen. We onderschrijven de ambitie om de Nederlandse sport op Olympisch<\/p>\n<p>niveau te brengen, zonder de Olympische Spelen naar Nederland te willen halen.<\/p>\n<p>\u2022 Sporten en als toeschouwer aanwezig zijn bij wedstrijden moeten veilig zijn. Helaas<\/p>\n<p>zijn er nog altijd te veel mensen die sport voor anderen verpesten. Voetbalhooligans<\/p>\n<p>worden daarom hard aangepakt.<\/p>\n<p>\u2022 Verbaal en fysiek geweld op of om het sportveld verdient een strenge straf. Ook<\/p>\n<p>sportbonden en sportverenigingen hebben hier een taak.<\/p>\n<p>\u2022 Mochten de loterijen de komende jaren meer omzet maken, dan zal de extra afdracht<\/p>\n<p>ten goede komen aan de sport.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 27<\/p>\n<p><strong>VIII. Veiligheid en justitie<\/strong><\/p>\n<p>Veiligheid is een kerntaak van de overheid. Burgers moeten zich veilig kunnen voelen op<\/p>\n<p>straten en in wijken. Politie en justitie moeten daadkrachtig en gezaghebbend kunnen<\/p>\n<p>optreden tegen overlast, intimidatie, agressie, overvallen, inbraken en geweld. Kwetsbare<\/p>\n<p>groepen moeten op de overheid kunnen rekenen. Door een goede onderlinge<\/p>\n<p>samenwerking kunnen ouders, onderwijs, jeugdzorg en politie tijdig risicogedrag<\/p>\n<p>signaleren en zo criminele carri\u00e8res voorkomen. De rechter krijgt de mogelijkheid als<\/p>\n<p>aanvullende maatregel \u201cter beschikking aan het onderwijs\u201d (TBO) op te leggen. Barri\u00e8res<\/p>\n<p>die effectief optreden van politie en justitie in de weg staan, worden waar dat kan<\/p>\n<p>weggenomen. Met de komst van de nationale politie blijft er aandacht voor lokale<\/p>\n<p>prioriteiten. Burgers worden meer betrokken bij het veiligheidsbeleid in wijken.<\/p>\n<p>Aandachtswijken houden prioriteit. De mannen en vrouwen in de frontlinie verdienen<\/p>\n<p>steun en moeten voor een hoger salaris niet de straat voor het bureau hoeven te verruilen.<\/p>\n<p>Door meer blauw op straat nemen de veiligheid en de pakkans toe. Recidive dringen we<\/p>\n<p>terug door passende straffen en tijdige resocialisatie, zodat ook weer een nieuw<\/p>\n<p>perspectief ontstaat. We verbeteren de positie van slachtoffers voor, tijdens en na afloop<\/p>\n<p>van het strafproces. De schade verhalen we op de daders. Bescherming van de<\/p>\n<p>persoonlijke levenssfeer van burgers is van groot belang. De overheid dient daarvoor<\/p>\n<p>borg te staan.<\/p>\n<p>\u2022 De nationale politie krijgt structureel 105 miljoen per jaar extra. Dat maakt meer<\/p>\n<p>blauw op straat en meer capaciteit voor opsporing mogelijk.<\/p>\n<p>\u2022 Het wetsvoorstel tot wijziging van de Politiewet 2012 wordt voortgezet om de lokale<\/p>\n<p>inbedding van de politie te versterken, met name door burgemeesters meer te<\/p>\n<p>betrekken bij de aanwijzing van de regioburgemeester en door geregeld overleg<\/p>\n<p>tussen minister en burgemeesters te voeren over onderwerpen van lokaal belang zoals<\/p>\n<p>de verdeling van de sterkte en benoeming van leden van de politieleiding.<\/p>\n<p>\u2022 Gezagsdragers en hulpverleners verdienen respect. Het programma Veilige publieke<\/p>\n<p>taak ondersteunt dit. Ook kan er anoniem aangifte worden gedaan.<\/p>\n<p>\u2022 Bevoegdheden en uitrusting van lokale toezichthouders en handhavers (BOA\u2019s)<\/p>\n<p>worden beter geregeld.<\/p>\n<p>\u2022 In de strafrechtketen krijgen de volgende punten bijzondere aandacht: innovatie,<\/p>\n<p>pakkans, optimalisatie van de executieketen, doelmatiger strafrechtsketen, verkorting<\/p>\n<p>van doorlooptijden van strafzaken, intensivering van opsporing en berechting van<\/p>\n<p>jeugdcriminaliteit en aanpak van ingrijpende misdrijven zoals overvallen,<\/p>\n<p>woninginbraken en geweldsdelicten.<\/p>\n<p>\u2022 Straffen van meer dan twee jaar in eerste aanleg worden direct ge\u00ebffectueerd, ook al<\/p>\n<p>wordt er hoger beroep aangetekend. Bij een delict met slachtoffers geldt dit bij<\/p>\n<p>straffen van meer dan een jaar.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt een adolescentenstrafrecht met een maximum voor jeugddetentie van twee<\/p>\n<p>jaar.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt een eigenbijdrageregeling voor gedetineerden.<\/p>\n<p>\u2022 Met goed gedrag kunnen gedetineerden meer bewegingsruimte en vervroegde<\/p>\n<p>invrijheidstelling verdienen. De algemeen geldende detentiefasering verdwijnt.<\/p>\n<p>29\/10\/2012 28<\/p>\n<p>\u2022 Betere informatievoorziening \u2013 onder strikte voorwaarden \u2013 en zo nodig intensivering<\/p>\n<p>van de observatie moet een einde maken aan de gunstige positie van verdachten die<\/p>\n<p>weigeren mee te werken aan een onderzoek. Om dit mogelijk te maken wordt het<\/p>\n<p>wetsvoorstel Forensische Zorg (WFZ) zo spoedig mogelijk ingevoerd.<\/p>\n<p>\u2022 Het wordt mogelijk levenslang toezicht te houden op zeden- en geweldsdelinquenten.<\/p>\n<p>\u2022 Publieke- en private toezichthouders gaan camerabeelden van delicten en incidenten<\/p>\n<p>direct doorsturen naar de meldkamer van de politie.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt \u00e9\u00e9n loket voor slachtofferhulp. De reikwijdte van het schadefonds<\/p>\n<p>geweldsmisdrijven wordt uitgebreid met onder meer dood door schuld bij ernstige<\/p>\n<p>verkeersovertredingen. Slachtoffers krijgen meer spreekrecht in het strafproces.<\/p>\n<p>\u2022 De kosten van het strafproces worden waar mogelijk verhaald op de daders.<\/p>\n<p>\u2022 Verdachten kunnen eenvoudiger tot de (snel)rechtszitting in voorlopige hechtenis<\/p>\n<p>worden gehouden.<\/p>\n<p>\u2022 De rechter krijgt in geval van meerdaadse samenloop ruimere mogelijkheden om een<\/p>\n<p>passende straf te bepalen.<\/p>\n<p>\u2022 In de strafvorderingrichtlijnen van het openbaar ministerie worden minimale<\/p>\n<p>strafeisen voor ernstige gevallen van recidive vastgelegd.<\/p>\n<p>\u2022 Mensenhandel en de daaraan gerelateerde prostitutie worden harder bestreden.<\/p>\n<p>\u2022 We intensiveren de aanpak van de georganiseerde misdaad over de hele linie. Zo gaan<\/p>\n<p>we witwassen strenger straffen en criminele vermogens beter afromen. Het<\/p>\n<p>boeteplafond bij de bestraffing van rechtspersonen wordt opgeheven.<\/p>\n<p>\u2022 Er is sprake van toenemende bedreigingen en kwetsbaarheden op het terrein van<\/p>\n<p>cybersecurity. Die willen we het hoofd bieden door krachten te bundelen met alle<\/p>\n<p>belanghebbenden, de opsporingscapaciteit te versterken en het juridisch<\/p>\n<p>instrumentarium aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden.<\/p>\n<p>\u2022 We onderzoeken of het verlengen van bewaartermijnen kan bijdragen aan het<\/p>\n<p>oplossen van oude, onopgeloste zaken.<\/p>\n<p>\u2022 De wietpas vervalt, maar de toegang tot coffeeshops blijft voorbehouden aan<\/p>\n<p>ingezetenen die een identiteitsbewijs of verblijfsvergunning, samen met een uittreksel<\/p>\n<p>uit het bevolkingsregister kunnen tonen. De handhaving van dit ingezetenencriterium<\/p>\n<p>geschiedt in overleg met betrokken gemeenten en zonodig gefaseerd, waarbij wordt<\/p>\n<p>aangesloten bij het lokale coffeeshop- en veiligheidsbeleid zodat er sprake is van<\/p>\n<p>lokaal maatwerk.<\/p>\n<p>\u2022 De bestrijding van drugstoerisme en georganiseerde drugsmisdaad zetten we met<\/p>\n<p>kracht door. Drugsrunners en illegale straathandel pakken we hard aan. Het gehalte<\/p>\n<p>werkzame stoffen in softdrugs wordt aan een maximum gebonden.<\/p>\n<p>\u2022 Het civiele proces wordt vergaand vereenvoudigd en gedigitaliseerd. Het onderscheid<\/p>\n<p>tussen verzoekschrift en dagvaarding kan vervallen. Hoger beroep wordt<\/p>\n<p>gestroomlijnd.<\/p>\n<p>\u2022 Echtscheiding zonder tussenkomst van de rechter wordt mogelijk als er geen kinderen<\/p>\n<p>betrokken zijn en partners overeenstemming over de scheiding hebben bereikt.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 29<\/p>\n<p>\u2022 We moderniseren het kansspelbeleid. Online kansspelen, sportweddenschappen en<\/p>\n<p>pokerevenementen worden strikt gereguleerd. Het illegale aanbod aan kansspelen<\/p>\n<p>dringen we daarmee terug. Op de naleving van de aan de vergunning verbonden<\/p>\n<p>voorwaarden wordt strikt toegezien. Het aanbieden van gokspelen is geen kerntaak<\/p>\n<p>van de overheid, daarom wordt Holland Casino onder voorwaarden verkocht.<\/p>\n<p>\u2022 Het auteursrecht wordt zo gemoderniseerd dat recht wordt gedaan aan de<\/p>\n<p>bescherming van creatieve prestaties zonder dat de gebruiksmogelijkheden voor<\/p>\n<p>consumenten in het gedrang komen.<\/p>\n<p>\u2022 We gaan digitaal procederen in het bestuursrecht mogelijk maken.<\/p>\n<p>\u2022 De Raad van State wordt gesplitst in een rechtsprekend deel en een adviserend deel.<\/p>\n<p>Het rechtsprekende gedeelte wordt samengevoegd met de Centrale Raad van Beroep<\/p>\n<p>en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.<\/p>\n<p>\u2022 De privacytoezichthouder, het College Bescherming Persoonsgegevens, krijgt meer<\/p>\n<p>bevoegdheden, waaronder de bevoegdheid meer boetes uit te delen. Bij de bouw van<\/p>\n<p>systemen en het aanleggen van databestanden is bescherming van persoonsgegevens<\/p>\n<p>uitgangspunt. Daar hoort een zogenaamd privacy impact assessment (PIA) standaard<\/p>\n<p>bij. Inbreuken door de overheid zijn voorzien van een horizonbepaling en worden<\/p>\n<p>ge\u00ebvalueerd.<\/p>\n<p>\u2022 Het verdrag ter bestrijding van namaak (ACTA) krijgt in de huidige vorm geen steun.<\/p>\n<p>\u2022 Bij nieuwe wetgeving wordt netneutraliteit strikt gehandhaafd.<\/p>\n<p>\u2022 We ondersteunen de samenwerking in en tussen veiligheidsregio\u2019s en gaan door met<\/p>\n<p>de regionalisering van de brandweer.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt een aangescherpte Voetbalwet met hogere straffen, boetes voor clubs die het<\/p>\n<p>hooliganverbod niet handhaven en stadion- en gebiedsverboden voor degenen die<\/p>\n<p>voor het eerst de fout in gaan.<\/p>\n<p>\u2022 Overmatig alcoholgebruik door met name jongeren is zeer zorgelijk en leidt tot grote<\/p>\n<p>schade. De minimumleeftijd voor de verstrekking van alcohol gaat naar 18 jaar. Dit<\/p>\n<p>gaat gepaard met intensieve voorlichting en adequate handhaving.<\/p>\n<p>29\/10\/2012 30<\/p>\n<p>IX. Immigratie, integratie en asiel<\/p>\n<p>Ons immigratiebeleid is restrictief, rechtvaardig en gericht op integratie. Bij het<\/p>\n<p>immigratiebeleid zal rekening gehouden worden met de draagkracht van de samenleving.<\/p>\n<p>Voor betrokkenen en voor de samenleving is het van belang dat migranten op eigen<\/p>\n<p>benen kunnen staan, door werk in hun levensonderhoud voorzien, snel integreren en<\/p>\n<p>meehelpen de samenleving op te bouwen. Op die basis blijven ook EU-inwoners en<\/p>\n<p>kennismigranten welkom.<\/p>\n<p>Ook bij gezinshereniging en gezinsvorming waarborgen we integratie door eisen te<\/p>\n<p>stellen. In een andere vorm doen we dat ook bij immigranten uit de drie andere landen<\/p>\n<p>van het Koninkrijk. Vluchtelingen die aan de voorwaarden voldoen krijgen bescherming<\/p>\n<p>en voorzieningen die hen in staat stellen zo snel mogelijk volwaardig deel uit te maken<\/p>\n<p>van onze samenleving. We verwachten van hen dat zij zich optimaal inzetten om de<\/p>\n<p>geboden kansen te benutten. Voor alle nieuwkomers biedt beheersing van het Nederlands,<\/p>\n<p>kennis van de samenleving en betaald werk het beste perspectief op succesvolle<\/p>\n<p>integratie.<\/p>\n<p>Integratie- en inburgeringsbeleid zal worden ondergebracht bij het ministerie van SZW,<\/p>\n<p>asiel en immigratie bij het ministerie van V&amp;J.<\/p>\n<p>\u2022 We blijven in EU-verband pleiten voor aanscherping van de richtlijn die eisen stelt<\/p>\n<p>aan huwelijk- en gezinshereniging. Dit betreft een leeftijd van tenminste 24 jaar, het<\/p>\n<p>in voldoende mate in eigen levensonderhoud kunnen voorzien door inkomen uit werk<\/p>\n<p>en maatregelen om schijnhuwelijken en huwelijksdwang effectief tegen te gaan.<\/p>\n<p>\u2022 De DNA-test wordt gebruikt als middel tegen identiteitsfraude.<\/p>\n<p>\u2022 Huwelijken tussen neef en nicht worden in beginsel verboden.<\/p>\n<p>\u2022 Een verblijfsvergunning wordt niet verstrekt als de aanvrager eerder illegaal in<\/p>\n<p>Nederland verbleef of fraude pleegde.<\/p>\n<p>\u2022 Vreemdelingen die veroordeeld zijn voor een delict worden eerder uitgezet. De<\/p>\n<p>toetsingsperiode wordt verlengd tot vijf jaar en bij recidive wordt de norm voor<\/p>\n<p>veelplegers toegepast.<\/p>\n<p>\u2022 Gezinsmigratie betreft het kerngezin: een duurzame, exclusieve relatie tussen partners<\/p>\n<p>en degenen die door biologische verwantschap tot het gezinshuishouden behoren.<\/p>\n<p>\u2022 Alleenstaande minderjarige vreemdelingen worden, mede in het belang van de<\/p>\n<p>ontwikkeling van de kinderen zelf, zo snel mogelijk in het land van herkomst met hun<\/p>\n<p>familie herenigd, of ondergebracht in een opvangvoorziening in het land van<\/p>\n<p>herkomst.<\/p>\n<p>\u2022 Het toelatingsbeleid richt zich op de bescherming van vreemdelingen die zelf, op<\/p>\n<p>grond van de internationale en Europese beschermingsnormen, vervolging of ernstige<\/p>\n<p>mensenrechtenschendingen te vrezen hebben; nationale beschermingsgronden,<\/p>\n<p>waaronder het categoriaal beschermingsbeleid, worden uit de Vreemdelingenwet<\/p>\n<p>geschrapt. Toelatingsprocedures worden gestroomlijnd en zoveel mogelijk bekort, in<\/p>\n<p>het bijzonder als het gaat om vervolgaanvragen en om reguliere aanvragen die<\/p>\n<p>worden ingediend door vreemdelingen die een machtiging tot voorlopig verblijf<\/p>\n<p>moeten aanvragen. De prikkels en mogelijkheden om procedure op procedure te<\/p>\n<p>stapelen, worden weggenomen. Deze maatregelen zijn erop gericht zorgvuldig te<\/p>\n<p>toetsen of bescherming nodig is en bij afwijzing het perspectief eenduidig op<\/p>\n<p>terugkeer te richten.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 31<\/p>\n<p>\u2022 Het kind van een afgewezen asielzoeker dat tenminste vijf jaar voor het bereiken van<\/p>\n<p>de leeftijd van 18 jaar in ons land is krijgt een verblijfsvergunning indien het deze<\/p>\n<p>aanvraagt voor het bereiken van de leeftijd van 21 jaar en zich niet langdurig aan het<\/p>\n<p>toezicht van de rijksoverheid heeft onttrokken. Hetzelfde geldt voor een alleenstaande<\/p>\n<p>minderjarige vreemdeling die tenminste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van<\/p>\n<p>18 jaar in ons land is. Alleen de in Nederland verblijvende gezinsleden van het kind<\/p>\n<p>van een afgewezen asielzoeker, krijgen bij deze vergunningsverlening een afgeleide<\/p>\n<p>verblijfsvergunning. Het voorgaande wordt vervat in een overgangsregime als<\/p>\n<p>onderdeel van een definitieve regeling in het kader van de stroomlijning en bekorting<\/p>\n<p>van toelatingsprocedures. In de definitieve regeling, die naar zijn aard betrekking zal<\/p>\n<p>hebben op een klein aantal personen, kunnen kinderen van afgewezen asielzoekers of<\/p>\n<p>alleenstaande minderjarige vreemdelingen die vijf jaar of langer aaneengesloten in<\/p>\n<p>ons land verblijven voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, alleen in aanmerking<\/p>\n<p>komen voor een verblijfsvergunning indien zij deze aanvragen voordat zij de leeftijd<\/p>\n<p>van 19 jaar hebben bereikt. Zij moeten dan, voordat zij de leeftijd van 18 jaar<\/p>\n<p>bereikten, hebben voldaan aan de voorwaarden dat zij zich niet langdurig aan het<\/p>\n<p>toezicht van de rijksoverheid hebben onttrokken, aan hun terugkeer hebben<\/p>\n<p>meegewerkt en hun identiteit hebben aangetoond, onder meer door het overleggen<\/p>\n<p>van documenten en\/of consistent en naar waarheid verklaren en antwoorden. Een<\/p>\n<p>beroep op deze regeling biedt geen recht op opvang. Geen vergunning op grond van<\/p>\n<p>deze regeling wordt verleend aan een vreemdeling die een zwaar delict heeft begaan<\/p>\n<p>of aan wie is tegengeworpen dat hij oorlogsmisdaden heeft begaan en evenmin aan<\/p>\n<p>zijn gezinsleden. Indien voor, tijdens of na de aanvraag voor de overkomst van een of<\/p>\n<p>beide ouders door een alleenstaande minderjarige vreemdeling die een<\/p>\n<p>verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van deze regeling onjuiste gegevens zijn<\/p>\n<p>verstrekt met betrekking tot zijn ouders, leidt dit tot intrekking van zijn<\/p>\n<p>verblijfsvergunning.<\/p>\n<p>\u2022 Werkgevers en malafide verhuurders die personen zonder verblijfsvergunning te werk<\/p>\n<p>stellen of onderdak bieden pakken we hard aan.<\/p>\n<p>\u2022 Illegaal verblijf wordt strafbaar gesteld. Daarbij zijn particulieren en particuliere<\/p>\n<p>organisaties die individuele hulp bieden niet strafbaar.<\/p>\n<p>\u2022 We verhogen de Nederlandse bijdrage aan de opvang van vluchtelingen in de regio.<\/p>\n<p>\u2022 Op basis van criteria zoals de landen Aruba, Cura\u00e7ao en Sint Maarten zelf hanteren<\/p>\n<p>(onder meer toets op strafblad en inkomen) komen we met een voorstel tot regulering<\/p>\n<p>van de vestiging van inwoners uit die landen in Nederland.<\/p>\n<p>\u2022 Bij een restrictief en rechtvaardig immigratiebeleid hoort ook een actief en<\/p>\n<p>consequent terugkeerbeleid. Wie hier niet mag blijven moet vertrekken of wordt<\/p>\n<p>uitgezet. We oefenen druk uit op landen om hun onderdanen terug te nemen aan wie<\/p>\n<p>de toegang tot Nederland is ontzegd. Dit betreft ook de handels- en<\/p>\n<p>ontwikkelingscontacten met deze landen.<\/p>\n<p>\u2022 We scherpen de eisen voor inburgering aan, zowel in het buitenland als in Nederland.<\/p>\n<p>\u2022 Voorbereiding op het inburgeringexamen is een verantwoordelijkheid van<\/p>\n<p>betrokkenen zelf. Mensen met een asielstatus doen we een aanbod, voor anderen is<\/p>\n<p>een sociaal leenstelsel beschikbaar.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 32<\/p>\n<p>\u2022 Inburgeringinspanningen worden consequent en vanaf het begin gevolgd. Wie zich<\/p>\n<p>onvoldoende inzet verliest de verblijfsvergunning, met uitzondering van degenen met<\/p>\n<p>een verblijfsvergunning asiel. Maar ook voor de laatste groep geldt dat zij zich in<\/p>\n<p>moeten zetten om belemmeringen voor werk, zoals het niet beheersen van het<\/p>\n<p>Nederlands, weg te nemen. Alleen dan kunnen zij in aanmerking komen voor een<\/p>\n<p>bijstandsuitkering.<\/p>\n<p>\u2022 Gezichtsbedekkende kleding wordt verboden in het onderwijs, de zorg, het openbaar<\/p>\n<p>vervoer en in overheidsgebouwen. In de openbare ruimte kan de politie ten behoeve<\/p>\n<p>van identificatie gelasten de gezichtsbedekkende kleding af te leggen. Wie deze<\/p>\n<p>kleding draagt, voldoet niet aan de eisen voor een bijstandsuitkering.<\/p>\n<p>\u2022 Voor stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen, naturalisatie en het niet verliezen van<\/p>\n<p>het verblijfsrecht bij het aanvragen van een bijstandsuitkering geldt nu een periode<\/p>\n<p>van vijf jaar. Die wordt verlengd tot zeven jaar.<\/p>\n<p>\u2022 Het kabinet spant zich in EU-verband in om ook voor EU-onderdanen te laten gelden<\/p>\n<p>dat zij pas na zeven jaar bijstand kunnen krijgen, mede in het kader van een te<\/p>\n<p>ontwikkelen ingroeimodel voor de sociale zekerheid.<\/p>\n<p>\u2022 Immigranten met een gewelddadige partner komen in aanmerking voor een<\/p>\n<p>partneronafhankelijke verblijfsvergunning; de dader wordt vervolgd.<\/p>\n<p>\u2022 Wie de Nederlandse taal niet beheerst krijgt geen bijstandsuitkering. Dit uitgangspunt<\/p>\n<p>wordt consequent toegepast: voor vreemdelingen uit derde landen, EU-onderdanen en<\/p>\n<p>Nederlanders.<\/p>\n<p>\u2022 Het ingezet beleid gericht op het verblijf en de terugkeer van EU-arbeidsimmigranten<\/p>\n<p>wordt voortgezet.<\/p>\n<p>\u2022 Per 1 januari 2014 vervallen de beperkingen voor de toegang van Bulgaarse en<\/p>\n<p>Roemeense werknemers tot de arbeidsmarkt. Dat vergroot het belang om het project<\/p>\n<p>EU-arbeidsmigratie, het programma aanpak malafide uitzendbureaus en de Wet<\/p>\n<p>aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving met kracht uit te voeren.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland zet zich er internationaal en in bilaterale contacten voor in dat mensen de<\/p>\n<p>mogelijkheid krijgen vrijwillig afstand te doen van een nationaliteit zonder stateloos<\/p>\n<p>te worden.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 33<\/p>\n<p><strong>X. Woningmarkt<\/strong><\/p>\n<p>De woningmarkt zit op slot. Dat is slecht voor onze economie en buitengewoon<\/p>\n<p>belemmerend voor mensen die willen kopen, huren of verhuizen. Door annu\u00eftair aflossen<\/p>\n<p>als voorwaarde te stellen voor belastingaftrek bij nieuwe hypotheken en de<\/p>\n<p>overdrachtsbelasting structureel te verlagen zijn de eerste belangrijke stappen gezet om<\/p>\n<p>de woningmarkt weer in beweging te krijgen. Als sluitstuk scheppen wij een helder en<\/p>\n<p>houdbaar kader voor de koop- en de huurmarkt. Zo maken we een einde aan de heersende<\/p>\n<p>onzekerheid en brengen we een eerlijke en goedlopende woningmarkt binnen bereik.<\/p>\n<p>Vanwege het grote belang en de grote complexiteit van de hervormingen wordt op het<\/p>\n<p>departement van BZK een nieuwe minister voor Wonen en Rijksdienst belast met het<\/p>\n<p>woondossier.<\/p>\n<p>\u2022 De hypotheekrenteaftrek blijft bestaan om de aanschaf van een eigen woning te<\/p>\n<p>stimuleren en wordt als volgt aangepast. Voor bestaande en nieuwe hypothecaire<\/p>\n<p>leningen wordt vanaf 2014 het maximale aftrektarief (vierde schijf), in stappen van<\/p>\n<p>een half procent per jaar, teruggebracht naar het tarief van de derde schijf. De<\/p>\n<p>opbrengst sluizen we jaarlijks budgettair neutraal terug naar de groep die door de<\/p>\n<p>maatregel geraakt wordt. Voor de helft door verlaging van het hoogste tarief in de<\/p>\n<p>inkomstenbelasting en voor de helft door verlenging van de derde belastingschijf in<\/p>\n<p>de inkomstenbelasting. De problemen met restschulden worden gericht aangepakt. De<\/p>\n<p>rente betaald op restschulden kan tijdelijk (maximaal 5 jaar) en onder voorwaarden<\/p>\n<p>blijven worden afgetrokken. De gunstige leningsfaciliteit voor starters van de<\/p>\n<p>Stichting Volkshuisvesting Nederland zal worden uitgebreid.<\/p>\n<p>\u2022 De huurtoeslag blijft intact om woningen voor lagere inkomens betaalbaar te houden.<\/p>\n<p>Dat maakt een gedifferentieerde huurverhoging mogelijk. Voor huurders met een<\/p>\n<p>huishoudinkomen tot 33.000 is dat 1,5 procent plus inflatie. Bij mensen met een<\/p>\n<p>inkomen tussen de 33.000 en 43.000 gaat het om 2,5 procent bovenop de inflatie.<\/p>\n<p>Boven de 43.000 is de huurverhoging 6,5 procent plus inflatie. Verhuurders mogen<\/p>\n<p>hierbij werken met een huursombenadering. De systematiek met een<\/p>\n<p>huurliberalisatiegrens blijft intact. Het systeem voor woningwaardering wordt sterk<\/p>\n<p>vereenvoudigd met als grondslag 4,5 procent van de waarde op basis van de wet<\/p>\n<p>waardering onroerende zaken. Daarmee komt een einde aan het ingewikkelde<\/p>\n<p>puntensysteem. Voor huurders met een inkomen boven 43.000 wordt de maximale<\/p>\n<p>huurprijs op basis van het woning waarderingssysteem tijdelijk buiten werking<\/p>\n<p>gesteld. Na vertrek van de zittende bewoners geldt de maximale huurprijs weer. Zo<\/p>\n<p>pakken we scheefwonen aan en blijft de sociale woningvoorraad in stand.<\/p>\n<p>\u2022 Woningbouwcorporaties moeten weer dienstbaar worden aan het publiek belang in<\/p>\n<p>hun werkgebied. Hun taak brengen we terug tot het bouwen, verhuren en beheren van<\/p>\n<p>sociale huurwoningen en het daaraan ondergeschikte direct verbonden<\/p>\n<p>maatschappelijke vastgoed. Corporaties komen onder directe aansturing van<\/p>\n<p>gemeenten. Gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners krijgen extra<\/p>\n<p>bevoegdheden. De schaal van een woningbouwcorporatie moet in overeenstemming<\/p>\n<p>zijn met de schaal van de regionale woningmarkt en met de maatschappelijke<\/p>\n<p>kerntaak. De extra huuropbrengsten van corporaties die het gevolg zijn van de<\/p>\n<p>maatregelen in de huursector worden via een heffing afgeroomd. De beloning van<\/p>\n<p>bestuurders van woningbouwcorporaties wordt versneld aangepast op basis van de<\/p>\n<p>nieuwe wet normering topinkomens.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 34<\/p>\n<p><strong>XI. Arbeidsmarkt<\/strong><\/p>\n<p>De werking van de arbeidsmarkt zal voor alle werknemers verder moeten verbeteren.<\/p>\n<p>Kansen van vooral oudere werknemers op nieuw werk zijn te laag en flexwerkers<\/p>\n<p>verdienen betere bescherming. Een snelle doorstroming van baan naar baan, met een zo<\/p>\n<p>kort mogelijke terugval op een uitkering, is voor iedereen wenselijk. Door het<\/p>\n<p>ontslagrecht te hervormen en de Werkloosheidswet (WW) te moderniseren kan de route<\/p>\n<p>van werk naar werk sterk worden verkort. We streven naar overeenstemming met de<\/p>\n<p>sociale partners over een sociale agenda waarvan deze plannen deel uitmaken.<\/p>\n<p>\u2022 We handhaven de preventieve ontslagtoets in de vorm van een verplichte<\/p>\n<p>adviesaanvraag aan de Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV).<\/p>\n<p>Criteria voor rechtmatig ontslag worden nauwkeurig omschreven. De parallelle route<\/p>\n<p>via de kantonrechter vervalt. Het UWV gaat het overgrote deel van de aanvragen<\/p>\n<p>binnen vier weken afhandelen (nu zes weken).<\/p>\n<p>\u2022 Bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen blijft het UWV dezelfde<\/p>\n<p>toetsingscriteria hanteren als tot nu toe. Werkgevers zullen een transitiebudget moeten<\/p>\n<p>betalen, tenzij het ontslag ingegeven is door de slechte financi\u00eble situatie van de<\/p>\n<p>werkgever en de werkgever failliet zal gaan als hij aan die verplichting moet voldoen.<\/p>\n<p>\u2022 De preventieve UWV-toets vervalt als in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is<\/p>\n<p>voorzien in een qua inhoud en snelheid vergelijkbare procedure.<\/p>\n<p>\u2022 Een werkgever kan zich tot de rechter wenden als hij iemand wil ontslaan in strijd<\/p>\n<p>met het opzegverbod, of een tijdelijk contract wil ontbinden terwijl de<\/p>\n<p>arbeidsovereenkomst die mogelijkheid niet biedt.<\/p>\n<p>\u2022 Een ontslagen werknemer kan zich tot de rechter wenden. Die zal het UWV-advies<\/p>\n<p>zwaar laten wegen. De toetsingscriteria voor de rechter worden identiek aan de<\/p>\n<p>criteria die het UWV toepast voor een werkgever.<\/p>\n<p>\u2022 Indien de rechter een ontslag onterecht vindt of in hoofdzaak aan de werkgever te<\/p>\n<p>wijten, kan hij een vergoeding toekennen. Indien de werkgever is afgeweken van een<\/p>\n<p>negatief ontslagadvies van het UWV, kan de rechter het ontslag ook ongedaan maken.<\/p>\n<p>De ontslagvergoeding bedraagt maximaal een half maandsalaris per dienstjaar, met<\/p>\n<p>een grens van 75.000 euro. Er is geen mogelijkheid tot hoger beroep.<\/p>\n<p>\u2022 Werknemers hebben bij ontslag in de periode tussen twee banen recht op de volgende<\/p>\n<p>voorzieningen. Allereerst de bestaande wettelijke opzegtermijn van \u00e9\u00e9n tot vier<\/p>\n<p>maanden, afhankelijk van de duur van het dienstverband. Daarnaast is de werkgever<\/p>\n<p>bij onvrijwillig ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract van minstens<\/p>\n<p>een jaar een vergoeding voor scholing in de vorm van een transitiebudget<\/p>\n<p>verschuldigd. De omvang van dit budget bedraagt een kwart maandsalaris per<\/p>\n<p>dienstjaar met een maximum van vier maandsalarissen.<\/p>\n<p>\u2022 De duur van de WW-uitkering wordt maximaal 24 maanden: 12 maanden gerelateerd<\/p>\n<p>aan het laatstverdiende loon en 12 maanden gerelateerd aan het wettelijk<\/p>\n<p>minimumloon. In de eerste tien jaar bouwen werknemers per gewerkt jaar \u00e9\u00e9n maand<\/p>\n<p>WW-recht op, daarna een halve maand per gewerkt jaar. Bestaande rechten voor wat<\/p>\n<p>betreft de opgebouwde jaren worden binnen het maximum van de nieuwe systematiek<\/p>\n<p>gerespecteerd.<\/p>\n<p>29\/10\/2012 35<\/p>\n<p>\u2022 Voor 55-plussers die ontslagen worden gaat de inkomensvoorziening voor oudere<\/p>\n<p>werklozen (IOW) gelden, zonder partner- of vermogenstoets en met sollicitatieplicht.<\/p>\n<p>De IOAW vervalt.<\/p>\n<p>\u2022 Het financi\u00eble voordeel dat werkgevers hebben door deze hervorming van het<\/p>\n<p>ontslagrecht wordt verrekend door verhoging van de WW-premie.We bezien de<\/p>\n<p>mogelijkheid om de WW-premie per werkgever te differenti\u00ebren op basis van criteria<\/p>\n<p>van goed werkgeverschap.<\/p>\n<p>\u2022 Bij cao mag worden afgeweken van het afspiegelingsbeginsel, dat bepaalt dat<\/p>\n<p>ontslagen evenwichtig moeten worden gespreid over de verschillende<\/p>\n<p>leeftijdsgroepen.<\/p>\n<p>\u2022 Flexibele arbeid is belangrijk voor een goed functionerende arbeidsmarkt en<\/p>\n<p>economie. Het is nodig om bedrijven in staat te stellen pieken en dalen op te vangen.<\/p>\n<p>Flexibele arbeid mag echter niet verworden tot een goedkoop alternatief voor werk<\/p>\n<p>dat beter door vaste werknemers gedaan kan worden. We nemen initiatieven om<\/p>\n<p>flexibele en vaste arbeid beter met elkaar in balans te brengen.<\/p>\n<p>\u2022 Door openstelling van de laagste loonschalen kunnen flexwerkers aan de onderkant<\/p>\n<p>van de arbeidsmarkt, zoals schoonmakers en cateringmedewerkers, gewoon weer in<\/p>\n<p>dienst worden genomen. De rijksoverheid zal op dit punt het goede voorbeeld geven.<\/p>\n<p>\u2022 Samen met sociale partners kijken wij naar verbetering van de wettelijke bescherming<\/p>\n<p>voor verschillende vormen van flexibel werken. Daarbij betrekken wij onder andere<\/p>\n<p>ketenregelingen en concurrentiebedingen.<\/p>\n<p>Het wetsvoorstel Werken naar Vermogen wordt vervangen door een nieuwe<\/p>\n<p>Participatiewet, in te voeren op 1 januari 2014. Het kabinet ontwerpt een quotumregeling<\/p>\n<p>voor het in dienst nemen van arbeidsgehandicapten door grotere werkgevers. We zorgen<\/p>\n<p>ervoor dat niemand tussen wal en schip valt. Naarmate het aantal plaatsen in de sociale<\/p>\n<p>werkvoorziening afneemt, neemt het aantal reguliere plaatsen voor arbeidsgehandicapten<\/p>\n<p>toe. De quotumregeling wordt vanaf 1 januari 2015 (het jaar waarin de nieuwe wet ook<\/p>\n<p>voor bestaande gevallen in de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) gaat gelden) in zes<\/p>\n<p>jaar stapsgewijs ingevoerd. Zo voorkomen we dat verdringing optreedt en krijgen de<\/p>\n<p>werkgevers tijd om aanpassingen door te voeren. Ten opzichte van het wetsvoorstel<\/p>\n<p>Werken naar Vermogen bevat de Participatiewet de volgende wijzigingen.<\/p>\n<p>\u2022 Wij schrappen de herbeoordeling voor jongeren die al een<\/p>\n<p>arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wajong) hebben en de verlaging van de uitkering<\/p>\n<p>voor deze groep.<\/p>\n<p>\u2022 Wij bouwen in zes jaar een quotum van vijf procent op voor bedrijven voor het<\/p>\n<p>aannemen van arbeidsgehandicapten. Wanneer een bedrijf niet aan het quotum<\/p>\n<p>voldoet volgt een boete van 5.000 per werkplaats voor een arbeidsgehandicapte. Er<\/p>\n<p>komt een uitzondering op de quotumregeling voor bedrijven met minder dan 25<\/p>\n<p>werknemers.<\/p>\n<p>\u2022 Wij spreiden van de efficiencykorting op de sociale werkvoorziening over zes jaar.<\/p>\n<p>\u2022 De instroom in de sociale werkvoorziening in zijn huidige vorm stopt met ingang van<\/p>\n<p>1 januari 2014. Gemeenten krijgen binnen de wettelijke kaders ruimte om zelf<\/p>\n<p>beschut werk als een voorziening te organiseren. Er is geld om via deze voorziening<\/p>\n<p>structureel uiteindelijk dertigduizend werkplekken te realiseren afgestemd op honderd<\/p>\n<p>29\/10\/2012 36<\/p>\n<p>procent van het wettelijk minimumloon. De verplichting voor gemeenten om \u00e9\u00e9n op<\/p>\n<p>de drie vrijgevallen plaatsen in de sociale werkvoorziening op te vullen vervalt.<\/p>\n<p>\u2022 Voor zover werknemers voor een loon onder het wettelijk minimumloon werken, is<\/p>\n<p>dat altijd tijdelijk en groeit het totaal van loon en aanvullende uitkering toe naar het<\/p>\n<p>wettelijk minimumloon. Op basis van de evaluatie van de lopende experimenten met<\/p>\n<p>loondispensatie wordt een beslissing genomen over de maatvoering en invulling<\/p>\n<p>hiervan.<\/p>\n<p>\u2022 Op de bij gemeenten en UWV beschikbare re-integratiemiddelen wordt een<\/p>\n<p>doelmatigheidskorting doorgevoerd, mede in het licht van grote decentralisaties zoals<\/p>\n<p>bij de Participatiewet.<\/p>\n<p>In het licht van ons streven naar een gezamenlijke sociale agenda hecht het kabinet aan<\/p>\n<p>constructieve samenwerking met de sociale partners. We willen met hen in gesprek over<\/p>\n<p>de invulling en uitwerking van de maatregelen in dit regeerakkoord, in het bijzonder voor<\/p>\n<p>de maatregelen inzake ontslag en WW, binnen de financi\u00eble kaders. Doel is het<\/p>\n<p>verbeteren van het functioneren van de arbeidsmarkt, waarbij iedereen &#8211; flexwerker of<\/p>\n<p>vaste werknemer \u2013 in staat wordt gesteld zo snel mogelijk nieuw werk te vinden.<\/p>\n<p>Bijna 800.000 kinderen maken gebruik van kinderopvang. Het gaat om kinderen in een<\/p>\n<p>kwetsbare leeftijd. Daarom moeten de opvangvoorzieningen een gezonde en veilige<\/p>\n<p>omgeving bieden, die bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen. Kinderopvang biedt<\/p>\n<p>ouders de mogelijkheid om deel te nemen aan het arbeidsproces. Al met al voldoende<\/p>\n<p>redenen om betaalbaarheid en kwaliteit van kinderopvang te blijven borgen.<\/p>\n<p>Onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen en voor- en vroegschoolse educatie moeten<\/p>\n<p>op elkaar afgestemd zijn. In de voorschoolse periode is dat van belang om<\/p>\n<p>ontwikkelingsachterstanden te voorkomen, te signaleren en tijdig aan te pakken. Het leren<\/p>\n<p>van de Nederlandse taal door jonge kinderen verdient daarbij bijzondere aandacht. Dit<\/p>\n<p>stelt ook eisen aan de vaardigheden van de beroepskrachten in de sector. Bij<\/p>\n<p>buitenschoolse opvang is afstemming noodzakelijk om waar mogelijk een sluitend<\/p>\n<p>dagarrangement te realiseren, bijvoorbeeld in het kader van de brede school of integrale<\/p>\n<p>kindcentra. Ouders kiezen de voorziening die het beste bij hun kind past. Klachten<\/p>\n<p>moeten makkelijk kunnen worden ingediend, verdienen serieuze en snelle behandeling en<\/p>\n<p>worden betrokken bij het toezicht. Het risicogestuurde toezicht verbetert verder: streng<\/p>\n<p>waar nodig, zelf verantwoordelijk waar dat kan.<\/p>\n<p>\u2022 Om de onderlinge afstemming van onderwijs, peuterspeelzaalwerk en kinderopvang<\/p>\n<p>te optimaliseren wordt de financiering van het peuterspeelzaalwerk onder de Wet<\/p>\n<p>Kinderopvang gebracht. Daarbij zal bestaande gemeentelijke financiering worden<\/p>\n<p>betrokken. Belemmeringen voor samenwerking zullen op basis van de ervaringen in<\/p>\n<p>de nu lopende pilots worden weggenomen. De bestaande minimumeisen aan voor- en<\/p>\n<p>vroegschoolse educatie worden onderdeel van de afspraken. Financieringsstromen<\/p>\n<p>stemmen we op elkaar af.<\/p>\n<p>\u2022 Door extra investeringen in voor- en vroegschoolse educatie verbeteren we de<\/p>\n<p>kwaliteit en de taalvaardigheid van het personeel.<\/p>\n<p>\u2022 De veiligheid van kinderen in de kinderopvang heeft de hoogste prioriteit. Screening<\/p>\n<p>van het personeel zal voortdurend plaatsvinden.<\/p>\n<p>29\/10\/2012 37<\/p>\n<p>\u2022 De positie van ouders wordt versterkt. De verschillende klachten- en<\/p>\n<p>geschillenregelingen worden gestroomlijnd, zodat ouders bij elke voorziening een<\/p>\n<p>beroep kunnen doen op een klachtenfunctionaris\/vertrouwenspersoon en een<\/p>\n<p>laagdrempelige geschillenregeling.<\/p>\n<p>\u2022 Het aanbod van voorzieningen dient aan te sluiten bij de wensen van ouders. Met de<\/p>\n<p>sector worden afspraken gemaakt over een grotere flexibiliteit in het aanbieden van<\/p>\n<p>contracten. Doel is een verbeterde aansluiting tussen gebruikte en betaalde uren.<\/p>\n<p>Indien nodig wordt dit wettelijk vastgelegd.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 38<\/p>\n<p><strong>XII. Ruimte en mobiliteit<\/strong><\/p>\n<p>Infrastructuur en bereikbaarheid zijn van doorslaggevend belang voor onze economie.<\/p>\n<p>Ook in de afgelopen jaren is de mobiliteit gegroeid, ondanks de economische crisis. Op<\/p>\n<p>twee manieren werken we aan het verbeteren van bereikbaarheid en doorstroming. Door<\/p>\n<p>te investeren, vooral in het aanpakken van fileknelpunten en de aanleg van ontbrekende<\/p>\n<p>schakels in hoofdverbindingen. En door de bestaande infrastructuur &#8211; weg, spoor en water<\/p>\n<p>&#8211; beter te benutten. Openbaar vervoer moet betrouwbaar, toegankelijk en efficient zijn.<\/p>\n<p>Spoor en andere vormen van openbaar vervoer moeten beter op elkaar aansluiten. De<\/p>\n<p>veiligheid op het spoor moet verder verbeteren. Het kabinet bevordert de ontwikkeling<\/p>\n<p>van de mainports Schiphol en Rotterdam vanwege hun grote belang voor de Nederlandse<\/p>\n<p>economie. Zij krijgen ruimte om te groeien, met blijvende aandacht voor een goed woonen<\/p>\n<p>leefklimaat.<\/p>\n<p>\u2022 De resterende investeringsruimte in Infrastructuurfonds en Deltafonds tot 2028 kan in<\/p>\n<p>de komende kabinetsperiode voor 80 procent worden bestemd voor nieuwe projecten.<\/p>\n<p>\u2022 Projecten met een gunstige maatschappelijke baten\/kostenverhouding voeren we<\/p>\n<p>volgens plan uit. Dit geldt onder meer voor de aanleg van de Blankenburgtunnel.<\/p>\n<p>Knelpunten in het aansluitende wegennet worden gelijktijdig aangepakt. De<\/p>\n<p>besluitvorming over de verbreding van de Ring Utrecht (2 x 7 rijstroken) wordt<\/p>\n<p>afgerond.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt geen kilometerheffing. In plaats daarvan zetten we het programma Beter<\/p>\n<p>Benutten door dat een bijdrage levert aan het verminderen van files.<\/p>\n<p>\u2022 Om de beschikbare middelen optimaal te gebruiken en ondernemerschap en innovatie<\/p>\n<p>te bevorderen zetten we in op publiek-private samenwerking bij de aanleg van<\/p>\n<p>infrastructuur.<\/p>\n<p>\u2022 Het Eurovignet wordt verder toegespitst op schonere vrachtwagens. Eventuele<\/p>\n<p>geraamde meeropbrengsten komen ter beschikking voor investeringen in weginfrastructuur.<\/p>\n<p>\u2022 De vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers wordt vanuit milieuoverwegingen<\/p>\n<p>afgeschaft.<\/p>\n<p>\u2022 Vanaf 2016 wordt met gebruikmaking van bestaande budgetten het Europees<\/p>\n<p>spoorbeveiligingssysteem (ERTMS) gefaseerd ingevoerd. Om het aantal<\/p>\n<p>overwegincidenten te verminderen komt er een verbeterprogramma.<\/p>\n<p>\u2022 In het kader van de op te stellen lange termijn agenda spoor analyseren we organisatie<\/p>\n<p>en ordening op het spoor. Op basis van de uitkomsten volgen eventueel aanpassingen.<\/p>\n<p>\u2022 De onderhandse gunning aan de NS van het vervoer op het hoofdrailnet voor de<\/p>\n<p>periode 2015-2024 wordt afgerond.<\/p>\n<p>\u2022 Belemmeringen voor grensoverschrijdend treinverkeer worden waar mogelijk<\/p>\n<p>weggenomen.<\/p>\n<p>\u2022 We verkennen de mogelijkheden voor verdere decentralisatie, maar houden het<\/p>\n<p>hoofdrailnet in stand.<\/p>\n<p>\u2022 Regionale luchthavens mogen zich verder ontwikkelen, ook om de groei van Schiphol<\/p>\n<p>te ondersteunen.<\/p>\n<p>\u2022 We inventariseren belemmeringen voor duurzame binnenvaart die kan bijdragen aan<\/p>\n<p>de ontwikkeling van de kernfuncties van de haven Rotterdam en nemen die waar<\/p>\n<p>mogelijk weg.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 39<\/p>\n<p>\u2022 Belemmeringen voor het goederenvervoer worden weggenomen door het bevorderen<\/p>\n<p>van snelle en goede douaneafhandeling.<\/p>\n<p>Het kabinet kiest bij de ruimtelijke inrichting voor economische groei die geen afbreuk<\/p>\n<p>doet aan ecologie en omgevingskwaliteit.<\/p>\n<p>\u2022 Nederland wil internationaal concurrerend blijven en investeringen moeten maximaal<\/p>\n<p>renderen. Daarom krijgen de economische gebieden rond de mainports, brainports en<\/p>\n<p>greenports prioriteit.<\/p>\n<p>\u2022 De besluitvorming over ruimtelijke projecten moet eenvoudiger en sneller, daarom<\/p>\n<p>stroomlijnen we de ruimtelijke wet- en regelgeving verder. In 2013 komen we met een<\/p>\n<p>wetsvoorstel omgevingswet ter vervanging van onder meer de wet op de ruimtelijke<\/p>\n<p>ordening en de waterwet.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt een databank voor ruimtelijke gegevens, waardoor informatie makkelijker<\/p>\n<p>kan worden ontsloten.<\/p>\n<p>\u2022 De krimpproblematiek krijgt aandacht vanuit verschillende ministeries. In het<\/p>\n<p>onderwijs moeten alle vormen van samenwerking mogelijk zijn wanneer krimp<\/p>\n<p>daartoe noopt. Woningen zullen moeten worden aangepast met het oog op de<\/p>\n<p>bevolkingssamenstelling en soms is sloop aan de orde. Voorzieningen zullen waar<\/p>\n<p>mogelijk moeten worden gebundeld. Het voortouw ligt hiervoor bij de lokale<\/p>\n<p>overheid. Regio\u2019s die hiermee te maken hebben, moeten ruimte krijgen door middel<\/p>\n<p>van maatwerk in regelgeving.<\/p>\n<p>Bij het natuurbeleid is de rijksoverheid verantwoordelijk voor de kaders en ambities. De<\/p>\n<p>provincies zijn verantwoordelijk voor het invullen en uitvoeren van het beleid, zoals in<\/p>\n<p>het Natuurakkoord is afgesproken.<\/p>\n<p>\u2022 De ecologische hoofdstructuur wordt uitgevoerd, inclusief de verbindingszones, maar<\/p>\n<p>we nemen er meer tijd voor. Daarom maken we afspraken met provincies en<\/p>\n<p>natuurbeheerorganisaties over prioriteiten, tijdpad en de inzet van middelen. Bij een<\/p>\n<p>evaluatie in 2016 betrekken we de effecten van planologische claims.<\/p>\n<p>\u2022 Het beheren en beschermen van bestaande natuurgebieden krijgt voorrang. Hiervoor<\/p>\n<p>is de 200 miljoen die in het begrotingsakkoord 2013 voor natuur is bestemd<\/p>\n<p>geoormerkt via het Provinciefonds beschikbaar.<\/p>\n<p>\u2022 De Natuurbeschermingswet die in behandeling is wordt aangepast. Waar mogelijk<\/p>\n<p>worden de verschillende beschermingsniveaus geharmoniseerd en waar relevant in<\/p>\n<p>overeenstemming gebracht met de Vogel- en Habitatrichtlijn en andere relevantie<\/p>\n<p>regelgeving. Zo zal de wet bijdragen aan de biodiversiteit in Nederland.<\/p>\n<p>\u2022 Om een grotere private betrokkenheid mogelijk te maken bezien we de positionering<\/p>\n<p>van Staatsbosbeheer. Voor alle natuurbeheerorganisaties geldt dat zij zo veel mogelijk<\/p>\n<p>eigen middelen moeten genereren.<\/p>\n<p>\u2022 Binnen het natuurbeleid streven we naar synergie met andere maatschappelijke<\/p>\n<p>belangen zoals waterveiligheid, recreatie, ondernemerschap, gezondheid, energie en<\/p>\n<p>klimaat.<\/p>\n<p>\u2022 Alle alternatieven voor natuurcompensatie rond de verdieping van de Westerschelde<\/p>\n<p>zijn zorgvuldig gewogen op kosten en effecten. Op grond daarvan besluiten we de<\/p>\n<p>volledige ontpoldering van de Hedwigepolder zo spoedig mogelijk ter hand te nemen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 40<\/p>\n<p>Nederland leeft met water. Zorg voor waterbeheer en waterkwaliteit zal daarom altijd een<\/p>\n<p>essenti\u00eble overheidstaak blijven. Nederland heeft unieke kennis en kunde op het gebied<\/p>\n<p>van waterbeheer en waterkwaliteit en verdient daar veel geld mee. Deze kennis kunnen<\/p>\n<p>we ook gebruiken voor verduurzaming van de waterketen, waardoor de leefomgeving<\/p>\n<p>verbetert.<\/p>\n<p>\u2022 Het Rijk beperkt zich tot de normstelling en het toezicht op de primaire<\/p>\n<p>waterkeringen, de provincie tot de secundaire keringen en zijn rol als<\/p>\n<p>gebiedsregisseur.<\/p>\n<p>\u2022 Water- en natuuropgaven raken steeds meer met elkaar vervlochten. Rijkswaterstaat,<\/p>\n<p>de dienst landelijk gebied en de waterschappen krijgen de opdracht om met<\/p>\n<p>voorstellen te komen die de efficiency bij beheer en onderhoud verhogen.<\/p>\n<p>\u2022 Het in stand houden van de bestaande infrastructuur voor waterveiligheid krijgt bij<\/p>\n<p>het waterbeleid prioriteit. In een programma waterveiligheid zullen de verschillende<\/p>\n<p>opgaven optimaal en innovatief worden gecombineerd.<\/p>\n<p>\u2022 Uitgaven voor waterveiligheid en de zoetwatervoorziening worden gefinancierd uit<\/p>\n<p>het Deltafonds. Dit fonds wordt met ingang van 2014 afgesplitst van het<\/p>\n<p>Infrastructuurfonds.<\/p>\n<p>\u2022 De uitvoering van de programma\u2019s Ruimte voor de Rivier en Maaswerken wordt<\/p>\n<p>voortgezet.<\/p>\n<p>\u2022 Het kabinet zet zich in voor de export van producten, kennis en kunde van de<\/p>\n<p>watersector.<\/p>\n<p>Dierenwelzijn is belangrijk en leeft breed onder de bevolking. De afgelopen jaren is veel<\/p>\n<p>verbeterd en die lijn trekken we door.<\/p>\n<p>\u2022 De komende jaren wordt dierenwelzijn verder verankerd in de intensieve veehouderij.<\/p>\n<p>Uitgangspunt is het advies van de commissie Van Doorn.<\/p>\n<p>\u2022 We ondersteunen samenwerking van organisaties binnen de voedselketen op het<\/p>\n<p>terrein van dierenbescherming, consumentenbelangen, landbouw en<\/p>\n<p>levensmiddelenhandel.<\/p>\n<p>\u2022 We toetsen planologische regels voor de bouw van zeer grote stallen en regels voor<\/p>\n<p>het gebruik van antibiotica voor dieren op volksgezondheidsaspecten en scherpen ze<\/p>\n<p>zo nodig aan.<\/p>\n<p>\u2022 De reguliere politie pakt verwaarlozing en mishandeling van dieren hard aan. Zware<\/p>\n<p>straffen en verboden om dieren te houden ondersteunen dit beleid.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt een verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 41<\/p>\n<p>XIII. Bestuur<\/p>\n<p>Een krachtige en dienstverlenende overheid vraagt een duidelijke afbakening van taken<\/p>\n<p>en verantwoordelijkheden tussen en binnen bestuurslagen. Het overbrengen van een groot<\/p>\n<p>aantal taken van het Rijk naar gemeenten maakt meer maatwerk mogelijk en vergroot de<\/p>\n<p>betrokkenheid van burgers. Gemeenten kunnen de uitvoering van de taken beter op elkaar<\/p>\n<p>afstemmen en zo meer doen voor minder geld. Hiertoe biedt het Rijk hen ruime<\/p>\n<p>beleidsvrijheid.<\/p>\n<p>Een grote decentralisatie van taken en bevoegdheden vergt medeoverheden die op een<\/p>\n<p>passende schaal zijn georganiseerd. Voor de lange termijn hebben wij het perspectief van<\/p>\n<p>vijf landsdelen met een gesloten huishouding en gemeenten van tenminste<\/p>\n<p>honderdduizend inwoners voor ogen. De inwonersnorm kan worden aangepast aan de<\/p>\n<p>bevolkingsdichtheid in verschillende delen van het land. De waterschappen worden<\/p>\n<p>samengevoegd met de landsdelen. Samen met de medeoverheden willen we dit lange<\/p>\n<p>termijn perspectief realiseren. Ontwikkelingen in de gewenste richting worden<\/p>\n<p>aangemoedigd.<\/p>\n<p>De landelijke overheid zal zijn doen en laten in de contacten met medeoverheden richten<\/p>\n<p>op het gewenste eindbeeld. Dit heeft gevolgen voor het overleg en de vormgeving van<\/p>\n<p>decentralisaties en financieringsarrangementen. Decentralisaties zullen in principe gericht<\/p>\n<p>worden op 100.000+ gemeenten. Gemeenten benutten mogelijkheden om bewoners van<\/p>\n<p>wijken, buurten en dorpen te betrekken bij zaken die hen raken.<\/p>\n<p>\u2022 De provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland worden samengevoegd, waarbij<\/p>\n<p>over de positie van de Noordoostpolder later een beslissing valt.<\/p>\n<p>\u2022 Met de overige provincies bespreken we initiatieven gericht op vergroting van de<\/p>\n<p>provinciale schaal.<\/p>\n<p>\u2022 Wij kiezen voor een materieel gesloten provinciale huishouding, beperkt tot taken op<\/p>\n<p>het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, natuur en regionaal<\/p>\n<p>economisch beleid.<\/p>\n<p>\u2022 Waterschapsverkiezingen gaan plaatsvinden op de dag van de verkiezingen voor<\/p>\n<p>provinciale staten. We bevorderen opschaling tot tien \u00e0 twaalf waterschappen.<\/p>\n<p>Waterschappen verdwijnen uit de Grondwet.<\/p>\n<p>\u2022 Een wetsvoorstel tot afschaffing van de WGR+ samenwerkingsverbanden zal worden<\/p>\n<p>ingediend.<\/p>\n<p>\u2022 We nodigen provincies uit om met gemeenten initiatieven gericht op vergroting van<\/p>\n<p>de gemeentelijke schaal te bespreken.<\/p>\n<p>\u2022 Het wetsvoorstel tot vermindering van politieke ambtsdragers met 25 procent zal<\/p>\n<p>worden aangepast. Het aantal gemeenteraadsleden daalt tot het aantal dat bestond<\/p>\n<p>voor de dualisering van het gemeentebestuur. We verwelkomen het initiatief op dit<\/p>\n<p>punt vanuit de Tweede Kamer. Dat geldt ook voor het initiatief tot<\/p>\n<p>deconstitutionalisering van de aanstelling van de burgemeester en de commissaris van<\/p>\n<p>de Koningin. De voorgestelde daling van het aantal provinciale politieke<\/p>\n<p>ambtsdragers zal wel 25 procent blijven.<\/p>\n<p>\u2022 Het BTW-compensatiefonds zal worden afgeschaft. Uit de evaluatie van het fonds is<\/p>\n<p>gebleken dat het niet tot het achterliggende doel -doelmatigheidswinst door<\/p>\n<p>uitbesteding- heeft geleid.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 42<\/p>\n<p>\u2022 Decentrale overheden gaan in 2013 verplicht schatkistbankieren. Niet alleen daalt<\/p>\n<p>hierdoor de schuld van Nederland, maar met schatkistbankieren worden de risico\u2019s<\/p>\n<p>van beleggen voor decentrale overheden tot nul gereduceerd.<\/p>\n<p>\u2022 Stemmen vanuit het buitenland wordt makkelijker gemaakt.<\/p>\n<p>\u2022 Ook lokale partijen gaan onder de wet financiering politieke partijen vallen.<\/p>\n<p>\u2022 Het toezicht op de landen van het Koninkrijk op grond van de rijkswet financieel<\/p>\n<p>toezicht blijft gehandhaafd. Fundamentele menselijke rechten en vrijheden,<\/p>\n<p>rechtszekerheid en deugdelijkheid bestuur en beheer blijven het uitgangspunt voor de<\/p>\n<p>Koninkrijksrelaties. De specifieke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als<\/p>\n<p>onderdeel van het land Nederland wordt gerespecteerd.<\/p>\n<p>De rijksoverheid gaat goedkoper, flexibeler en effici\u00ebnter werken, met minder<\/p>\n<p>bestuurlijke en ambtelijke drukte en regeldruk. Dat moet bijdragen aan verbetering van de<\/p>\n<p>dienstverlening aan burgers en bedrijven. Beleid en uitvoering worden vereenvoudigd,<\/p>\n<p>toezichtstaken en adviesfuncties samengevoegd, taken be\u00ebindigd of gedecentraliseerd<\/p>\n<p>naar andere overheden en de deregulering met kracht voortgezet. Dit leidt tot lagere<\/p>\n<p>nalevingskosten. Vanwege het grote belang en de complexiteit van deze opgave wordt de<\/p>\n<p>verantwoordelijkheid hiervoor ondergebracht bij een nieuwe minister voor Wonen en<\/p>\n<p>Rijksdienst met doorzettingsmacht, op het ministerie van BZK.<\/p>\n<p>\u2022 Aanvullend op de eerdere besparingen wordt binnen de rijksdienst in 2017 nog eens<\/p>\n<p>900 miljoen (1,1 miljard structureel) omgebogen. De bezuiniging richt zich op<\/p>\n<p>vastgoed en huisvesting, basisregistratie en keteninformatie en de bedrijfsvoering bij<\/p>\n<p>zelfstandige bestuursorganen (ZBO\u2019s) en daarmee vergelijkbare organisaties. Het<\/p>\n<p>project compacte rijksdienst wordt afgerond. Alle ministeries en ZBO\u2019s nemen deel<\/p>\n<p>aan rijksbrede shared services onder meer op het gebied van bedrijfsvoering.<\/p>\n<p>\u2022 Het strategisch personeelsbeleid richt zich op voortdurende kwaliteitsverbetering, het<\/p>\n<p>flexibiliseren van de organisatie en het verminderen van het aantal co\u00f6rdinatielagen.<\/p>\n<p>\u2022 Het kabinet streeft naar meer vrouwen in hogere (management)functies bij de<\/p>\n<p>rijksoverheid, zowel bij nieuwe instroom in de algemene bestuursdienst als in overige<\/p>\n<p>functies. In 2017 bestaat tenminste 30 procent van de algemene bestuursdienst (ABD)<\/p>\n<p>uit vrouwen.<\/p>\n<p>\u2022 Wij willen onderzoeken of het werkt om bij de arbeidsvoorwaarden uit te gaan van de<\/p>\n<p>loonsombenadering. Op die manier wordt het mogelijk ruimte voor secundaire<\/p>\n<p>arbeidsvoorwaarden \u2013 het pensioen uitgezonderd \u2013 te gebruiken voor meer loon.<\/p>\n<p>\u2022 Het ontslagrecht van ambtenaren wordt in overeenstemming gebracht met het<\/p>\n<p>ontslagrecht van werknemers buiten de overheid. Ook secundaire arbeidsvoorwaarden<\/p>\n<p>van ambtenaren worden \u2013 na raadpleging van de sociale partners \u2013 gelijkgetrokken<\/p>\n<p>met die in de private sector.<\/p>\n<p>\u2022 Met de organisaties van werknemers bespreken we het openstellen van de laagste<\/p>\n<p>ambtelijke loonschalen, zodat medewerkers in facilitaire functies eventueel in dienst<\/p>\n<p>genomen kunnen worden.<\/p>\n<p>\u2022 In afwijking van het advies van de commissie Dijkstal wordt het salaris van<\/p>\n<p>bewindspersonen definitief niet verhoogd. In lijn hiermee passen we het wetsvoorstel<\/p>\n<p>normering topinkomens aan, dat betrekking heeft op de salarissen in de (semi-)<\/p>\n<p>publieke sector. De norm wordt 100 in plaats van 130 procent van een ministersalaris.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 43<\/p>\n<p>Die geldt niet alleen voor topfunctionarissen, maar voor alle medewerkers. Het is<\/p>\n<p>mogelijk een uitzondering te maken als dat noodzakelijk is.<\/p>\n<p>\u2022 De procesketens binnen de Rijksdienst houden we tegen het licht om<\/p>\n<p>doelmatigheidswinst en kostenbesparing te kunnen realiseren. Na de al gestarte<\/p>\n<p>doorlichting van de vreemdelingenketen volgt de veiligheidsketen.<\/p>\n<p>\u2022 Niet alleen de bedrijfsvoering van ZBO\u2019s wordt tegen het licht gehouden, ook kijken<\/p>\n<p>we of de ZBO-vorm de meest ge\u00ebigende is. Daarbij gelden de volgende<\/p>\n<p>uitgangspunten:<\/p>\n<p>&#8211; uitbesteding of uitvoeren binnen het publieke domein?<\/p>\n<p>&#8211; in het publieke domein \u201cagentschap, tenzij\u201d<\/p>\n<p>&#8211; als het een ZBO moet zijn, dan kan zich dat beperken tot het bestuur.<\/p>\n<p>\u2022 De product- en bedrijfschappen worden opgeheven. Publieke taken die nu binnen de<\/p>\n<p>publiekrechtelijke organisatie (PBO) worden uitgevoerd, zullen worden<\/p>\n<p>ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken. Ondernemers kunnen er<\/p>\n<p>voor kiezen de andere taken als voorlichting, promotie en belangenbehartiging voor<\/p>\n<p>eigen rekening uit te voeren, bijvoorbeeld in een brancheorganisatie.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 44<\/p>\n<p>BIJLAGE A<\/p>\n<p>Financieel beeld<\/p>\n<p>Samenvatting financieel beeld.<\/p>\n<p>Totaaloverzicht (in \u20ac mln. -\/- is<\/p>\n<p>saldoverbeterend)<\/p>\n<p>2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Uitgaven (incl. indicatief GF\/PF-effect) 527 -12 -3.293 -5.874 -8.998 -10.522<\/p>\n<p>wv ombuigingen -77 -1.708 -6.240 -9.285 -12.896 -17.674<\/p>\n<p>wv intensiveringen 604 1.696 2.947 3.411 3.898 7.152<\/p>\n<p>Lasten -284 -2.295 -5.106 -4.628 -4.431 -6.492<\/p>\n<p>Subtotaal 243 -2.307 -8.399 -10.502 -13.429 -17.014<\/p>\n<p>Inkomsten niet lastenrelevant -705 -1.157 -1.156 -2.096 -2.586 -694<\/p>\n<p>Totaal -462 -3.464 -9.555 -12.598 -16.015 -17.708<\/p>\n<p>Maatregelen (in \u20ac mln. -\/- is<\/p>\n<p>saldoverbeterend)<\/p>\n<p>2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>A Openbaar bestuur 58 -187 -827 -1.591 -2.571 -3.581<\/p>\n<p>B Veiligheid 0 0 0 0 0 0<\/p>\n<p>C Energie -155 212 212 212 212 212<\/p>\n<p>D Onderwijs 313 181 326 196 196 196<\/p>\n<p>E Zorg 145 -370 -3.441 -4.307 -5.384 -5.734<\/p>\n<p>F Sociale Zekerheid -401 -1.054 -1.614 -2.429 -3.241 -4.877<\/p>\n<p>G Overdrachten bedrijven 0 -286 -437 -446 -484 -484<\/p>\n<p>H Internationale samenwerking 0 -520 -540 -540 -1.040 -1.040<\/p>\n<p>I Overige uitgaven 0 -69 -226 -319 -402 -467<\/p>\n<p>J Overige belastingen en premies -422 -1.371 -3.008 -3.374 -3.301 -1.933<\/p>\n<p>totaal -462 -3.464 -9.555 -12.598 -16.015 -17.708<\/p>\n<p>Voor de budgettaire verwerking van dit akkoord zijn alle bedragen in de tabellen uit de<\/p>\n<p>financi\u00eble bijlage leidend. Ombuigingen uit dit regeerakkoord zullen direct op de<\/p>\n<p>departementale (meerjaren)begrotingen worden verwerkt. Intensiveringen uit dit akkoord<\/p>\n<p>worden op de aanvullende post van het Ministerie van Financi\u00ebn geboekt, in afwachting<\/p>\n<p>van de concrete en doelmatige beleidsvoorstellen ter uitwerking van de in dit akkoord<\/p>\n<p>aangekondigde beleidsvoornemens. Deze worden vervolgens tranchegewijs uitgekeerd.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 45<\/p>\n<p>Toelichting<\/p>\n<p>A Openbaar bestuur 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal 58 -187 -827 -1.591 -2.571 -3.581<\/p>\n<p>1 Rijksoverheid (incl. ZBO\u2019s) -400 -900 -1.100<\/p>\n<p>2 Decentrale overheden (trap-op-trap-af) 58 13 -48 -237 -352 -307<\/p>\n<p>3 Verlaging topinkomens publieke sector -10 -10 -10<\/p>\n<p>4 Incidentele loonontwikkeling op nul<\/p>\n<p>voor de (semi-) collectieve sector<\/p>\n<p>-100 -400 -400<\/p>\n<p>5 Terugdraaien vermindering politieke<\/p>\n<p>ambtsdragers<\/p>\n<p>110 110 110 110<\/p>\n<p>6 Initiatiefwet Heijnen (PvdA) -18 -18 -18 -18<\/p>\n<p>7 Motie Van Haersma Buma afromen<\/p>\n<p>gemeentefonds onderwijshuisvesting<\/p>\n<p>-256 -256 -256 -256<\/p>\n<p>8 Lagere apparaatskosten gemeenten -60 -120 -180 -975<\/p>\n<p>9 Minder provincies -5 -10 -15 -75<\/p>\n<p>10 BTW-compensatiefonds -200 -550 -550 -550 -550<\/p>\n<p>1. Rijksoverheid (incl. ZBO\u2019s)<\/p>\n<p>\u2022 Vanaf 2016 zal een nieuwe taakstelling op de Rijksdienst gelden, die oploopt tot 1,1<\/p>\n<p>mld. Deze taakstelling wordt over de departementen (inclusief ZBO\u2019s c.a.; exclusief<\/p>\n<p>krijgsmacht en politie) versleuteld en in de begroting ingeboekt op basis van de<\/p>\n<p>apparaatsuitgaven. De departementen zijn zelf verantwoordelijk voor de realisatie van<\/p>\n<p>hun taakstelling en moeten daartoe met specifieke maatregelen komen. Een deel van<\/p>\n<p>de departementale taakstelling kan gerealiseerd worden met behulp van:<\/p>\n<p>\u2022 Ge\u00efntensiveerde inzet op programma\u2019s Compacte Rijksdienst;<\/p>\n<p>\u2022 Effici\u00ebnter beheer, onderhoud en gebruik van Rijksvastgoed;<\/p>\n<p>\u2022 Versnelde effectieve inzet van basisregistraties;<\/p>\n<p>\u2022 Het wettelijk normeren van de bedrijfsvoeringsuitgaven van ZBO\u2019s c.a.;<\/p>\n<p>gebaseerd op het niveau van kerndepartementen en agentschappen;<\/p>\n<p>\u2022 Het versterken van de governance en sourcing binnen de bedrijfsvoering.<\/p>\n<p>\u2022 Voor de verdeling over de departementale begrotingen zijn de volgende percentages<\/p>\n<p>gehanteerd:<\/p>\n<p>2016 2017 2018 e.v.<\/p>\n<p>HCvS, AZ, Fin, SZW, VWS 1,6% 3,6% 4,4%<\/p>\n<p>VenJ, Defensie, EZ, IenM, 3,2% 7,3% 8,9%<\/p>\n<p>BuiZa, BZK, OCW 4,8% 10,9% 13,3%<\/p>\n<p>\u2022 De taakstelling van agentschappen is verdeeld over de begrotingen van de<\/p>\n<p>opdrachtgevende departementen. De agentschappen vallen hierbij onder het<\/p>\n<p>taakstellingspercentage van het moederdepartement.<\/p>\n<p>\u2022 De AIVD en het postennetwerk zijn deel van de grondslag van de taakstelling.<\/p>\n<p>Additioneel aan de algemene taakstelling worden hier aanvullende maatregelen<\/p>\n<p>genomen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 46<\/p>\n<p>\u2022 De taakstelling leidt per begroting tot de volgende bezuiniging:<\/p>\n<p>Departement (in \u20ac mln., -\/- is saldoverbeterend) 2016 2017 2018 e.v.<\/p>\n<p>HCvS -3 -6 -7<\/p>\n<p>AZ 0 0 -1<\/p>\n<p>BuiZa -22 -49 -60<\/p>\n<p>BZK (incl. KR) -64 -143 -175<\/p>\n<p>DEF (excl. krijgsmacht) -17 -39 -48<\/p>\n<p>EZ -35 -79 -96<\/p>\n<p>FIN -50 -112 -136<\/p>\n<p>I&amp;M -43 -98 -119<\/p>\n<p>OCW -24 -54 -67<\/p>\n<p>SZW -23 -52 -64<\/p>\n<p>VWS -9 -21 -26<\/p>\n<p>V&amp;J (excl. politie) -109 -245 -300<\/p>\n<p>Totaal apparaattaakstelling -400 -900 -1.100<\/p>\n<p>Bij eventuele departementale herschikkingen worden naast de programmamiddelen, ook<\/p>\n<p>de bijbehorende apparaatsuitgaven overgeheveld. Hierbij wordt voor<\/p>\n<p>uitvoeringsorganisaties (ZBO\u2019s en agentschappen) uitgegaan van de apparaatskosten. Bij<\/p>\n<p>kerndepartementen wordt uitgegaan van het aantal beleidsmedewerkers maal de totale<\/p>\n<p>apparaatsuitgaven per beleids-fte van het oude departement, tenzij de betrokken<\/p>\n<p>departementen onderling tot andere afspraken komen. Daarmee wordt een evenredig<\/p>\n<p>budget overgeheveld voor ondersteunende dienstverlening. Bij deze afspraken geldt dat<\/p>\n<p>medewerkers het budget volgen.<\/p>\n<p>Op alle overgehevelde apparaatsuitgaven is het taakstellingspercentage van het oude<\/p>\n<p>departement van toepassing.<\/p>\n<p>Het kabinet hanteert in plaats van een nullijn voor de contractloonstijging een budgettaire<\/p>\n<p>nullijn voor de loonsom voor overheidspersoneel in 2012 en 2013. Op voorwaarde van<\/p>\n<p>modernisering van CAO\u2019s en het in lijn brengen van de secundaire arbeidsvoorwaarden<\/p>\n<p>met kabinetsbeleid, kunnen financi\u00eble besparingen door het afschaffen van secundaire<\/p>\n<p>arbeidsvoorwaarden in dezelfde CAO-periode worden ingezet voor stijging van het<\/p>\n<p>primair loon. De budgettaire arbeidsvoorwaardenruimte als geheel neemt hierdoor niet<\/p>\n<p>toe.<\/p>\n<p>2. Decentrale overheden trap-op-trap-af<\/p>\n<p>De doorwerking van de normeringsystematiek (samen trap-op-trap-af) leidt tot een daling<\/p>\n<p>van het Gemeentefonds\/Provinciefonds.<\/p>\n<p>3. Verlaging topinkomens publieke sector<\/p>\n<p>In afwijking van het advies van de commissie Dijkstal wordt het salaris van<\/p>\n<p>bewindspersonen definitief niet verhoogd. In lijn hiermee wordt het wetsvoorstel<\/p>\n<p>normering topinkomens aangepast, dat betrekking heeft op de salarissen in de (semi-)<\/p>\n<p>publieke sector. De norm wordt 100% in plaats van 130% van een ministerssalaris.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 47<\/p>\n<p>Die geldt niet alleen voor topfunctionarissen, maar voor alle medewerkers.<\/p>\n<p>Uitzonderingen op de norm moeten een wettelijke basis hebben. De (budgettaire)<\/p>\n<p>verantwoordelijkheid voor het realiseren van de (resterende) taakstelling ligt bij de<\/p>\n<p>minister van BZK.<\/p>\n<p>4. Incidentele loonontwikkeling op nul voor de (semi-)collectieve sector<\/p>\n<p>De bijdrage aan de incidentele loonontwikkeling (ILO) in de (semi)collectieve sector in<\/p>\n<p>2016 en 2017 wordt beleidsmatig op nul gesteld.<\/p>\n<p>5. Terugdraaien vermindering politieke ambtsdragers<\/p>\n<p>Het verminderen van het aantal politieke ambtsdragers met 25% zoals opgenomen in het<\/p>\n<p>regeerakkoord Rutte I vindt voor gemeenten geen doorgang. Voor de provincies blijft de<\/p>\n<p>maatregel wel van kracht (10 mln. vanaf 2015).<\/p>\n<p>6. Initiatiefwet Heijnen (PvdA)<\/p>\n<p>Het kabinet kiest voor gemeenten voor het toepassen van een dualiseringscorrectie<\/p>\n<p>conform het wetsvoorstel van lid Heijnen tot wijziging van de gemeentewet in verband<\/p>\n<p>met het terugbrengen van het aantal gemeenteraadsleden tot op het niveau van voor de<\/p>\n<p>dualisering van het gemeentebestuur. Dit houdt in dat het aantal raadsleden wordt<\/p>\n<p>teruggebracht met 1500 raadsleden. De besparing wordt gerealiseerd door een uitname uit<\/p>\n<p>het Gemeentefonds van 18 mln.<\/p>\n<p>7. Motie Van Haersma Buma afromen Gemeentefonds onderwijshuisvesting<\/p>\n<p>Er vindt een uitname uit het Gemeentefonds plaats van de middelen die in de verdeling<\/p>\n<p>toegerekend worden aan onderwijshuisvesting, maar daar niet aan uitgegeven worden,<\/p>\n<p>zoals geconstateerd in de motie Van Haersma Buma (Tweede Kamer, vergaderjaar 2011-<\/p>\n<p>2012, 33 000, nr. 12).<\/p>\n<p>8. Lagere apparaatskosten gemeenten<\/p>\n<p>Het eindperspectief voor gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door<\/p>\n<p>schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder<\/p>\n<p>dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal<\/p>\n<p>gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken.<\/p>\n<p>Er is uitgegaan van het rekenkundige equivalent van een vermindering met 75 gemeenten<\/p>\n<p>in de periode tot 2017. Voor de totale periode komt deze benadering neer op een<\/p>\n<p>resterend aantal van 100-150 gemeenten in 2025. Dit leidt tot een uitname uit het<\/p>\n<p>Gemeentefonds.<\/p>\n<p>9. Minder provincies<\/p>\n<p>Ons lange termijn perspectief leidt tot aanzienlijke besparingen op de middellange<\/p>\n<p>termijn. Een deel van deze besparing wordt in de periode tot 2017 gerealiseerd door een<\/p>\n<p>eerste opschaling naar 10 provincies. Het eindbeeld betreft 5 landsdelen in 2025. De<\/p>\n<p>besparing leidt tot een uitname uit het Provinciefonds. In deze kabinetsperiode worden<\/p>\n<p>Noord-Holland, Utrecht en (delen van) Flevoland samengevoegd.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 48<\/p>\n<p>10. BTW-compensatiefonds<\/p>\n<p>Gemeenten en provincies zullen via de reguliere normeringssystematiek worden<\/p>\n<p>gecompenseerd voor de btw-verhoging. De automatische compensatie die via het BCF<\/p>\n<p>voor de btw-verhoging plaatsvindt, wordt door de sector gefinancierd via een structurele<\/p>\n<p>uitname uit het Gemeentefonds en Provinciefonds van per saldo 200 mln. euro met<\/p>\n<p>ingang van 2014. Ook kunnen met ingang van 2014 geen vorderingen meer ontstaan bij<\/p>\n<p>het BTW compensatiefonds, aangezien het fonds wordt afgeschaft met ingang van 2015.<\/p>\n<p>Bij de overheveling van de middelen uit het BTW-compensatiefonds naar het<\/p>\n<p>Gemeentefonds en Provinciefonds zal een taakstellende structurele korting van 350 mln.<\/p>\n<p>euro plaatsvinden, mede als gevolg van de hogere groei van het BCF de afgelopen jaren<\/p>\n<p>ten opzichte van de accrespercentages.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 49<\/p>\n<p>B Veiligheid 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal 0 0 0 0 0 0<\/p>\n<p>11 Doelmatiger strafrechtsketen -30 -60 -60 -60 -60<\/p>\n<p>12 AIVD -10 -23 -35 -45 -45<\/p>\n<p>13 Intensivering veiligheid 40 83 95 105 105<\/p>\n<p>11. Doelmatiger strafrechtsketen<\/p>\n<p>Door een betere aansluiting van de te onderscheiden schakels (politie, OM en ZM, maar<\/p>\n<p>bijvoorbeeld ook jeugdzorg) worden in de strafrechtketen effici\u00ebntiewinsten gerealiseerd,<\/p>\n<p>onder meer door ICT-systemen beter op elkaar aan te laten sluiten.<\/p>\n<p>12. AIVD<\/p>\n<p>De taken van de AIVD worden heroverwogen. Voor de informatieverwerving in het<\/p>\n<p>buitenland wordt overgestapt op samenwerking met buitenlandse diensten en wordt de<\/p>\n<p>eigen buitenlandtaak geschrapt. Daarnaast wordt de taak in het kader van het stelsel<\/p>\n<p>bewaken en beveiligen verplaatst naar de politie. Deze beide maatregelen leveren bij de<\/p>\n<p>AIVD een besparing op, oplopend van 13 mln. in 2014 tot structureel 55 mln. vanaf<\/p>\n<p>2017. De maatregel leidt tot extra kosten voor de politie die oplopen van 3 mln. in 2014<\/p>\n<p>tot structureel 10 mln. in 2017 en worden toegevoegd aan het budget van de politie. Deze<\/p>\n<p>besparingen zijn additioneel aan de generieke apparaattaakstelling.<\/p>\n<p>13. Intensivering veiligheid<\/p>\n<p>Er is een bedrag van 105 mln. structureel beschikbaar voor Veiligheid en Justitie, met<\/p>\n<p>name gericht op het versterken van de recherchecapaciteit. De precieze invulling wordt<\/p>\n<p>door de nieuwe minister vorm gegeven.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 50<\/p>\n<p>C Energie 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal -155 212 212 212 212 212<\/p>\n<p>14 Terugdraaien intensivering<\/p>\n<p>duurzaamheid<\/p>\n<p>&#8211;<\/p>\n<p>155<\/p>\n<p>-163 -163 -163 -163 -163<\/p>\n<p>15 SDE+ regeling<\/p>\n<p>wv uitgaven 20 80 395 2.420<\/p>\n<p>wv lasten -20 -80 -395 -2.420<\/p>\n<p>16 Inzet terugsluis vergroening<\/p>\n<p>begrotingsakkoord<\/p>\n<p>375 375 375 375 375<\/p>\n<p>14. Terugdraaien intensivering duurzaamheid<\/p>\n<p>In het begrotingsakkoord is een enveloppe voor duurzaamheid gevormd. Deze wordt<\/p>\n<p>teruggedraaid.<\/p>\n<p>15. SDE+ regeling<\/p>\n<p>Het kabinet zet in op het realiseren van 16% duurzame energie in 2020. Om dit te<\/p>\n<p>realiseren worden de uitgaven SDE+ verhoogd en komen er middelen beschikbaar voor<\/p>\n<p>het stimuleren van bij- en meestook van biomassa in kolen- en gascentrales. Het in de<\/p>\n<p>kolom structureel opgenomen bedrag heeft betrekking op de benodigde middelen voor<\/p>\n<p>16% duurzame energie in 2020. Na 2020 zijn de benodigde middelen afhankelijk van de<\/p>\n<p>reeds aangegane verplichtingen en de dan geldende doelstelling.<\/p>\n<p>De verhoging van de uitgaven voor duurzame energie (zie post 114) wordt gedekt uit een<\/p>\n<p>verhoging van de SDE+ heffing.<\/p>\n<p>De uitgaven en ontvangsten ten behoeve van de COVA (stichting centraal orgaan<\/p>\n<p>voorraadvorming aardolieproducten) worden als gevolg van gewijzigde Europese<\/p>\n<p>regelgeving vanaf 2013 verhoogd met 18 mln.<\/p>\n<p>16. Inzet terugsluis vergroening begrotingsakkoord<\/p>\n<p>De bij het begrotingsakkoord gereserveerde middelen voor terugsluis vergroening worden<\/p>\n<p>gedeeltelijk ingezet voor lastenverlichting bij bedrijven ter compensatie van de SDE+<\/p>\n<p>heffing.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 51<\/p>\n<p>D Onderwijs 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal 313 181 326 196 196 196<\/p>\n<p>17 Schrappen subsidies 0 -100 -200 -200 -200 -200<\/p>\n<p>18 Be\u00ebindiging specifieke subsidies<\/p>\n<p>onderwijsvernieuwing groen onderwijs<\/p>\n<p>na 2015<\/p>\n<p>-55 -55 -55<\/p>\n<p>19 Leerwegondersteunend onderwijs -15 -50 -50 -50<\/p>\n<p>20 Afschaffen wettelijk verplichte<\/p>\n<p>maatschappelijke stages<\/p>\n<p>-20 -70 -75 -75<\/p>\n<p>21 Afschaffen gratis schoolboeken -55 -185 -185 -185<\/p>\n<p>22 Minder opleidingen en<\/p>\n<p>macrodoelmatigheid mbo<\/p>\n<p>-60 -120<\/p>\n<p>23 Samenvoegen kenniscentra mbo -40 -80 -80 -80<\/p>\n<p>24 Minder opleidingen hoger onderwijs<\/p>\n<p>(inclusief kunstopleidingen)<\/p>\n<p>-70 -90 -130<\/p>\n<p>25 Verminderen overhead in het hoger<\/p>\n<p>onderwijs<\/p>\n<p>-15 -33 -50 -65 -65<\/p>\n<p>26 Sociaal leenstelsel basisbeurs<\/p>\n<p>bachelor\/masterfase hbo\/wo met<\/p>\n<p>cohortgarantie<\/p>\n<p>-15 -55 -810<\/p>\n<p>27 OV-Kaart -&gt; kortingskaart (incl mbo<\/p>\n<p>18-)<\/p>\n<p>-5 -45 -425<\/p>\n<p>28 Effect vereenvoudiging Wet studeren is<\/p>\n<p>investeren<\/p>\n<p>1 -9 -14 -19 -33<\/p>\n<p>29 Budget motie Van Haersma Buma naar<\/p>\n<p>scholen ipv gemeenten<\/p>\n<p>256 256 256 256<\/p>\n<p>30 Verdubbeling intensivering<\/p>\n<p>leerkrachten vo (b\u00e8ta, jong<\/p>\n<p>academisch)<\/p>\n<p>50 50<\/p>\n<p>31 Schrappen maatregel langstudeerders<\/p>\n<p>(plus teruggaaf 2012)<\/p>\n<p>263 220 230 230 230 230<\/p>\n<p>32 Intensivering onderwijs en onderzoek 25 212 504 689 1.938<\/p>\n<p>17. Schrappen subsidies<\/p>\n<p>Er wordt structureel 200 mln. op subsidies omgebogen.<\/p>\n<p>18. Be\u00ebindiging specifieke subsidies onderwijsvernieuwing groen onderwijs na 2015<\/p>\n<p>Alle specifieke subsidies onderwijsvernieuwing groen onderwijs worden per 2016<\/p>\n<p>be\u00ebindigd.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 52<\/p>\n<p>19. Leerwegondersteunend onderwijs<\/p>\n<p>Het Leerwegondersteuning (LWOO) en Praktijkonderwijs (PRO) worden onder het<\/p>\n<p>gebudgetteerde stelsel van samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs<\/p>\n<p>ondergebracht. Daarbij wordt een korting op het huidige zorgmiddelenbudget LWOO<\/p>\n<p>PRO toegepast.<\/p>\n<p>20. Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages<\/p>\n<p>De wettelijke verplichte maatschappelijke stages worden per 2015 (voor scholen<\/p>\n<p>schooljaar 2015\/16) afgeschaft. Daarbij zal een uitname uit de algemene uitkering van het<\/p>\n<p>Gemeentefonds plaatsvinden (20 mln. struc). De alternatieve invulling van de<\/p>\n<p>onderwijstijd wordt gedekt uit het bestaande onderwijsbudget.<\/p>\n<p>21. Afschaffen gratis schoolboeken<\/p>\n<p>De wettelijke regeling voor gratis schoolboeken wordt afgeschaft. Het huidige systeem<\/p>\n<p>van inkoop van schoolboeken kan in stand blijven. Voor ouders\/verzorgers met een laag<\/p>\n<p>inkomen komt er compensatie in de vorm van een intensivering in het op de vo-leeftijd<\/p>\n<p>gerichte deel van het kindgebondenbudget (90 mln. structureel). De reeks is inclusief<\/p>\n<p>deze compensatie.<\/p>\n<p>22. Minder opleidingen en macrodoelmatigheid mbo<\/p>\n<p>Het aantal opleidingen in het mbo wordt verminderd en de macrodoelmatigheid van het<\/p>\n<p>opleidingenaanbod in het mbo wordt vergroot. Deze maatregel resulteert in een<\/p>\n<p>verminderde complexiteit van het mbo en minder kleine mbo opleidingen.<\/p>\n<p>23. Samenvoegen kenniscentra mbo<\/p>\n<p>De Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven worden samengevoegd. Waar mogelijk<\/p>\n<p>worden (zo nodig via een wetswijziging) de taken van de kenniscentra ondergebracht bij<\/p>\n<p>de Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven en mbo-onderwijsinstellingen; dergelijke<\/p>\n<p>overdracht verloopt budgettair neutraal. De bezuiniging is taakstellend.<\/p>\n<p>24. Minder opleidingen hoger onderwijs (inclusief kunstopleidingen)<\/p>\n<p>De doelmatigheidswinst van het ingezette beleid om te komen tot een effici\u00ebnter<\/p>\n<p>opleidingenaanbod komt ten goede aan de algemene middelen. Het aantal plaatsen aan de<\/p>\n<p>kunstopleidingen wordt gereduceerd; via scherpere selectie voor en na de poort is er op<\/p>\n<p>de kunstopleidingen alleen plaats voor de meest getalenteerden.<\/p>\n<p>25. Verminderen overhead in het hoger onderwijs<\/p>\n<p>De overhead in het hoger onderwijs, zowel in het onderwijs- als in het onderzoeksdeel,<\/p>\n<p>wordt verminderd.<\/p>\n<p>26. Sociaal leenstelsel basisbeurs bachelor\/masterfase HBO\/WO met cohortgarantie<\/p>\n<p>Met ingang van studiejaar 2014\/2015 wordt de basisbeurs in de bachelor- en masterfase<\/p>\n<p>vervangen door een sociaal leenstelsel. Er is sprake van cohortgarantie (binnen de<\/p>\n<p>bachelorfase respectievelijk binnen de masterfase). Fiscale weglek wordt voorkomen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 53<\/p>\n<p>27. OV-kaart -&gt; kortingskaart (incl. mbo 18-)<\/p>\n<p>De OV-studentenkaart wordt per 2016 omgezet in een studentenkortingskaart voor het<\/p>\n<p>openbaar vervoer. Deze kortingskaart wordt ook verstrekt aan mbo-studenten jonger dan<\/p>\n<p>18 jaar. Fiscale weglek wordt voorkomen.<\/p>\n<p>28. Effect vereenvoudiging Wet studeren is investeren<\/p>\n<p>De vereenvoudigingsvoorstellen op het gebied van de studiefinanciering uit het Voorstel<\/p>\n<p>tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 (Studeren is Investeren)<\/p>\n<p>worden alsnog doorgevoerd.<\/p>\n<p>29. Budget motie Van Haersma Buma naar scholen ipv gemeenten<\/p>\n<p>De onder maatregel 7 uitgenomen middelen worden volledig toegevoegd aan de<\/p>\n<p>lumpsumbekosting van het funderend onderwijs.<\/p>\n<p>30. Verdubbeling intensivering leerkrachten vo (B\u00e8ta, jong academisch)<\/p>\n<p>In het begrotingsakkoord is 105 mln. beschikbaar gesteld voor de kwaliteit van docenten<\/p>\n<p>en schoolleiders. Voor begeleiding van startende b\u00e8ta leraren en jonge academische<\/p>\n<p>leraren in het voortgezet onderwijs wordt 100 mln. incidenteel extra uitgetrokken: 50<\/p>\n<p>mln. in 2013 en 50 mln. in 2014. Deze middelen worden ingezet via een tijdelijke<\/p>\n<p>regeling (niet lumpsum).<\/p>\n<p>31. Schrappen maatregel langstudeerders (plus teruggaaf 2012)<\/p>\n<p>De langstudeerdersmaatregel wordt voor studenten teruggedraaid. De in 2012 reeds<\/p>\n<p>ge\u00efnde boetes worden zo snel mogelijk terugbetaald. De Dienst Uitvoering Onderwijs<\/p>\n<p>heeft extra uitvoeringskosten (eenmalig 1 mln.).<\/p>\n<p>32. Intensivering onderwijs en onderzoek<\/p>\n<p>De beschikbare middelen van 689 mln. (808 mln. in 2018) worden als volgt ingezet:<\/p>\n<p>\u2022 Er wordt 75 mln. ge\u00efntensiveerd in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Dit<\/p>\n<p>loopt op naar 150 mln. structureel. Hiervan komt 25 mln. beschikbaar door<\/p>\n<p>herprioritering binnen OCW (nader in te vullen) en 25 mln. door een besparing op<\/p>\n<p>fiscale subsidies voor bedrijven (onderdeel van regel 81). Hiermee zullen de ministers<\/p>\n<p>van OCW en EZ de Rijkscofinancieringsbehoefte voor Horizon 2020 dekken.<\/p>\n<p>\u2022 Er wordt 344 mln. ge\u00efntensiveerd in het primair en voortgezet onderwijs. De<\/p>\n<p>middelen worden vooral ingezet voor kwaliteitverbetering van leraren en<\/p>\n<p>schoolleiders. Daarnaast worden middelen aangewend, onder andere ter financiering<\/p>\n<p>van de wens om tenminste 3 uur per week gymnastiek in het primair onderwijs te<\/p>\n<p>geven binnen de bestaande onderwijsuren.<\/p>\n<p>\u2022 Er wordt 250 mln. ge\u00efntensiveerd in het MBO. Hierbij staat kwaliteitverbetering van<\/p>\n<p>leraren en schoolleiders voorop. Verder ligt er een accent op techniekonderwijs en<\/p>\n<p>vakscholen.<\/p>\n<p>\u2022 Er komt 20 mln. beschikbaar om onbedoelde effecten op te vangen van de maatregel<\/p>\n<p>collegegeld tweede studie.<\/p>\n<p>De middelen voor het onderwijs komen beschikbaar na de vaststelling van een<\/p>\n<p>onderwijsakkoord tussen Rijk en onderwijssectorraden, op voorwaarde dat de<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 54<\/p>\n<p>arbeidsvoorwaarden in het onderwijs worden gemoderniseerd, teneinde deze meer<\/p>\n<p>participatiebevorderend en meer kwaliteitsbevorderend te maken. In afwachting van een<\/p>\n<p>onderwijsakkoord met concrete en doelmatige bestedingsplannen en vervolgens een<\/p>\n<p>akkoord tussen sociale partners waarin de arbeidsvoorwaarden gemoderniseerd worden,<\/p>\n<p>worden de intensiveringsmiddelen op de Aanvullende Post geplaatst.<\/p>\n<p>De resterende oploop in de middelen na 2017 is beschikbaar voor verdere versterking van<\/p>\n<p>de kwaliteit van het onderwijs.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 55<\/p>\n<p>E Zorg 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal 145 -370 -3.441 -4.307 -5.384 -5.734<\/p>\n<p>Cure<\/p>\n<p>33 Hoofdlijnenakkoord medisch<\/p>\n<p>specialistische zorg\/GGZ naar 2,0%;<\/p>\n<p>huisartsen naar 2,5%.<\/p>\n<p>-355 -760 -1.175 -1.175<\/p>\n<p>34 Honoraria medisch specialisten -100 -100 -100 -100<\/p>\n<p>35 Harmoniseren duur vervolgopleiding<\/p>\n<p>medisch specialisten<\/p>\n<p>20 10 10 -180<\/p>\n<p>36 Concentratie topreferente zorg (IBO<\/p>\n<p>rapport)<\/p>\n<p>-70 -70 -70 -70<\/p>\n<p>37 Stringenter pakketbeheer 3 3 -50 -200 -200<\/p>\n<p>38 Schrappen eigen bijdrage GGZ en<\/p>\n<p>liggeld ziekenhuizen; nieuwe eigen<\/p>\n<p>bijdrage GGZ<\/p>\n<p>145 145 145 145 145 145<\/p>\n<p>39 Intensivering wijkverpleegkundige 50 100 250 250<\/p>\n<p>40 Dekking intensivering<\/p>\n<p>wijkverpleegkundige uit Zvw budget<\/p>\n<p>tweedelijn<\/p>\n<p>-50 -100 -250 -250<\/p>\n<p>41 Afschaffen zorgtoeslag<\/p>\n<p>wv lasten -4.512 -4.512 -4.512 -4.512 -4.512<\/p>\n<p>42 Invoering inkomensafhankelijke<\/p>\n<p>zorgpremie en terugsluis zorgtoeslag<\/p>\n<p>wv lasten 4.512 4.512 4.512 4.512 4.512<\/p>\n<p>43 Besparing uitvoeringskosten<\/p>\n<p>zorgtoeslag<\/p>\n<p>-15 -15 -15 -15 -15<\/p>\n<p>44 Eigen bijdrage zelfverwijzers SEH<\/p>\n<p>(\u20ac50)<\/p>\n<p>-24 -24 -24 -24 -24<\/p>\n<p>45 Invoering inkomensafhankelijk eigen<\/p>\n<p>risico<\/p>\n<p>30 0 0 0 0<\/p>\n<p>Care<\/p>\n<p>46 Geen aanspraak op begeleiding,<\/p>\n<p>budget 75% naar gemeenten,<\/p>\n<p>overheveling persoonlijke verzorging<\/p>\n<p>-290 -1.540 -1.565 -1.580 -1.700<\/p>\n<p>47 Landelijke invoering intramurale<\/p>\n<p>AWBZ<\/p>\n<p>25 -20 -475 -475<\/p>\n<p>48 Overheveling extramurale verpleging<\/p>\n<p>naar Zvw (5%)<\/p>\n<p>-30 -30<\/p>\n<p>49 Overheveling langdurige GGZ naar de<\/p>\n<p>Zvw<\/p>\n<p>0 0<\/p>\n<p>50 Extramuraliseren ZZP 4 -35 -70 -110<\/p>\n<p>51 Verhogen intramurale eigen bijdrage<\/p>\n<p>AWBZ<\/p>\n<p>-30 -40 -50 -50 -50<\/p>\n<p>52 Ontschotten jeugdzorg -40 -100 -150 -150<\/p>\n<p>53 Schrappen eigen bijdrage jeugdzorg 70 70 70 70<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 56<\/p>\n<p>54 Intensivering arbeidsmarkt zorg 100 100<\/p>\n<p>55 Huishoudelijke hulp<\/p>\n<p>inkomensafhankelijk beperken<\/p>\n<p>-89 -975 -1.140 -1.140 -1.140<\/p>\n<p>56 Verplicht hergebruik<\/p>\n<p>scootmobiel\/rolstoel etc. in Wmo<\/p>\n<p>-15 -25 -50 -50<\/p>\n<p>Inkomensregelingen<\/p>\n<p>57 Maatwerkvoorziening inkomenssteun<\/p>\n<p>chronisch zieken en gehandicapten<\/p>\n<p>100 709 759 761 761<\/p>\n<p>58 Wtcg afschaffen -553 -645 -649 -649<\/p>\n<p>59 Regeling specifieke zorgkosten<\/p>\n<p>wv uitgaven -36 -42 -42 -42<\/p>\n<p>wv lasten -450 -450 -450 -450<\/p>\n<p>60 CER afschaffen -200 -200 -200 -200 -200<\/p>\n<p>Cure<\/p>\n<p>33. Hoofdlijnenakkoorden medisch specialistische zorg\/GGZ naar 2%, huisartsen naar<\/p>\n<p>2,5%<\/p>\n<p>Met de sectoren van medisch specialisten\/medisch specialistische instellingen, de GGZ<\/p>\n<p>en de huisartsen worden voor de periode 2015-2017 nieuwe hoofdlijnenakkoorden<\/p>\n<p>gesloten met daarin afspraken over het beperken van de jaarlijkse groei tot 2% (ruim<\/p>\n<p>boven de demografische groei van 1,1%). Huisartsen krijgen 0,5 procentpunt extra ten<\/p>\n<p>opzichte van de medisch specialistische zorg en de GGZ om substitutie te faciliteren.<\/p>\n<p>In deze akkoorden worden onder meer afspraken gemaakt over een meer integrale<\/p>\n<p>benadering in de aanpak van de zorgvraag, substitutie van 2e naar 1e lijn, verdere<\/p>\n<p>kwaliteitsverbetering, meer inzicht in zorgzwaarte, verbetering van de<\/p>\n<p>informatievoorziening, aanpassing van de bekostigingsstructuur (meer afrekenen op<\/p>\n<p>gezondheidswinst i.p.v. productie), doelmatig gebruik (specialit\u00e9) geneesmiddelen en de<\/p>\n<p>inzet van het macrobeheersingsinstrument (MBI) als stok achter de deur.<\/p>\n<p>De overheid werkt verder aan het versterken van de rol van verzekeraars door onder<\/p>\n<p>andere het nemen van de volgende maatregelen: het afschaffen van art. 13 Zvw zodat<\/p>\n<p>selectieve inkoop wordt ondersteund, het uitsluitend verplicht verzekeren van zorg uit het<\/p>\n<p>basispakket via de naturapolis, het toezien op verbetering van de informatievoorziening<\/p>\n<p>en ondersteunen\/ingrijpen waar noodzakelijk. Tevens zet de overheid zich in voor het<\/p>\n<p>maken van prijs\/volume afspraken met fabrikanten over specialit\u00e9 geneesmiddelen.<\/p>\n<p>Verder wordt vastgehouden aan afspraken rond het volledig afschaffen van de ex-post<\/p>\n<p>risicoverevening per 2015. Onder de met de akkoorden te realiseren opbrengsten vallen<\/p>\n<p>ook maatregelen als een doelmatiger verdeling van SEH\u2019s en doelmatiger inkoop van<\/p>\n<p>medische technologie en hulpmiddelen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 57<\/p>\n<p>34. Honoraria medisch specialisten<\/p>\n<p>De onder het huidige hoofdlijnenakkoord afgesproken route van de invoering van<\/p>\n<p>integrale tarieven blijft van kracht, in lijn met de zienswijze van de commissie Meurs. De<\/p>\n<p>commissie concludeert dat er onder het huidige beheersmodel ruimte voor<\/p>\n<p>inkomensmatiging resteert. Derhalve wordt aanvullend op de hoofdlijnenakkoorden een<\/p>\n<p>besparing van 100 mln. doorgevoerd op het budgettair kader van medisch specialisten<\/p>\n<p>door deze na afloop van het lopende hoofdlijnenakkoord taakstellend te verlagen in<\/p>\n<p>combinatie met de honorariumtarieven.<\/p>\n<p>35. Harmoniseren duur vervolgopleiding medisch specialisten<\/p>\n<p>Het aantal jaren van publieke bekostiging voor medisch specialistische vervolgopleiding<\/p>\n<p>wordt geharmoniseerd tot de opleidingsduur zoals geformuleerd in de EU-richtlijn voor<\/p>\n<p>erkenning van beroepskwalificaties (2005\/36\/EU). De herziening van het curriculum gaat<\/p>\n<p>met invoeringskosten gepaard. Structureel levert deze maatregel vanaf 2020 een<\/p>\n<p>besparing op van 180 mln. euro.<\/p>\n<p>36. Concentratie topreferente zorg (IBO rapport)<\/p>\n<p>Doelmatigheidsverbeteringen op het vlak van topreferente zorg en onderzoek worden<\/p>\n<p>bereikt door verdere concentratie en via mogelijke toetreding van andere instellingen dan<\/p>\n<p>UMC\u2019s. Door het bereiken van hogere vaardigheid van ziekenhuizen kan met een hogere<\/p>\n<p>kwaliteit eenzelfde productie worden bereikt in een topreferent (deel)specialisme.<\/p>\n<p>Hiermee wordt een doelmatigheidswinst op de academische component gehaald. Deze<\/p>\n<p>wordt taakstellend verlaagd.<\/p>\n<p>37. Stringenter pakketbeheer<\/p>\n<p>Deze maatregel betreft het stringenter beheren van het verzekerd basispakket, zodat<\/p>\n<p>alleen nog noodzakelijke en (kosten)effectieve zorg wordt vergoed. Hiertoe worden de<\/p>\n<p>volgende wijzigingen doorgevoerd:<\/p>\n<p>1. Noodzakelijkheid (medisch-inhoudelijk en budgettair) wordt een apart voorliggend (en<\/p>\n<p>daardoor op zichzelf doorslaggevend) criterium. Een uitzondering hierop betreft zorg die<\/p>\n<p>een ketenfunctie heeft, bijvoorbeeld de huisartsenzorg. Daarnaast wordt het criterium<\/p>\n<p>(relatieve) kosteneffectiviteit wettelijk verankerd.<\/p>\n<p>2. Het instrument van voorwaardelijke toelating\/financiering tot het pakket in combinatie<\/p>\n<p>met risicogericht pakketbeheer wordt breed en met een sunset-clausule ingezet. Tijdens<\/p>\n<p>de periode van voorwaardelijke toelating\/financiering (maximaal 4 jaar) wordt<\/p>\n<p>(kosten)effectiviteit in beeld gebracht. Bij het besluit van de Ministerie van VWS tot het<\/p>\n<p>wel\/niet toelaten tot het pakket, speelt ook de beschikbare ruimte binnen het budgettaire<\/p>\n<p>kader een rol.<\/p>\n<p>3. Het CVZ licht elk jaar een deel van het pakket door met een taakstellend percentage<\/p>\n<p>uitgavenbesparing. Ook vinden meer ex ante toetsingen op instroom en risicogericht expost<\/p>\n<p>toetsingen ter bevordering van uitstroom plaats. Selectief doch systematisch wordt<\/p>\n<p>de kosteneffectiviteit in beeld gebracht. De maatregel vereist investeringen in de<\/p>\n<p>capaciteit bij het CVZ; hiermee is in de opbrengst rekening gehouden.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 58<\/p>\n<p>38. Schrappen eigen bijdrage GGZ en liggeld ziekenhuizen; nieuwe eigen bijdrage eerste<\/p>\n<p>en tweedelijns GGZ<\/p>\n<p>De invoering van de eigen bijdrage tweedelijns GGZ en de eigen bijdrage van 7,50 euro<\/p>\n<p>per verpleegdag in instellingen voor medisch-specialistische zorg worden teruggedraaid.<\/p>\n<p>Om afwenteling binnen de GGZ te voorkomen wordt de bestaande eigen bijdrage in de<\/p>\n<p>eerste lijn budgettair neutraal omgezet in een eigen bijdrage voor alle GGZ-kosten in<\/p>\n<p>eerste en tweede lijn gezamenlijk. Dit resulteert in een lagere eigen bijdrage in de<\/p>\n<p>eerstelijns GGZ.<\/p>\n<p>39. Intensivering wijkverpleegkundige<\/p>\n<p>Met deze intensivering wordt het mogelijk op grotere schaal wijkverpleegkundigen in te<\/p>\n<p>zetten. Met dit budget wordt de zorg en ondersteuning die wijkverpleegkundigen leveren<\/p>\n<p>bekostigd. De wijze van bekostigen wordt nog nader bezien. Bij deze maatregel wordt er<\/p>\n<p>vanuit gegaan dat eventuele in- en uitvoeringskosten uit de intensivering worden gedekt.<\/p>\n<p>Er is totaal 250 mln. beschikbaar die wordt ingezet voor opleidingen, infrastructuur (daar<\/p>\n<p>waar nodig) en ondersteuning om meer wijkverpleegkundigen in te kunnen zetten.<\/p>\n<p>40. Dekking wijkverpleegkundige<\/p>\n<p>Aanvullend op de hoofdlijnenakkoorden wordt, in het kader van de substitutie van zorg,<\/p>\n<p>taakstellend budget vrijgemaakt ten gunste van een budget voor verpleegkundigen.<\/p>\n<p>41. Afschaffen zorgtoeslag<\/p>\n<p>Door invoering van de inkomensafhankelijke zorgpremie, wordt de zorgtoeslag<\/p>\n<p>overbodig.<\/p>\n<p>42. Invoering inkomensafhankelijk zorgpremie en terugsluis zorgtoeslag<\/p>\n<p>De zorgpremie wordt inkomensafhankelijk gemaakt. De nominale premie komt<\/p>\n<p>gemiddeld uit op \u20ac400 in 2017. De inkomensafhankelijke premie wordt geheven vanaf<\/p>\n<p>het wettelijk minimumloon (incl. vakantiegeld) tot een grens van 2x modaal en het tarief<\/p>\n<p>wordt geharmoniseerd. De inkomensgrens van de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB)<\/p>\n<p>wordt eveneens verhoogd naar 2x modaal. De IAP en de IAB worden beide uitgevoerd<\/p>\n<p>door de belastingdienst.<\/p>\n<p>De zorgtoeslag wordt met de invoering van de inkomensafhankelijke premie afgeschaft.<\/p>\n<p>Het budget van de zorgtoeslag in 2014 wordt teruggesluisd via een verlaging van de<\/p>\n<p>belastingtarieven tweede en derde schijf met 4,05%.<\/p>\n<p>43. Besparing uitvoeringskosten zorgtoeslag<\/p>\n<p>Door het afschaffen van de zorgtoeslag wordt 15 mln. bespaard aan uitvoeringskosten.<\/p>\n<p>44. Eigen bijdrage zelfverwijzers SEH (\u20ac50)<\/p>\n<p>Voor zelfverwijzers op de spoedeisende hulp (SEH) wordt een eigen bijdrage<\/p>\n<p>ge\u00efntroduceerd van 50 euro per bezoek.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 59<\/p>\n<p>45. Invoering inkomensafhankelijk eigen risico<\/p>\n<p>Het eigen risico wordt in 2015 budgettair neutraal omgezet in een inkomensafhankelijk<\/p>\n<p>eigen risico. De additionele uitvoeringskosten worden gedekt binnen het eigen risico. De<\/p>\n<p>drie tredes gelden voor drie even grote inkomensgroepen (en zullen bij invoering grofweg<\/p>\n<p>180-350-595 bedragen).<\/p>\n<p>Care<\/p>\n<p>De huidige langdurige zorg (AWBZ) kent brede aanspraken die naast zorg ook meer<\/p>\n<p>algemeen ondersteunend kunnen zijn. Voor houdbare langdurige zorg is een<\/p>\n<p>koerswijziging noodzakelijk waarbij is gekeken naar te behalen synergievoordelen en de<\/p>\n<p>mogelijkheid tot volledig risicodragende uitvoering om te bezien welke zorg vanuit welk<\/p>\n<p>domein wordt geleverd.<\/p>\n<p>De AWBZ zorg die nu thuis of in de omgeving wordt geleverd en die met name<\/p>\n<p>ondersteunend van aard is, wordt vanaf 2015 door gemeenten uitgevoerd (onder de<\/p>\n<p>Wmo). Gemeenten kunnen meer maatwerk bieden en inspelen op lokale omstandigheden<\/p>\n<p>en zorgbehoefte van cli\u00ebnten.<\/p>\n<p>Zorg die meer medisch gericht is, zoals de AWBZ verpleging aan huis en de GGZ, wordt<\/p>\n<p>risicodragend ondergebracht bij zorgverzekeraars. Zij hebben de kennis in huis om<\/p>\n<p>hiervoor de juiste zorg in te kopen voor pati\u00ebnten en er een integraal aanbod van te<\/p>\n<p>maken.<\/p>\n<p>De AWBZ in nieuwe opzet blijft behouden voor echt onverzekerbare risico\u2019s, de<\/p>\n<p>zwaardere zorg voor ouderen en gehandicapten. Deze doelgroep kenmerkt zich door een<\/p>\n<p>brede zorgvraag (levenslang) die vanuit zorginstellingen wordt geleverd. Om de kennis<\/p>\n<p>over gespecialiseerde zorg te optimaliseren wordt de uitvoering gecentraliseerd<\/p>\n<p>(landelijk).<\/p>\n<p>46. Geen aanspraak op begeleiding, budget 75% naar gemeenten, overheveling<\/p>\n<p>persoonlijke verzorging<\/p>\n<p>Gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van<\/p>\n<p>ondersteuning, begeleiding en verzorging. De dienstverlening wordt meer gericht op waar<\/p>\n<p>ze het hardste nodig is en gaat vallen onder de wet maatschappelijke ondersteuning<\/p>\n<p>(WMO). In 2014 wordt de aanspraak voor de functie begeleiding in de AWBZ beperkt<\/p>\n<p>door de aanspraak op dagbesteding te laten vervallen. Voor de functie persoonlijke<\/p>\n<p>verzorging vervalt in 2014 het recht op zorg bij een indicatie korter dan 6 mnd. en wordt<\/p>\n<p>de norm voor gebruikelijke zorg van 60 naar 90 minuten per week verhoogd. Vanaf 2015<\/p>\n<p>wordt de extramurale zorg overgeheveld naar het gemeentelijk domein. De opbrengst<\/p>\n<p>vanaf 2014 is een netto reeks.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 60<\/p>\n<p>47. Landelijke invoering intramurale AWBZ<\/p>\n<p>De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt omgevormd tot een nieuwe<\/p>\n<p>landelijke voorziening waarin de intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg (vanaf ZZP<\/p>\n<p>5) landelijk wordt georganiseerd met een budgetgrens middels de contracteerruimte. De<\/p>\n<p>voorziening krijgt daarbij een centraal beleidskader, zowel zorg in natura als pgb\u2019s maken<\/p>\n<p>deel uit van de voorziening. Zowel inkoop als indicatiestelling komt hier terecht. De<\/p>\n<p>bestaande regionale structuur van zorginkoop met budgetplafond wordt vooralsnog<\/p>\n<p>gehandhaafd, terwijl de indicatie wordt beperkt tot degenen die het echt nodig hebben. De<\/p>\n<p>besparing ontstaat door het terugdringen van regionale variatie en spreiding in<\/p>\n<p>tariefstelling. Het gebruik van persoonsgebonden budgetten heeft juist bij deze zorg<\/p>\n<p>overigens geleid tot zorg op maat en institutionele innovaties.<\/p>\n<p>48. Overheveling extramurale verpleging naar Zvw (5%)<\/p>\n<p>De AWBZ functie extramurale verpleging wordt per 2015 overgeheveld naar de Zvw. In<\/p>\n<p>2017 zijn zorgverzekeraars hiervoor volledig risicodragend, waardoor een besparing van<\/p>\n<p>30 mln. (5% van grondslag van 600 mln.) wordt bereikt. Voor de jaren 2015 en 2016<\/p>\n<p>wordt een hoofdlijnenakkoord gesloten met verzekeraars waarin het budgetplafond voor<\/p>\n<p>de uitvoering van de functie verpleging en het tempo van opbouw risicodragendheid<\/p>\n<p>zorgverzekeraars wordt vastgelegd.<\/p>\n<p>49. Overheveling langdurige GGZ naar de Zvw<\/p>\n<p>De huidige intramurale GGZ in de AWBZ wordt per 2015 overgeheveld naar de Zvw,<\/p>\n<p>waarbij over het onderdeel maatschappelijke opvang (Zvw of gemeenten) nog een nader<\/p>\n<p>besluit wordt genomen. Voor de jaren 2015 tot 2017 wordt een hoofdlijnenakkoord<\/p>\n<p>gesloten met verzekeraars, zorgkantoren en aanbieders. Daarin wordt voor de over te<\/p>\n<p>hevelen zorg een budgetplafond en het tempo van opbouw risicodragendheid voor de<\/p>\n<p>uitvoering van de huidige intramurale GGZ vastgelegd. In 2017 worden zorgverzekeraars<\/p>\n<p>hiervoor volledig risicodragend.<\/p>\n<p>50. Extramuraliseren ZZP 4<\/p>\n<p>Met deze maatregel wordt beoogd dat cli\u00ebnten met een lichtere zorgvraag die voorheen in<\/p>\n<p>een intramurale setting zorg zouden ontvangen, voortaan de zorg in de eigen omgeving<\/p>\n<p>krijgen (scheiden wonen en zorg). Concreet wordt met deze maatregel de aanspraak voor<\/p>\n<p>ouderen (V&amp;V) en verstandelijk gehandicapten op zorgzwaartepakket (ZZP) 4 geschrapt<\/p>\n<p>en ZZP\u2019s met een vergelijkbare zorgzwaarte in de gehandicaptenzorg. De maatregel<\/p>\n<p>wordt ingevoerd voor nieuwe cli\u00ebnten\/herindicaties vanaf 2016.<\/p>\n<p>51. Verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ<\/p>\n<p>Met deze maatregel wordt de intramurale eigen bijdrage verhoogd tot de zak- en<\/p>\n<p>kleedgeldnorm. Bovendien wordt de huidige korting die cli\u00ebnten ontvangen op de eigen<\/p>\n<p>bijdrage vanuit de Wtcg beperkt. Besparing is structureel 50 mln.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 61<\/p>\n<p>52. Ontschotten jeugdzorg<\/p>\n<p>Het jeugdzorgbudget, dat per 2015 met een decentralisatie-uitkering naar gemeenten<\/p>\n<p>wordt overgeheveld, wordt additioneel verlaagd met 150 mln. met een ingroei in 2015 en<\/p>\n<p>2016. Gemeenten kunnen deze taak veel doelmatiger uitvoeren door ontschotting,<\/p>\n<p>preventie\/vroegtijdig signaleren, verschuiving van zwaardere naar lichtere zorg en<\/p>\n<p>eenvoudigere (indicatie-)procedures. Het \u2018recht op zorg\u2019, de PGB \u2018kan\u2019 bepaling en de<\/p>\n<p>gemeentelijke taak worden in de nieuwe wet zodanig beschreven dat dit voldoende<\/p>\n<p>beleidsvrijheid en ruimte voor maatwerk biedt. Daarnaast is scherpere tarifering van<\/p>\n<p>zorgaanbieders mogelijk en kunnen gemeenten efficiency behalen bij de gesloten<\/p>\n<p>jeugdzorg door de overcapaciteit in het aanbod niet langer te bekostigen en de<\/p>\n<p>gemiddelde verblijfsduur te verlagen.<\/p>\n<p>53. Schrappen eigen bijdrage jeugdzorg<\/p>\n<p>De introductie van een eigen bijdrage in de jeugdzorg, die per 2015 was voorzien en door<\/p>\n<p>gemeenten zou worden uitgevoerd, wordt ongedaan gemaakt.<\/p>\n<p>54. Intensivering arbeidsmarkt zorg<\/p>\n<p>Er wordt 100 mln. ingezet om het voor gemeenten financieel mogelijk te maken<\/p>\n<p>huishoudelijke dienstverlening aan te bieden waarbij voor de dienstverlener in beginsel<\/p>\n<p>dezelfde sociale rechten gaan gelden als voor een gewone werknemer. Dit in tegenstelling<\/p>\n<p>tot de sociale rechten onder de regeling dienstverlening aan huis.<\/p>\n<p>55. Huishoudelijke hulp inkomensafhankelijk beperken<\/p>\n<p>Het beroep op de bestaande huishoudelijke hulp in de WMO wordt voor nieuwe cli\u00ebnten<\/p>\n<p>in 2014 be\u00ebindigd. Voor bestaande cli\u00ebnten gaat de maatregel een jaar later in.<\/p>\n<p>Gemeenten behouden 25% van het budget voor een maatwerkvoorziening.<\/p>\n<p>56. Verplicht hergebruik scootmobiel\/rolstoel etc in de Wmo<\/p>\n<p>Hulpmiddelen zoals rolstoelen en scootmobiel worden verstrekt door gemeenten binnen<\/p>\n<p>de Wmo. Hiervoor geldt voortaan een plicht tot hergebruik. Er wordt taakstellend<\/p>\n<p>uitgegaan van een structurele opbrengst van 50 mln.<\/p>\n<p>Inkomensregelingen<\/p>\n<p>57. Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten<\/p>\n<p>De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het<\/p>\n<p>organiseren van zorg dicht bij mensen maakt vereenvoudiging en decentralisatie mogelijk<\/p>\n<p>van regelingen als de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg),<\/p>\n<p>de fiscale regeling voor aftrek van specifieke zorgkosten en de Compensatie Eigen Risico<\/p>\n<p>(CER). Door decentralisatie van de financi\u00eble ondersteuning voor chronisch zieken en<\/p>\n<p>gehandicapten met meerkosten ontstaat uit een complex van ongerichte regelingen \u00e9\u00e9n<\/p>\n<p>eenduidig vangnet, waarmee de doelgroep op transparante wijze en met scherpe focus<\/p>\n<p>bereikt wordt.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 62<\/p>\n<p>Voor het leveren van maatwerk door gemeenten aan chronisch zieken en gehandicapten<\/p>\n<p>die in de knel kunnen komen door meerkosten komt structureel ruim 760 mln.<\/p>\n<p>beschikbaar. Dit budget wordt vrijgemaakt uit het afschaffen van de Wtcg, de fiscale<\/p>\n<p>regeling voor aftrek van specifieke zorgkosten, de daarmee samenhangende<\/p>\n<p>Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (TSZ) en de CER.<\/p>\n<p>Het wettelijk kader voor het uitvoeren van deze taak door gemeenten kan de Wmo of de<\/p>\n<p>Wet bijzondere bijstand zijn, maar ook een nieuw op te stellen wettelijk kader behoort tot<\/p>\n<p>de mogelijkheden.<\/p>\n<p>58. Wtcg afschaffen<\/p>\n<p>De Wtcg wordt v\u00f3\u00f3r 1-1-2014 in zijn geheel afgeschaft. Dit betekent dat in 2014 (met<\/p>\n<p>een kleine doorloop naar 2015) de laatste uitbetalingen van Wtcg-forfaits plaatsvinden<\/p>\n<p>voor rechten die in jaren t\/m 2013 zijn opgebouwd. Ook de Wtcg-korting op de eigen<\/p>\n<p>bijdrage AWBZ\/Wmo voor extramurale gevallen vervalt (voor intramurale gevallen, zie<\/p>\n<p>de maatregel verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ). Per 2015 wordt de taak naar<\/p>\n<p>gemeenten overgeheveld. Het afschaffen van de Wtcg levert structureel 649 mln. op.<\/p>\n<p>Hierin is ook de structurele doorwerking van de doelgroepverkleining door de maatregel<\/p>\n<p>rond fysiotherapie opgenomen. Bijna tweederde van dit besparingsbedrag wordt aan het<\/p>\n<p>budget voor maatwerk gemeenten toegevoegd.<\/p>\n<p>59. Regeling specifieke zorgkosten afschaffen<\/p>\n<p>De fiscale regeling voor de aftrek van specifieke zorgkosten wordt in zijn geheel \u2013 net als<\/p>\n<p>de Wtcg &#8211; per 2014 afgeschaft. Daarmee verliest ook de Tegemoetkoming Specifieke<\/p>\n<p>Zorgkosten (TSZ) zijn functie en vervalt derhalve tegelijkertijd. De helft van de<\/p>\n<p>besparing van 492 mln. komt ten gunste van het budget voor gemeentelijk maatwerk.<\/p>\n<p>60. CER Afschaffen<\/p>\n<p>De Compensatie Eigen Risico (CER) wordt afgeschaft. Voor de CER geldt, net als voor<\/p>\n<p>de Wtcg, dat de regeling ongericht en ondoelmatig is. Van de besparing van 200 mln.<\/p>\n<p>wordt de helft aan gemeenten beschikbaar gesteld voor het gerichter ondersteunen van<\/p>\n<p>chronisch zieken en gehandicapten die door meerkosten in de problemen komen.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 63<\/p>\n<p>F Sociale Zekerheid 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal -401 -1.054 -1.614 -2.429 -3.241 -4.877<\/p>\n<p>61 WW\/Ontslag (ten opzichte van<\/p>\n<p>basispad)<\/p>\n<p>wv uitgaven 784 947 592 284 -140<\/p>\n<p>wv lasten -1.300 -1.300 -1.300 -1.300 -1.300<\/p>\n<p>62 Participatiewet (Voorheen Werken<\/p>\n<p>naar Vermogen, taakstelling oplopend<\/p>\n<p>in 6 jaar)<\/p>\n<p>-60 -180 -290 -400 -1.830<\/p>\n<p>63 Quotumregeling bedrijven<\/p>\n<p>arbeidsgehandicapten (ingroei in 6<\/p>\n<p>jaar)<\/p>\n<p>10 -5 -60 -130 -340<\/p>\n<p>64 Hervorming kindregelingen<\/p>\n<p>wv uitgaven -2 19 309 73 -90 -59<\/p>\n<p>wv lasten -830 -840 -840 -840<\/p>\n<p>65 Ombuiging re\u00efntegratie -55 -83 -110 -138 -138<\/p>\n<p>66 Aanscherpen definitie passende arbeid<\/p>\n<p>WW<\/p>\n<p>3 3 -21 -32 -46 -57<\/p>\n<p>67 Algehele arbeids-en reintegratieplicht<\/p>\n<p>en naleving WWB<\/p>\n<p>-13 -45 -90 -95 -95<\/p>\n<p>68 AOW voor samenwonenden naar 50%<\/p>\n<p>WML<\/p>\n<p>-10 -30 -50 -200<\/p>\n<p>69 Overbruggingsregeling AOWverhoging<\/p>\n<p>75 45 45 20 0<\/p>\n<p>70 Doorwerkbonus\/mobiliteitsbonus<\/p>\n<p>wv lasten 150 150 300 300 300 300<\/p>\n<p>71 Schrappen voorschotregeling AOW -10 -30 -30 50 20 0<\/p>\n<p>72 Snellere verhoging AOW leeftijd -70 -160 0<\/p>\n<p>73 Schrappen toeslag jonge partner AOW<\/p>\n<p>&gt; 50.000<\/p>\n<p>-15 -40 -40 -40 0<\/p>\n<p>74 Terugdraaien geen MKOB bij<\/p>\n<p>onvolledige opbouw<\/p>\n<p>8 16 16 16 16<\/p>\n<p>75 Niet invoeren vitaliteitssparen<\/p>\n<p>wv lasten -580 -764 -759 -734 -700 -140<\/p>\n<p>76 Huishouduitkeringstoets -80 -80 -80 -80<\/p>\n<p>77 Modernisering ZW: 1 jaar uitstel<\/p>\n<p>werknemerprikkel<\/p>\n<p>38 24 0 0 0 0<\/p>\n<p>78 ANW naar maximaal 1 jaar -8 -23 -35 -74<\/p>\n<p>79 Intensivering armoedebeleid 80 100 100 100 100<\/p>\n<p>80 Temporiseren afbouw ahk in<\/p>\n<p>referentieminimumloon<\/p>\n<p>30 60 94 123 0<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 64<\/p>\n<p>61. WW\/ontslag (ten opzichte van basispad)<\/p>\n<p>De maximale WW-duur wordt per 1-7-2014 voor nieuwe instroom in de WW beperkt tot<\/p>\n<p>24 maanden, waarvan 12 loongerelateerde uitkering gevolgd door maximaal 12 maanden<\/p>\n<p>vervolguitkering van 70% WML. De opbouw van het arbeidsverleden wordt aangepast.<\/p>\n<p>De opbouw in de eerste 10 jaar is 1 maand WW per gewerkt jaar en daarna is de opbouw<\/p>\n<p>een halve maand WW per gewerkt jaar. Daarbij wordt het reeds opgebouwde<\/p>\n<p>arbeidsverleden van voor 2014 gerespecteerd, zodat de jaren die liggen voor het<\/p>\n<p>kalenderjaar 2014 blijven tellen voor 1 jaar en de jaren 2014 en later tellen voor \u00f3 jaar<\/p>\n<p>vanaf het 11e jaar arbeidsverleden. De IOAW wordt in 2014 afgeschaft. De IOW (zonder<\/p>\n<p>vermogenstoets en partner- of inkomenstoets) wordt daarentegen toegankelijk gemaakt<\/p>\n<p>voor mensen die werkloos worden op het moment dat zij 55 jaar of ouder zijn.<\/p>\n<p>De raming van de opbrengst van deze maatregelen, zie eerste rij in de tabel, betreft de<\/p>\n<p>duurverkorting, de aanpassing van de opbouw, het afschaffen van de IOAW, de<\/p>\n<p>uitbreiding van de IOW, de doorwerking op de WGA en de uitvoeringskosten.<\/p>\n<p>Het verhalen van de eerste zes maanden WW\/uitkering op werkgevers vindt geen<\/p>\n<p>doorgang. De WW-premies gaan structureel vanaf 1-1-2014 met 1,3 mld. omhoog. Deze<\/p>\n<p>lastenverzwaring voor werkgevers komt in de plaats van het WW-verhaal en wordt<\/p>\n<p>gecompenseerd door lagere ontslagvergoedingen, die door een wettelijke norm in<\/p>\n<p>omvang beperkt worden, en omgezet in een transitiebudget ten bate van (om)scholing en<\/p>\n<p>van werk-naar-werk trajecten. De omvang van het budget wordt een kwart maand per<\/p>\n<p>gewerkt jaar vanaf het eerste jaar met een maximum van 4 maanden. Verder ontstaat door<\/p>\n<p>de hervorming het ontslagstelsel, ingaand per 1-7-2014, \u00e9\u00e9n route voor ontslag via het<\/p>\n<p>UWV, in de vorm van een preventieve toets. De kantonrechtersroute wordt opgeheven,<\/p>\n<p>waardoor uitvoeringskosten (5 mln.) worden overgeheveld van de rechtspraak naar het<\/p>\n<p>UWV.<\/p>\n<p>(in \u20ac mln., -\/- is saldoverbeterend) 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>WW 34 -53 -408 -716 -1140<\/p>\n<p>Schrappen WW-verhaal 750 1.000 1.000 1.000 1.000<\/p>\n<p>Totaal uitgaven 784 947 592 284 -140<\/p>\n<p>Totaal lasten: WW premieverhoging -1.300 -1.300 -1.300 -1.300 -1.300<\/p>\n<p>Totaal -516 -353 -708 -1.016 -1.440<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 65<\/p>\n<p>62. Participatiewet (voorheen Wet Werken naar vermogen, taakstelling oplopend in 6<\/p>\n<p>jaar)<\/p>\n<p>(in \u20ac mln., -\/- is saldoverbeterend) 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Wajong: beperken toegang tot volledig en<\/p>\n<p>duurzaam<\/p>\n<p>0 -40 -80 -120 -1.180<\/p>\n<p>Wsw: geen nieuwe instroom + nieuwe<\/p>\n<p>voorziening beschutte werkplek<\/p>\n<p>-20 -50 -70 -90 -650<\/p>\n<p>Efficiencykorting Participatiebudget<\/p>\n<p>geleidelijk<\/p>\n<p>-40 -90 -140 -190 0<\/p>\n<p>Totaal -60 -180 -290 -400 -1.830<\/p>\n<p>Er komt \u00e9\u00e9n participatiewet die de Wwb, Wsw en een deel van de Wajong samenvoegt.<\/p>\n<p>Voor de hele doelgroep wordt een systeem van loondispensatie ge\u00efntroduceerd zoals dat<\/p>\n<p>nu in de Wajong bestaat. Hierdoor kunnen de gemeenten meer mensen laten participeren,<\/p>\n<p>budgetten gerichter en effectiever inzetten en kosten besparen. Met ingang van 1-1-2014<\/p>\n<p>wordt de Wajong alleen toegankelijk voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten;<\/p>\n<p>voor de groep \u2018niet volledige en duurzame arbeidsongeschikten\u2019 is de nieuwe<\/p>\n<p>participatiewet beschikbaar. Huidige Wsw\u2019ers en Wajong\u2019ers worden niet herkeurd.<\/p>\n<p>Instroom in de Wsw in zijn huidige vorm en voorwaarden wordt gestopt met ingang van<\/p>\n<p>1-1-2014. Gemeenten krijgen binnen de kaders van de participatiewet de ruimte om<\/p>\n<p>beschut werk zelf te organiseren als voorziening. Voor deze nieuwe voorziening beschut<\/p>\n<p>werk komen geleidelijk middelen beschikbaar voor structureel 30.000 plekken, afgestemd<\/p>\n<p>op 100% WML. Re-integratie en begeleidingsbudgetten worden samengevoegd in een<\/p>\n<p>gebundeld re-integratiebudget. Deze middelen zullen gerichter en effici\u00ebnter worden<\/p>\n<p>ingezet, waarbij speciale aandacht zal worden besteed aan mensen met een<\/p>\n<p>arbeidshandicap. Vanaf 1-1-2014 nemen deze middelen over een periode van zes jaar<\/p>\n<p>geleidelijk af. Tot slot geldt dat de doelgroep arbeidsgehandicapten voor de<\/p>\n<p>mobiliteitsbonus toeneemt. De extra kosten die hieruit voortvloeien worden gedekt<\/p>\n<p>binnen de beschikbare middelen voor mobiliteitsbonussen.<\/p>\n<p>63. Quotumregeling bedrijven arbeidsgehandicapten (ingroei in 6 jaar)<\/p>\n<p>Er komt per 1-1-2015 een verplicht quotum voor middelgrote en grote werkgevers in de<\/p>\n<p>markt-, premiegesubsidieerde en collectieve sectoren voor het in dienst hebben van<\/p>\n<p>arbeidsgehandicapten op straffe van een boete. Dit quotum wordt stapsgewijs in zes jaar<\/p>\n<p>ingevoerd. De opbrengst bestaat uit boeteopbrengsten en lagere uitkeringslasten, na aftrek<\/p>\n<p>van uitvoeringskosten, weglekeffecten en de dubbeltelling met de Wajong maatregel uit<\/p>\n<p>de Participatiewet.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 66<\/p>\n<p>64. Hervorming kindregelingen<\/p>\n<p>Het aantal kindregelingen wordt per 1-1-2015 beperkt tot vier: Kinderbijslag (AKW),<\/p>\n<p>Kindgebonden budget (WKB), Kinderopvangtoeslag (KoT) en de Inkomensafhankelijke<\/p>\n<p>Combinatiekorting (IACK). De besparing bij deze hervorming betreft een saldo van<\/p>\n<p>maatregelen aan zowel de uitgaven- en inkomstenkant van de begroting, zie tabel.<\/p>\n<p>(in \u20ac mln., -\/- is saldoverbeterend) 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>1. Afschaffen aanvulling alleenstaande ouders 0 0 -350 -350 -350 -350<\/p>\n<p>3. Introduceren kop op kindgebonden budget (WKB) 0 76 915 915 915 915<\/p>\n<p>4. Verlagen WKB afbouwgrens 0 -19 -226 -233 -240 -200<\/p>\n<p>5. Versoberen kinderbijslag -2 -59 -283 -501 -647 -656<\/p>\n<p>6. Hervormen WTOS en TOG 0 0 0 0 0 0<\/p>\n<p>8. WKB: Verhogen bedrag 1e kind met 25 euro 0 1 15 15 14 14<\/p>\n<p>9. WKB: Verhogen bedrag 2e kind met 517 euro 0 20 238 227 218 218<\/p>\n<p>10. WKB: Compensatie afschaffen schoolboeken * (30) (90) (90) (90)<\/p>\n<p>Totaal uitgaven -2 19 309 73 -90 -59<\/p>\n<p>2. Afschaffen (aanvullende) alleenstaande ouderkortingen 0 0 -530 -540 -540 -540<\/p>\n<p>7. Afschaffen ouderschapsverlofkorting en aftrek LOK 0 0 -300 -300 -300 -300<\/p>\n<p>Totaal lasten 0 0 -830 -840 -840 -840<\/p>\n<p>Totaal -2 19 -521 -767 -930 -899<\/p>\n<p>* Is niet meegenomen in de totaaltelling, komt terug bij maatregel 35.<\/p>\n<p>(1) De aanvulling in de bijstand en de Anw voor alleenstaande ouders wordt afgeschaft.<\/p>\n<p>(2) De fiscale alleenstaande ouderkorting en de aanvullende alleenstaande ouderkorting<\/p>\n<p>worden afgeschaft.<\/p>\n<p>(3 ) Daarvoor in de plaats komt in het kindgebonden budget een alleenstaande ouderkop<\/p>\n<p>van 2800 euro per jaar.<\/p>\n<p>(4) In het kindgebonden budget wordt de inkomensgrens waar onder het volledige bedrag<\/p>\n<p>wordt ontvangen, verlaagd naar de inkomensgrens die ook in de zorgtoeslag wordt<\/p>\n<p>gebruikt.<\/p>\n<p>(5) In de kinderbijslag worden de bedragen verlaagd naar de bedragen van de jongste<\/p>\n<p>leeftijdscategorie, er gelden leeftijdsonafhankelijke bedragen. Deze maatregel wordt al in<\/p>\n<p>2014 ingevoerd. Daarnaast wordt de kinderbijslag in de tweede helft van 2013 en 2014<\/p>\n<p>niet ge\u00efndexeerd. Dit geldt ook voor het hele jaar 2015.<\/p>\n<p>(6) De WTOS 17- wordt afgeschaft en budgettair neutraal ge\u00efntegreerd met het kopje op<\/p>\n<p>het kindgebonden budget voor ouders van kinderen van 16-17 jaar. De TOG wordt<\/p>\n<p>afgeschaft en budgettair neutraal ge\u00efntegreerd met de AKW.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 67<\/p>\n<p>(7) De ouderschapsverlofkorting en de aftrek voor levensonderhoud kinderen (Lok)<\/p>\n<p>worden afgeschaft.<\/p>\n<p>(8) In het kindgebonden budget wordt het bedrag voor het eerste kind met ingang van<\/p>\n<p>2015 met 25 euro verhoogd.<\/p>\n<p>(9) In het kindgebonden budget wordt het bedrag voor het tweede kind met ingang van<\/p>\n<p>2015 met 517 euro verhoogd.<\/p>\n<p>(10) Ter compensatie van het afschaffen van de gratis schoolboeken worden de bedragen<\/p>\n<p>in het kindgebonden budget voor ouders van kinderen van 12-17 jaar in 2 stappen<\/p>\n<p>verhoogd (zie ook maatregel 35.).<\/p>\n<p>65. Ombuiging re-integratie<\/p>\n<p>Het re-integratiebudget van UWV en het participatiebudget van gemeenten worden<\/p>\n<p>gekort. De korting wordt voor 30% verhaald op het re-integratiebudget van het UWV en<\/p>\n<p>voor 70% op het participatiebudget van gemeenten. Dit levert een besparing op,<\/p>\n<p>oplopend tot netto 138 mln. in 2017, rekening houdend met uitverdieneffecten van 25%<\/p>\n<p>in het eerste jaar en 50% in latere jaren.<\/p>\n<p>66. Aanscherpen definitie passende arbeid WW<\/p>\n<p>De definitie van passende arbeid wordt in 2014 aangescherpt. De maatregel houdt in dat<\/p>\n<p>reeds na 6, in plaats van 12 maanden, alle arbeid als passend wordt aangemerkt. Eveneens<\/p>\n<p>vanaf 6 maanden komt de WW-gerechtigde in aanmerking voor inkomstenverrekening in<\/p>\n<p>plaats van urenverrekening.<\/p>\n<p>67. Algehele arbeids- en re-integratieplicht en naleving WWB<\/p>\n<p>De algemene arbeids- en re-integratieplicht in de Bijstand wordt aangescherpt door het<\/p>\n<p>gebruik van ontheffingen te beperken. Tevens wordt in 2014 de naleving en handhaving<\/p>\n<p>ge\u00efntensiveerd, onder meer door verplichtingen in de regelgeving te uniformeren en<\/p>\n<p>sancties wettelijk voor te schrijven. Wettelijk voorgeschreven wordt dat gemeenten de<\/p>\n<p>bijstandsuitkering 3 maanden stoppen in geval van het niet nakomen van de arbeids- en<\/p>\n<p>re-integratieplicht. De besparing wordt taakstellend in de begroting van SZW verwerkt.<\/p>\n<p>68. AOW voor samenwonenden naar 50% WML<\/p>\n<p>De uitkering van iedere AOW\u2019er die samenwoont met \u00e9\u00e9n of meer volwassenen (ook als<\/p>\n<p>het gaat om eerste graad bloedverwanten) wordt per 2015 vastgesteld op 50% van het<\/p>\n<p>netto minimumloon. Dit geldt voor nieuwe instroom in de AOW, voor AOW-ers waarvan<\/p>\n<p>de huishoudsituatie wijzigt en na afloop van het overgangsrecht voor het zittend bestand.<\/p>\n<p>69. Overbruggingsregeling AOW-verhoging<\/p>\n<p>Voor mensen die per 1-1-2013 nu reeds deelnemen aan een vut- of prepensioenregeling,<\/p>\n<p>en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de AOW leeftijdsverhoging, wordt vanaf<\/p>\n<p>2013 een overbruggingsregeling ontworpen. De regeling geldt voor deelnemers met een<\/p>\n<p>inkomen tot 150% WML en kent een partner- en vermogenstoets (exclusief eigen woning<\/p>\n<p>en pensioenvermogen). Mocht invoering per 1-1-2013 op praktische bezwaren stuiten,<\/p>\n<p>dan wordt aan de regeling terugwerkende kracht vanaf 1-1-2013 toegekend.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 68<\/p>\n<p>70. Doorwerkbonus\/mobiliteitbonus<\/p>\n<p>Er wordt een doorwerkbonus ingevoerd voor werknemers (voltijd en deeltijd) vanaf 61<\/p>\n<p>tot 65 jaar. Werknemers die doorwerken tot 65,5 jaar, kunnen zo gemiddeld 1,5 jaar<\/p>\n<p>eerder met pensioen zonder er financieel op achteruit te gaan. Deze doorwerkbonus geldt<\/p>\n<p>voor werknemers met een inkomen vanaf 90% WML, wordt maximaal van 100% tot<\/p>\n<p>120% WML en loopt daarna af tot 175% WML. Het structurele budgettaire beslag van<\/p>\n<p>deze regeling is ruim 200 mln. Daarnaast komen middelen beschikbaar voor de reeds<\/p>\n<p>bestaande mobiliteitsbonus, om de arbeidsparticipatie te stimuleren in het kader van de<\/p>\n<p>Participatiewet. Mocht invoering per 1-1-2013 op praktische bezwaren stuiten, dan wordt<\/p>\n<p>de bonus in 2014 met terugwerkende kracht alsnog ter beschikking gesteld.<\/p>\n<p>71. Schrappen voorschotregeling AOW<\/p>\n<p>De huidige voorschotregeling voor de AOW leeftijdsverhoging wordt afgeschaft. Deze is<\/p>\n<p>niet langer nodig, wanneer de nieuwe overbruggingsregeling in werking treedt.<\/p>\n<p>72. Snellere verhoging AOW-leeftijd<\/p>\n<p>De AOW leeftijd wordt na 2015 versneld verhoogd volgens onderstaand schema.<\/p>\n<p>Hierdoor wordt in 2018 de AOW leeftijd 66 jaar en in 2021 67 jaar.<\/p>\n<p>Tabel: nieuw tijdpad verhoging AOW-leeftijd (aantal maanden)<\/p>\n<p>2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021<\/p>\n<p>Huidige wet 1 2 3 5 7 9 12 15 18<\/p>\n<p>Na deelakkoord 1 2 3 6 9 12 16 20 24<\/p>\n<p>73. Schrappen toeslag jonge partner AOW &gt; 50.000<\/p>\n<p>De partnertoeslag voor AOW-gerechtigden wordt per 1-7-2014 ingeperkt. AOWgerechtigden<\/p>\n<p>die samen met hun partner een totaalinkomen van meer dan 50.000 euro<\/p>\n<p>(exclusief AOW) hebben, ontvangen niet langer partnertoeslag. Dit geldt voor nieuwe<\/p>\n<p>instroom en, na afloop van een overgangsperiode, voor het zittend bestand. Structureel<\/p>\n<p>kent de maatregel geen opbrengst omdat in de wet verhoging AOW en<\/p>\n<p>pensioenrichtleeftijd besloten is dat de AOW partnertoeslag voor nieuwe gevallen<\/p>\n<p>helemaal wordt afgeschaft.<\/p>\n<p>74. Terugdraaien geen MKOB bij onvolledige opbouw<\/p>\n<p>De maatregel \u201cgeen aow-tegemoetkoming bij onvolledige opbouw\u201d uit het vorige<\/p>\n<p>regeerakkoord wordt per 1-7-2014 teruggedraaid. Dit betekent dat de MKOB niet langer<\/p>\n<p>meegenomen wordt in de middelentoets van de bijstand voor 65-plussers (AIO).<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 69<\/p>\n<p>75. Niet invoeren vitaliteitssparen<\/p>\n<p>Het vitaliteitssparen wordt niet ingevoerd. Kasbedragen zijn leidend.<\/p>\n<p>76. Huishouduitkeringstoets<\/p>\n<p>Een huishouduitkeringstoets wordt ingevoerd per 2015. Het normbedrag van de WWB<\/p>\n<p>wordt verlaagd naarmate in een huishouden meer inwonende volwassenen aanwezig zijn.<\/p>\n<p>De inkomsten van gezinsleden binnen het huishouden worden niet verrekend met de<\/p>\n<p>uitkering van de bijstandsontvanger, zodat werken lonend is en niet direct consequenties<\/p>\n<p>heeft voor de overige gezinsleden. Wel wordt de bijstandsuitkering lager naarmate er<\/p>\n<p>meer boven bedoelde gezinsleden zijn. Elk van de gezinsleden blijft een zelfstandig recht<\/p>\n<p>op bijstand houden.<\/p>\n<p>77. Modernisering ZW: 1 jaar uitstel werknemerprikkel<\/p>\n<p>De invoering van de prikkel voor werknemers uit de modernisering van de Ziektewet<\/p>\n<p>(duur van de loongerelateerde uitkering afhankelijk van arbeidsverleden) wordt met een<\/p>\n<p>jaar uitgesteld. Binnen een jaar wordt een alternatief gevonden om de hoge instroom van<\/p>\n<p>werknemers zonder vast contract (flexwerkers) in de Ziektewet het hoofd te bieden.<\/p>\n<p>78. Anw naar maximaal 1 jaar<\/p>\n<p>Vanaf 1-7-2014 geldt voor nieuwe instroom in de Anw een maximum duur van \u00e9\u00e9n jaar<\/p>\n<p>(exclusief de wezenuitkering). De gerapporteerde besparing is inclusief weglek. In de<\/p>\n<p>besparing is verondersteld dat de integratie van de halfwezenuitkering in de<\/p>\n<p>nabestaandenuitkering uit het wetsvoorstel deregulering SVB zijn beslag heeft gekregen.<\/p>\n<p>79. Intensivering armoedebeleid<\/p>\n<p>De mogelijkheden voor individuele bijzondere bijstand (van daadwerkelijke kosten)<\/p>\n<p>worden verruimd en de mogelijkheden voor categoriale bijzondere bijstand (aannemelijke<\/p>\n<p>kosten) worden beperkt. Daarbij is er bijzondere aandacht voor werkenden met een laag<\/p>\n<p>inkomen en ouderen met klein pensioen. Daarnaast kan categoriale bijzondere bijstand<\/p>\n<p>voor gezinnen met kinderen in de vorm van aanvullende zorgverzekering en stadspas<\/p>\n<p>voor culturele\/maatschappelijke\/sportieve voorzieningen worden uitgebreid. De<\/p>\n<p>overheidssteun aan het Jeugdsportfonds Nederland wordt verlengd (2015 en 2016) en de<\/p>\n<p>Sportimpuls wordt structureel verhoogd. Tot slot wordt de langdurigheidstoeslag in de<\/p>\n<p>WWB vervangen door een individuele toeslag voor personen die langdurig van een laag<\/p>\n<p>inkomen rond moeten komen zonder zicht op verbetering. Voor dit pakket wordt<\/p>\n<p>structureel 100 miljoen vrijgemaakt.<\/p>\n<p>80. Temporiseren afbouw AHK in referentieminimumloon<\/p>\n<p>De afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting (ahk, in de<\/p>\n<p>fiscaliteit voor werkenden al vanaf 2009 afgebouwd) wordt sinds januari 2012 ook<\/p>\n<p>doorvertaald naar de uitkeringshoogte (excl. AOW). Deze afbouw wordt in de jaren 2014<\/p>\n<p>t\/m 2017 getemporiseerd, zodat per jaar 2,5 procentpunt wordt afgebouwd in plaats van 5<\/p>\n<p>procentpunt per jaar.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 70<\/p>\n<p>G Overdrachten bedrijven 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal 0 -286 -437 -446 -484 -484<\/p>\n<p>81 Subsidies bedrijven<\/p>\n<p>wv uitgaven 260 244 244 244 244<\/p>\n<p>wv lasten -502 -574 -583 -596 -596<\/p>\n<p>82 Doorberekenen kosten toezicht<\/p>\n<p>AFM\/DNB<\/p>\n<p>0 -38 -38 -38 -38<\/p>\n<p>83 Afschaffen PBO&#8217;s<\/p>\n<p>wv uitgaven -184 -191 -198 -206 -206<\/p>\n<p>wv lasten 215 222 229 237 237<\/p>\n<p>84 Boetes marktwerking (NMa) -75 -100 -100 -125 -125<\/p>\n<p>81. Subsidies bedrijven<\/p>\n<p>(in \u20ac mln., -\/- is saldoverbeterend) 2014 2015 2016 2017 Struc.<\/p>\n<p>1. Beperken subsidies<\/p>\n<p>bedrijfslevenbeleid en<\/p>\n<p>topsectoren EZ<\/p>\n<p>-46 -52 -52 -52 -52<\/p>\n<p>2. Beperking subsidies<\/p>\n<p>bedrijfslevenbeleid en<\/p>\n<p>topsectoren overige<\/p>\n<p>departementen<\/p>\n<p>-8 -8 -8 -8 -8<\/p>\n<p>3. Verlagen uitgaven<\/p>\n<p>ondernemerspleinen<\/p>\n<p>-5 -15 -15 -15 -15<\/p>\n<p>4. Verhogen budget TKI-toeslag 110 110 110 110 110<\/p>\n<p>5. Subsidieregeling 209 209 209 209 209<\/p>\n<p>Totaal uitgaven 260 244 244 244 244<\/p>\n<p>6. WVA Onderwijs -409 -414 -423 -436 -436<\/p>\n<p>7. Beperking fiscale<\/p>\n<p>innovatieregelingen<\/p>\n<p>-93 -160 -160 -160 -160<\/p>\n<p>Totaal lasten -502 -574 -583 -596 -596<\/p>\n<p>Totaal -242 -330 -339 -352 -352<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 71<\/p>\n<p>1. Beperken subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren EZ<\/p>\n<p>De uitgaven aan het bedrijfslevenbeleid en topsectoren worden taakstellend beperkt.<\/p>\n<p>2. Beperking subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren overige departementen<\/p>\n<p>Ook de andere betrokken departementen dragen bij aan een ombuiging op subsidies<\/p>\n<p>aan het bedrijfslevenbeleid en topsectoren, te weten: VWS (3 mln.), IenM (2 mln.),<\/p>\n<p>OCW (2 mln.) en Defensie (1 mln.)<\/p>\n<p>3. Verlagen uitgaven ondernemerspleinen<\/p>\n<p>Op de ondernemerspleinen kan worden bespaard door meer producten en diensten<\/p>\n<p>tegen een kostendekkende vergoeding aan te bieden en door het be\u00ebindigen van taken.<\/p>\n<p>4. Verhogen budget TKI-toeslag<\/p>\n<p>Het budget van de TKI-toeslag wordt verhoogd. Hiermee wordt een stimulans<\/p>\n<p>gegeven aan de publiek-private samenwerking. Die stimulans kan eveneens worden<\/p>\n<p>bereikt door gebruik te maken van programma\u2019s en projecten in het kader van<\/p>\n<p>Horizon 2020. Mocht EZ hiervoor cofinanciering dienen te leveren, dan zal die ten<\/p>\n<p>laste van de TKI-toeslagmiddelen worden gebracht.<\/p>\n<p>5. Subsidie en 6. WVA Onderwijs<\/p>\n<p>Het budgettair beslag van de WVA onderwijs is vanaf 2007 verdubbeld van 200 mln.<\/p>\n<p>naar 400 mln. De Wet afdrachtvermindering Onderwijs wordt afgeschaft en<\/p>\n<p>vervangen door een veel beter te richten subsidieregeling op de begroting van OCW.<\/p>\n<p>Het voor de nieuwe regeling beschikbare budget wordt teruggebracht naar het niveau<\/p>\n<p>van 2007.<\/p>\n<p>7. Beperking fiscale innovatieregelingen<\/p>\n<p>In 2014 wordt er in totaal 93 mln. bezuinigd op de RDA, de innovatiebox en de<\/p>\n<p>WBSO. Dit bedrag loopt op naar 160 mln. in 2015 e.v.<\/p>\n<p>82. Doorberekenen kosten toezicht AFM\/DNB<\/p>\n<p>Het toezicht door AFM en DNB wordt doorbelast aan de partijen die actief zijn op de<\/p>\n<p>financi\u00eble markten. Voor het toezicht op de BES-eilanden blijft, vanwege de bijzondere<\/p>\n<p>omstandigheden aldaar, de bestaande situatie gehandhaafd. Bij de vaststelling van de<\/p>\n<p>nieuwe (hogere) tarieven zullen kleinere partijen zoveel mogelijk worden ontzien.<\/p>\n<p>83. Afschaffen PBO\u2019s<\/p>\n<p>De PBO\u00b4s en de PBO heffing worden afgeschaft. De medebewindstaken en autonome<\/p>\n<p>publieke taken van de PBO\u2019s worden door EZ uitgevoerd vanaf 2014. Voor de uitvoering<\/p>\n<p>van deze taken wordt 31 mln. aan de EZ begroting toegevoegd.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 72<\/p>\n<p>84. Boetes marktwerking (NMa)<\/p>\n<p>De boetes marktwerking (NMa) worden verhoogd omdat de NMa meer kartelboetes gaat<\/p>\n<p>opleggen. De ontvangsten worden geraamd op 75 mln. in 2014 oplopend naar 125 mln.<\/p>\n<p>structureel. Deze bezuiniging wordt taakstellend ingeboekt op de EZ begroting. Bij<\/p>\n<p>eventuele besparingsverliezen kunnen extra opbrengsten uit maatregel 111 binnen het EZ<\/p>\n<p>domein gebruikt worden.<\/p>\n<p>29\/10\/2012 73<\/p>\n<p>H Internationale samenwerking 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal 0 -520 -540 -540 -1.040 -1.040<\/p>\n<p>85 Ontwikkelingshulp -750 -750 -750 -1.000 -1.000<\/p>\n<p>86 Defensie -250 -250 -250 -250 -250<\/p>\n<p>87 Nieuw budget internationale Vrede en<\/p>\n<p>Veiligheid<\/p>\n<p>250 250 250 250 250<\/p>\n<p>88 Revolving fund internationale<\/p>\n<p>samenwerking<\/p>\n<p>250 250 250 0 0<\/p>\n<p>89 Reductie postennetwerk -20 -40 -40 -40 -40<\/p>\n<p>85. Ontwikkelingshulp<\/p>\n<p>De uitgaven voor OS worden verlaagd met de in de tabel opgenomen bedragen, de<\/p>\n<p>ontwikkeling van de uitgaven blijft gerelateerd aan de ontwikkeling van het BNP. De<\/p>\n<p>publieke uitgaven voor de lange termijn financiering van het internationale klimaatbeleid<\/p>\n<p>\u2013zoals toegezegd tijdens de Klimaattop in Kopenhagen in 2009- worden gefinancierd uit<\/p>\n<p>het OS budget.<\/p>\n<p>86. Defensie<\/p>\n<p>Om de inzet van de Nederlandse krijgsmacht voor vrede en veiligheid in de wereld te<\/p>\n<p>kunnen blijven verzekeren, wordt vanaf 2014 jaarlijks 0,25 mld. van het budget voor<\/p>\n<p>Ontwikkelingssamenwerking omgezet in een budget voor Internationale Veiligheid. Dit<\/p>\n<p>budget komt beschikbaar voor Defensie voor aan internationale veiligheid verbonden<\/p>\n<p>kosten. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is<\/p>\n<p>verantwoordelijk voor de aanwending, in overeenstemming met de minister van<\/p>\n<p>Defensie. Corresponderend wordt de begroting van Defensie vanaf 2014 met 0,25 mld.<\/p>\n<p>verlaagd, waaronder de volledige huidige HGIS-middelen voor vredesoperaties.<\/p>\n<p>87. Nieuw budget internationale Vrede en Veiligheid<\/p>\n<p>Zie maatregel 86.<\/p>\n<p>88. Revolving fund internationale samenwerking<\/p>\n<p>Er wordt, binnen het geldende begrotingsbeleid, een revolverend fonds opgericht<\/p>\n<p>waarmee investeringen in ontwikkelingslanden gefaciliteerd kunnen worden. Daartoe<\/p>\n<p>wordt in de jaren 2014 t\/m 2016 jaarlijks 250 mln. van de 750 mln. besparing in deze<\/p>\n<p>jaren ingezet ter voeding van het fonds.<\/p>\n<p>89. Reductie postennetwerk<\/p>\n<p>De uitgaven aan het interdepartementale postennetwerk onder hgis worden in 2014 met<\/p>\n<p>20 mln. en vanaf 2015 met 40 mln. gekort. Deze taakstelling is additioneel aan de<\/p>\n<p>generieke taakstelling.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 74<\/p>\n<p>I Overige uitgaven 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal 0 -69 -226 -319 -402 -467<\/p>\n<p>90 Taakstelling MRB (hogere boete bij<\/p>\n<p>herhaaldelijk te laat betalen)<\/p>\n<p>-50 -70 -70 -70 -70<\/p>\n<p>91 Doorberekenen kosten strafzaken en<\/p>\n<p>detentie aan veroorzaker<\/p>\n<p>0 -60 -60 -60 -60<\/p>\n<p>92 Publieke omroep -50 -100 -100<\/p>\n<p>93 Belasting- en invorderingsrente -19 -96 -139 -172 -237<\/p>\n<p>90. Taakstelling MRB (hogere boete bij herhaaldelijk te laat betalen)<\/p>\n<p>Bij het te laat betalen van de Motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt een boete opgelegd<\/p>\n<p>van 50 euro. Bij een tweede en derde (en verdere) verzuim binnen een periode van 2 jaar<\/p>\n<p>bedraagt de boete respectievelijk 100 en 150 euro. Dat is een verzwaring van de huidige<\/p>\n<p>systematiek waarbij een boete wordt opgelegd van 50 euro voor het tweede en verdere<\/p>\n<p>verzuim binnen een periode van \u00e9\u00e9n jaar.<\/p>\n<p>91. Doorberekenen kosten strafzaken en detentie aan veroorzaker<\/p>\n<p>Er komt een eigen bijdrageregeling voor gedetineerden. Voor de verblijfkosten wordt<\/p>\n<p>(indicatief) 12,50 euro per dag in rekening gebracht (maximum 6 maanden). Daarnaast<\/p>\n<p>worden griffierechten geheven voor strafzaken in eerste aanleg, waarmee (een deel van)<\/p>\n<p>de kosten van het strafrecht (in geval van een veroordeling) aan de veroordeelde worden<\/p>\n<p>doorberekend. Ter indicatie: De gemiddelde gerechtskosten van een strafzaak in eerste<\/p>\n<p>aanleg bedragen 950 euro.<\/p>\n<p>92. Publieke omroep<\/p>\n<p>De bezuiniging op de publieke omroep wordt langs 4 sporen ingevuld:<\/p>\n<p>-Een efficiencytaakstelling van 25 mln. bij het centraliseren van het budget voor<\/p>\n<p>regionale omroepen (uitname uit het Provinciefonds per 2014 van 142 mln.).<\/p>\n<p>-Het eerder aangekondigde mediafonds wordt heroverwogen. Alleen het<\/p>\n<p>Stimuleringsfonds voor de Pers blijft bestaan. Dit levert een besparing op van 16 mln.<\/p>\n<p>-Artikel 2.42 omroepen gaan \u2018inwonen\u2019 bij \u00e9\u00e9n van de landelijke ledenomroepen. De<\/p>\n<p>budgetten voor 2.42 omroepen vervallen. Dit levert een besparing op van 14 mln.<\/p>\n<p>-Een nader in te vullen taakstelling van 45 mln.<\/p>\n<p>93. Belasting- en invorderingsrente<\/p>\n<p>Het rentepercentage van de belastingrente wordt voor de vennootschapsbelasting<\/p>\n<p>gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties met een ondergrens van 8%.<\/p>\n<p>Het rentepercentage van de belastingrente voor de overige belastingmiddelen en het<\/p>\n<p>rentepercentage van de invorderingsrente blijft gekoppeld aan de wettelijke rente voor<\/p>\n<p>niet-handelstransacties met een ondergrens van 4%.<\/p>\n<p>29\/10\/2012 75<\/p>\n<p>J Overige belastingen en premies 2013 2014 2015 2016 2017 struc<\/p>\n<p>Subtotaal -422 -1.371 -3.008 -3.374 -3.301 -1.933<\/p>\n<p>94 AOW premies door 65 en 66 jarigen -25 -55 0<\/p>\n<p>95 Terugdraaien reiskostenaftrek<\/p>\n<p>wv uitgaven -17 -49 -91 -108 -121 -121<\/p>\n<p>wv lasten 1.669 1.719 1.754 1.794 1.794 1.794<\/p>\n<p>96 Assurantiebelasting naar 21% -1.222 -1.379 -1.403 -1.403 -1.403 -1.403<\/p>\n<p>97 Witteveen aftoppen 100.000 -317 -529 -635 -297<\/p>\n<p>98 Witteveen opbouwpercentage- 0,4%<\/p>\n<p>wv uitgaven (toeslagen) -36 -60 -72 0<\/p>\n<p>wv lasten -1.075 -1.792 -2.150 -1.116<\/p>\n<p>99 Verlaging maximaal<\/p>\n<p>aftrekpercentage hypotheekrente<\/p>\n<p>-45 -89 -133 -175 -770<\/p>\n<p>100 Gekoppelde verlaging toptarief\/<\/p>\n<p>verlenging 3e schijf<\/p>\n<p>45 89 133 175 770<\/p>\n<p>101 Restschulden 10 20 30 40 50 0<\/p>\n<p>102 Maatregel huurmarkt -770<\/p>\n<p>wv uitgaven (huurtoeslag) 45 135 225 315 420<\/p>\n<p>wv lasten (verhuurdersheffing) -45 -485 -725 -965 -1.190<\/p>\n<p>103 Afromen kansspelbelasting<\/p>\n<p>wv uitgaven -10 -10 -10 -10<\/p>\n<p>wv lasten -25 -28 -31 -31<\/p>\n<p>104 Schrappen aftrekbaarheid provisies<\/p>\n<p>tussenpersonen<\/p>\n<p>-75 -84 -92 -100<\/p>\n<p>-109<\/p>\n<p>-150<\/p>\n<p>105 Vervallen vrijstelling oldtimers -156 -155 -154 -153 -153<\/p>\n<p>106 Invoering Winstbox<\/p>\n<p>wv uitgaven (toeslagen) -27 -27 -27 -27<\/p>\n<p>wv lasten -473 -473 -473 -473<\/p>\n<p>107 Verhoging accijnzen (tabak en<\/p>\n<p>alcohol)<\/p>\n<p>-187 -200 -200 -200 -200<\/p>\n<p>108 Verhoging accijnzen (diesel en LPG) -280 -280 -280 -280 -280<\/p>\n<p>109 Lastenverlichting arbeidskort. \u20ac500 785 1.570 2.355 3.140 3.140<\/p>\n<p>110 Versterking toezicht Belastingdienst,<\/p>\n<p>UWV en SVB<\/p>\n<p>wv uitgaven 108 169 157 157 157 157<\/p>\n<p>wv inkomsten -265 -533 -533 -566 -623 -663<\/p>\n<p>111 Werkkostenregeling -100 -100 -100 -100 -100<\/p>\n<p>112 Tegemoetkoming ondernemers<\/p>\n<p>afdracht BTW<\/p>\n<p>19<\/p>\n<p>113 Incidentele lastenruimte 2013 -649<\/p>\n<p>114 Ongedaan maken technische<\/p>\n<p>veronderstelling in basispad<\/p>\n<p>(terugsluis vergroening)<\/p>\n<p>-375 -375 -375 -375 -375<\/p>\n<p>115 Zorgpremies en overige<\/p>\n<p>lastenmaatregelen<\/p>\n<p>-571 -827 -840 -855 -855<\/p>\n<p>29\/10\/2012 76<\/p>\n<p>94. AOW premies door 65 en 66 jarigen<\/p>\n<p>Het versnellen van de verhoging van de AOW-leeftijd leidt tot hogere ontvangsten uit de<\/p>\n<p>AOW-premies, omdat het aantal personen dat AOW-premie dient te betalen toeneemt.<\/p>\n<p>95. Terugdraaien maatregel reiskostenaftrek<\/p>\n<p>De maatregel uit het begrotingsakkoord rond de afschaffing van de fiscale<\/p>\n<p>reiskostenaftrek wordt in zijn geheel teruggedraaid, inclusief de maatregel \u201cauto van de<\/p>\n<p>zaak\u201d. Het feit dat de reiskostenaftrek blijft bestaan geeft belastingplichtigen mogelijk<\/p>\n<p>een lager verzamelinkomen; dit heeft effect op toeslagen en werknemersverzekeringen.<\/p>\n<p>96. Assurantiebelasting naar 21%<\/p>\n<p>Het tarief van de assurantiebelasting wordt per 1-4-2013 verhoogd naar 21%. Het<\/p>\n<p>overgangsrecht wordt zo vormgegeven dat het nieuwe tarief van 21% van toepassing is<\/p>\n<p>op premies voor zover die betrekking hebben op een verzekerde periode van na 31-3-<\/p>\n<p>2013 (ongeacht wanneer deze premies betaald zijn).<\/p>\n<p>97. Witteveen aftoppen 100.000<\/p>\n<p>Vanaf een inkomensniveau van 100.000 euro kan niet langer fiscaal gefaciliteerd voor<\/p>\n<p>aanvullend pensioen worden gespaard. Dit geldt voor zowel voor pensioenopbouw in de<\/p>\n<p>tweede als de derde pijler (individuele lijfrenteopbouw). Kasbedragen zijn leidend.<\/p>\n<p>98. Witteveen opbouwpercentage -0,4%<\/p>\n<p>Het maximale jaarlijkse opbouwpercentage voor nieuwe pensioenopbouw wordt verlaagd<\/p>\n<p>met 0,4%. Voor het gebruikelijke middelloonpensioen betekent dit dat jaarlijks een<\/p>\n<p>opbouw van maximaal 1,75% van het pensioengevend loon fiscaal wordt gefaciliteerd.<\/p>\n<p>Na 40 jaar werken kunnen mensen een pensioen opbouwen van 70% van hun gemiddelde<\/p>\n<p>loon. De derde pijler (individuele lijfrenteopbouw) wordt op overeenkomstige wijze<\/p>\n<p>aangepast. Kasbedragen zijn leidend.<\/p>\n<p>99. Verlaging maximaal aftrekpercentage hypotheekrente<\/p>\n<p>Het maximale aftrekpercentage voor hypotheekrente wordt vanaf 2014 in jaarlijkse<\/p>\n<p>stappen van een half procentpunt verlaagd van het tarief in de vierde naar de derde schijf.<\/p>\n<p>100. Gekoppelde verlaging toptarief\/schijflengte (50-50)<\/p>\n<p>De opbrengst van de beperking van het aftrektarief voor hypotheekrente wordt voor 50%<\/p>\n<p>teruggesluisd in verlaging van het toptarief en voor 50% via een verlenging van de 3e<\/p>\n<p>belastingschijf.<\/p>\n<p>101. Restschulden<\/p>\n<p>De problemen met restschulden worden gericht aangepakt. De rente betaald op<\/p>\n<p>restschulden kan tijdelijk (maximaal 5 jaar) en onder voorwaarden in mindering worden<\/p>\n<p>gebracht op het belastbaar inkomen in box 1.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 77<\/p>\n<p><strong>102. Maatregel huurmarkt<\/strong><\/p>\n<p>De huren worden richting marktconform niveau gebracht. Er wordt voor alle huurders<\/p>\n<p>een additionele huurverhoging van 1,5% boven de reeds bepaalde huurverhogingen<\/p>\n<p>toegestaan. In het woningwaarderingsstelsel (WWS) wordt de maximale huur niet langer<\/p>\n<p>bepaald met het puntensysteem, maar vastgelegd op 4,5% van de WOZ van de woning.<\/p>\n<p>Verhuurders mogen hierbij werken met een huursombenadering. De systematiek met een<\/p>\n<p>huurliberalisatiegrens blijft intact. Daarbij wordt het wettelijk mogelijk gemaakt dat voor<\/p>\n<p>huurders met een inkomen boven de 43.000 in een gereguleerde huurwoning de<\/p>\n<p>maximale huur volgens het WWS tijdelijk buiten werking wordt gesteld en dus tijdelijk<\/p>\n<p>boven de huurliberalisatiegrens kan uitkomen. Hierbij blijft de woning zelf wel tot de<\/p>\n<p>sociale woningvoorraad behoren. Daarnaast wordt de heffing voor verhuurders verhoogd,<\/p>\n<p>rekening houdend met extra middelen om toenemend gebruik van huurtoeslag als gevolg<\/p>\n<p>van de huurverhogingen op te vangen. Als gevolg hiervan wordt de heffing reeds in 2013<\/p>\n<p>met 45 mln. euro verhoogd. Op lange termijn wordt de heffing voor verhuurders<\/p>\n<p>evenredig met het toenemend gebruik van de huurtoeslag als gevolg van de maatregelen<\/p>\n<p>verhoogd.<\/p>\n<p>103. Afromen kansspelbelasting<\/p>\n<p>Deze maatregel bestaat uit twee delen.<\/p>\n<p>a) Vergunningen loterijen (niet on-line)<\/p>\n<p>Per 2015 worden de vergunningen voor loterijen niet meer ondershands gegund, maar<\/p>\n<p>door middel van een transparante procedure, zoals bijvoorbeeld een veiling of beauty<\/p>\n<p>contest. Dit geldt ook voor de staatsloterij. De nieuwe vergunninghouders betalen een<\/p>\n<p>marktconforme licentie-fee. De opbrengst hiervan is 10 mln.<\/p>\n<p>b) Online regulering<\/p>\n<p>Binnen de termijn van de komende regeerperiode wordt de online markt gelegaliseerd<\/p>\n<p>en gereguleerd. Door te reguleren levert de heffing van de kansspelbelasting van 29%<\/p>\n<p>bij online aanbieders circa 31 mln. structureel op (geldt niet als lastenverzwaring).<\/p>\n<p>Illegale aanbieders worden actief geweerd en vergunningen vervallen wanneer<\/p>\n<p>belasting niet wordt voldaan.<\/p>\n<p>104. Schrappen aftrekbaarheid provisies tussenpersonen<\/p>\n<p>Door de maatregel vervalt in verband met het provisieverbod de aftrekbaarheid van<\/p>\n<p>bepaalde fee\u2019s van tussenpersonen in het kader van de lijfrenteaftrek en de aftrek van<\/p>\n<p>premies voor arbeidsongeschiktheidsrenten.<\/p>\n<p>29\/10\/2012 78<\/p>\n<p>105. Vervallen vrijstelling oldtimers MRB<\/p>\n<p>De vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers komt te vervallen.<\/p>\n<p>106. Invoering Winstbox<\/p>\n<p>De verschillen in belastingheffing tussen ondernemers en werknemers zijn de afgelopen<\/p>\n<p>jaren toegenomen. Om meer evenwicht te bereiken zullen de ondernemersfaciliteiten<\/p>\n<p>waaraan het urencriterium is verbonden per 2015 met 0,5 mld. worden versoberd en\/of<\/p>\n<p>afgeschaft.<\/p>\n<p>Daarnaast worden deze kabinetsperiode stappen gezet om een winstbox in te voeren.<\/p>\n<p>Hierbij worden betrokken de zelfstandigenaftrek, fiscale oudedagsreserve,<\/p>\n<p>meewerkaftrek, startersaftrekken en de S&amp;O-aftrek. Het bewerkelijke urencriterium kan<\/p>\n<p>dan komen te vervallen.<\/p>\n<p>107. Verhoging accijnzen (tabak en alcohol)<\/p>\n<p>De accijns op bier, wijn, sherry en port wordt met ingang van 1-1-2014 verhoogd met<\/p>\n<p>ongeveer 14% en de accijns op gedistilleerde dranken met ongeveer 5%. Hiermee wordt<\/p>\n<p>een opbrengst gerealiseerd van 120 mln. De accijns op een pakje sigaretten van 19 stuks<\/p>\n<p>en de accijns op een pakje shag van 40 gram worden, met ingang van 1-3-2014, verhoogd<\/p>\n<p>met ongeveer 9 cent. Hiermee wordt een opbrengst gerealiseerd van 80 mln.<\/p>\n<p>108. Verhoging accijnzen (diesel en LPG)<\/p>\n<p>De accijns voor diesel wordt verhoogd met 3 cent per liter en komt daarmee op ongeveer<\/p>\n<p>46 cent per liter. De opbrengst van deze accijnsverhoging, die ingaat per 1-1-2014,<\/p>\n<p>bedraagt 230 mln. De accijns op LPG wordt verhoogd met 7 cent per liter en komt<\/p>\n<p>daarmee op ongeveer 18 cent per liter. De opbrengst van deze accijnsverhoging, die<\/p>\n<p>ingaat per 1-1-2014, bedraagt 50 mln.<\/p>\n<p>109. Lastenverlichting arbeidskorting \u20ac500<\/p>\n<p>Het maximum van de arbeidskorting wordt in 2014 verhoogd met 125 euro. Dit bedrag<\/p>\n<p>wordt in gelijke stappen verder verhoogd tot 500 euro in 2017 en daarna. Deze maatregel<\/p>\n<p>geldt voor iedereen die recht heeft op arbeidskorting, ongeacht het inkomen.<\/p>\n<p>110. Versterking toezicht Belastingdienst, UWV en SVB<\/p>\n<p>De Belastingdienst heeft bekeken of door het versterken van toezicht door de<\/p>\n<p>Belastingdienst meer belastingontvangsten binnen kunnen komen. De capaciteit van de<\/p>\n<p>Belastingdienst kan met structureel 157 mln. worden ge\u00efntensiveerd. Bij particuliere<\/p>\n<p>belastingplichtigen gaat het om het versterken van de controle van aangiften. Daarnaast<\/p>\n<p>zal de Belastingdienst extra controles uitvoeren bij bedrijven die fiscaal ongewenst<\/p>\n<p>gedrag vertonen. Ook de capaciteit voor de invordering wordt vergroot, waardoor de<\/p>\n<p>Belastingdienst meer verschuldigde belasting zal innen. Het is geen lastenverzwaring<\/p>\n<p>omdat de fiscale regelgeving niet wordt aangescherpt.<\/p>\n<p>Ook UWV en SVB kunnen mogelijk, zonder verdere aanpassingen van wetgeving, het<\/p>\n<p>toezicht zodanig versterken dat daardoor besparingen op uitkeringslasten worden<\/p>\n<p>gerealiseerd. Indien daartoe overtuigende business cases worden ontwikkeld, zal de<\/p>\n<p>capaciteit worden ge\u00efntensiveerd ten einde de besparingen te kunnen realiseren.<\/p>\n<p>29\/10\/2012 79<\/p>\n<p>111. Werkkostenregeling<\/p>\n<p>In het Belastingplan 2013 is een verhoging opgenomen van de forfaitaire ruimte van de<\/p>\n<p>werkkostenregeling van 0,1%. Deze verhoging wordt teruggenomen. Dit levert vanaf<\/p>\n<p>2014 een besparing op van structureel 100 mln.<\/p>\n<p>112. Tegemoetkoming ondernemersafdracht BTW<\/p>\n<p>Voor ondernemers wordt een uitstelregeling ontworpen, die ruimer is dan het huidige<\/p>\n<p>voorstel in het Belastingplan 2013. De grens voor de uitstelregeling wordt opgetrokken<\/p>\n<p>van 12.000 euro naar 20.000 euro, dezelfde grens bestaat al voor particulieren. Dit kost<\/p>\n<p>19 mln. eenmalig in 2013.<\/p>\n<p>113. Incidentele lastenruimte 2013<\/p>\n<p>De voor 2013 beschikbare incidentele lastenenveloppe van 649 mln. (verlaging AOF<\/p>\n<p>premie) wordt ingezet in het deelakkoord. De bijbehorende incidentele lastenschuif<\/p>\n<p>tussen burgers en bedrijven in 2014 van 195 mln. komt hiermee te vervallen.<\/p>\n<p>114. Ongedaan maken technische veronderstelling in basispad (terugsluis vergroening)<\/p>\n<p>Deze maatregel dient ter dekking van maatregel 16 (inzet terugsluis vergroening<\/p>\n<p>begrotingsakkoord).<\/p>\n<p>115. Zorgpremies en overige lastenmaatregelen<\/p>\n<p>De maatregelen in de curatieve zorg leiden tot mutaties in de Zvw-premie. Deze worden<\/p>\n<p>teruggesluisd naar burgers en bedrijven, afgezien van 145 mln. ter dekking van het<\/p>\n<p>terugdraaien van de eigen bijdrage van de tweedelijns GGZ en de eigen bijdrage van 7,50<\/p>\n<p>euro per verpleegdag in instellingen voor medisch-specialistische zorg. De terugsluis naar<\/p>\n<p>bedrijven gaat via de Aof-premie. Als onderdeel van de maatregelen die het beoogde<\/p>\n<p>koopkrachtbeeld moeten bewerkstellingen worden, aanvullend op andere maatregelen het<\/p>\n<p>belastingtarief eerste schijf met 0,5% verlaagd en de algemene heffingskorting met 160<\/p>\n<p>euro verhoogd. Hiermee wordt de terugsluis van de BTW-verhoging in 2014 en 2015<\/p>\n<p>alsmede de terugsluis van de vergroeningsmaatregel voor burgers anders vorm gegeven.<\/p>\n<p>Ook wordt de oploop van de af te schaffen zorgtoeslag in 2015-2017 hiermee<\/p>\n<p>teruggegeven aan de burgers.<\/p>\n<p>(in \u20ac mln., -\/- is saldoverbeterend) 2014 2015 2016 2017<\/p>\n<p>Tarief 1e schijf 980 980 980 980<\/p>\n<p>Algemene heffingskorting 62 1660 1790 1972<\/p>\n<p>Effect zorgpremies -17 61 -466 -1.128<\/p>\n<p>Oploop zorgtoeslag na 2014 -1280 -2560 -2560 -2560<\/p>\n<p>Terugdraaien BTW terugsluis<\/p>\n<p>begrotingsakkoord<\/p>\n<p>-200 -200 -200 -200<\/p>\n<p>Terugdraaien Vergroening (burgers)<\/p>\n<p>begrotingsakkoord<\/p>\n<p>-250 -250 -250 -250<\/p>\n<p>Totaal -571 -827 -840 -855<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 80<\/p>\n<p><strong>BIJLAGE B<\/strong><\/p>\n<p>Begrotingsregels<\/p>\n<p>Het trendmatige begrotingsbeleid wordt voortgezet.<\/p>\n<p>Onderstaande afspraken dienen ter explicitering of verbetering van bestaande<\/p>\n<p>begrotingsregels. Voor het overige worden de vigerende begrotingsregels de komende<\/p>\n<p>jaren bestendigd (inclusief de technische aanpassingen van de 14e Studiegroep<\/p>\n<p>begrotingsruimte (bijlage 7)1.<\/p>\n<p>1. Europese begrotingsafspraken zijn leidend<\/p>\n<p>We houden ons aan Europese begrotingsafspraken van het SGP. Het bedrag van 16<\/p>\n<p>miljard netto besparingen, conform de aanbeveling van de Studiegroep<\/p>\n<p>Begrotingsruimte, stelt ons in staat deze afspraken na te komen en leidt \u2013in<\/p>\n<p>combinatie met onderliggende structurele hervormingen- tot een<\/p>\n<p>houdbaarheidsoverschot, zodat toekomstige schokken kunnen worden opgevangen en<\/p>\n<p>de Nederlandse economie weerbaar wordt voor financi\u00eble schokken.<\/p>\n<p>2. Een strikte scheiding tussen de inkomsten en de uitgaven<\/p>\n<p>Een meevaller bij de inkomsten wordt niet gebruikt voor extra uitgaven. Andersom<\/p>\n<p>hoeft er niet direct bezuinigd te worden op de uitgaven wanneer er sprake is van een<\/p>\n<p>tegenvaller aan de inkomstenkant.<\/p>\n<p>3. Uitgavenkader en uitgavenplafonds<\/p>\n<p>Voor de uitgaven geldt een onderscheid naar drie sectoren: Rijk, Sociale Zekerheid en<\/p>\n<p>Zorg. Voor een goede beheersing van de overheidsuitgaven werkt het kabinet met een<\/p>\n<p>vooraf afgesproken maximum aan uitgaven: het uitgavenkader. Het uitgavenkader<\/p>\n<p>werkt als een plafond waarbinnen de uitgaven en dus het te voeren beleid moeten<\/p>\n<p>blijven. Deze afspraken worden gemaakt in re\u00eble termen, dus uitgedrukt in euro&#8217;s van<\/p>\n<p>een bepaald jaar.<\/p>\n<p>4. Conjunctuurgevoelige uitgaven<\/p>\n<p>Rente-uitgaven worden buiten het uitgavenkader gehouden. Andere<\/p>\n<p>conjunctuurgevoelige uitgaven worden w\u00e8l gehandhaafd onder het uitgavenkader.<\/p>\n<p>Ook bij rente-tegenvallers geldt dat de Europese afspraken leidend zijn. Eventuele<\/p>\n<p>rentemeevallers worden direct ingezet ten gunste van het saldo.<\/p>\n<p>5. Compensatie tegenvallers binnen eigen uitgavenkader<\/p>\n<p>Elke sector moet overschrijdingen binnen het betreffende uitgavenkader compenseren<\/p>\n<p>Dit betekent dat tegenvallers in een sector binnen dat betreffende uitgavenkader<\/p>\n<p>moeten worden opgevangen. Zo staan voor overschrijdingen in de zorg de overheid<\/p>\n<p>prijs- en volumemaatregelen ter beschikking, naast pakketmaatregelen en eigen<\/p>\n<p>betalingen.<\/p>\n<p>6. Terugsluis zorgpremies<\/p>\n<p>Incidentele stijgingen van de premies ZVW worden niet langer gecompenseerd met<\/p>\n<p>incidentele lastenverlichting. Dit komt de ordentelijke besluitvorming en effici\u00ebnte<\/p>\n<p>aanwending van overheidsmiddelen ten goede. Structurele stijgingen zullen wel<\/p>\n<p>worden teruggesluisd.<\/p>\n<p>1 Met uitzondering van de voorgestelde wijziging in regel 28. Het nieuwe kabinet presenteert zo spoedig<\/p>\n<p>mogelijk de nieuwe integrale set begrotingsregels.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>29\/10\/2012 81<\/p>\n<p>7. Inkomstenkader<\/p>\n<p>Voor de inkomsten wordt een re\u00ebel inkomstenkader vastgesteld en wordt uitgegaan<\/p>\n<p>van automatische stabilisatie. De begroting kan aan de inkomstenkant mee ademen<\/p>\n<p>met de economische ontwikkelingen en er hoeft niet direct actie te worden<\/p>\n<p>ondernomen bij een meevaller of tegenvaller. Meevallers en tegenvallers aan de<\/p>\n<p>inkomstenkant komen ten gunste of ten laste van het EMU- saldo.<\/p>\n<p>8. Meevallersregel bij meerjarig overschot<\/p>\n<p>Indien het EMU-saldo een meerjarig overschot laat zien is 75 procent van het<\/p>\n<p>overschot bestemd voor het aflossen van de staatsschuld en 25 procent voor<\/p>\n<p>lastenverlichting.<\/p>\n<p>9. Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid EMU-saldo<\/p>\n<p>Gegeven het belang van houdbare overheidsfinanci\u00ebn en het belangrijke aandeel dat<\/p>\n<p>decentrale overheden hierin hebben, zullen in de Wet Houdbare Overheidsfinanci\u00ebn<\/p>\n<p>(HOF) ook regels worden opgenomen ten aanzien van de bijdrage die decentrale<\/p>\n<p>overheden moeten leveren aan het bereiken en vasthouden van houdbare<\/p>\n<p>overheidsfinanci\u00ebn.<\/p>\n<p>10. Garanties en achterborgstellingen<\/p>\n<p>Garanties en achterborgstellingen brengen risico&#8217;s met zich mee. Het blijft van<\/p>\n<p>belang deze risico&#8217;s te beheersen. Garanties zullen de financi\u00eble verantwoordelijkheid<\/p>\n<p>zijn van het verantwoordelijke departement.<\/p>\n<p>11. Ombuigingen en intensiveringen<\/p>\n<p>Voor de budgettaire verwerking van dit akkoord zijn alle bedragen in de tabellen uit<\/p>\n<p>de financi\u00eble bijlage leidend. Ombuigingen uit dit Regeerakkoord zullen direct op de<\/p>\n<p>departementale (meerjaren)begrotingen worden verwerkt. Intensiveringen uit dit<\/p>\n<p>akkoord worden op de aanvullende post van het Ministerie van Financi\u00ebn geboekt, in<\/p>\n<p>afwachting van de concrete en doelmatige beleidsvoorstellen ter uitwerking van de in<\/p>\n<p>dit akkoord aangekondigde beleidsvoornemens. Deze worden vervolgens<\/p>\n<p>tranchegewijs uitgekeerd.<\/p>\n<p>De benodigde wetgeving voor de uitvoering van bijlage A van het Regeerakkoord zal<\/p>\n<p>in het eerste jaar van de kabinetsperiode aan de Staten-Generaal worden voorgelegd.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Bruggen slaan Regeerakkoord VVD &#8211; PvdA 29 oktober 2012<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"ngg_post_thumbnail":0},"categories":[8],"tags":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v17.7.1 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Bruggen slaan, regeerakkoord VVD - PVDA 29 oktober 2012 - Starterszaken<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_NL\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD - PVDA 29 oktober 2012 - Starterszaken\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Bruggen slaan Regeerakkoord VVD &#8211; PvdA 29 oktober 2012\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Starterszaken\" \/>\n<meta property=\"article:published_time\" content=\"2012-11-12T08:05:09+00:00\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2012-11-12T09:22:21+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Geschreven door\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"admin\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:label2\" content=\"Geschatte leestijd\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data2\" content=\"130 minuten\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"Organization\",\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#organization\",\"name\":\"Starterszaken\",\"url\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/\",\"sameAs\":[],\"logo\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#logo\",\"inLanguage\":\"nl\",\"url\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-content\/uploads\/2014\/02\/Logo-Starterszaken_W_VLAK.gif\",\"contentUrl\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-content\/uploads\/2014\/02\/Logo-Starterszaken_W_VLAK.gif\",\"width\":842,\"height\":595,\"caption\":\"Starterszaken\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#logo\"}},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/\",\"name\":\"Starterszaken\",\"description\":\"Informatie en interessante links voor startende ondernemers en zzp&#039;ers\",\"publisher\":{\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#organization\"},\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":\"required name=search_term_string\"}],\"inLanguage\":\"nl\"},{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#webpage\",\"url\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/\",\"name\":\"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD - PVDA 29 oktober 2012 - Starterszaken\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#website\"},\"datePublished\":\"2012-11-12T08:05:09+00:00\",\"dateModified\":\"2012-11-12T09:22:21+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"nl\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD &#8211; PVDA 29 oktober 2012\"}]},{\"@type\":\"Article\",\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#article\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#webpage\"},\"author\":{\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#\/schema\/person\/816c3712d7f8bfa364ca1389bc51c7a2\"},\"headline\":\"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD &#8211; PVDA 29 oktober 2012\",\"datePublished\":\"2012-11-12T08:05:09+00:00\",\"dateModified\":\"2012-11-12T09:22:21+00:00\",\"mainEntityOfPage\":{\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#webpage\"},\"wordCount\":25945,\"publisher\":{\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#organization\"},\"articleSection\":[\"Economie\"],\"inLanguage\":\"nl\"},{\"@type\":\"Person\",\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#\/schema\/person\/816c3712d7f8bfa364ca1389bc51c7a2\",\"name\":\"admin\",\"image\":{\"@type\":\"ImageObject\",\"@id\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#personlogo\",\"inLanguage\":\"nl\",\"url\":\"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/9eb2f38ec80c45332a5f88b2bfa2468f?s=96&d=mm&r=g\",\"contentUrl\":\"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/9eb2f38ec80c45332a5f88b2bfa2468f?s=96&d=mm&r=g\",\"caption\":\"admin\"},\"url\":\"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/author\/admin\/\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD - PVDA 29 oktober 2012 - Starterszaken","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/","og_locale":"nl_NL","og_type":"article","og_title":"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD - PVDA 29 oktober 2012 - Starterszaken","og_description":"Bruggen slaan Regeerakkoord VVD &#8211; PvdA 29 oktober 2012","og_url":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/","og_site_name":"Starterszaken","article_published_time":"2012-11-12T08:05:09+00:00","article_modified_time":"2012-11-12T09:22:21+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Geschreven door":"admin","Geschatte leestijd":"130 minuten"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#organization","name":"Starterszaken","url":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/","sameAs":[],"logo":{"@type":"ImageObject","@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#logo","inLanguage":"nl","url":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-content\/uploads\/2014\/02\/Logo-Starterszaken_W_VLAK.gif","contentUrl":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-content\/uploads\/2014\/02\/Logo-Starterszaken_W_VLAK.gif","width":842,"height":595,"caption":"Starterszaken"},"image":{"@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#logo"}},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#website","url":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/","name":"Starterszaken","description":"Informatie en interessante links voor startende ondernemers en zzp&#039;ers","publisher":{"@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/?s={search_term_string}"},"query-input":"required name=search_term_string"}],"inLanguage":"nl"},{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#webpage","url":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/","name":"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD - PVDA 29 oktober 2012 - Starterszaken","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#website"},"datePublished":"2012-11-12T08:05:09+00:00","dateModified":"2012-11-12T09:22:21+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#breadcrumb"},"inLanguage":"nl","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD &#8211; PVDA 29 oktober 2012"}]},{"@type":"Article","@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#article","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#webpage"},"author":{"@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#\/schema\/person\/816c3712d7f8bfa364ca1389bc51c7a2"},"headline":"Bruggen slaan, regeerakkoord VVD &#8211; PVDA 29 oktober 2012","datePublished":"2012-11-12T08:05:09+00:00","dateModified":"2012-11-12T09:22:21+00:00","mainEntityOfPage":{"@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/bruggen-slaan-regeerakkoord-vvd-pvda-29-oktober-2012\/#webpage"},"wordCount":25945,"publisher":{"@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#organization"},"articleSection":["Economie"],"inLanguage":"nl"},{"@type":"Person","@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#\/schema\/person\/816c3712d7f8bfa364ca1389bc51c7a2","name":"admin","image":{"@type":"ImageObject","@id":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/#personlogo","inLanguage":"nl","url":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/9eb2f38ec80c45332a5f88b2bfa2468f?s=96&d=mm&r=g","contentUrl":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/9eb2f38ec80c45332a5f88b2bfa2468f?s=96&d=mm&r=g","caption":"admin"},"url":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/author\/admin\/"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/436"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=436"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/436\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":441,"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/436\/revisions\/441"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=436"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=436"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.starterszaken.nl\/cmcc\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=436"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}