<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Starterszaken &#187; Fiscaal nieuws</title>
	<atom:link href="http://www.starterszaken.nl/cmcc/category/fiscaal-nieuws/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.starterszaken.nl/cmcc</link>
	<description>Informatie en interessante links voor startende ondernemers en zzp&#039;ers</description>
	<lastBuildDate>Mon, 23 Jan 2012 14:23:37 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Mogelijk nieuwe fiscale regeling voor ondernemers 2012</title>
		<link>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2011/11/mogelijk-nieuwe-fiscale-regeling-voor-ondernemers-2012/</link>
		<comments>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2011/11/mogelijk-nieuwe-fiscale-regeling-voor-ondernemers-2012/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Nov 2011 10:33:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Economie]]></category>
		<category><![CDATA[Fiscaal nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starterszaken.nl/cmcc/?p=320</guid>
		<description><![CDATA[Terwijl er in Den Haag nog steeds driftig wordt gesneden in de subsidiepotjes voor ondernemers, komt de overheid wel met zeer aantrekkelijke fiscale regeling op de proppen die de innoverende ondernemer vanaf 2012 volop kan gaan benutten: de Research &#38; Development Aftrek (RDA). Door een netto belastingvoordeel van tien procent vangt de ondernemer geld terug [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Terwijl er in Den Haag nog steeds driftig wordt gesneden in de subsidiepotjes voor ondernemers, komt de overheid wel met zeer aantrekkelijke fiscale regeling op de proppen die de innoverende ondernemer vanaf 2012 volop kan gaan benutten: de Research &amp; Development Aftrek (RDA).</p>
<p>Door een netto belastingvoordeel van tien procent vangt de ondernemer geld terug voor investeringen in bedrijfsmiddelen en exploitatiekosten. De enige harde eis tot nu toe is dat de externe kosten aantoonbaar zijn ingezet voor speur- en ontwikkelingswerk. Wie voor 2012 R&amp;D-activteiten op de planning heeft staan, kan zich vast rijk rekenen. Of niet?</p>
<h3>Ondernemer</h3>
<p>Enige voorzichtigheid is wel aan te raden. Hoewel er breed is aangekondigd dat de regeling er komt en deze beslist vanaf 1 januari 2012 van kracht is, moet de nieuwsgierige ondernemer het nu nog stellen met een voorlopig wetsontwerp. De definitieve kaders van de regeling moeten nog worden vastgesteld en dus valt nu nog niet exact te zeggen welke bedrijfsmiddelen voor aftrek in aanmerking komen. Evenmin is helemaal duidelijk hoe de exploitatiekosten moeten worden geïnterpreteerd.<br />
Maar ondanks de onzekerheden is het, ondanks alle bezuinigingen, wél duidelijk dat het kabinet de innovatiekracht van ondernemers, belangrijk genoeg vindt om er de komende jaren flink voor in de buidel te tasten. Het budget voor 2012 is voorlopig vastgesteld op 250 miljoen euro en het plan is vanaf 2014 jaarlijks structureel 500 miljoen euro voor de uitvoer van de regeling uit te trekken.</p>
<h3><strong>Netto belastingvoordeel</strong></h3>
<p>De RDA is bedoeld voor ondernemers die investeren in de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten en mag worden toegepast naast de bekende Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), waarmee een deel van de loonkosten besteed aan R&amp;D-werk wordt vergoed. Met de RDA kunnen investeringen in onder andere huur van apparatuur, aanschaf van materialen en investeringen in een laboratorium fiscaal worden afgetrokken.<br />
Het percentage van de extra aftrek voor 2012 is in het wetsontwerp vastgesteld op 40 procent. Dit levert in de vennootschapsbelasting – bij een tarief van 25 procent &#8211; een netto voordeel op van 10 procent. Ook ondernemers die inkomstenbelasting betalen krijgen belastingkorting. De hoogte hangt af van het belastingtarief dat<br />
de ondernemer betaalt.</p>
<h3><strong>WBSO</strong></h3>
<p>Wanneer de definitieve regeling wordt gepresenteerd, is nog niet bekend. Buiten de wetenschap dat de bedrijfsmiddelen en exploitatiekosten onderdeel moeten zijn van R&amp;D-projecten zijn er een aantal voorwaarden bekend gemaakt waaraan een RDA-aanvraag straks moet voldoen.<br />
Zo moet het schriftelijke verzoek om in aanmerking te komen voor de RDA worden ingediend bij Agentschap NL. Hiervoor gaan ongetwijfeld, net als bij de WBSO termijnen gelden, maar de details daarover zijn nog gepubliceerd.<br />
Agentschap NL stelt stelt de hoogte vast van de relevante kosten en investeringen die voor de RDA in aanmerking komen: dit wordt de RDA-grondslag. Over deze grondslag wordt het aftrekpercentage losgelaten. Het bedrag op die RDA-beschikking is aftrekbaar van de fiscale winst op de datum van dagtekening. Tegen een RDA-beschikking kan net als bij bijvoorbeeld de WBSO-beschikking, bezwaar worden ingesteld.<br />
Ook zal de ondernemer net als voor andere stimuleringsregelingen aan bepaalde administratieve eisen moeten voldoen. Vanuit praktisch oogpunt is al aangegeven dat er qua administratieve regeltjes zo veel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de vormgeving, procedures en regels van onder meer de WBSO.</p>
<h3><strong>Innovatie</strong></h3>
<p>Omdat het om een nieuwe regeling gaat, is het de verwachting dat deze de komende jaren nog wordt aangepast. De eerste voorzichtige evaluatie staat gepland in het voorjaar van 2012 als ook de uitkomsten van de WBSO-evaluatie 2006-2010 worden gepresenteerd. De overheid gaat dan in kaart brengen hoe de voordelen van de RDA zijn verdeeld over het midden- en kleinbedrijf en de grote ondernemingen. Daarnaast wordt de totale regeling binnen vijf jaar geëvalueerd.<br />
De verwachtingen zijn in elk geval hooggespannen. Terecht, want het feit dat ondernemers straks naast de loonkosten ook voor externe innovatiekosten een financiële tegemoetkoming ontvangen, is, gezien de enorme subsidiekaalslag, beslist zeer welkom en een flinke pleister op de wonden. Een prachtige financiële kans die innoverende bedrijven niet aan neus voorbij moeten laten gaan.</p>
<p>Bron: Sprout, Rolf Grouve</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2011/11/mogelijk-nieuwe-fiscale-regeling-voor-ondernemers-2012/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Personenvennootschap van de baan</title>
		<link>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2011/09/personenvennootschap-van-de-baan/</link>
		<comments>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2011/09/personenvennootschap-van-de-baan/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 20 Sep 2011 09:42:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Fiscaal nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starterszaken.nl/cmcc/?p=311</guid>
		<description><![CDATA[Jarenlang waren we in de ondernemingsrechtelijke wereld in afwachting van de invoering van een nieuwe regeling op het gebied van de vennootschap onder firma (v.o.f.) en de maatschap. Enkele advocatenmaatschappen hebben &#8211; in het licht van die verwachte, nieuwe wetgeving &#8211; hun rechtsvorm gewijzigd in Naamloze Vennootschappen, met name in verband met de uitbreiding van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Jarenlang waren we in de ondernemingsrechtelijke wereld in afwachting van de invoering van een nieuwe regeling op het gebied van de vennootschap onder firma (v.o.f.) en de maatschap.</p>
<p>Enkele advocatenmaatschappen hebben &#8211; in het licht van die verwachte, nieuwe wetgeving &#8211; hun rechtsvorm gewijzigd in Naamloze Vennootschappen, met name in verband met de uitbreiding van de aansprakelijkheid in het wetsvoorstel. Ook artsenmaatschappen zagen de onweersbui hangen en lieten zich uitvoerig adviseren over de te verwachten regeling.</p>
<p>Eindelijk lag dan het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Serieus dachten we dat nu echt op korte termijn invoering zou gaan plaatsvinden.Tot 5 september jl..</p>
<p>Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft besloten dat het wetsvoorstel geen wet gaat worden. (zie zijn brief). Daar kun je van alles van vinden. Sommigen noemen hem een “wetgevingsterrorist”, anderen vinden het een dapper besluit. <br /> Voor de ondernemer is op dit moment van belang wat dit voor hem/haar betekent. Eenvoudig gezegd blijft de – grotendeels &#8211; (zeer) oude wet- en regelgeving van kracht voor de v.o.f. en de maatschap. Vennoten van de v.o.f. zijn persoonlijk aansprakelijk voor schulden van de v.o.f., maten in een maatschap zijn dat niet. Dit zou ertoe kunnen leiden dat er door bepaalde ondernemers toch gekozen gaat worden voor de maatschapsvorm in plaats van bijvoorbeeld een B.V.. Reden hiervoor kan zijn dat een maatschap veel eenvoudiger kan worden &#8220;opgericht&#8221; dan een B.V.: geen minimumkapitaaleis, geen notariële akte vereist. </p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In ieder geval moeten bestaande maatschappen, startende samenwerkingsverbanden en samenvoegende eenmanszaken weer goed gaan nadenken over de rechtsvorm waar zij hun onderneming in gaan drijven.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Overigens gaat de wetgevingsmachine wel gewoon door met het flexibiliseren van het B.V.-recht. Dit houdt in dat het oprichten van een B.V. steeds laagdrempeliger wordt. Zo wordt – naar verwachting &#8211; op korte termijn de minimumkapitaal eis (EUR 18.000,00) afgeschaft. Bovendien heb je straks – wederom: naar alle verwachting &#8211; ook geen notariële akte meer nodig om je B.V. op te richten (scheelt ook weer circa EUR 1.000,00).</p>
<p>  </p>
<p>Auteur: Martijn Noordermeer</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2011/09/personenvennootschap-van-de-baan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Belastingplan 2011: Ondernemerschap en innovatie</title>
		<link>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2010/12/belastingplan-2011-ondernemerschap-en-innovatie/</link>
		<comments>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2010/12/belastingplan-2011-ondernemerschap-en-innovatie/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Dec 2010 09:57:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Fiscaal nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starterszaken.nl/cmcc/?p=282</guid>
		<description><![CDATA[Belastingplan 2011: Ondernemerschap en innovatie Ondernemers zijn de motor van economische groei, werkgelegenheid en productiviteit. In het Belastingplan 2011 is daarom een aantal maatregelen opgenomen om ondernemerschap en innovatie te stimuleren.   1. Verlaging tarief vennootschapsbelasting Het algemene tarief van de vennootschapsbelasting wordt met ingang van 1 januari 2011 met een half procent verlaagd tot 25%. Voor het zogenoemde ‘MKB-tarief’ van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Belastingplan 2011: Ondernemerschap en innovatie</p>
<p>Ondernemers zijn de motor van economische groei, werkgelegenheid en productiviteit. In het Belastingplan 2011 is daarom een aantal maatregelen opgenomen om ondernemerschap en innovatie te stimuleren.</p>
<p> </p>
<p>1. Verlaging tarief vennootschapsbelasting</p>
<p>Het algemene tarief van de vennootschapsbelasting wordt met ingang van 1 januari 2011 met een half procent verlaagd tot 25%. Voor het zogenoemde ‘MKB-tarief’ van 20% is de grens van € 200.000 aan winst niet langer tijdelijk, maar definitief.</p>
<p> </p>
<p><strong>Tarief per 2011</strong></p>
<p>Winst tot € 200.000 20%</p>
<p>Winst boven € 200.000 25%</p>
<p> </p>
<p>2. Verbetering liquiditeitspositie ondernemingen</p>
<p>De liquiditeitspositie van het bedrijfsleven krijgt een flinke impuls door een drietal maatregelen:</p>
<p>• <em>Verlenging verruiming achterwaartse verliesverrekening:</em></p>
<p>De tijdelijke verruiming van de achterwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting wordt met een jaar verlengd. Deze maatregel gold al in 2009 en 2010, en gaat dus ook gelden voor het jaar 2011. De verruiming houdt in dat een onderneming de mogelijkheid krijgt om verliezen drie jaar terug te wentelen in plaats van één jaar. In ruil hiervoor wordt de voorwaartse verliesverrekening van negen jaar ingekort tot zes jaar. Voor de extra verrekeningsjaren geldt een plafond van maximaal € 10 miljoen per jaar.</p>
<p>• <em>Btw-kwartaalaangifte definitief:</em></p>
<p>Ondernemers kunnen sinds juli 2009 kiezen om de aangifte en afdracht van btw per kwartaal te doen in plaats van per maand. Deze tijdelijke maatregel wordt structureel gemaakt. Ondernemers kunnen dus ook in de toekomst hun btw-aangifte per kwartaal blijven doen.</p>
<p>• <em>Verlenging regeling versnelde afschrijving:</em></p>
<p>De tijdelijke regeling voor versnelde afschrijving op investeringen in bedrijfsmiddelen wordt met een jaar verlengd. Dit betekent dat ook investeringen die gedaan worden in 2011 in twee jaar kunnen worden afgeschreven.</p>
<p> </p>
<p>3. Stimuleren speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)</p>
<p>Werkgevers kunnen een afdrachtvermindering van loonbelasting krijgen voor werknemers die speur- en ontwikkelingswerk verrichten. In deze fiscale stimuleringsregeling verdwijnen de tijdelijke crisismaatregelen, maar tegelijkertijd wordt de regeling ten opzichte van de oorspronkelijke opzet uit 2008 op diverse punten blijvend verruimd. In 2011 kan de werkgever een afdrachtvermindering van 50% toepassen op het totale S&amp;O-loon tot een grens van € 220.000. Voor het meerdere geldt een afdrachtvermindering van 18%. Het plafond (het maximumbedrag aan afdrachtvermindering) bedraagt voor 2011 € 14 miljoen.</p>
<p> </p>
<p>4. Uitbreiding innovatiebox</p>
<p>Met ingang van 2011 is het voordeel van de innovatiebox (een tarief van 5% in de vennootschapsbelasting) ook van toepassing op winst uit innovatieve activiteiten in de periode tussen de aanvraag en het verkrijgen van een octrooi.</p>
<p> </p>
<p>5. Versoepeling werkkostenregeling</p>
<p>De werkkostenregeling, die in 2011 van kracht wordt, wordt op verzoek van werkgevers op een aantal punten versoepeld:</p>
<p>• Werkkleding met een groot bedrijfslogo wordt – anders dan oorspronkelijk de bedoeling was – op nihil gewaardeerd en komt daarmee niet ten laste van het forfait.</p>
<p>• Vakliteratuur en de inschrijfkosten van beroepsregisters worden toegevoegd aan de gerichte vrijstellingen die niet ten koste gaan van het forfait.</p>
<p> </p>
<p>Bron: Rijksoverheid</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2010/12/belastingplan-2011-ondernemerschap-en-innovatie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eindejaarstips 2010 2011</title>
		<link>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2010/12/eindejaarstips-2010-2011/</link>
		<comments>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2010/12/eindejaarstips-2010-2011/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 Dec 2010 15:48:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Fiscaal nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[2010]]></category>
		<category><![CDATA[2011]]></category>
		<category><![CDATA[eindejaars]]></category>
		<category><![CDATA[fiscaal]]></category>
		<category><![CDATA[tips]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starterszaken.nl/cmcc/?p=272</guid>
		<description><![CDATA[Het is bijna 2011. In dit artikel vindt u nog enkele laatste eindejaarstips die u eventueel kunt gebruiken om het jaar zo fiscaal gunstig mogelijk af te sluiten. ]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het is bijna 2011. In dit artikel vindt u nog enkele laatste  eindejaarstips die u eventueel kunt gebruiken om het jaar zo fiscaal  gunstig mogelijk af te sluiten. </strong></p>
<p><strong>Eindejaarstips privé</p>
<p>Afschaffing aftrek verliezen op directe beleggingen in durfkapitaal<br /></strong>Vanaf  1 januari 2011 zijn verliezen op directe beleggingen in durfkapitaal  niet langer aftrekbaar. In 2010 kunt u een verlies aan een beginnende  ondernemer nog tot een maximumbedrag van € 46.984 aftrekken. Op grond  van overgangsrecht blijven dergelijke verliezen aftrekbaar, mits de  geldlening vóór 1 januari 2011 is verstrekt. </p>
<p>De afschaffing van  deze persoonsgebonden aftrek kan niet meer worden verwerkt in de  voorlopige aangifte IB 2011 (VA 2011). Hierdoor zullen  belastingplichtigen in de voorlopige aanslag of de voorlopige teruggaaf  2011 ten onrechte een beroep doen op deze aftrekpost. Het gevolg is dat  zij een te hoge teruggaaf inkomstenbelasting krijgen of te weinig  inkomstenbelasting vooruitbetalen. Dit wordt pas bij de aangifte of  definitieve aanslag IB 2011 vanaf april 2012 rechtgetrokken.</p>
<p><strong>Afschaffing heffingskorting voor ideële beleggingsfondsen in box 3</strong><br />Groene,  sociaal-ethische, culturele fondsen en directe beleggingen in  durfkapitaal in box 3 blijven tot maximaal € 55.145 vrijgesteld van de  vermogensrendementsheffing van 1,2% (4% x 30%). Maar de extra  heffingskorting voor deze fondsen, van 1,3% van het in box 3  vrijgestelde (maximum)bedrag, wordt geleidelijk in 2011 (1%), 2012  (0,7%), 2013 (0,4%) en 2014 (0%) afgeschaft.</p>
<p><strong>Verhoging assurantiebelasting</strong><br />Het kabinet  verhoogt de assurantiebelasting van 7,5% naar 9,7% per 1 maart 2011.  Vanaf 1 januari 2015 wordt het tarief weer met 0,2% verlaagd tot 9,5%.  Volgens overgangsrecht geldt het 9,7%-tarief voor premies die na 28  februari 2010 vervallen. De premie is verschuldigd op de  premievervaldatum. De premievervaldatum is tevens de datum waarop de  premie uiterlijk moet worden betaald. Als de premiebetaling vóór 1 maart  2011 ligt, maar de premievervaldatum na 28 februari 2011, dan is op  deze premie het nieuwe tarief van 9,7% van toepassing.</p>
<p><strong>Eigenwoningregeling en echtscheiding</strong><br />Op 1 januari  2011 wordt een nieuw partnerbegrip ingevoerd. Tegelijkertijd wordt een  onbedoelde uitwerking van dit begrip bij echtscheiding in het  eigenwoningregime hersteld. In het oorspronkelijke voorstel zou de  vertrokken partner in de periode voorafgaande aan het indienen van het  echtscheidingsverzoek (zijn of haar deel van) de eigenwoningrente niet  meer kunnen aftrekken, omdat ze niet meer op hetzelfde woonadres in de  gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staan ingeschreven. </p>
<p>Dit  gevolg vindt de wetgever ongewenst. Daarom wordt de  echtscheidingsregeling zo aangepast dat, net als vóór 2011, de  echtscheidingsregeling geldt vanaf het moment van duurzaam gescheiden  leven.</p>
<p><strong>Opname in verpleeghuis</strong><br />Als één van de ongehuwd  samenwonenden is opgenomen in een verpleeg- of verzorgingshuis, dan zijn  ze geen fiscaal partner meer van elkaar, omdat ze niet langer  gezamenlijk op hetzelfde adres staan ingeschreven in de gemeentelijke  basisadministratie persoonsgegevens. Daarom past de wetgever het nieuwe  partnerbegrip zodanig aan dat zij toch fiscaal partner kunnen blijven,  tenzij één van beiden de belastingdienst schriftelijk informeert dat zij  geen partners meer willen zijn.</p>
<p><strong>Tips voor onderneming en bv</strong></p>
<p><strong>Energie-investeringsaftrek</strong><br />Het percentage van de  energie-investeringsaftrek wordt verlaagd van 44% naar 41,5% per 1  januari 2011. In 2014 wordt weer teruggekeerd naar de huidige regeling.</p>
<p><strong>Milieu-investeringsaftrek</strong><br />De percentages van de  milieu-investeringsaftrek van 40%, 30% en 15% worden verlaagd naar  respectievelijk 36%, 27% en 13,5% per 1 januari 2011. Vanaf 1 januari  2014 wordt deze beperking weer teruggedraaid.</p>
<p><strong>Willekeurige afschrijving milieu-investeringaftrek</strong><br />De  aanschaffings- en voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen die voor de  VAMIL in aanmerking komen, kunnen in 2011 niet langer volledig, maar  nog maar voor maximaal 75% vrij worden afgeschreven. In 2014 wordt weer  teruggekeerd naar de huidige regeling.</p>
<p><strong>S&amp;O-afdrachtvermindering</strong><br />In 2011 kunt u een  S&amp;O-afdrachtvermindering toepassen van 50% over de eerste € 220.000  aan loonkosten en 18% over het resterende loon, met een maximum van € 14  miljoen per kalenderjaar.</p>
<p> </p>
<p>Bron: Jong &amp; Laan</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2010/12/eindejaarstips-2010-2011/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Fiscale veranderingen 2010</title>
		<link>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/12/fiscale-veranderingen-2010/</link>
		<comments>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/12/fiscale-veranderingen-2010/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Dec 2009 12:30:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Fiscaal nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starterszaken.nl/cmcc/?p=195</guid>
		<description><![CDATA[Het Kabinet heeft op Prinsjesdag, dinsdag 15 september, de fiscale plannen voor 2010 bekend gemaakt. De focus van het Belastingplan 2010 is “meer en makkelijker ondernemen” Staatssecretaris Jan Kees de Jager zegt het als volgt: “Ondernemers zijn de ruggengraat van de economische ontwikkeling. Ze zijn de motor achter werkgelegenheid, productiviteit en groei. Daarom zet ik [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het Kabinet heeft op Prinsjesdag, dinsdag 15 september, de fiscale plannen voor 2010 bekend gemaakt. De focus van het Belastingplan 2010 is “meer en makkelijker ondernemen” Staatssecretaris Jan Kees de Jager zegt het als volgt: “Ondernemers zijn de ruggengraat van de economische ontwikkeling. Ze zijn de motor achter werkgelegenheid, productiviteit en groei. Daarom zet ik voor 2010 stevig in op het eenvoudiger en aantrekkelijker maken van ondernemen”.</p>
<p>De fiscale plannen voor 2010 zijn opgenomen in diverse wetsvoorstellen: het Belastingplan 2010, het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2010, de Fiscale Onderhoudswet 2010, de Fiscale Vereenvoudigingswet 2010 en de Wet Uniformering Loonbegrip.<br /> De belangrijkste voorstellen worden hieronder kort toegelicht. Een diepgaander beschouwing kunt u verwachten in het komende nummer van BelastingBelangen.</p>
<p><strong>BEVORDEREN ONDERNEMERSCHAP / IB-ONDERNEMERS<br /> </strong><br /><strong> 1.   Verhogen MKB-winstvrijstelling; afschaffen urencriterium</strong><br /> De MKB-winstvrijstelling wordt verhoogd van 10,5% naar 12%. Hierbij vervalt het urencriterium, zodat ook deeltijdondernemers en ondernemers met daarnaast een dienstbetrekking, van de MKB-winstvrijstelling gebruik kunnen maken.<br /> De MKB-winstvrijstelling geldt voor de jaarlijkse winst én voor de stakingswinst. Het afschaffen van het urencriterium voor de MKB-winstvrijstelling maakt het aantrekkelijker om een onderneming te starten.</p>
<p><strong> 2.   Zelfstandigenaftrek, gericht op winst</strong><br /> De zelfstandigenaftrek kan vanaf 2010 uitsluitend nog verrekend worden met winst uit onderneming, niet meer met andere inkomsten zoals loon of een VUT-uitkering. Als de zelfstandigenaftrek door deze aanscherping in een jaar niet verrekend kan worden, kan de aftrek alsnog verrekend worden met de winst uit onderneming in de negen daarop volgende jaren.<br /> Een uitzondering geldt voor starters. Zij kunnen – net als thans – de zelfstandigenaftrek verrekenen met andere inkomsten.</p>
<p><strong> 3.   Verruimen investeringsaftrek<br /></strong> De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wordt verruimd. Het maximale percentage van de KIA gaat omhoog van 25% naar 28%. Onder de voorgestelde regeling bedraagt de maximale investeringsaftrek € 15.120, die bereikt wordt bij een investering van € 54.000 tot € 100.000. Het maximumbedrag van de KIA-investeringen wordt verhoogd tot € 300.000.<br /> De budgetten voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA) worden aanzienlijk verruimd.</p>
<p><strong> 4. Verlenging willekeurige afschrijving<br /></strong> Om de liquiditeits- en financieringspositie van bedrijven te verbeteren, heeft het kabinet al eerder dit jaar – in het kader van het Crisispakket – een tijdelijke willekeurige afschrijving voor bedrijfsmiddelen ingevoerd. Met deze faciliteit kunnen de aangewezen bedrijfsmiddelen in twee jaar tijd, in 2009 en in 2010, met 2 x 50% worden afgeschreven.<br /> Deze maatregel wordt met een jaar verlengd. Deze faciliteit geldt zowel voor ondernemers in de inkomsten- als vennootschapsbelasting.</p>
<p><strong> BEVORDEREN ONDERNEMERSCHAP / VPB-ONDERNEMERS</strong></p>
<p><strong></strong><br /><strong> 1.   Verruiming verliesverrekening<br /></strong> De achterwaartse verliesverrekening – de carry-back – wordt tijdelijk verruimd. Voorgesteld wordt om de achterwaartse verliesverrekening voor de belastingjaren 2009 en 2010 weer op drie jaar te stellen, de termijn zoals die tot 2007 van toepassing was. Een verlies uit 2009 kan dan verrekend worden met winsten uit 2006, 2007 en 2008, een verlies uit 2010 met winsten uit 2007, 2008 en 2009. De verruimde carry-back wordt op verzoek verleend.<br /> Keerzijde van de medaille is dat de verruimde carry-back ten koste gaat van de voorwaartse verliesverrekening. Bij een carry-backtermijn van drie jaar wordt de termijn van de voorwaartse verliesverrekening ingekort tot zes jaren. Voor de extra carry-back geldt een plafond van € 10 miljoen verlies per jaar.</p>
<p><strong> 2. Versoepeling regime deelnemingsvrijstelling<br /></strong> De deelnemingsvrijstelling is per 1 januari 2007 ingrijpend herzien. Sinds 2007 is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing als de dochtervennootschap kwalificeert als een zogenaamde laagbelaste beleggingsdeelneming. Dit is het geval als de dochtervennootschap in het land van vestiging is onderworpen aan een belasting van minder dan 10% én haar bezittingen voor meer dan 50% bestaan uit vrije beleggingen. Beide criteria zijn complex geregeld, waardoor in concrete situaties bijna zelden zekerheid kan worden gegeven of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.<br /> Het kabinet stelt voor om de voorwaarden voor de laagbelaste beleggingsdeelneming belangrijk te versoepelen. Kern van deze versoepelde regeling is dat er een oogmerktoets wordt ingevoerd: er is geen sprake van een laagbelaste beleggingsdeelneming als de moedervennootschap de aandelen in de dochtervennootschap niet als belegging houdt. Doel van de versoepelingen is dat straks vaker dan nu de deelnemingsvrijstelling van toepassing zal zijn op een belang van ten minste 5% in de buitenlandse dochtervennootschap. Dat is goed nieuws voor het Nederlandse bedrijfsleven dat investeert in buitenlandse dochtervennootschappen.</p>
<p><strong> 3. Van octrooibox naar innovatiebox<br /></strong> De vennootschapsbelasting kent een bijzonder regime voor opbrengsten uit octrooien, patenten, en dergelijke, en uit immateriële activa die opkomen uit speur- en ontwikkelingswerk (S&amp;O-werk) waarvoor een S&amp;O-verklaring is afgegeven. Deze opbrengsten worden belast tegen 10%. De regeling is ingewikkeld opgezet met allerlei beperkende voorwaarden, plafonds, bedoeld om de octrooibox financieel beheersbaar te houden. Zo geldt een plafond van viermaal de voortbrengingskosten en daarnaast voor de zgn. S&amp;O-activa een absoluut maximum van € 400.000.<br /> Het kabinet stelt voor om deze octrooibox een ruimer bereik te geven. Het tarief wordt verlaagd naar 5% en de plafonds worden geschrapt. Hierdoor wordt de octrooibox – die zal worden omgedoopt tot innovatiebox – met name aantrekkelijker voor software en bedrijfsgeheimen, die óf niet octrooieerbaar zijn óf bedrijven vanwege de gevoelige bedrijfsinformatie niet laten octrooieren.<br /> In de nieuwe regeling wordt vastgelegd dat het tarief van 5% uitsluitend geldt voor de positieve voordelen . Daardoor kunnen verliezen uit de innovatiebox volledig tegen het gewone VPB-tarief van 25,5% in aanmerking worden genomen.</p>
<p><strong> 4.   Vereenvoudiging verpakkingenbelasting<br /></strong> De drempel voor de belastingplicht voor de verpakkingenbelasting wordt verhoogd van 15.000 kilo naar 50.000 kilo. Dat betekent dat bedrijven die minder dan 50.000 kilo verpakking in het economisch verkeer brengen vanaf 2010 niet meer belastingplichtig zijn voor de verpakkingenbelasting. Deze versoepeling wordt gecompenseerd in de tarieven: die gaan met ruim 8% stijgen.</p>
<p><strong> DE DIRECTEUR-GROOTAANDEELHOUDER IN 2010</strong></p>
<p><strong></strong><br /><strong> 1.   Doorschuiven AB-claim bij schenking en vererving van AB-aandelen<br /></strong> Bij het schenken en vererven van aanmerkelijk-belangaandelen is de schenker/erflater 25% inkomstenbelasting verschuldigd over de meerwaarde van de aandelen. De wet biedt sinds jaar en dag de mogelijkheid om bij vererving van AB-aandelen deze 25%-heffing door te schuiven naar degenen die de aandelen erven. Bij schenking van AB-aandelen kent de wet momenteel géén doorschuiffaciliteit. De Invorderingswet kent voor deze situatie wél de mogelijkheid van uitstel van betaling van de verschuldigde belasting voor een periode van maximaal tien jaar. Het kabinet vindt het onevenwichtig dat er wel een doorschuiffaciliteit bij overlijden is, en geen doorschuiffaciliteit voor schenkingen. Een gevolg daarvan kan zijn dat de bedrijfsopvolging bij BV’s wordt uitgesteld tot bij overlijden, en dat is vanuit economisch oogpunt niet wenselijk. Het kabinet stelt daarom voor om ook bij schenking van AB-aandelen een doorschuiffaciliteit in te voeren.<br /> De doorschuifregeling gaat uitsluitend gelden voor aandelen in een BV die een materiële onderneming drijft: de faciliteit blijft beperkt tot het ondernemingsvermogen in de BV. De AB-claim die toerekenbaar is aan het beleggingsvermogen in de BV moet bij schenking of vererving direct worden afgerekend. De eis dat de BV een materiele onderneming moet drijven gaat gelden bij schenking én bij vererving van AB-aandelen. De huidige doorschuifregeling bij overlijden kent die voorwaarde niet. DGA’s met een AB in een beleggingsvennootschap moeten er dan ook rekening mee houden dat de AB-claim bij hun overlijden niet meer kan worden doorgeschoven. Zij kunnen die afrekening slechts voorkomen door in de beleggings-BV een (nieuwe) materiële onderneming te starten of door te emigreren.<br /> Om de pijn van de aangescherpte doorschuiffaciliteit bij vererving te verzachten, komt er een tegemoetkoming voor de situatie waarin binnen twee jaren na de vererving van de AB-aandelen, waarbij de AB-claim over het beleggingsvermogen in de vennootschap is afgerekend, de BV dat beleggingsvermogen (deels) als dividend uitkeert. Dat dividend blijft, op verzoek, onbelast, mits dat wordt afgeboekt op de verkrijgingsprijs van de door vererving verkregen aandelen.<br /> Het kabinet heeft aangekondigd dat er voor de verzwaarde doorschuifregeling bij overlijden een bescheiden overgangsmaatregel zal worden getroffen. Deze ziet op holding-BV’s die vóór 2010 de aandelen in één of meer werkmaatschappijen hebben overgedragen tegen een vordering op de koper. Die vordering wordt dan als ondernemingsvermogen aangemerkt, zodat in geval van overlijden de doorschuifregeling (toch) van toepassing is.</p>
<p><strong> 2.   Uitstel van betaling over AB-inkomen versoepeld<br /></strong> De Invorderingswet kent de mogelijkheid van uitstel van betaling van de verschuldigde AB-heffing als de AB-houder bij de overdracht van zijn aandelen geen contanten verkrijgt. Denk aan de schenking van AB-aandelen, of de verkoop tegen een vordering. De uitstelregeling gaat vervallen bij schenking van AB-aandelen: door de invoering van de doorschuiffaciliteit zoals hiervoor vermeld is de regeling overbodig. Voor andere situaties –vooral de overdracht van aandelen waarbij de koper de koopsom schuldig blijft – zal de uitstelregeling worden verruimd: de beperking tot de familiekring komt te vervallen.</p>
<p><strong> 3.   TBS-pand belastingvrij naar de BV<br /></strong> Het kabinet wil DGA’s in 2010 eenmalig de mogelijkheid te bieden om een pand dat zij aan hun BV verhuren (TBS-pand) belastingvrij in te brengen in een BV. Bij een recht-toe, recht-aan overdracht van het pand aan de BV is de DGA inkomstenbelasting verschuldigd over de meerwaarde van het pand én kost die overdracht 6% overdrachtsbelasting over de werkelijke waarde van dat pand. Het kabinet is bereid die heffingen onder voorwaarden eenmalig in 2010 achterwege te laten. De DGA kan zijn TBS-pand inbrengen in de BV waaraan hij dat ter beschikking stelt, maar ook aan een ander, nieuw opgerichte BV. De eenmalige inbrengfaciliteit geldt uitsluitend voor onroerende zaken, niet voor andere vermogensbestanddelen die de DGA aan zijn BV ter beschikking stelt. Wel zijn er nadere voorwaarden verbonden aan deze eenmalige vrijstelling.<br /> Specifiek voor de vrijstelling van de overdrachtsbelasting geldt als voorwaarde dat de TBS-situatie al vóór 1 september 2009 bestond. Voorts gelden voor deze vrijstelling twee voorwaarden: de DGA moet zijn belang van 90% of meer in het aandelenkapitaal van de BV tenminste drie jaren behouden, én de BV moet ten minste drie jaren na de inbreng in het bezit blijven van de ingebrachte onroerende zaak.</p>
<p><strong> 4.   Invoering TBS-vrijstelling<br /></strong> Het kabinet wil het effectieve tarief voor de TBS-regeling verminderen. Voorgesteld wordt om in de TBS-regeling een faciliteit in te voeren die soortgelijk is aan de MKB-winstvrijstelling. Voorgesteld wordt om 12% van het TBS-resultaat vrij te stellen.</p>
<p><strong> 5.   HIR en KER ook in de TBS<br /></strong> Voorgesteld wordt om de herinvesteringsreserve (HIR) en de kostenegalisatiereserve (KER) vanaf 2010 ook toe te staan bij toepassing van de TBS-regeling.</p>
<p><strong> 6.Gebruikelijk loon tot € 5.000 per jaar: fictief-loonregeling vervalt<br /></strong> Het kabinet erkent dat de fictief-loonregeling tot onevenredig zware administratieve lasten leidt als het gebruikelijke loon erg laag is. In dergelijke situaties verricht de DGA nauwelijks werkzaamheden voor zijn BV (bijvoorbeeld bij een beleggings-BV), en moet er toch een loonadministratie worden opgezet en elke maand weer aangifte loonheffingen worden gedaan. Het kabinet stelt voor om de fictief-loonregeling (binnen de loonbelasting) te laten vervallen als het gebruikelijk loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar.</p>
<p>Financiën heeft, tegelijk met het Belastingplan 2010, bekend gemaakt, dat het gebruikelijk loon in 2009 of 2010 lager kan worden vastgesteld als zich in die jaren aanzienlijke omzetdalingen voordoen.</p>
<p><strong> 7.   Versoepeling pensioen in eigen beheer en loondervingstamrechten<br /></strong> De DGA mag zijn pensioen in eigen beheer, binnen de eigen BV opbouwen. Onder de huidige wettelijke regeling moet die BV in Nederland gevestigd zijn en moet de BV de pensioenverplichting voor de heffing van de vennootschapsbelasting tot het binnenlands ondernemingsvermogen rekenen. Die vereisten lijken in strijd met het EU-recht. Vandaar dat voorgesteld wordt voortaan ook eigen-beheerlichamen die zijn gevestigd in een andere lidstaat van de EU toe te staan als pensioenverzekeraar van de DGA. Deze wetgeving zal eveneens gaan gelden voor ontslagvergoedingen, die kunnen worden ondergebracht bij een BV.</p>
<p><strong> WERKGEVERS EN WERKNEMERS</strong></p>
<p><strong><br /></strong><strong> 1.   Naar een uniform loonbegrip<br /></strong> De grondslagen voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, de premieheffing werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet worden geüniformeerd. Daardoor treedt er een aanzienlijke besparing aan administratieve lasten op bij werkgevers, wordt de loonaangifteketen bij de Belastingdienst en het UWV efficiënter, én het loonstrookje van de werknemer wordt een stuk eenvoudiger. De uniformering moet ingaan per 1 januari 2011.<br /> Het wetsvoorstel Uniformering loonbegrip omvat de volgende voorstellen:<br /> &#8211;   afschaffen van het werknemersdeel van de ww-premie;<br /> &#8211;   de bijdrage in de levensloopregeling wordt aftrekbaar voor de<br /> premieheffing werknemersverzekeringen;<br /> &#8211;   de bijtelling voor privé-gebruik van de auto van de zaak wordt onder<br /> de premieheffing werknemersverzekeringen gebracht;<br /> &#8211;   de werkgeversvergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage<br /> Zorgverzekeringswet wordt afgeschaft.</p>
<p><strong> 2.   Naar een werkkostenregeling<br /></strong> Het merendeel van de 29 (gedeeltelijk) onbelaste vergoedingen en verstrekkingen die werkgevers aan hun werknemers kunnen verstrekken, gaat vervallen. Hiervoor in de plaats komt een werkkostenregeling, op grond waarvan de werkgever de werknemer maximaal 1,5% van zijn loonsom belastingvrij kan vergoeden.<br /> Daarnaast blijft een beperkt aantal vergoedingen bestaan dat net als nu altijd belastingvrij kan worden verstrekt. Denk aan reiskosten, tijdelijke verblijfkosten, cursussen en dergelijke, etc. Voor verstrekkingen (in natura) geldt hetzelfde. Hieraan verandert niets met dien verstande dat een verhuiskostenvergoeding alleen nog maar belastingvrij zal zijn als er sprake is van een bedrijfsverplaatsing. Andere verhuiskostenvergoedingen vallen onder de nieuwe 1,5%-regeling.<br /> De tweede categorie omvat vergoedingen van zaken die werkplek-gerelateerd zijn. Denk aan consumpties onder werktijd, mobiele telefoon, etc. Deze kunnen geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld. Als de werkgever deze verstrekt geldt hetzelfde: ze worden op nihil gewaardeerd of er wordt een lagere waarde vastgesteld.<br /> Vergoedt of verstrekt de werkgever meer dan 1,5% van de loonsom, dan is de werkgever over dat meerdere een eindheffing van 80% verschuldigd. De werkgever mag, als dat met de werknemer is afgesproken, de vergoeding of verstrekking ook als loon benoemen en gewoon loonbelasting inhouden. In dat laatste geval zijn ook premies werknemersverzekeringen verschuldigd.<br /> Voor de auto van de zaak en het verstrekken of ter beschikking stellen van woonruimte blijven de huidige regels gelden.<br /> Omdat deze nieuwe regels ingaan op 1 januari 2011, moeten werkgevers vóór die datum nieuwe afspraken met hun werknemers.</p>
<p><strong> 3.   Uitbreiding afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk<br /></strong> Het bedrag waarover Afdrachtvermindering S&amp;O kan worden verkregen gaat éénmalig (voor het jaar 2010) verder omhoog. De maximale loongrens gaat omhoog van € 150.000 naar € 220.000.</p>
<p><strong> 4.   Vereenvoudiging heffingskortingen<br /></strong> Met ingang van 1 januari 2011 worden de doorwerkbonus en de arbeidskorting samengevoegd in een (nieuwe) doorwerkbonus, die neerkomt op een verhoogde arbeidskorting voor de belastingplichtige die vanaf een bepaalde leeftijd doorwerkt.</p>
<p><strong> 5.   Auto van de zaak<br /></strong> Voor een auto van de zaak blijft de huidige regeling voor de bijtelling voor het privé-gebruik van toepassing. Als de auto van de zaak op jaarbasis meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, geldt in beginsel een bijtelling van 25% van de cataloguswaarde. Voor bestelbussen die wisselend door werknemers worden gebruikt en voor oldtimers gelden afwijkende regels. De bijtelling bedraagt 20% voor zuinige auto’s en 14% voor zeer zuinige auto’s. Voor elektrische auto’s (auto’s met een CO2 uitstoot van 0 gram per kilometer) bedraagt de bijtelling in 2010 en 2011 0%. Voor de jaren 2012, 2013 en 2014 zal de bijtelling 7% gaan bedragen.</p>
<p><strong> 6.   Vrijstelling kleine baan<br /></strong> Voor jongeren tot 23 jaar met ‘een kleine baan’verdwijnt de inhoudingsplicht. De premieheffing wordt per 1 januari 2010 afgeschaft. Eveneens verdwijnt vanaf 2010 de verplichting deze werknemers een inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet te verstrekken. De inhouding van de loonbelasting/premie volksverzekeringen wordt per 2011 afgeschaft. Wat onder een kleine baan wordt verstaan is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer. De loonbedragen waarbij een dienstbetrekking als kleine baan wordt aangemerkt verschillen per leeftijd.</p>
<p><strong> 7.   Uitbreidingen afdrachtvermindering onderwijs<br /></strong> De afdrachtverminderingen onderwijs (loonkostensubsidies die onder andere van toepassing zijn als de werknemer een bepaalde opleiding volgt) worden uitgebreid. De afdrachtvermindering onderwijs die geldt als een werknemer een opleiding volgt om het startkwalificatieniveau te behalen, wordt opgerekt.<br /> Daarnaast komt er een afdrachtvermindering onderwijs bij. Deze bedraagt € 500 per werknemer die in 2010 gaat beginnen met een ‘serieuze’ opleiding, die relevant is voor zijn huidige of toekomstige functie bij de werkgever. De afdrachtvermindering is alleen van toepassing op werknemers die in 2010 met een dergelijke opleiding beginnen en geldt vooralsnog ook alleen voor 2010. Als voorwaarde geldt daarnaast dat de werkgever tenminste 50% van de opleidingskosten draagt. De afdrachtvermindering is niet van toepassing als (met uitzondering van de afdrachtvermindering voor EVC-procedures) ten aanzien van de opleiding één of meer van de andere afdrachtverminderingen van toepassing zijn.</p>
<p><strong> 8.   Loon in, loon over<br /></strong> Als een inhoudingsplichtige met betrekking tot verstreken loontijdvakken binnen het kalenderjaar loon verstrekt, mag de inhoudingsplichtige dat loon (overeenkomstig een door hem bestendig gevolgde gedragslijn) aan de desbetreffende loontijdvakken toerekenen, zo nodig door middel van het indienen van correctieberichten. Dat loon wordt voor de berekening van de inhouding gerekend tot het loon van het desbetreffende loontijdvak en wordt geacht in die tijdvakken te zijn genoten. Deze goedkeuring blijft ook gelden voor 2010.</p>
<p><strong> OVERDRACHTSBELASTING</strong></p>
<p><strong><br /></strong><strong> 1.   Vervallen monumentenvrijstelling overdrachtsbelasting<br /></strong> De vrijstelling voor de verkrijging van Rijksmonumenten vervalt per 1 januari 2010. Dat is opmerkelijk, omdat Financiën eerder dit jaar – na een uitspraak van de belastingrechter – de monumentenvrijstelling heeft verruimd tot de verkrijging van Rijksmonumenten door natuurlijke personen.</p>
<p><strong> OMZETBELASTING</strong></p>
<p><strong><br /></strong><strong> 1.   Aanpassen reikwijdte integratieheffing<br /></strong> De Wet op de omzetbelasting 1968 kent een zogenaamde integratieheffing op goederen die in het eigen bedrijf vervaardigd zijn, indien deze goederen door de ondernemer (deels) voor vrijgestelde prestaties gebruikt. De integratieheffing is een fictieve levering. Bij beleidsbesluit is onder voorwaarden goedgekeurd dat de integratieheffing voor bepaalde sectoren buiten toepassing kan blijven. Het gaat dan onder andere om woningcorporaties, ziekenhuizen en verzorgingstehuizen.<br /> Dit keuzerecht blijkt in strijd te zijn met de Europese BTW-richtlijn. Het kabinet heeft daarom besloten dit beleidsbesluit per 1 januari 2010 in te trekken. Deze intrekking gaat gepaard met een redelijke overgangsregeling.</p>
<p><strong> 2.   Schilder- en stukadoorswerk<br /></strong> Voor schilder- en stukadoorswerkzaamheden geldt het lage BTW-tarief van 6%, mits de werkzaamheden worden uitgevoerd aan woningen van 15 jaar of ouder. Dit verlaagde tarief wordt structureel gemaakt en verruimd. Het lage tarief is vanaf 2010 van toepassing op werkzaamheden aan woningen van twee jaar en ouder. Deze versoepeling zal met terugwerkende kracht tot 15 september 2009 in werking treden.</p>
<p><strong> FORMEEL RECHT</strong></p>
<p><strong><br /></strong><strong> 1.   Boetebeleid aangepast<br /></strong> De maximale verzuimboete voor het niet, niet tijdig of niet volledig doen van aangifte voor een aanslagbelasting wordt verhoogd van € 1.134 naar € 4.920. Met ingang van 1 januari 2009 zijn deze verzuimboetes in beginsel gefixeerd op een vast percentage van 20% van het maximumbedrag voor de inkomstenbelasting en 50% voor de vennootschapsbelasting.<br /> Voorgesteld wordt om een verzuimboete in te voeren voor het niet, gedeeltelijk niet, of niet tijdig betalen van een aanslagbelasting. Deze verzuimboete kan worden opgelegd voor verzuimen die zijn begaan op of na 1 januari 2011. Als een aanslagbelasting (gedeeltelijk) niet of niet tijdig wordt betaald, is dit een verzuim waarvoor een boete kan worden opgelegd naar een maximumbedrag van € 4.920. Deze boetes zullen niet via een geautomatiseerd systeem opgelegd worden, maar uitsluitend in situaties waarin sprake is van het stelselmatig niet betalen van belastingschulden.</p>
<p><strong> 2.   Startdatum heffingsrente<br /></strong> Als startdatum voor de berekening van de heffingsrente voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting gaat voortaan weer de eerste dag na het einde van het belastingjaar gelden. Dat is een grote vereenvoudiging ten opzichte van de huidige situatie, waarbij een startpunt geldt van 1 juli van het belastingjaar zelf.</p>
<p><strong> 3.   Uitbreiding navorderingsbevoegdheid inspecteur<br /></strong> Voorgesteld wordt dat de inspecteur de verschuldigde belasting kan navorderen als de belastingaanslag, ten gevolge van een fout, voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar onjuist is vastgesteld ofwel een aanslag achterwege is gebleven. Daarbij kan het zowel gaan om een fout van de inspecteur bij het verwerken van de aanslag als een fout van de belastingplichtige bij het elektronisch invullen van de aangifte. In één oogopslag moet het voor de belastingplichtige duidelijk zijn dat de aanslag onjuist is. Het gaat er om dat de belastingplichtige met een gemiddelde kennis van en inzicht in het fiscale recht, moet kunnen onderkennen dat de aanslag onjuist is.<br /> Navordering op grond van dit kenbaarheidvereiste is alleen mogelijk gedurende twee jaren na het opleggen van de belastingaanslag, dan wel het besluit geen aanslag op te leggen.</p>
<p><strong> 4.   Uitbreiding naheffingsbevoegdheid inspecteur<br /></strong> Voorgesteld wordt om de naheffingsbevoegdheid van de inspecteur uit te breiden. Naheffing zal mogelijk zijn in alle gevallen waarin een verzoek van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige ten grondslag ligt aan de vrijstelling of de vermindering van belasting, of de teruggaaf van belasting.</p>
<p><strong> 5.   Schriftelijke melding betalingsonmacht<br /></strong> In de Invorderingswet 1990 zal worden vastgelegd dat de melding betalingsonmacht voortaan schriftelijk moet plaatsvinden. Dat kan zowel een papieren als een digitale melding zijn. De bestuurder kan gebruikmaken van een meldingsformulier dat te downloaden is vanaf de website van de Belastingdienst.</p>
<p><strong> ALGEMEEN &#8211; PRIVÉ</strong></p>
<p><strong><br /></strong><strong> 1.   Eigen woning: herleving renteaftrek na tijdelijke verhuur<br /></strong> Huiseigenaren die onlangs een nieuwe woning hebben gekocht, hebben soms grote problemen met de verkoop van hun ‘oude’ woning. Dan kan financiële problemen veroorzaken: de dubbele financieringslasten op de nieuwe én de oude woning, kunnen problematisch zijn. De wet staat een renteaftrek op de oude woning toe, ook al wordt die niet meer als eigen woning benut, en wel gedurende ten hoogste twee jaren na het betrekken van de nieuwe woning. Voor die renteaftrek gelden diverse voorwaarden. Zo is het niet toegestaan om de woning te verhuren.<br /> Financiën keurt nu alsnog goed dat wanneer de huiseigenaar zijn ‘oude ‘woning tijdelijk gaat verhuren, hem dat geen inkorting van de renteaftrek op die woning oplevert. Als de oude woning tijdelijk wordt verhuurd en de verhuurm wordt weer beëindigd, dan herleeft de renteaftrek op deze woning. De rente kan dan nog als aftrekpost worden opgevoerd gedurende resterende periode van de maximaal twee jaar extra renteaftrek. Deze maatregel geldt uitsluitend voor de belastingjaren 2010 en 2011. Ook als de woning al in 2008 of 2009 is verhuurd.</p>
<p><strong> 2.   Vereenvoudiging eigenwoningregeling<br /></strong> De bijleenregeling wordt op drie punten vereenvoudigd. Het betreft het uitbreiden van de renteaftrek over de meegefinancierde kosten, het afschaffen van de goedkoperwonenregeling en het beperken van de eigenwoningreserve van vijf naar drie jaar.</p>
<p><strong> 3.   Stroomlijning partnerbegrip<br /></strong> In de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) wordt een basispartnerbegrip opgenomen. In de afzonderlijke heffingswetten kan het basispartnerbegrip worden uitgebreid of kunnen de voorwaarden worden aangevuld. De keuzeregeling voor de inkomstenbelasting vervalt daarbij. Het partnerbegrip voor de inkomstenbelasting en toeslagen wordt geharmoniseerd. Om voor de uitvoering voldoende tijd beschikbaar te hebben, worden het uniforme partnerbegrip en de daarmee samenhangende wijzigingen per 1 januari 2011 ingevoerd.</p>
<p><strong> 4.   Vereenvoudiging box 3<br /></strong> Voorgesteld wordt om in box 3 één peildatum in te voeren. Onder de huidige wettelijke regeling gelden twee peildata om het voordeel uit sparen en beleggen in box 3 te bepalen: 1 januari en 31 december. Voorstel is om per 2011 nog maar één peildatum te hanteren: 1 januari van het kalenderjaar.<br /> Op basis van de huidige wettekst kunnen partners voor box 3 per vermogensbestanddeel een keuze maken in de onderlinge verdeling daarvan. Het kabinet stelt voor om de verdeling voortaan alleen mogelijk te maken voor de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (= de gemiddelde rendementsgrondslag van de belastingplichtige en zijn partner, verminderd met het heffingvrije vermogen van de belastingplichtige en zijn partner).<br /> De waarde van box 3-woningen wordt gesteld op de WOZ-waarde (in plaats van de waarde in het economisch verkeer). Voor woning in verhuurde staat (die onder de huurbescherming vallen, dus niet vakantiewoningen) wordt de WOZ-waarde gecorrigeerd, rekening houdende met de waardedrukkende werking van de verhuur. Ook erfpachtcanons kunnen in mindering worden gebracht op de WOZ-waarde (voor box 3).<br /> Het kabinet introduceert een vrijstelling van contant geld en daaraan gelijk te stellen vermogensrechten van € 500 per belastingplichtige (€ 1.000 voor partners).</p>
<p><strong> 5.   Persoonsgebonden aftrek en schulden in box 3<br /></strong> De Hoge Raad heeft in een recente procedure beslist dat voor giften in de vorm van een lijfrente een dubbele aftrek geldt. De gift zelf is als persoonsgebonden aftrekpost aftrekbaar in box 1, en de verplichting om die gift ook in de resterende (vier) jaren te doen is aftrekbaar in box 3. Hetzelfde geldt ten aanzien van alimentatieverplichtingen. Het kabinet vindt deze dubbele aftrek niet wenselijk, en gaat de wet op dit punt per 31 december 2009 wijzigen. Door dit ingangstijdstip is de schuld dit jaar al niet meer aftrekbaar.</p>
<p><strong> 6.   Banksparen uitgebreid<br /></strong> Op 1 januari 2008 is het mogelijk geworden lijfrenten bij een bankinstelling onder te brengen en fiscaal gefacilieerd te sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Het Belastingplan 2010 stelt een uitbreiding van het banksparen voor, door het mogelijk te maken een goudenhanddrukstamrecht (ontslagvergoeding) en ook het sparen voor de uitvaart (box 3) onder te brengen bij een bankinstelling.</p>
<p><strong> 7.   Schenkings- en successierecht<br /></strong> Vanaf 1 januari 2010 kunnen belastingaanslagen voor het successierechten in box 3 in aftrek worden gebracht. Ook wordt er vanaf die datum heffingsrente berekend over successierechten wanneer de aangiftetermijn van acht maanden is verstreken.</p>
<p><strong> 8.   Vereenvoudiging lijfrenten/pensioenen<br /></strong> De terugwentelingstermijn voor lijfrentepremies komt te vervallen. Deze terugwenteling is overbodig aangezien alle benodigde gegevens voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek tegenwoordig tijdig beschikbaar zijn. De terugwentelingstermijn blijft wel bestaan voor lijfrentepremies bij staking van een onderneming en/of de omzetting van de oudedagsreserve.<br /> Daarnaast wordt voorgesteld een termijn in de wet op te nemen, waarbinnen een begunstigde na expiratie van een lijfrentecontract een keuze heeft gemaakt over de uitvoering van zijn lijfrente.</p>
<p><strong> FISCALE VERGROENING</strong></p>
<p><strong><br /></strong> In het kader van de fiscale vergroening worden per 1 januari 2010 weer vele maatregelen voorgesteld. Met name voor wat betreft auto’s. Vermeldenswaard zijn de volgende maatregelen:</p>
<p> &#8211;   een hogere BPM-korting van € 700 voor zuinige auto’s;<br /> &#8211;   de invoering van een nihiltarief voor zeer zuinige auto’s in de MRB;<br /> &#8211;   een intensivering van investeringsfaciliteiten voor zeer zuinige auto’s;<br /> &#8211;   een verlaging bijtelling privégebruik voor nulemissieauto’s;<br /> &#8211;   een verlenging vrijstelling voor nulemissie in de BPM;<br /> &#8211;   een stimulans voor Euro-6 dieselpersonenauto’s in de BPM.</p>
<p>Hans Zwagemaker (BelastingBelangen)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/12/fiscale-veranderingen-2010/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ondernemers besteden belastingzaken graag uit</title>
		<link>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/11/ondernemers-besteden-belastingzaken-graag-uit/</link>
		<comments>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/11/ondernemers-besteden-belastingzaken-graag-uit/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Nov 2009 12:46:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Financieel]]></category>
		<category><![CDATA[Fiscaal nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starterszaken.nl/cmcc/?p=158</guid>
		<description><![CDATA[Op de omzetbelasting na besteden ondernemers het overgrote deel van hun aangiften het liefst uit. Dat blijkt uit de Fiscale Monitor 2009 die Staatssecretaris De Jager van Financiën deze week bekendmaakte. De monitor, die jaarlijks verschijnt, wijst uit dat de rol van de fiscale adviseur steeds belangrijker wordt.Opmerkelijk is dat de fiscaal adviseur in veel gevallen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="font: normal normal normal 11px/18px Verdana, Geneva, Arial, Helvetica, sans-serif; margin-top: 0px; margin-right: 0px; margin-bottom: 15px; margin-left: 0px;"><strong>Op de omzetbelasting na besteden ondernemers het overgrote deel van hun aangiften het liefst uit. Dat blijkt uit de Fiscale Monitor 2009 die Staatssecretaris De Jager van Financiën deze week bekendmaakte. De monitor, die jaarlijks verschijnt, wijst uit dat de rol van de fiscale adviseur steeds belangrijker wordt.<br /></strong><br />Opmerkelijk is dat de fiscaal adviseur in veel gevallen een negatiever oordeel velt over de Belastingdienst dan zijn klanten (de belastingplichtigen en toeslaggerechtigden). De Belastingdienst krijgt in 2009 een gemiddeld rapportcijfer krijgt van 6,7. Dit is 0,3 punt hoger dan vorig jaar. </p>
<p>De waardering van de snelheid waarmee een aangifte wordt beoordeeld is dit jaar, na een jarenlange daling, voor het eerst weer gestegen. Vorig jaar gaf nog zo’n 50% van de ondervraagden aan dat dit (zeer) snel gaat, dit jaar is dat bijna 60%.</p>
<p>De &#8216;waarneembare bereikbaarheid&#8217; van de Belastingtelefoon is evenals voorgaande jaren weer gestegen, tot bijna 66% voor dit jaar. Ook is de algemene waardering voor de Belastingtelefoon gestegen. De website van de Belastingdienst blijft het favoriete medium om informatie te zoeken, zowel voor particulieren als voor ondernemers. De waardering voor de website stijgt met 0,2 punten tot een 6,8 en het zoeken wordt door rond 75% als (zeer) gemakkelijk ervaren. Dat is een stijging van 7%-punten.</p>
<p>De aangiftemiddelen (aangiftebiljet en –programma) worden, evenals brieven, door een grote meerderheid (87%) van alle ondervraagden (zeer) duidelijk gevonden. Ondernemers zijn hierover met 96 procent het meest te spreken.</p>
<p style="font: normal normal normal 11px/18px Verdana, Geneva, Arial, Helvetica, sans-serif; margin-top: 0px; margin-right: 0px; margin-bottom: 15px; margin-left: 0px;">De website van de Belastingdienst vindt u <strong><a style="color: #525152; text-decoration: underline;" href="http://www.belastingdienst.nl/" target="_blank">hier</a></strong>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/11/ondernemers-besteden-belastingzaken-graag-uit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Urencriterium minder streng</title>
		<link>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/11/urencriterium-minder-streng/</link>
		<comments>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/11/urencriterium-minder-streng/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 12 Nov 2009 12:11:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Fiscaal nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.starterszaken.nl/cmcc/?p=25</guid>
		<description><![CDATA[Het urencriterium is een ramp voor starters. U wilt ondernemen, geen urenboekhouding bijhouden. Daarnaast is de wetgever nogal streng met de regels, of valt dat wel mee?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="font-family: Verdana, Arial, helvetica, sans-serif; color: #000000; font-size: 11px; font-weight: normal; line-height: 18px; text-align: left; margin-bottom: 0px;">Het urencriterium is een ramp voor starters. U wilt ondernemen, geen urenboekhouding bijhouden. Daarnaast is de wetgever nogal streng met de regels, of valt dat wel mee?</p>
<p><a id="more" style="color: #038fd6; text-decoration: none; font-weight: normal;"></a></p>
<p style="font-family: Verdana, Arial, helvetica, sans-serif; color: #000000; font-size: 11px; font-weight: normal; line-height: 18px; text-align: left; margin-bottom: 0px;"><em><strong>Starter: voorbereidingstijd telt mee voor urencriterium</strong></em></p>
<p style="font-family: Verdana, Arial, helvetica, sans-serif; color: #000000; font-size: 11px; font-weight: normal; line-height: 18px; text-align: left; margin-bottom: 0px;">Steeds meer mensen kiezen er voor om ondernemer te worden, ook in deze crisistijd. Dat komt vooral door de fiscaal aantrekkelijke positie van het ondernemerschap. Een zelfstandige kan volop fiscale gunstregelingen benutten, en betaalt daardoor veel minder belasting dan zijn collega-belastingplichtige in loondienst over hetzelfde inkomen kwijt is.</p>
<p style="font-family: Verdana, Arial, helvetica, sans-serif; color: #000000; font-size: 11px; font-weight: normal; line-height: 18px; text-align: left; margin-bottom: 0px;">De sleutel voor al die gunstregelingen is het urencriterium: de startende ondernemer moet per jaar ten minste 1.225 uur in én voor zijn onderneming werken. Een recente uitspraak van Hof Den Haag maakt het een stuk eenvoudiger om aan die eis te voldoen.</p>
<p style="font-family: Verdana, Arial, helvetica, sans-serif; color: #000000; font-size: 11px; font-weight: normal; line-height: 18px; text-align: left; margin-bottom: 0px;">Een starter voldoet aan het urencriterium als hij per jaar ten minste 1.225 uur in én voor zijn onderneming werkt. Wordt de onderneming in de loop van het jaar gestart, dan blijft de urengrens onverkort op 1.225 uur gehandhaafd: er vindt géén tijdsevenredige vermindering plaats.</p>
<p style="font-family: Verdana, Arial, helvetica, sans-serif; color: #000000; font-size: 11px; font-weight: normal; line-height: 18px; text-align: left; margin-bottom: 0px;">Voor de 1.225 uren tellen alle uren van directe én indirecte werkzaamheden. Ook de tijd die gespendeerd wordt aan het op peil houden of brengen van algemene vaardigheden als ondernemer. En ook, zo heeft Hof Den Haag onlangs beslist, de voorbereidingstijd om de onderneming van de grond te krijgen. Denk aan de uren die besteed worden voor het schrijven van een businessplan, het volgen van seminars, het overleggen met potentiële financiers, de contacten met de Kamer van Koophandel. Zelfstandigen zonder personeel (met een verklaring arbeidsrelatie voor winst uit onderneming of als directeur-grootaandeelhouder) en alle andere starters mogen deze uren meetellen om aan het urencriterium te voldoen.</p>
<p style="font-family: Verdana, Arial, helvetica, sans-serif; color: #000000; font-size: 11px; font-weight: normal; line-height: 18px; text-align: left; margin-bottom: 0px;">Een gunstige uitspraak, waaruit blijkt dat niet alleen de fiscus, maar ook de belastingrechter starters welgezind is.</p>
<p style="font-family: Verdana, Arial, helvetica, sans-serif; color: #000000; font-size: 11px; font-weight: normal; line-height: 18px; text-align: left; margin-bottom: 0px;">
<strong><em><br />
Hans Zwagemaker (Belastingbelangren.nl)</em></strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.starterszaken.nl/cmcc/2009/11/urencriterium-minder-streng/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

