M-commerce is het kleine broertje van e-commerce. Retail via dit kanaal wordt echter snel volwassen. In Nederland geven consumenten nu jaarlijks zo’n negen miljard euro uit in webwinkels. Onderzoekbureau ABI Research voorspelt dat consumenten over vier jaar wereldwijd voor 119 miljard dollar via hun mobiel aankopen (ongeveer acht procent van de wereldwijde e-commerce). Webretailers willen aanhaken op deze trend. Het mobiele web is echter nog niet zo dichtgetimmerd door de grote online warenhuizen. Zoek je niche en bouw in 2012 een succesvolle mobiele webshop.
Bron: Sprout
Toch werd Nederland wakker met het nieuws dat het Amerikaanse kredietbureau Standard & Poor’s zijn rating voor de coöperatieve bank heeft verlaagd.
De Rabobank kan zich in zijn reclame niet meer op borst kloppen met de triple A-status. Voortaan is het bij S&P AA.
Klanten die zich afvragen of ze hun spaargeld nu bij een andere bank moeten stallen, zullen tot de ontdekking komen dat de Rabobank nog steeds een hoge waardering heeft.
Ter vergelijking: ABN Amro en de ING-groep moeten het doen met één enkele A.
Financiëel topman Bert Bruggink haast zich te zeggen dat er niet zo veel aan de hand is. Hij wijst erop dat de Rabobank ook nu nog de hoogst gewaardeerde private bank ter wereld is.
Op het hoofdkantoor in Utrecht was de verbazing over het besluit niet groot. Het hing volgens Bruggink in de lucht, omdat S&P er een andere rekenmethode op nahoudt. “We wisten dat we de triple A status kwijt zouden raken, het was onvermijdelijk.”
Heeft de lagere status dan helemaal geen verband met de schuldencrisis? Indirect wel, want het is niet uit luxe dat S&P banken nu anders beoordeelt. Tot nu toe keek het ratingbureau vooral naar de bank zelf, zegt Bruggink. Nu wordt de omgeving er veel meer bij betrokken, en daar is met de eurocrisis nu van alles aan de hand.
“Triple A is nu alleen nog maar bereikbaar voor instellingen in een beperkt aantal landen. Dat heeft ons een puntje gekost.”
Econoom Ivo Arnold kan zich de overweging van S&P goed voorstellen. “Het was eigenlijk raar dat een bank de triple A-status kon hebben.”
De nieuwe rekenmethode was volgens Arnold dan ook wel logisch. “In Europa zijn banken erg kwetsbaar doordat ze veel staatsschuld op de balans hebben staan. In die zin bevestigt S&P wat er gaande is.”
De statusverlaging kan betekenen dat Rabo nu meer rente moet betalen voor geld dat door de bank wordt geleend. Volgens Bruggink zijn er nog geen tekenen die daarop wijzen.
Bron: NOS
Terwijl er in Den Haag nog steeds driftig wordt gesneden in de subsidiepotjes voor ondernemers, komt de overheid wel met zeer aantrekkelijke fiscale regeling op de proppen die de innoverende ondernemer vanaf 2012 volop kan gaan benutten: de Research & Development Aftrek (RDA).
Door een netto belastingvoordeel van tien procent vangt de ondernemer geld terug voor investeringen in bedrijfsmiddelen en exploitatiekosten. De enige harde eis tot nu toe is dat de externe kosten aantoonbaar zijn ingezet voor speur- en ontwikkelingswerk. Wie voor 2012 R&D-activteiten op de planning heeft staan, kan zich vast rijk rekenen. Of niet?
Enige voorzichtigheid is wel aan te raden. Hoewel er breed is aangekondigd dat de regeling er komt en deze beslist vanaf 1 januari 2012 van kracht is, moet de nieuwsgierige ondernemer het nu nog stellen met een voorlopig wetsontwerp. De definitieve kaders van de regeling moeten nog worden vastgesteld en dus valt nu nog niet exact te zeggen welke bedrijfsmiddelen voor aftrek in aanmerking komen. Evenmin is helemaal duidelijk hoe de exploitatiekosten moeten worden geïnterpreteerd.
Maar ondanks de onzekerheden is het, ondanks alle bezuinigingen, wél duidelijk dat het kabinet de innovatiekracht van ondernemers, belangrijk genoeg vindt om er de komende jaren flink voor in de buidel te tasten. Het budget voor 2012 is voorlopig vastgesteld op 250 miljoen euro en het plan is vanaf 2014 jaarlijks structureel 500 miljoen euro voor de uitvoer van de regeling uit te trekken.
De RDA is bedoeld voor ondernemers die investeren in de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten en mag worden toegepast naast de bekende Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), waarmee een deel van de loonkosten besteed aan R&D-werk wordt vergoed. Met de RDA kunnen investeringen in onder andere huur van apparatuur, aanschaf van materialen en investeringen in een laboratorium fiscaal worden afgetrokken.
Het percentage van de extra aftrek voor 2012 is in het wetsontwerp vastgesteld op 40 procent. Dit levert in de vennootschapsbelasting – bij een tarief van 25 procent – een netto voordeel op van 10 procent. Ook ondernemers die inkomstenbelasting betalen krijgen belastingkorting. De hoogte hangt af van het belastingtarief dat
de ondernemer betaalt.
Wanneer de definitieve regeling wordt gepresenteerd, is nog niet bekend. Buiten de wetenschap dat de bedrijfsmiddelen en exploitatiekosten onderdeel moeten zijn van R&D-projecten zijn er een aantal voorwaarden bekend gemaakt waaraan een RDA-aanvraag straks moet voldoen.
Zo moet het schriftelijke verzoek om in aanmerking te komen voor de RDA worden ingediend bij Agentschap NL. Hiervoor gaan ongetwijfeld, net als bij de WBSO termijnen gelden, maar de details daarover zijn nog gepubliceerd.
Agentschap NL stelt stelt de hoogte vast van de relevante kosten en investeringen die voor de RDA in aanmerking komen: dit wordt de RDA-grondslag. Over deze grondslag wordt het aftrekpercentage losgelaten. Het bedrag op die RDA-beschikking is aftrekbaar van de fiscale winst op de datum van dagtekening. Tegen een RDA-beschikking kan net als bij bijvoorbeeld de WBSO-beschikking, bezwaar worden ingesteld.
Ook zal de ondernemer net als voor andere stimuleringsregelingen aan bepaalde administratieve eisen moeten voldoen. Vanuit praktisch oogpunt is al aangegeven dat er qua administratieve regeltjes zo veel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de vormgeving, procedures en regels van onder meer de WBSO.
Omdat het om een nieuwe regeling gaat, is het de verwachting dat deze de komende jaren nog wordt aangepast. De eerste voorzichtige evaluatie staat gepland in het voorjaar van 2012 als ook de uitkomsten van de WBSO-evaluatie 2006-2010 worden gepresenteerd. De overheid gaat dan in kaart brengen hoe de voordelen van de RDA zijn verdeeld over het midden- en kleinbedrijf en de grote ondernemingen. Daarnaast wordt de totale regeling binnen vijf jaar geëvalueerd.
De verwachtingen zijn in elk geval hooggespannen. Terecht, want het feit dat ondernemers straks naast de loonkosten ook voor externe innovatiekosten een financiële tegemoetkoming ontvangen, is, gezien de enorme subsidiekaalslag, beslist zeer welkom en een flinke pleister op de wonden. Een prachtige financiële kans die innoverende bedrijven niet aan neus voorbij moeten laten gaan.
Bron: Sprout, Rolf Grouve
Vooral de interactieve led-verlichting gaat dan een rol spelen, aldus het agentschap dat de techniek op het gebied van led-verlichting doorlichtte.
Het is nu al wel beter voor milieu en portemonnee om de halogeen- en gloeilampen te vervangen door led-lampen.
Nog dit jaar wil SenterNovem op scholen en kantoren uitproberen of en hoe led-verlichting de TL-buis kan vervangen.
| © ANP |
Creatieve starters moeten beter toegang krijgen tot de kapitaalmarkt. Dat schrijft Minister van der Hoeven mede namens minister Plasterk en staatssecretaris Heemskerk in een brief aan de Tweede Kamer.
Van der Hoeven wil het mogelijk maken dat creatieve starters net als startende hightech bedrijven beter toegang krijgen tot de kapitaalmarkt.
Voor veel van dit soort startende bedrijven met veel potentie maar ook een hoog risico is het lastig om kapitaal op te halen. Zo loopt
Nederland veel snelgroeiende ondernemingen in de creatieve sector mis.
Om het probleem te ondervangen stelt Van der Hoeven een regeling open , die het mogelijk maakt dat er speciale fondsen komen die kapitaal aan dit soort starters gaan verstrekken. Zo moet Nederland op het terrein van bijvoorbeeld design tot de wereldtop blijven behoren en moet toegang tot de kapitaalmarkt voor starters in design en kunsten geborgd worden.
Voor startende hightech bedrijven is de regeling al met succes ‘open’. Zo werden de afgelopen jaren met hulp van EZ verschillende fondsen opgezet die startende hightech bedrijven hebben geholpen. Van der Hoeven ziet dit nu ook voor de creatieve sector gebeuren.
Nederland is een welvarend land met een open economie, die zwaar leunt op buitenlandse handel. De economie wordt getypeerd door stabiele verhoudingen, gematigde inflatie, een gezond financieel beleid en door zijn belangrijke rol als Europese transportader. Voedselverwerking, chemie, olieraffinage en de fabricage van elektrische apparaten zijn de belangrijkste industriële activiteiten.
In de intensieve, gemechaniseerde land- en tuinbouw werkt weliswaar slechts 4% van de Nederlandse beroepsbevolking , maar er worden door de sector enorme hoeveelheden voedsel voor de voedselverwerkingsindustrie en de export geproduceerd. Na de Verenigde Staten en Frankrijk is Nederland het derde exportland op het gebied van land- en tuinbouwproducten. Over de gehele linie bekeken is Nederland ongeveer de tiende economie van de wereld, na de landen zoals Verenigde Staten, Japan en Duitsland.
De Nederlandse economie is vanaf eind jaren 90 3% of meer gegroeid. Vanaf de eeuwwisseling en met name 2001 is de groei afgenomen. De dotcomcrisis heeft hier onder meer een grote rol gespeeld. Grote ondernemingen zoals KPN en Ahold bleken zich in de jaren van hoogconjuctuur zich te hebben verslikt in dure overnames. De algemene dalende lijn heeft zich doorgezet na de terroristische aanslagen in New York op 11 september 2001. Vooral luchtvaartmaatschappijen en bijbehorende sectoren zijn wereldwijd zwaar getroffen; ook de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen leden verlies.
Het nieuwe belastingstelsel dat begin 2001 is ingevoerd was erop gericht de hoge loonbelastingtarieven te temperen en de fiscale lasten deels over te hevelen naar consumptiegoederen en -diensten. Nederland was één van de eerste landen die het besluit aangaande de euro als Europese munteenheid heeft geratificeerd. Sinds 1 januari 2002 is de munt er het enige wettige betaalmiddel (met overgangsperiode voor inwisseling).
De Nederlandse economie groeit weer. In het derde kwartaal groeide de economie met 0,4% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. De groei betekent dat we uit de recessie zijn.
Toch merken winkeliers hier nog weinig van. Consumenten houden de hand nog steeds stevig op de knip. Vooral winkels die electronica verkopen zagen hun omzet flink dalen.
De groei van de economie is onder meer te danken aan de export. Dat zeggen verschillende economen in hun eerste reactie. De export is weliswaar opnieuw gedaald, maar veel minder hard dan een kwartaal eerder.
Volgens econoom Aline Schuiling van Fortis Bank Nederland profiteren de industrie en de export van het wereldwijde economische herstel. “Dit is in lijn met onze scenario’s. Wij dachten dat de impact van de crisis een jaar zou duren.”
Hoofdeconoom van ING Charles Kalshoven had een groter herstel van de voorraden verwacht. In een recessie bouwen bedrijven altijd eerst hun voorraden af, voordat ze nieuwe orders plaatsen. Als de voorraden op een gegeven moment zijn uitgeput, leidt dat tot een sterke opleving van de vraag.
Dat effect is tot nu toe uitgebleven. Maar Kalshoven denkt het de komende tijd alsnog zal gebeuren. “Deze cijfers maken het waarschijnlijk dat het vierde kwartaal een mooi cijfer zal laten zien.”
Italië is in het derde kwartaal van 2009 ook uit de rode cijfers gekomen. De Italiaanse economie groeide na vijf kwartalen van krimp met 0,6%.